Zinjanthropus

Het is nog zestig kilometer naar Dar es Salaam en het is bijna vier uur ‘s middags. Volgens de navigator zal ik over een uur en drieënveertig minuten aankomen bij het Safari Inn hotel. Dat is rijkelijk veel voor zestig kilometer. Zou hij voorkennis hebben? Hangt mij iets boven het hoofd? De navigator krijgt altijd gelijk want hij speelt vals. Ik heb ontdekt: als ik veel sneller opschiet dan trekt hij er minuten vanaf alsof het seconden zijn en als ik veel langzamer opschiet, bijvoorbeeld in een file rijd, kan hij er wel tien minuten over doen om er één vanaf te trekken. Zo kan ik ook de toekomst voorspellen.

Het wordt druk op de weg met dalla-dalla’s – de minibusjes – en vracht- en tankauto’s sukkelen en zwoegen heuvel op heuvel af. De Tanzam is een smalle tweebaans weg. Dat verandert twintig kilometer vóór Dar es Salaam: een echte snelweg met twee rijbanen aan elke zijde en een busbaan in het midden. Die busbaan is klaar, compleet met terminals, maar er rijden geen bussen (misschien is het geld op of zijn de prioriteiten gewijzigd) en de snelweg wordt geblokkeerd door myriaden dalla-dalla’s. De stad komt in zicht: een muur van woonblokken in vuilgeel, oranje en oker, vrolijk beschenen door de lage namiddagzon. Waauw! Die muur was er vijf jaar geleden niet. Aan het havenfront worden highrises met vliesgevels van blauw spiegelglas gebouwd die in Rotterdam niet zouden misstaan. Het oude centrum bestaat nog – met nauwe straatjes die afsplitsen van Morogoro Road, met koffie- en theehandelaars, kantoorboekhandels, winkels die generatoren en drilling equipment verkopen en al die andere spullen die in een Europese binnenstad nooit te koop zijn – maar ook hier infiltreren de highrises. Waar straten en stegen spleten vormen in het stenen stadsgordijn zijn hijskranen te zien die pirouettes draaien tegen de blauwe lucht. Een groot gebouw wordt afgebroken: hoog in de lucht zijn mannen in de weer met sloophamers en brokken vallen naar beneden; het trekt veel bekijks. Over vijf jaar bestaat oud Dar es Salaam niet meer. Weg met de oude troep, weg met de verkruimelende koloniale gebouwen, weg met de steegjes, weg ermee! Over vijf jaar is Dar es Salaam niet te onderscheiden van Rotterdam of Dubai; de stad maakt een fabelachtige ontwikkeling door.

Ik arriveer bij Safari Inn. Godzijdank bestaat het nog en de rommelige straatjes eromheen. Mijn navigator meldt ‘bestemming bereikt’ en de tijd tot de bestemming is nul minuten; de navigator heeft zichzelf weer gelijk gegeven. Vijf jaar geleden was ik er ook en ik bewaar er goede herinneringen aan: budget maar schoon en comfortabel en vriendelijk en behulpzaam personeel. Ze kunnen me één nacht onderdak bieden, daarna zijn ze volledig volgeboekt. Wat nu? De receptionist raadt Econo Lodge aan, om de hoek. Econo Lodge heeft kamers genoeg beschikbaar van hetzelfde materiële niveau als Safari Inn – budget, schoon, comfortabel – maar de sfeer is er stroef; er kan geen glimlach vanaf. Volgens de roddel zou Econo Lodge discrimineren: geen Afrikanen. Die roddel kan kinnesinne zijn van de toet van een ander hotel maar ik vond één review op Google met dezelfde strekking. Volgens een insider is de eigenaar een Sjiiet uit Kashmir en “die zijn zo”. Ik weet niet of de eigenaar een Sjiiet uit Kashmir is en ik weet niet of die ‘zo’ zijn. Feit is: het overgrote deel van de gasten bestaat uit Indiërs en Arabieren. Ik verbleef er vijf dagen en elke dag verlengden ze mijn verblijf zonder een woord te spreken.

Heerlijk, in Dar es Salaam, het Huis van de Vrede! Heerlijk, die kleine compacte binnenstad! Heerlijk, die bevolking van Afrikanen, Indiërs, Arabieren, Chinezen, Europeanen! Dar es Salaam: kosmopolitisch en dorps tegelijkertijd. Vijf jaar geleden was ik er ook, om de schedel van de Zinjanthropus te zien en de gefossiliseerde voetafdrukken van hominiden van drie miljoen jaar oud. Voordat ik daaraan toekwam kreeg ik een ongeluk met een tuktuk. Ik hield er snij- en schaafwonden aan over en pijnlijke botjes en schele hoofdpijn, kortom: ongemak die het bezoek aan de Zinjanthropus overschaduwden. Ik kan me niets van dat bezoek herinneren, behalve de hoofdpijn en dat het er zo warm was en er geen bankjes waren om op te rusten. Daarom, om eventuele calamiteiten vóór te zijn, repte ik me naar het Nationaal Museum. Op de eerste verdieping, daar staat’ie, de Schedel, in een kleine glazen vitrine. Ik ben de enige bezoeker, op muggen na.

image

image

Zinjanthropus, Oost-Afrikaanse mens; officiële benaming: Australopithecus bosei. De schedel, één-en-driekwart miljoen jaar oud: een dikke beenwal boven de oogkassen, brede jukbeenderen, stevige bovenkaak (de onderkaak is niet gevonden en erbij geboetseerd, voor de volledigheid) en een kam op de schedel voor de aanhechting van de kaakspieren. Het was een kauwer. Wij, moderne mensen, hebben die brede jukbeenderen en schedelkam allang verloren: wij hoeven niet te kauwen, kunnen ons voedsel grotendeels naar binnen zuigen. De mens zal nog eindigen met tuitlippen en zonder kaak. Wie was Zinjanthropus? Was het een mens? Het was een ‘hominide’, een mensachtige. Wat is in hemelsnaam een ‘mensachtige’? Een mens of mensaap of geen van beide? De schedel suggereert meer aap dan mens. Was hij/zij zich misschien bewust van zichzelf? Dat is een onzinnige vraag: elk levend wezen is zich bewust van zichzelf, in ieder geval van zijn ruimtelijke begrenzing. Als een hond zich niet bewust was van zijn ruimtelijke begrenzing, dan zou hij in zijn eigen poot bijten. Heeft hij/zij gedacht; niet van die verheven gedachten over God of over de zin van het leven maar iets alledaags zoals “mooi weer, vandaag” of “valt er nog iets te neuken?”, gedachten die de schedel van doorsnee mensen – ik incluis – grotendeels vullen? De schedel roept vragen op over het wezen van de mens: wie zijn wij, wat onderscheidt ons van onze evolutionair naaste verwanten, de mensapen? Het Maleise ‘Oerang Oetang’ betekent gewoon ‘bosmens’; voor Sumatranen zijn Oerang Oetangs dus mensen die zich van boomtak naar boomtak slingeren. Misschien is het onderscheid tussen ‘mens’, ‘mensachtige’ en ‘mensaap’ cultureel bepaald, iets van Westerse klassificatiedrift. Wat is de relatie tussen Zinjanthropus en ons, Homo sapiens subspecies sapiens? Was het een directe voorouder? Nee, waarschijnlijk niet; de schedel vertegenwoordigt een uitgestorven tak aan de stamboom van het mensengeslacht. Wie zich weleens heeft verdiept in die stamboom is verbaasd over de vele dode takken. Het genus ‘mens’ is allesbehalve succesvol in de evolutie, heel vaak is dat genus door het oog van de naald gekropen, op een haar na uitgestorven totdat Homo sapiens sapiens uiteindelijk de wereld veroverde.

Het museum heeft nóg een pronkstuk: een lange plak steen met voetafdrukken. Drie-en-een-half miljoen jaar oud. Als de Zinjanthropus, van een-en-driekwart miljoen jaar oud, een ‘mensachtige’ was, wat waren dan de wezens die drie-en-een-half miljoen jaar geleden die voetafdrukken achterlieten? Veel valt er niet over te zeggen, behalve dat het een groepje was met tenminste één kind – kleine voeten – en dat die wezens op twee benen rondliepen. Er zijn in ieder geval geen sleepsporen of afdrukken van knokkels gevonden, sporen die chimpansees gewoonlijk achterlaten. De voetafdrukken zijn compact, zonder de gespreide tenen van mensapen. Het waren wezens die van nature op twee benen rondliepen en daarvoor ook toegerust waren. Als op twee benen rondlopen de specialiteit is van mensen – dus niet het uiterlijk, de eventuele gedachten of het gebruik van werktuigen – dan zijn die afdrukken van mensen. Het zouden afdrukken zijn in vulkanische as maar wat hier wordt getoond is overduidelijk een gipsafgietsel: aan de randen zijn kleine schilfers afgesprongen en komt het witte gips tevoorschijn. Hoe zit dat met de schedel van de Zinjanthropus? Ik vraag het de receptionist: “Vertel me eens, die schedel: is dat het origineel of is dat een replica?” De receptionst: “Natuurlijk is dat een replica. We zouden er niet over denken het origineel ten toon te stellen. Stel eens voor dat er wat mee gebeurt! Het origineel is veilig opgeborgen in een kluis.” Ik: “Dat is jammer. Ik kan het origineel zeker niet te zien krijgen?” De receptionist: “Dat kan wel. Dat moet geregeld worden met de hoofdconservator en die is er vandaag niet. U begrijpt: dat kost wel extra.” Zo ken ik Afrika weer!

image

Van een bezichtiging van de originele schedel is niets gekomen. Na het bezoek aan het Nationaal Museum toog ik naar Chef’s Pride voor een late lunch. Chef’s Pride is een instituut in Dar es Salaam en altijd vol. Het is een goudmijn. Volgens dezelfde insider die mij informeerde over de afkomst van de eigenaar van Econo Lodge is de baas van Chef’s Pride schathemeltjerijk. Hij zou zesentwintig kinderen hebben bij zes vrouwen. Ik heb niet eens één kind bij één vrouw. Ik bestelde roerei met toast. Dat had nog wat voeten in de aarde: eerst bracht de ober mij het roerei zonder toast, toen de toast zonder roerei en uiteindelijk het roerei bovenop de toast zodat de toast papperig was. Een roerei is kennelijk geen gebruikelijk gerecht bij Chef’s Pride. Ik at het roerei en de toast en voelde een pijnscheut in mijn buik. Ik rekende af en ging naar mijn hotelkamer. Ik haalde het toilet maar nèt, spoot poep. Daarna had ik hevige buikkrampen; het darmgestel probeerde met geweld iets naar buiten te persen dat niet naar buiten te persen viel. Ik wist niet hoe ik op mijn bed moest liggen van de pijn. Ik probeerde met Loperamide het darmgestel te kalmeren maar het hielp niet. Drie dagen lang had ik afschuwelijke krampen en migreerde van bed naar toilet en terug. Niemand kwam – zoals bij Safari Inn na mijn ongeval – vertellen dat men ‘pole’ voor me voelde; zo is Econo Lodge. Drie dagen lang lag ik te krimpen van de pijn, zat ik op het toilet poep te spuiten, poep die steeds wateriger werd. Drie dagen lang! Daarna waren de buikkrampen niet over maar verdraagbaar en vertrok ik uit Econo Lodge. Ik overleefde een vergiftiging, voor de tweede keer. In Mcleodganj werd ik vergiftigd met een kopje boedhisten-thee en nu met een roerei. Nog is mijn darmgestel lichtgeraakt; er hoeft maar dát niet te bevallen of het straft met een kramp.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Oost-Afrika en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s