“… If you are in the desert with a motorcycle you are in the desert.”

Namibië, stel je voor: een vlakte tot aan de horizon, slechts onderbroken door een tafelberg hier en daar. Zwartig groen van doornstruiken en acacia’s met weinig blad. Daarboven een blauwe hemel. En de streep over de vlakte naar de horizon is de weg, de piste. De kuststreek is een woestijn van geel zand zonder groen. Het is er mistig en koud en toch regent het er bijna nooit. Namibië is een van de weinige landen waar het kouder wordt als je van de hoogvlakte afdaalt naar de kust.

image

De kuststreek is een woestijn van geel zand zonder groen

Saai? Ach, wat is ‘saai’? In het grootste deel van de wereld is de weg een streep naar de horizon. Niets is saai zolang je met de wereld verbonden bent. Een collega-motorrijder schreef op zijn facebookpagina “If you are in the desert with a car you are in a car. If you are in the desert with a motorcycle you are in the desert.” Zo is het maar net: de motorrijder kan de wereld voelen, zien en ruiken. Kun je de wereld ruiken? Jazeker: de prikkelende geur van water, de gortdroge geur van stof, de zoetige geur van hooi. Ik houd erg van de geur van water en ook van de geur van tankstations. Uit de bermen langs de Namibische wegen komt af en toe een vettige stankwalm aandrijven, een geur die zowel aan rottend vlees als aan poep doet denken. Ligt daar een kreng in de berm of iemand met buikloop? Het is Boscia foetida die in het Afrikaans treffend ‘stinkbos’ heet. Dat is een struik met kleine groene bloemetjes en het zijn die bloemetjes die die geur verspreiden. De struik lokt er vliegen mee die zorgen voor de bestuiving.

Saai? Er is genoeg te zien langs de Namibische wegen. Twee giraffen. Giraffen zijn de nichten onder de dieren, met een fashionista-vel en erg uit de hoogte: “Heb je haar ook weer met d’r brommertje”. Bij Palmwag stommelde een olifant uit het struikgewas en verdween er ook weer in; geen interesse voor de motorrijder. Er zijn tamelijk veel wrattenzwijnen en antilopen, springbokken en duikers. Ze zijn bang voor mensen, herkennen een motorrijder als mens. Een autorijder niet. Bij mijn nadering rennen die zwijnen weg van de weg, staart als een antenne stijf in de lucht, en wurmen zich onder de afrastering van de wildfarms door. Springbokken en duikers daarentegen rennen voor de motorrijder uit, raken in paniek en lopen zich vast in de afrastering. Dat is een zielig gezicht. Ik wil roepen “kalm nou, ik doe je niks” maar dat begrijpt dat beest niet. Dat is geleerd: voor mensen moet je uitkijken, rennen voor je leven. Ze worden bejaagd; de jacht is een belangrijke inkomstenbron voor Namibië. Kijk op de website van Jagdfarm Sachsenheim, de boerderij van Gert en Maria – “Die Jagd auf unserer schönen wildreichen Farm wird zum unvergesslichen Erlebnis”; voor de jager vanzelfsprekend. Je kunt er elanden, kudus, oryxen, zebra’s en giraffen schieten en luipaarden op aanvraag. Wat brengt dat op? Van 130 euro voor een kudu wijfje tot 1300 euro voor de zeldzame Damara dikdik. Het schieten van een jakhals is gratis. De kop van het slachtoffer wordt geprepareerd – dat is bij de prijs inbegrepen – en kun je thuis aan de muur spijkeren. Je kunt de jacht niet netjes vinden maar Gert en Maria leven ervan. En de jachtbegeleider, de kok en de kamermeisjes. Ik jaag zelf ook. Op vogels. Met een camera. Ik noem dat “hunting without killing” en het kost niks.

Namibië is groter dan Frankrijk en er wonen iets meer dan twee miljoen mensen. Daarvan wonen er driehonderdtachtigduizend in de hoofdstad Windhoek – ongeveer evenveel als in Utrecht – dat de enige echte stad van Namibië is. Lűderitz, Swakopmund, Tsumeb en Rundu zijn stadjes met elk ongeveer honderdduizend inwoners. Dan zijn er nog dorpen als Keetmanshoop, Bethanie, Maltahőhe, Grunau. Een ruwe schatting: ongeveer een miljoen mensen wonen in de steden en dorpen die op mijn kaart staan. Waar woont de rest? Die woont in gehuchten die niet op mijn kaart staan. De oplettende reiziger neemt ze waar: een eind van de weg schemert tussen het zwartig groen van de doornstruiken bruin van roestig metaal, lappen en stukken hout. Dat is de behuizing van de helft van de bevolking van Namibië, het land waarover landenbeoordelaar Fitch tevreden vaststelt: stabiele economische groei van 4,5 procent en een lage overheidsschuld. De geringe reserves aan buitenlandse valuta en de stijgende huizenprijzen zijn minpunten maar niet zorgelijk genoeg om Namibiës rating van BBB+ aan te passen. Bravo! De wereld van bankiers ziet er heel anders uit dan de wereld die ik dagelijks waarneem. Langs de eenzame piste van Uis naar Khorixas staat een vrouw. Op mijn nadering begint ze als een dolle in het rond te dansen, haar rokken bollen. “Ik ben hier! Ik ben een mens!” Ik kan aan haar niet voorbij gaan; wij delen samen de leegte. Ze heeft drie snottebellende kinderen en een souvenirkraam met popjes, kralenkettingen, armbanden. Voor een armband vraagt ze honderd Namibische dollars. Dat is veel geld. Ik wil niet afdingen, vanwege de kinderen. “Waar woont u?” “Achter de berg”; ze wijst naar een zandpad tussen de doornstruiken. Er komt een auto aan, zo’n toeristen fourwheel van Britz. Ze rent weer naar de weg en begint te dansen. De auto passeert zonder vaart te minderen en laat ons in de wolk stof. Soms zou ik willen ook in zo’n fourwheel te zitten: afgesloten van de wereld, de vrouw en de kinderen om de kansloosheid niet te hoeven zien. “If you are in the desert with a motorcycle you are in the desert.” Uit de huizen van roestig golfplaat, lappen en stukken hout komen ook de herders. Het zijn jongemannen, te paard met de hond en de kudde schapen en geiten. Als ze me zien – ze zien me! – komen ze naar de weg. Ze zwaaien met een plastic flesje dus ik weet waarvoor ze komen: water, water. Ik heb op mijn motor een jerrycan met water. “If you are in the desert with a motorcycle you are in the desert.” Voor de fourwheels en de safaribussen komen ze niet naar de weg: die stoppen niet.

image

Langs de eenzame piste van Uis naar Khorixas staat een vrouw met haar kinderen

Namibië heeft een wegenstelsel dat past bij de leegte. Van de Angolese grens in het noorden naar de Zuid-Afrikaanse grens in het zuiden loopt de B1, de ruggengraat van het geasfalteerde wegenstelsel. Aan die ruggengraat hangen een paar draden: de B8 door de Caprivistrip, de B2 naar Swakopmund, de B6 naar Botswana, de B4 naar Lüderitz en de B3 naar Upington in Zuid-Afrika. De C39, die van Otjiwarongo over Outjo naar Khorixas loopt, is de enige verharde secundaire weg. Dat is het hele geasfalteerde wegenstelsel van een land dat groter is dan Frankrijk. Alle andere wegen zijn pistes (in het Engels heten dergelijke wegen ‘gravel roads’ of ‘dirt roads’. Ik geef de voorkeur aan het Vlaamse ‘piste’ vanwege de associatie met de piste van het circus). De pistes van Namibië zijn in slechte staat: hopeloos gewasbord, stenig, los grind of diep zand. Het leemdek is beschadigd of verdwenen en de ondergrond van stenen en zand ligt open. Over de piste van Khorixas naar Palmwag – honderdvijfenvijftig kilometer – deed ik zeven uren. De motor leed ook. Op de Grootbergpas tussen Palmwag en Kamanjab hield’ie ermee op. De luchtfilter bleek volkomen dichtgestoft. Ik kwam zó langzaam vooruit dat de motor het stof inademde dat hij zelf produceerde. Bij Khorixas gebeurde het later nog ’n keer. Niet alleen zat de luchtfilter weer dicht – na amper tweehonderd kilometer – maar ook de vlotters van de carburateurs zaten vast in stof. De monteur van Aba-Huab In Khorixas heeft de carburateurs schoongemaakt en gerepareerd zodat ik tenminste kon rijden. Op de pistes van Namibië is de valbeugel gebroken en heeft de schokbreker het begeven. In Windhoek ontmoette ik een groepje toeristen van de safaribus. Een zei: “Ja, het was een beetje hobbelig; ik kon niet lezen in de bus. If you are in the desert with a car …

image

De monteur van Aba-Huab (midden) met zijn team

Op de pistes van Namibië is de valbeugel gebroken en heeft de schokbreker het begeven. De chef van Danric BMW in Windhoek hief de armen ten hemel: “Sorry. Hiervoor moet je naar Zuid-Afrika.” Als troost liet hij mij een paar van zijn patiënten zien. Een met een verbogen vork en een verfrommeld front, een ander aan de zijkant opengereten: “Allemaal ongelukken op de piste.” Ik heb nog geluk gehad. Nu staat de motor bij Bavaria Motors in Pretoria, wachtend op nieuwe onderdelen. Die moeten uit Duitsland komen en dat duurt minstens twee weken.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidelijk Afrika en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s