Het laatste reisverhaal?

Ik vloog van Cairo naar Athene. Na de landing, nog voor het vliegtuig helemaal tot stilstand was gekomen en de terminalslurf haar lippen op het vliegtuig had gedrukt, stonden de passagiers op, pakten hun handbagage en drongen naar de uitgang om zo snel mogelijk, vóór de anderen, bij de paspoortcontrole te komen. Het was daar druk, heel druk, behalve bij de balies voor houders van een Uniepaspoort. Het baliemeisje wierp een flauwe blik in mijn paspoort en wuifde me door. Welkom in de Europese Unie, welkom thuis! Thuis? Als ‘thuis’ een fysieke plek is dan ben ik nog lang niet thuis; ik heb nog minstens vijfentwintighonderd kilometer voor de boeg. Als ‘thuis’ een gevoel is, dan voel ik me overal op de wereld thuis. Ik zeg vaak tegen mezelf “Kom, het is tijd om naar huis te gaan” en dan bedoel ik mijn hotel, hostel of tent. “Thuis” heeft ook de betekenis van “ergens thuis horen’, herkend en erkend worden als lid van de groep, dezelfde normen en waarden delen, aan een half woord voldoende hebben. Op reis voel ik me overal thuis maar ‘overal’ hoor ik niet thuis; ik ben een vreemdeling, een passant, een gast. De mensen zijn tegen de vreemdeling beleefd, vriendelijk, behulpzaam, gastvrij maar ‘bemoei je niet met onze zaken’. Logisch: ik hoor er niet bij. Soms wordt mijn mening gevraagd over dit of dat. Ik zeg altijd “Luister, dit is jouw land dus je moet zelf een oplossing zoeken” en dan pas zeg ik wat ik vind van dit of dat. ‘Thuis horen’ is een concept met schillen, als een ui. Ik passeerde de paspoortcontrole en kwam in de buitenste schil van de thuis-ui, de Europese Unie. Ik ben Europeaan tot op het bot. Later zal ik in Nederland aankomen, in mijn stad en in mijn wijk. Schil voor schil kom ik naar het hart van de ui: familie, vrienden, kennissen, stamkroeg.

Ik reisde door Europa en via Turkije naar Iran. Ik stak de grens met Pakistan over – van Bam naar Quetta – en vervolgens de grens tussen Pakistan en India. Ik was zes maanden in India en drie maanden in Nepal. Vanuit Kathmandu liet ik mijn motor overvliegen naar Bangkok want de grenzen van Myanmar waren nog niet open (nu wel). Ik bereisde Thailand en Cambodja – mensen zeiden “Je moet naar Laos en Vietnam gaan; dat zijn pas exotische landen!” maar ik was nooit eerder in Thailand en Cambodja geweest en ik vond die heel exotisch – en daarna naar Maleisië. De uienboot van mister Lim bracht mijn motor van Georgetown naar Medan op Sumatra. Ik reisde zes maanden door Indonesië, hopte van eiland naar eiland tot Timor en liet vanuit Dilli de motor verschepen naar Australië. Australië was het doel van mijn reis, de Lange Weg Naar Beneden. Ik stak het continent over van Darwin naar Adelaide, volgde de zuidkust en daarna de oostkust tot aan Cairns, stak opnieuw het continent over naar Broome aan de westkust en eindigde in Perth. Daarbij had ik het kunnen laten – mission accomplished – en had mijn motor kunnen verschepen naar Rotterdam. Ik besloot om na de Lange Weg Naar Beneden de Lange Weg Naar Boven te doen, door Oost Afrika, met geen ander doel dan Steady te bezoeken in Malawi en Melkamu in Ethiopië. Ik hield mezelf voor – of voor de gek – dat het beslist het mooiste was om de aarde rond te gaan over noord en zuid omdat ik al eens de wereld was rond gegaan over oost en west. Missie dubbel volbracht. In drie jaren reisde ik honderdduizend kilometer. De aarde is ontzagwekkend groot. Hoeveel reisverhalen heb ik in die jaren geschreven? Hoeveel over die duizenden kilometers? Hoeveel over de tropische regenwouden, de savannen, de steppen en de woestijnen die ik doorkruiste? Hoeveel over de landen die ik passeerde? Ik ben een passant. Hoeveel over de mensen die ik ontmoette? Ze zijn zo diep in mijn geheugen gegrift dat alleen dementie ze kan doen vergeten. Hoeveel over mijzelf? Is dit mijn laatste reisverhaal, nu ik bijna thuis ben?

DLWNB-basiskaart03 (800x501)

Ik begin aan een nieuwe onderneming: dat ‘thuis horen’ moet heroverd worden. Ik was drie jaar weg! Thuis is veranderd! Er zijn in mijn wijk vast en zeker winkels verdwenen maar misschien zijn er ook wel bijgekomen. Ik hoop dat kruidenier De Kroon en groentewinkel Het Olijfje er nog zijn. Wie is er dood? Iemand houdt voor mij bij wie er dood is gegaan zodat ik niet zal vragen “Goh, ik heb van die of die al lang niks meer gehoord. Hoe zou het daarmee zijn?” om als antwoord te krijgen “Die is dood, al jaren maar toen zat jij in het buitenland.” Ik weet dat Willem A. dood is. Drie jaar lang vernam ik nieuws over mijn stad, over Nederland, over Europa vrijwel uitsluitend via het internet: nu.nl en de webversie van Trouw, soms van Al Jazeera en de BBC. Terreuraanslagen van Islamitische Staat, vluchtelingencrisis, Griekse schuldencrisis, opkomend rechts met islamofobie en simpele slogans. Nieuws uit Nederland is vooral ‘kabbelnieuws’ – de file is langer dan normaal, het was de warmste maand sinds …, er is een boerderij afgebrand, iemand is vermoord in een restaurant – maar er is ook nieuws dat me verontrust: brandbommen naar moskeeën, varkenskoppen voor moskeeën, aanvallen op asielzoekerscentra. De reactie van politiek Nederland en de media op elke oprisping van de president van Turkije lijkt me lachwekkend. Erdogan kan geen boer laten of Nederland wordt hysterisch. Wat is er aan de hand? Nieuws is altijd slecht nieuws en bovendien een vertekening van de werkelijkheid. Daarom ben ik gaan reizen, om te zien hoe de wereld er werkelijk voorstaat. Nu moet ik reizen om te zien hoe het er thuis voorstaat. Ik moet ‘thuis’ opnieuw ontdekken: hoe is Europa, Nederland, Utrecht veranderd? Zal ik daarover schrijven, reisverhalen, onder de titel “The Long Way Home”? Zou het interessant zijn om te lezen over mijn verwondering en ergernis, over hoe ik denk dat ‘het’ zit zoals ik schreef over Australië, Zuid Afrika en Ethiopië?

Ik ben in Griekenland, het land van de schuldencrisis. Ik liep van de aankomsthal van het vliegveld naar het metrostation. Hoeft niet, het openbaar vervoer staakt. In de wereld die ik heb bereisd wordt nooit gestaakt. Kom op zeg, mensen willen geld verdienen! Ik was aangewezen op de taxi, achtendertig euro, flat rate. Dat geld had beter besteed kunnen worden. Het verkeer is druk, heel druk, maar stroomt toch soepel door. Vind ik. De taxichauffeur meent dat het verkeer muurvast zit. Die heeft nog nooit in New Delhi of Cairo gereden. Auto’s stoppen hier voor rood licht – oh waauw! – en als het voetgangerslicht op groen springt kan ik zomaar oversteken! Ik hef mijn hand op als gebaar van dank; dat ben ik gewend. Dat verkeer bestaat uit auto’s van de gewone middenklasse – niks bijzonders – en heel veel scooters en motoren. Die motoren zijn vooral Transalps en V-stroms en ook BMW’s uit het duurdere segment. De winkels hebben klanten, de terrassen zitten vol. Griekenland lijkt een normaal Europees land, onvergelijkelijk veel rijker dan de landen die ik heb bereisd op Australië na. Waar zijn de slachtoffers van de schuldencrisis? Er zijn bedelaars en daklozen maar zeker niet meer dan in Cairo. Een deel van de bedelaars en vooral van de daklozen zijn drugsverslaafden. Een jongen vraagt om mijn broodje. Hij is dik, hij zou moeten afvallen. Een ander vraagt om geld – “No money, no food” – maar hij heeft splinternieuwe Nikes aan de voeten en dopjes in zijn oren. Misschien zitten de terrassen iets te vroeg vol. Die mensen achter hun kopje koffie, zouden dat werklozen zijn? Volgens de statistieken is vijfentwintig procent van de Griekse beroepsbevolking werkloos.

Theodore N. van Neptune Shipping Lines meldt dat de Tinkerbell Mar de haven van Piraeus is binnengelopen en hij wil weten of ik een clearing agent nodig heb. Ik: “Nee, hoe zo? Dit is de Europese Unie. Ik verwacht geen problemen.” Volgens hem is het douaneproces heel complex en alle documenten zijn in het Grieks. Hij oefent druk uit: “Als ik nu geen clearing agent voor u regel en u er toch een nodig hebt, dan kan het een paar dagen duren voor er een beschikbaar is.” Ik vermoed dat Theodore een vriendje aan werk wil helpen en weiger met een slag om de arm: “We zullen zien.” Theodore blijkt gelijk te hebben met zijn “het douaneproces is heel complex en alle documenten zijn in het Grieks”: er zijn twee douaneafdelingen met ontelbare bureaus en balies en heel veel medewerkers die erg druk zijn, vooral met elkaar. “Ik weet niet of we dit vandaag afkrijgen. Ziet u, we sluiten om drie uur.” Het is bijna twee uur in de middag en de dames en heren zijn al aan het opruimen, een werkdag van negen tot twee. Dr. Reiner – daar is’ie weer: “U sluit om drie uur? Geen sprake van. U werkt dit vandaag af!” Hij heeft een natuurlijke autoriteit. Er worden eindeloos veel gegevens in computers getikt, documenten afgedrukt, overgeschreven op andere documenten, kopieën gemaakt, stempels gezet, handtekeningen van chefs gevraagd. De Griekse douanebureaucratie heeft Egyptische proporties. Egyptische proporties? Die vergelijking is onaardig voor de Egyptische douane. De Egyptenaren hadden een reden voor hun bureaucratie: ik voer immers een motor in. In Piraeus voer ik helemaal niks in: mijn motor is geregistreerd in Nederland, een Schengenland en Griekenland is ook een Schengenland. Ik kom gewoon thuis! De Griekse douane had kunnen volstaan met “Fijn dat u er weer bent.” en nog kunnen vragen naar mijn kentekenbewijs. Misschien hadden ze een bagagecontrole kunnen uitvoeren, op zoek naar drugs en andere contrabande. Maar verder …? Die hele bureaucratie dient nergens voor. Vijf jaar geleden nam ik de veerboot van Alexandrië naar Venetië en bij de uitgang van het haventerrein betaalde ik de port fee en vertrok; klaar in minder dan vijftien minuten.

Ik had dus niets in te voeren. Met hoeveel bureaucratie wordt iemand geconfronteerd die wél iets in te voeren heeft? Hoeveel papier, tijd, geld is daarmee gemoeid? De Tinkerbell heeft twee dagen op de rede van Piraeus gelegen. Weet je wat dat kost, een schip dat niet vaart? Een haven is de mond van een economisch wezen. Erachter ligt de bloedbaan van vrachtauto’s die goederen brengen naar bedrijven die die goederen verhandelen of er producten van maken. Knijp je de mond dicht, dan zal dat economisch wezen niet groeien. Dat is de andere kant van de schuldencrisis: een schuld is pas een probleem als je te weinig verdient om af te betalen. Hoe lang heeft Griekenland een schuldenprobleem? Zes jaar geleden kwam het probleem boven water en in die zes jaar is Griekenland niet in staat geweest het mes te zetten in de bureaucratie die groei belemmert. Waarom niet? Een Griek: “Omdat politici belangen hebben, een achterban. Grieken zijn de domste mensen ter wereld want ze stemmen op die politici hoewel iedereen onze bureaucratie als een hel op aarde ervaart.” Ik ben altijd voor schuldverlichting geweest met de eenvoudige redenering dat je van een kale kip geen veren kunt plukken. Na mijn douane-ervaring ben ik er niet meer zeker van dat schuldverlichting het juiste medicijn is voor het probleem van Griekenland.

Dit is mijn eerste reisverhaal in het kader van The Long Way Home. Hartelijke groet, Mart

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Thuis in Europa en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Het laatste reisverhaal?

  1. Harry P.M. Haagen zegt:

    Welkom in Europa. Ben erg benieuwd hoe je Nederland en Utrecht gaat ervaren. Een goed verhaal van jouw is altijd welkom. Hoop je in juli te zien. Ben 8 weken op reis. Zijn staat centraal. Hartelijk groet,Harry.

  2. wim suijkerbuijk zegt:

    Mart, welkom thuis. Misschien dat we elkaar dit jaar wel weer zien bij de reunie van BV2.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s