Erfenissen

Ik ging de grens over van Zimbabwe naar Zambia. De spanning viel weg, de spanning die zo kenmerkend is voor Zuid-Afrika, die nauw voelbaar maar bijna altijd aanwezig is, die af en toe een vonkje geeft. De spanning die samenhangt met de rassenobsessie: je hoort bij ‘hen’ of bij ‘ons’. Ik stond eens in een lange rij bij de kassa in de supermarkt. Vóór me in die rij stond een blanke vrouw. Ze draaide zich om, keek me even aan – blik van verstandhouding – en sloeg de ogen ten hemel. Ik ben geen Afrikaner, ik voelde me met haar helemaal niet verbonden en ik vond die hemelslag tamelijk irritant; ik wilde geen deelgenoot zijn van haar onuitgesproken beklag. Die irritatie, dat is zo’n vonkje. Bij ‘hen’: zwarte Zuid-Afrikanen zijn doorgaans beleefd, soms zó beleefd dat er een ijspegel aan hangt: “Nee hoor, er is he-le-maal níets aan de hand.” Dat is óók irritant. Zimbabwanen zijn opener, ze zijn niet gepolijst door de regenboog-ideologie. Ik stond in de rij voor het loket van Zimra, de Zimbabwaanse belastingdienst, om mijn motorverzekering te regelen. Een man in die rij sprak me nieuwsgierig aan: “Zeg, ben jij een Boer?” Een ‘Boer’ is een blanke Zuid-Afrikaan. In de weekeditie van de Mail&Guardian (verkrijgbaar in Lusaka) las ik het verhaal van Gloria Nakajubi, een Oegandese journaliste die met een werkervaringsprogramma voor het eerst in Zuid-Afrika kwam. Ze beschrijft haar verwondering en ongemak: “South Africa is a different kind of country. Race and identity seem to be the centre of everything and it dominated most of the discourse I engaged with during my stay.” Over het ongemak: “It felt as if black South Africans don’t seem to thrust anyone and, from our interactions, they struck me as a disillusioned people. On the other hand, white people acted like everything was absolutely fine.” Dat was ze in Oeganda niet gewend: “In Uganda, we have our own share of shortcomings, but our communities are highly cohesive; we are all Ugandans regardless of our skin colour.” Bij haar vertrek beantwoordt ze een vraag van de immigratieambtenaar met: “I can’t wait to go back home.” Ik kwam dus in Zambia, de spanning viel weg en opluchting kwam er voor in de plaats. Ik ben hier een gewone buitenlander, een blanke buitenlander – misschien eentje uit Europa? – maar er kleeft niets aan mij.

Lusaka is de hoofdstad van Zambia. De naam roept in mij het verlangen op er te komen, net zoals ‘Dar es Salaam’, ‘Nairobi’, ‘Kampala’, ‘Addis Abeba’ en ‘Accra’ dat doen. Het zijn de namen van metropolen waar de moderne geschiedenis van Afrika is geschreven. Bij ‘Lusaka’ zie ik het beeld van een vliegtuig op de luchthaven (ik moet dat beeld ergens vandaan hebben, waarschijnlijk van de televisie toen ik nog een kind was: het beeld is in zwartwit). Voor de vliegtuigtrap staat Kenneth Kaunda, de eerste president van Zambia, zijn gasten op te wachten: Julius Nyerere (Tanzania), Jomo Kenyatta (Kenya), Kwame Nkrumah (Ghana). Mensen juichen als de limousines voorbij komen. Kaunda, Nyerere, Kenyatta, Nkrumah waren reuzen, mensen met een visie en geloof in Afrika: de Afrikaanse landen zouden niet gebonden zijn aan grootmachten en hun eigen ontwikkelingsweg kiezen. Ze kwamen vast en zeker voor een bijeenkomst van de Organisatie van Afrikaanse Staten. Tito en Nasser kwamen ook, voor een conferentie van de Beweging van Niet-gebonden Landen. Lusaka was het centrum van een nieuwe jonge wereld vol idealen.

Die tijd is voorbij, al lang voorbij. Die reuzen zijn dood en met hen zijn ook hun idealen begraven: het Panafrikanisme – want de verschillen tussen de landen én de ego’s waren te groot – en het Afrikaans Socialisme dat ingeruild is voor het kapitalisme dat weliswaar veel onrechtvaardigheid meebrengt maar veel sneller doet ontwikkelen. Lusaka is terug op aarde en toch is de erfenis van die tijd nog merkbaar. Lees de straatnamen: Independence Avenue, Haile Selassie Avenue (de Negus van Ethiopië was buitenlands aanzienlijk progressiever dan binnenlands), Tito Road, Kwame Nkrumah Road, Nasser Road, Lumumba Road (Patrice Lumumba was de eerste minister-president van het onafhankelijk geworden Congo. Hij werd vermoord, een moord waarin de CIA en België de hand hadden). Lusaka heeft brede, door bomen beschaduwde avenues maar er staat niets memorabels langs die avenues. Ja, een paar gebouwen uit de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. Dat is de architectonische erfenis van die optimistische tijd: sombere betonnen dozen. Die gebouwen zouden misschien het aanzien waard zijn als de gevelreiniger eens langs kwam en de ramenwasser en de tegelzetter. Lusaka is terug op aarde. Cairo Road is de winkelstraat van Lusaka: de PEP, de Shoprite, de Furnmarket; alles is afgeleefd en groezelig. De straathandel is leuk (straathandel is altijd leuk): openlucht kantoorboekhandels met kwitantieboekjes, formulieren, tax invoices, kasboeken, tabellen, enveloppen. Het zal een erfenis zijn van het Afrikaans Socialisme; socialisten zijn dol op formulieren. Pasfoto-fotografen; de pasfoto’s die als voorbeeld worden getoond zijn vergeeld, vervaagd, omgekruld. Verkopers van horloges, mobieltjes, goedkope tablets zonder verpakking. Handelaren in elastiek dat uit binnenbanden is gesneden en sandalen uit autobanden. Handelaren in kleding: broeken, hemden, sokken en opmerkelijk veel voorgeknoopte stropdassen. Aan het einde van Cairo Road zit de autobranche: smeermiddelen en motorolie, gereedschap en onderdelen, stuurhoezen en kussens. Langs Cairo Road heeft het socialisme dan wel afgedaan, de erfenis is er nog en het kapitalisme is maar net ontloken. Wie echte winkelcentra wil zien moet naar de betere buurten: Manda Hill Mall, vlakbij het parlement en, in mijn buurt, Levy Mall. Ze zijn klein in vergelijking met de winkelcentra in Zuid-Afrika. De Pick ’n Pay in Levy Mall verkoopt geen aanstekers, wel doosjes lucifers. De Shoprite in Manda Hill Mall verkoopt wel aanstekers; in twee kleuren. Lusaka heeft iets Oost-Duits: alles is er wel maar in twee kleuren, twee smaken, twee merken. Wat van buiten komt is duur, de meeste producten komen van buiten. Ik moet denken aan de uitspraak van een hotelhouder in Weimar in de jaren zeventig: “Das Leben ist hier gut aber Geld verdienen, dass kann mann nicht.”

Als er een prijs zou bestaan voor serieusheid, dan zou Zambia beslist hoge ogen gooien. Vorige week is het werken zonder contract, werken op afroep, in de wettelijke ban gedaan. Om de rechten van de werkers te beschermen. De Times of Zambia – “forward with the Nation” – wijdt daaraan een groot artikel, op de voorpagina. Vreselijk serieus. In de Times of Zambia en in de Daily Nation – “pursuing justice and equity with integrity” – zoek ik vergeefs een sappig verhaal over corruptie, een vreselijk auto-ongeluk, een gruwelijke moord of een overval. Zuid-Afrikaanse kranten staan daar vol mee, met foto’s en de naam en exacte woonlocatie van de verdachte. Vorige week is ook de nieuwe grondwet door president Lungu getekend. Het was een happening in het stadion van Lusaka die rechtstreeks op televisie werd uitgezonden. Iedereen die in Zambia ook maar iets voorstelt was er bij. “En, wat is er veranderd?” “Nou … uh … u kunt nu Zambiaan worden. Het hebben van meer dan een nationaliteit is nu toegestaan.” “Dankjewel. Zit er ook iets voor de gewone Zambiaan in het vat?” “De mensen krijgen meer te zeggen, we hebben meer invloed.” Ik heb begrepen dat de ambtstermijn van de president is beperkt. Dat is bijzonder; doorgaans doen presidenten, vooral Afrikaanse, veel moeite om zolang mogelijk, liefst onbeperkt, aan de macht te blijven. Zoiets, dat vind ik nou héél serieus. Dat is ook een erfenis uit die andere tijd.

**** Naschrift ****

Ik laat een reisverhaal altijd een paar dagen bezinken. Om te bezien of het goed in elkaar zit, of het te scherp is of niet scherp genoeg, of er iets bij moet of juist iets uit. Er zijn veel redenen om een verhaal even te laten rijpen. Zo ook dit verhaal. Ik weet niet wat er gebeurd is – misschien is mijn tablet gehackt of is de nachtwaker van Lusaka Backpackers een spion – maar de Daily Nation (die van “pursuing justice and equity with integrity”) moet lucht hebben gekregen van mijn oordeel “serieus”. De krant heeft terug geslagen. En hoe! Lees even de uitgave van vandaag, 11 januari.
* WEST PLOTS LUNGU DOWNFALL” staat in kapitalen van wel vijf centimeter op de voorpagina. Weg met president Lungu! Wie wil er regime change? Nou, het Westen; da’s toch duidelijk. Waarom zou het Westen regime change in Zambia willen? Om de toenemende invloed van Azië en vooral van China in Afrika tegen te gaan. Hoe zou het Westen die regime change willen bereiken? Door een haat- en lastercampagne te beginnen tegen de president en het Patriotic Front, de partij van Lungu. Het geld daarvoor is in enorme hoeveelheden gesluisd via een ‘known media mother body’ onder de dekmantel van bevordering van media ontwikkeling.
* Wie of wat dat ‘known media mother body’ is, staat niet in het artikel met de kapitale titel. Héél ver hoef ik niet te zoeken want op dezelfde voorpagina staat een artikel met de kop “Public media heads face law suit” dat de sluier licht. Het Media Liaison Committee (MLC) daagt de Zambia Daily Mail, de Times of Zambia en de Zambia National Broadcasting Corporation voor de rechter omdat die media veel te veel op de hand zouden zijn van de president en zijn PF ten koste van de oppositie. Het MLC wordt ervan beschuldigd gesponsord te worden door “some politically inclined institutions”!

Ik zal de Daily Nation nóóit meer ‘serieus’ noemen. Beloofd! En ‘smeuïg’?

* Kijk op pagina 6: “Misisi residents warn against use of ‘flying toilets’”. Misisi is een wijk – een ‘compound’ heet dat hier – van Lusaka. Sommige wijkbewoners hebben geen latrine aangelegd. Die poepen in een plastic zak. Die plastic zakken komen overal terecht in de wijk – worden weggegooid of waaien weg; vandaar ‘flying toilets’ – en daarover klagen andere bewoners: met het regenseizoen voor de deur is dat gevaarlijk voor de gezondheid. Nou, als dat niet smeuïg is: flying toilets! Ik ging vandaag een kopje koffie drinken bij Bonjour, het cafetaria van Total. Plotseling woei er een hevige poeplucht over. Zou er ook in mijn buurt … nee, toch?
* En dan, pagina 7: “Lover scalded in hot porridge attack”. Anna Phiri heeft een pan kokend hete pap in het gezicht van haar vriend gegooid die daaraan ernstige brandwonden heeft overgehouden. Waarom ze dat deed staat er niet bij maar vast en zeker gaat het om een penis die een niet door het huwelijk gesanctioneerde vagina is binnengedrongen.
* Ook op pagina 7: “Wife in court on murder charge”. Rozario Esther Kangwa heeft haar echtgenoot Owen Lungu vermoord na een ruzie. Hoe ze hem heeft vermoord – de hersens ingeslagen met een pan? Vergiftigd? – staat er niet bij maar dat is gemakkelijk te achterhalen: Rozario Esther woont in Block 1 Q2 van de voormalige Zambia Airway flats in Avondale.

Serieus? Niet smeuïg? De Daily Nation (“pursuing justice and equity with integrity”) heeft zich volledig gerehabiliteerd!

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Oost-Afrika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s