En, hoe gaat het met Zuid-Afrika? Over de verwerking van de Apartheid.

Er is sinds mijn eerste bezoek aan Zuid-Afrika veel veranderd, in ieder geval in de steden. De middenklasse is geregenboogd – Zuid-Afrika definieert zichzelf als een ‘regenboognatie’ – en ook de armoede. Nederige baantjes als vakkenvuller, parking guard en nachtwaker worden ook door blanken vervuld. Ook blanken wonen in slums en bedelen op kruispunten met de kartonnen beker in de hand. Op het kruispunt van Dlamini Road en Silverton Road in Durban, vlakbij Nomad Backpackers, staat elke dag een blanke jongen. Hij draait met de verkeerslichten mee, houdt zijn beker naar voren en mompelt – misschien “please” en “thanks” of “baaie dankie” – ook al staat er geen auto voor het licht en is er geen automobilist die een muntstuk in de beker werpt. Het is een intrigerende pantomime. Blanke armen hebben het extra moeilijk. Roel T., die al jarenlang in Durban woont, vertelt dat zijn zwarte kennissen een blanke kassière of een blanke bedelaar gênant en ongeloofwaardig vinden: een blanke kán niet arm zijn. Daarom zijn er nauwelijks blanke kassières en hebben blanke bedelaars het nakijken.

Het viel me op in Maboneng, yuppenwijk van Johannesburg: blank en zwart (en kleurling en Indiër) werkt, dineert en drinkt vooral náást elkaar, weinig mét elkaar. Ik moest denken aan de reactie van de receptioniste van het Rosa Parks museum in Montgomery, Verenigde Staten, waar ik in 2005 was. Ik vroeg haar naar de segregatie, de Amerikaanse variant van de Apartheid. Zij: “De segregatie is natuurlijk afgeschaft maar bestaat nog steeds. Zwarte mensen hebben zwarte vrienden, blanke mensen hebben blanke vrienden.” In Zuid-Afrika is dat niet anders. Misschien is dat het blijvende gezicht van het land, het hoogst haalbare in de verwerking van de Apartheid. Zuid-Afrika is per slot van rekening gedefinieerd als een ‘regenboognatie’; in een regenboog staan de kleuren náást elkaar.

Vijf jaar geleden was ik in Graaff-Reinet, vooral om het zwarte township Umasizakhe te bezoeken – geboorteplaats van Robert Sobukwe, oprichter van het Pan-African Congress. Ik ging opnieuw naar Graaff-Reinet om te zien wat er veranderd is. Toen liep er door de blanke stad een enkel donkergekleurd medemens en hij liep er alsof hij er niet thuishoorde. Het merendeel van de bewoners van het township kwam niet verder dan het begin van Caledon Street waar de PEP, de Shoprite en de banken zijn gevestigd. En tot voor de deur van de rechtbank in Kerk Street. Nu lopen zwarte mensen door Graaff-Reinet alsof ze er thuishoren, op het plein voor de kerk hangen zwarte jongeren rond met een gettoblaster en er wonen zelfs zwarte mensen in de blanke stad waaruit ze ooit verdreven waren naar het township. In het café aan het Kerkplein hangt de vlag van de Amerikaanse Confederatie maar er komt ook een zwarte man binnen die als vanzelfsprekend een dubbele whiskey bestelt en zich nestelt voor de televisie om de voetbalwedstrijd te zien. Het niemandsland tussen Graaff-Reinet en Umasizakhe bestaat nog steeds. Er wordt nu een busstation in gebouwd; ik had daar liever huizen gezien om dat gat tussen zwart en blank te vullen. In pension Merwede – een donker somber huis vol met bric-à-brac en uiterst vrome spreuken aan de wanden – hangt de feodale atmosfeer uit de hoogtijdagen van de Apartheid; zwarte dienstmeisjes lopen er met een wit schort voor en een wit kapje op het hoofd als Saartje in de televisieserie Zwiebertje. Maar er verblijft ook een zwart echtpaar uit Johannesburg; hun BMW staat voor de deur. Ook op het platteland, in ieder geval in Graaff-Reinet, is er vooruitgang in de verwerking van de Apartheid maar die verwerking is minder ver gekomen dan in de grote steden.

Vijf jaar geleden zag ik in de boekhandels boeken over emigratie naar Australië. In het Afrikaans. Die boeken zie ik niet meer in de winkel. Toen hoorde ik nauwelijks Afrikaans, de taal van de Apartheid. Nu hoor ik Afrikaans overal, luid en duidelijk. Het Afrikaans is salonfähig geworden en heeft een beetje een geuzenimago. Het is duidelijk: het blanke bevolkingsdeel heeft zelfverzekerd haar plaats in het nieuwe Zuid-Afrika gevonden. En de gêne is van de Apartheid af; er wordt minder besmuikt, minder politiek-correct, over  bevolkingsgroepen gesproken. Een paar anekdotes. Een grote zwarte kerel zegt tegen mij: “Die blanken van jou denken dat ze de macht nog steeds in handen hebben. Ze zouden eens een toontje lager moeten zingen!” Zoiets kan ik niet hebben: “Mijn blanken? Het zijn jouw blanken, Zuid-Afrikanen! Dus als je problemen hebt moet je ze zelf oplossen.” Ja zeg, kom nou! Het blijft even stil en dan zegt’ie “Dat is natuurlijk zo.” Lionel, habitué in Nomad Backpackers, Durban: “Ik ben dat hele Zoeloe-ding meer dan zat. Ik ga terug naar Kaapstad. Weet je wat het verschil is tussen een toerist en een racist? Twee weken!” Durban is de hoofdstad van KwaZuluNatal, het domein van de Zoeloes. Lionel is geen racist, zijn oprisping moet een beetje zoetzuur geïnterpreteerd worden. Ik begrijp wat hij bedoelt: Zoeloes nemen veel ruimte in, fysiek en akoestisch – “Hé bru …!” – ongeveer als Surinamers in Amsterdam. Zoeloes hebben een sterke identiteit die geworteld is in de martiale geschiedenis van King Shaka. Nog een van Lionel: “Onder de Apartheid was ik niet blank genoeg. Nu ben ik niet zwart genoeg. Wanneer kom ik eigenlijk aan de beurt?” Lionel is een kleurling. Ook de dinosauriërs onder blanken roeren hun mond. Het Front Nasionaal heeft een voorstel gelanceerd om exclusief Afrikaner wijken aan te wijzen in Tshwane (Groot Pretoria). De burgemeester heeft de petitie in ontvangst genomen – want iedereen heeft in een democratisch land het recht petities aan te bieden –  maar het is wel duidelijk waar dat papier terecht komt: in de prullenbak. Een bericht over dat voorstel stond in de Pretoria News. Een paar Facebook commentaren waren erbij afgedrukt: als je zo graag onder elkaar wil zijn, nou, dan moet je maar naar Nederland verhuizen. Neem nota van de associatie tussen Apartheid en Nederland.

De klassen zijn geregenboogd. Het blanke deel van de bevolking heeft haar plaats in Zuid-Afrika gevonden. De gêne is van de Apartheid af, mensen nemen elkaar de maat zonder een blad voor de mond te nemen. Is de verwerking van de Apartheid voltooid? Uh … nee. Oké, vrijwel voltooid dan? Ook niet. De verwerking van de Apartheid is in een volgende fase terecht gekomen. Kijk naar de revolte van de studenten. Ze protesteerden tegen de verhoging van het collegeld (#feesmustfall) én in Stellenbosch ook tegen het Afrikaans als de universiteitstaal. Ze verstoorden de examens en de studenten van de University of Cape Town vielen het standbeeld van Cecil Rhodes aan (ze trokken het omver of besmeurden het met poep: de twee versies die ik heb gehoord). #Rhodesmustfall. De Rhodes Foundation reageerde op dat laatste door de toekenning van studiebeurzen op te schorten. Dat is erg kinderachtig: iedereen weet dat studenten standbeelden aanvallen, als ze niet studeren. Dat moet je verdragen. Het standbeeld van Paul Kruger op het Kerkplein in Pretoria is inmiddels omgeven door een stevig hekwerk en rollen prikkeldraad om te voorkomen dat het hetzelfde lot beschoren zal zijn. (In 2010 schreef ik over dat beeld: het doet denken aan een alcoholische circusdirecteur die misprijzend de verrichtingen van de laatste mottige leeuw gadeslaat, wetend dat het einde van het circus nabij is. Nu, met dat hekwerk eromheen, is het beeld alleen maar tragischer geworden.)

wp-1450083553386.jpeg

Het standbeeld van Paul Kruger op het Kerkplein, omringd door een stevig hekwerk en rollen prikkeldraad

Ik reed naar Stellenbosch want ik ben tuk op rellen. Helaas of verdomme: de studenten waren alweer aan de studie. En ik was op de verkeerde plaats want als ik echt rellen had willen zien, dan had ik in Pretoria moeten zijn waar de studenten het Union Building belegerden, president Zuma aan het zweten brachten en de belofte uit hem wrongen dat in 2016 de collegegelden niet verhoogd zouden worden, een belofte die hij deed zonder overleg met de minister van onderwijs. In mijn guesthouse in Stellenbosch verbleef een blanke student commercial law. Ik vroeg hem naar de rellen en de grieven. Met de verstoring van de examens was hij wel blij want hij was te laat begonnen met studeren. Met de eis voor afschaffing van het collegegeld was hij het helemaal eens. En de eis van afschaffing van het Afrikaans als voertaal van Stellenbosch en de vernieling van het standbeeld van Rhodes? “Och, dat gaat allemaal over racisme” zucht’ie, “flauwekul”. Hij had er niks mee. Het is in Zuid-Afrika natuurlijk altijd over rassen gegaan.

Die standbeelden van Rhodes en Kruger staan niet alleen voor een schandelijk verleden, ze staan óók voor de politiek van verzoening ná de Apartheid en die politiek ligt onder vuur. In een toelichting bij haar boek ‘What if there were no whites in South Africa’ haalt de journaliste en schrijfster Ferial Haffajee een politicus aan: “It was always about preserving white civilisation, ultimately.” En: “Non-racialism is, to all intentions and purposes dead.” Op die conclusie moest ik even kauwen: non-racialism? dood? Het is altijd over ras gegaan; regenboognatie, nietwaar? Het gaat niet om ras als zodanig, het gaat om de verzoening tussen de rassen: die is dood, voor de nieuwe generatie waarvan de studenten het boegbeeld zijn. Dat gaat ver: Julius Malema, een populistische stokebrand, ontzag zich niet zelfs Nelson Mandela een verrader te noemen. Natuurlijk kreeg Malema de wind van voren maar hij verwoordde de actie van de studenten. Columnist Max du Preez schrijft in de Afrikaanstalige krant Beeld onder de kop “Só het ANC sy mense verraai” (ja: “verraai”!): “Ek dink as daar wel ’n bloedige revolusie was dit ’n emosionele en simboliese verlossing vir swart Suid-Afrikaners gewees sou het. Ons sou nie nou die vurrige debatte oor swart bewussyn, ontkolonialisering, wit bevoorregting en nierassigheid ervaar het nie.” Alsof de strijd tegen de Apartheid niet bloedig en gruwelijk genoeg was. Zelfs Mugabe wordt van stal gehaald. Iemand zei mij: “Jullie zien Mugabe als een dictator die Zimbabwe naar de afgrond heeft gebracht. Maar de problemen van Zimbabwe zijn veroorzaakt doordat het Westen het opnam voor een paar blanke boeren.” Roel T.: “De handelswijze van Mugabe is misschien niet de meest verstandige maar het is wél duidelijk.” De politiek van verzoening, de regenboogpolitiek, wordt door de studenten, door Julius Malema, door Max du Preez, door anderen – het is hot – bij de vuilnisbak gezet. De politiek die zo succesvol was, die heeft gezorgd voor spectaculaire opwaartse mobiliteit van de eertijds verdrukten, die miljoenen zwarten, kleurlingen, Indiërs naar de middenklasse heeft gebracht: weg ermee! Waarom, waarom in hemelsnaam? Ferial Haffajee licht de sluier. Ze is gearriveerd, “one of South Africa’s pre-eminent newspaper editors, currently editor-in-chief of City Press and a board member of the World Editors Forum and The International Press Institute”, heeft van de post-apartheidsvrijheid met volle teugen genoten maar kijkt om met pijn: “I don’t know how to write, at any length, about the impact of Bantu education on me – that I feel shame because I don’t know algebra or geometry; that I don’t know the great filosophers and philosophies as well as I should despite half a lifetime of reading because those concepts are best threaded in developing brains while at school.” ‘Schaamte’ is het kernwoord en in het verlengde van de schaamte ligt gekrenktheid. Het gaat nu niet meer om politieke macht, ook niet meer om welvaart, geld en status (voor miljoenen wel, natuurlijk); de verwerking van de Apartheid is in de psychologische fase terechtgekomen; gaat nu om het gekrenkte ‘ik’. Het verleden toetert Ferial in de oren: je bent in het ootje genomen, je bent gepiepeld! Aartsbisschop Desmond Tutu drukte dat gevoel gepiepeld te zijn uit op zijn onnavolgbare humoristische wijze: “Toen de blanken kwamen hadden zij de bijbel en wij het land. Ze zeiden: ‘Laat ons bidden, sluit je ogen’. Wij sloten onze ogen en baden. Toen wij onze ogen weer openden hadden wij de bijbel en zij het land.” Ik moet denken aan het gesprek met een zwarte man aan de bar van het riverside hotel in Selma, Alabama. Ik had net het plaatselijke museum bezocht, over de mars van Selma naar Montgomery, en kennis genomen van de kinderachtigheden om zwarte mensen het kiesrecht te onthouden. Ik vroeg hem ernaar: is dat waar, is dat echt gebeurd? Hij: “Dat is waar. Het was gruwelijk.” Ik bekeek hem, hij kon niet ouder zijn dan veertig: “Maar u hebt dat toch niet meegemaakt?” Hij: “Ik niet maar mijn ouders wel!” Hij was merkbaar geïrriteerd, stond op en beende de bar uit zonder goeiedag te zeggen. Ik had op het knopje van de gekrenktheid gedrukt. De politiek van verzoening gaat voorbij aan het gekrenkte ‘ik’. Dat gevoel van krenking gaat over van generatie op generatie. Vandaar de actie van de studenten tegen het Afrikaans op Stellenbosch en tegen het beeld van Rhodes in Kaapstad.

image

Dit Apartheidsverhaal komt héél dichtbij, het wordt persoonlijk. Ik werd beroofd en bijna gewurgd in Pinetown. Natuurlijk was er pijn en schade. De pijn van de wurging verdwijnt en de schade van het gestolene is geleidelijk hersteld. Wat overblijft is het scheurende gevoel van schaamte en gekrenktheid: ik ben erin getuind! Dat gevoel van gekrenktheid is niet beperkt tot de daders maar strekt zich ook uit tot de omstanders die niets deden. Dan moet ik mezelf heel goed vasthouden om niet te roepen “fuck you, fuck you allemaal!”. Ik was in mijn leven driemaal het slachtoffer van potenrammerij. Dat is geen leuke ervaring. Wat blijft is het gevoel van schaamte en gekrenktheid. Een aangerande vrouw zal hetzelfde voelen. Tot op de dag van vandaag kan ik geen krantenberichten over potenrammerij lezen zonder dat het gevoel van schaamte en gekrenktheid boven komt. Hoe ga ik daarmee om? Ik roep van de daken dat het overgrote deel van de mensen ‘goed’ is, in ieder geval ‘oké’. De gebeurtenissen zijn incidenten, iets dat veroorzaakt is door economische achterstelling, door een zieke of benepenheid geest. Het is een bezwering voor de gekrenktheid. Ik heb natuurlijk gelijk: het zíjn incidenten (ik heb altijd gelijk). De zwarte mensen in Zuid-Afrika kunnen die bezweringsformule niet gebruiken: het waren geen incidenten, het was een systeem.

De verwerking van de Apartheid gaat in fasen: eerst de politieke verwerking, dan de economische en daarna de psychologische verwerking. Ik ben benieuwd hoe Zuid-Afrika omgaat met de psychologische verwerking van de Apartheid, met het gekrenkte ‘ik’. Misschien drijft het over of blijft het tot een onderstroom, wordt het een hanteerbaar ongemak zoals in de Verenigde Staten waar de krenking boven komt als weer een zwarte man door de politie is doodgeschoten. Misschien moeten er een paar hete aardappelen worden geslikt om een tweede Mugabe of een “bloedige revolusie” te voorkomen. Hoe zal ik over vijf jaar schrijven over Zuid-Afrika?

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidelijk Afrika en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s