De Long Way Home

Ik begin aan mijn Long Way Home, van Zuid Afrika naar Europa door Oost Afrika. Dat is een reis op zichzelf. Ik bereid een reis altijd voor. Ik maak een globaal routeplan en verzamel informatie over de landen waar ik doorheen zal reizen. Welke plaatsen zijn de moeite waard om te bezoeken? Welke grensovergangen zijn er en welke veerbootverbindingen? Waar vind ik onderdak en waar werkplaatsen? Welke ervaringen hebben collega-reizigers daar opgedaan? Hoe is de toestand van de wegen? Hoe staat het met de veiligheid in een land? Welke regels heeft een land met betrekking tot visa, verzekering, import, reizen binnen het land? Zulke zaken moet je weten. Rwanda kent zestien verschillende visa, waaronder drie toeristenvisa. Elk visum heeft zijn eigen doelgroep en doelstelling en natuurlijk ook eigen regels. Het ‘T12 East Africa Tourist’ visum lijkt aantrekkelijk: het is geldig voor Rwanda, Oeganda en Kenia – zodat je maar één keer een visum hoeft aan te vragen – en heeft een geldigheidsduur van negentig dagen maar is niet verlengbaar. Wil je langer blijven (of moet je om een of andere reden langer blijven) dan kun je beter een visum voor elk land afzonderlijk kopen. Die visa zijn wel verlengbaar. Wie denkt dat het Rwandese visumsysteem de gekte is van een Afrikaans land: India kent er nog veel meer en het Australische visumsysteem is zó ingewikkeld dat de Australische ambassade in Dilli weigerde een advies te geven (“Als u denkt dat dit visumtype het beste bij u past, dan moet u dat maar aanvragen”). Ik probeer er altijd achter te komen wat andere reizigers hebben aangevraagd en welke ervaringen ze hebben opgedaan. In alle landen van Oost Afrika is een WA-verzekering verplicht (in het Engels heet dat een ‘CTP’, Compulsory Third Party Insurance) en die verzekering kun je bij de grenspost afsluiten. Maar er bestaat óók de COMESA Yellow Card, die geldig is in alle landen – van Zimbabwe tot Sudan – behalve in het land waar je de verzekering afsluit. Dat moet je weten. Het afsluiten van een verzekering bij een grenspost is vaak een heel circus, met formulieren en kopieën van dit en van dat en stempels en heel veel mensen die zich ermee bemoeien (“Waarom koop je die verzekering bij hem en niet bij mij?”, “Nee, je moet niet dit formulier hebben maar dat.”, “Ik loop wel even met je mee.”, “Hoeveel kinderen heb je?”) en ze proberen een dure verzekering aan te smeren (“Er is alleen een verzekering voor zes maanden”). Bijna alle landen van Oost Afrika accepteren het Carnet de Passage als importdocument voor de motor. Daarmee is de importkous niet af. Toen ik in 2010 door Oost Afrika reisde eiste Ethiopië naast het Carnet de Passage een garantiebrief. Dat is een merkwaardige eis omdat het Carnet een exportgarantie ís (bij het Carnet hoort een borgsom – voor mijn motor: drieduizend euro – die ik kwijt ben als ik de motor niet uitvoer). Ook de Ethiopische eis is niet de gekte van een Afrikaans land: Japan eist bij het Carnet een authenticatiedocument hoewel het Carnet een heel authentiek document is. Gekte is van overal. Gelukkig, voor mij, gold die garantie-eis alleen bij de grens met Sudan; ik kwam vanuit Kenya. Aan de Sudanese grens trof ik overlanders: ze moesten, zonder hun voertuig, in Addis Abeba zien te komen om bij hun ambassade zo’n brief te vragen. Eén ding staat als een paal boven water: die ambassade geeft geen garantie af en dus moet er gezocht worden naar een formulering die lijkt op een garantie maar het niet is. Het gebeurt vaak: een reiziger die gesandwiched wordt tussen de eisen van een land en de weigering van een ambassade daaraan tegemoet te komen. Heel lang blijft zo’n obstakel niet bestaan: de problemen stapelen zich op, de douane ziet de onzinnigheid van de regel en vindt een work around – het zijn óók mensen – of anders circuleren er op een van de vele reis-bulletin-boards wel vervalste brieven die je kunt downloaden, invullen en afdrukken. Het is een spel waarop je voorbereid moet zijn. Welke grensposten zijn er en wat zijn de eigenaardigheden ervan? Soms bestaat een grenspost alleen uit een wacht die je papieren controleert en de slagboom voor je open doet. De douane, de immigratiedienst, de politie, de verzekeraars en alle anderen die iets van doen hebben met grensverkeer zitten dan in de dichtstbijzijnde stad. Dat moet je weten. Grensposten kunnen gesloten zijn omdat de landen erover ruzie hebben of zijn alleen open voor lokaal verkeer. In islamitische landen zijn grensposten op vrijdag meestal gesloten tussen elf en drie, vanwege het vrijdagmiddaggebed. In andere landen tijdens de lunch en het daaropvolgende middagdutje. Dat is heel normaal. De ene grenspost is geprezen vanwege de souplesse en hulpvaardigheid van de autoriteiten, de andere is berucht vanwege de regels en chicanes. Ik passeerde de grens tussen Botswana en Zambia bij Kazungula. Ik betaalde er entry-leges, lokale belasting, regionale belasting, zelfs CO2-belasting; nooit eerder was ik met zoveel verschillende potjes geconfronteerd. Later ontmoette ik een collega-reiziger die Zambia was binnengekomen bij Katima Mulilo in de Caprivistrip: “Leges? Belasting? Nee hoor, alleen een stempel.”

Ik sta aan het begin van mijn long way home en graaf in mijn geheugen naar de obstakels op mijn reis door Oost Afrika in 2010. Voor veel landen had ik geen visum nodig en waar ik een visum nodig had, kon ik dat aan de grens kopen. De tijden zijn veranderd: Malawi en Tanzania eisen nu een visum op voorhand; Rwanda en Kenia verschaffen het visum nog aan de grens maar het moet vooraf, online, worden aangevraagd. Het Malawische ministerie van toerisme is op haar website heel open over de reden van die nieuwe eis: “As from 1 October 2015, Malawi has introduced new visa requirements to include nationals of those countries where Malawian’s are required to pay for visas.” De Afrikaanse landen worden volwassen, laten zich door Europa niet langer koeieneren, slaan terug: tit for tat. In 2010, op weg naar Lusaka, ontving ik een email van een collega-reiziger: “Ethiopisch visum in Kampala? Vergeet het maar. En ook niet in Nairobi. Alleen in Harare kun je nog een visum krijgen.” Dat email was net op tijd; in twee dagen reed ik van Lusaka naar Harare en vroeg er het visum aan. De consul was een lieve dame: “Ik geef u een visum voor drie maanden.” Ik: “Kunt u mij een visum geven met een langere geldigheid? Ziet u, ik reis per motor en het is een heel eind naar de Ethiopische grens.” Zij: “Oh, maar dan schrijf ik u een visum uit voor zes maanden en dat kost niet meer.” Dat was zó lief dat ik haar verzuchting “Ik had gehoopt dat u voor mij een blikje cola zou meebrengen want het is erg warm vandaag.” onmiddellijk heb gehonoreerd. En nu? Volgens mijn informatie is er geen enkele Ethiopische ambassade of consulaat in heel Afrika dat nog visa afgeeft aan niet-ingezetenen. Ik zal mijn aanvraagformulier, paspoort en pasfoto’s naar de Ethiopische ambassade in Nederland moeten sturen waar ik wel ingezetene ben. Ik weet nu al: ik zit daardoor minstens drie weken vast in Nairobi. Natuurlijk ga ik het proberen in Harare; misschien werkt die lieve dame er nog en kan ik haar vermurwen met een blikje cola.

Ik reis op een motor en doorgaans alleen; ik ben kwetsbaar. Veiligheid is voor mij een belangrijk onderwerp, een veiligheidsrisico is een reden om mijn reisplan aan te passen. In 2010 had ik aan de grens met Oeganda een gesprek met een Keniaanse legerofficier. Hij zei: “Als je niet per se in Lodwar moet zijn, moet je er niet naar toe gaan. We hebben het leger er weg gehaald om in Somalië te vechten en er zijn alleen parkrangers achtergebleven.” Lodwar is de naam van een stad en een streek in het uiterste noordwesten van Kenia, ten westen van het Turkana meer. Ik wilde in Lodwar een pater bezoeken en zag daarvan af na de waarschuwing van de legerman. Chris H., de baas van Jungle Junction in Nairobi, zei: “Ga nu niet naar Moyale [Moyale aan de grens met Ethiopië]. De droge tijd is lang geweest, het vee van de Samburu’s is gestorven, ze zijn wanhopig en beroven nu iedereen. Wacht tot de regen komt.” Dus wachtte ik drie weken tot de regen was gekomen. Ik ontmoette Samburu’s. “Jullie vee is nogal mager” zei ik, om een gesprekje te beginnen. “Maar onze vrouwen zijn dik!” en ze lachten. De beste informatie komt van mensen ter plaatse. Ze vertellen het – “Je moet daar niet naar toe gaan, het is er niet pluis” – of ik vraag ernaar. Ik vraag nooit “Is het veilig hier?” want dan kan ik het antwoord wel raden; weinig mensen hebben er zin in om een vreemdeling de stuipen op het lijf te jagen. Ik vraag altijd “Is er hier de laatste tijd nog iets gebeurd?” Dat heeft op de mensen zelf betrekking. “De regering heeft het leger gestuurd en nu hebben we al zes maanden geen last gehad van overvallen” zei iemand in Garoua Boulaii, Kameroen, aan de grens met de Centraal Afrikaanse Republiek. Dat is wat ik wil weten: er waren overvallen, het leger is gekomen, het is nu veilig.

De beste informatie over veiligheid, en over wegcondities, komt dus van mensen ter plaatse maar dan zit je al in de penarie of in elk geval er heel dichtbij. Daar kan ik geen route op plannen, ik moet informatie vooraf hebben. Die krijg ik van collega-reizigers via het bulletin board van HorizonsUnlimited, uit het nieuws en uit de reisadviezen van het ministerie van buitenlandse zaken. Op het bulletin board van HorizonsUnlimited, in de sectie ‘Safety on the road’ en de sectie ‘Africa’, vind ik geen recente informatie over de veiligheidssituatie in Oost Afrika. Collega’s hebben vooral bericht over de nieuwe wegverbinding tussen Soedan en Egypte (Je hoeft niet meer met de veerboot over het Nassermeer van Wadi Halfa naar Aswan. Dat is niet ‘goed nieuws’: die veerboot was een belevenis.) en over de weg tussen Isiolo en Moyale, Noord Kenia, die door de Chinezen wordt geasfalteerd (Die weg doet het hart in de keel kloppen: de weg gaat door een desolate woestijn en ligt vol met scherpe keien. Daar een lekke band krijgen is een nachtmerrie. Halverwege staat een kruis langs de weg waar een pater is omgekomen, misschien van de dorst of vermoord want er trekken daar nomaden rond die meedogenloos zijn in het overleven. Gelukkig ligt er in die streek een missiepost – coördinaten: N 3 33 296 E 38 38 482 – met een werkplaats en een monteur. Die post heeft telefoon –  0725 756752 – zodat ik ze kan bellen en vragen om hulp, tenminste als het netwerk het doet. Die informatie, van onschatbare waarde, krijg ik van collega-reizigers). Het nieuws lees ik op de website van de BBC en van Nu.nl en ik heb een abonnement, een ‘feed’, op de berichten van een aantal Afrikaanse websites. Er is uit Oost Afrika niet veel nieuws – de aanslag op een winkelcentrum in Nairobi en de bomaanslag in Kampala hebben alweer een paar jaar geleden plaatsgevonden; de terreurdreiging blijft hoog maar is eigenlijk geen nieuws meer – behalve over de droogte die de oogsten heeft doen mislukken. De voedselsituatie in Ethiopië schijnt precair te zijn. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken verschaft reisadviezen per land. Zo’n reisadvies bestaat uit een opsomming van de veiligheidsrisico’s die samengevat zijn in een kaartje. Dat kaartje heeft een legenda met vier kleuren: donkerrood betekent “niet reizen”, oranje “alleen noodzakelijke reizen”, geel “let op, veiligheidsrisico’s” en groen “geen bijzondere veiligheidsrisico’s”. Ik vroeg me af wat ‘bijzondere veiligheidsrisico’s’ zijn die er niet zijn. De toelichting bij de legenda verklaart geel: “meer en andere veiligheidsrisico’s dan u in Nederland gewend bent” en groen: “de veiligheidsrisico’s zijn vergelijkbaar met wat u in Nederland gewend bent”. Alle Afrikaanse landen waarvan ik het reisadvies heb bekeken: geel, op zijn minst, zo niet gedeeltelijk oranje en rood. Zelfs Namibië en Botswana, landen die verkeren in een gelukzalige dommel van orde en rust: geel. Alle Europese landen daarentegen zijn groen. Wat is het verschil? “In en rondom de grote steden vinden diefstallen en berovingen plaats.” Dat is in de Europese steden net zo; Windhoek onderscheidt zich niet van Middelburg. Het reisadvies voor Spanje maakt melding van berovingen op de snelwegen, toch niet iets waaraan ‘u in Nederland’ gewend bent, maar Spanje is groen. De terrorismedreiging misschien? Kenia en Oeganda hebben te maken met de terreur van Al Shabaab uit Somalië, in Oost Kongo aan de grens met Rwanda trekken rovende, verkrachtende en moordende milities rond. Oranje, vanzelfsprekend. Spanje heeft ook bomaanslagen gekend en de ETA terreur maar Spanje is … groen. Ik lees dat de terreurdreiging in Nederland ‘substantieel’ is. Als ik een reisadvies voor Nederland zou opstellen: oranje; moslims zou ik adviseren: alleen noodzakelijke reizen. Die reisadviezen, zouden die ingegeven zijn door onderbuikgevoel, zo van “Afrika: wilde landen dus gevaarlijk”? Dat maakt voor mij zo’n advies ongeloofwaardig en dus onbruikbaar.

image

Keurig en slaperig Botswana is geel: meer en andere veiligheidsrisico’s dan u in Nederland gewend bent

Wat heb ik geleerd van de reisadviezen? Op de weg van Beitbridge naar Masvingo in Zimbabwe hebben berovingen plaats gevonden. Dat is concrete informatie – wat, waar – waaraan ik wat heb; ik ben van plan van Beitbridge over Masvingo naar Harare te rijden. Ik zal ter plaatse informeren hoe het zit met die berovingen. In de buurt van Chimoio, in het noorden van Mozambique, heeft een moordaanslag plaats gevonden op de leider van de Renamo rebellen. Dat heeft spanningen opgeleverd, de streek is nu ‘oranje’. In 2010 reisde ik van Chimoio over Tete naar Malawi; ik denk dat ik nu een andere route kies. In Noord Kenia is een etnisch conflict uitgebroken. Het leger is gekomen en heeft de orde hersteld; Moyale is ‘geel’. Berovingen op de weg van Beitbridge naar Masvingo, Renamo rebellen in Noord Mozambique, etnisch conflict in Noord Kenia en de gebruikelijke risico’s van berovingen en terreur: geen risico’s die een onoverkomelijk obstakel vormen voor mijn long way home. Ik kan er omheen of er valt mee te leven.

Op mijn vorige reis verliet ik Afrika met de veerboot van Alexandrië naar Venetië. Het was een belevenis, het was tijdens de opstand tegen president Mubarak. Het schip voer al op volle kracht nog voor het de haven uit was; het was een vlucht uit een land dat ieder moment kon ontploffen. De volgende dag dansten de Egyptenaren aan boord: Mubarak was vertrokken. Mubarak is weer terug, heet nu Al Sissi en die veerboot vaart niet meer: de dienst is voor onbepaalde tijd opgeschort, geen klanten. Hoe kom ik Afrika uit? De veerboot van Haifa in Israël naar Lavrio in Griekenland is een optie. Het is een saaie en dure optie – en ik ben nog niet vergeten dat ik in 2001 war tax moest betalen – en er lijkt een obstakel te zijn: volgens collega-reiziger Micko zou de grens tussen Egypte en Israël voor motoren zijn gesloten. Mijn Egyptische collega Omar heeft dat verhaal ontzenuwd. Hij schreef: “De afgelopen maand zijn vijf motorrijders naar Eilat gereden. Het enige probleem is de Suez tunnel die voor motoren gesloten is maar overlanders laten ze meestal wel passeren. Na de tunnel krijg je een escorte tot Sharm el Sheikh.” Het was niet meer dan een gerucht – er gaat ook het gerucht dat Egypte motoren zou weren omdat er veel aanslagen mee gepleegd worden – maar het is toch verstandig om alternatieven te onderzoeken. De route via Jordanië naar Turkije is uitgesloten vanwege de oorlog in Syrië. Op het bulletin board van HorizonsUnlimited las ik een verslag van een overlander die met de veerboot de Rode Zee van Port Sudan naar Jeddah in Saudi Arabië was overgestoken en vandaar naar Jordanië om Israël over de Allenby Brug binnen te komen. Hij reisde met een Landrover en op een transitvisum. Ik zie er geen omweg in maar een kans, een kans om het Arabisch schiereiland te bezoeken. Stel je voor: van Port Sudan de Rode Zee oversteken naar Jeddah, dan niet naar Jordanië maar dwars door de woestijn naar de Verenigde Arabische Emiraten, daar de veerboot nemen over de Perzische Golf naar Iran om via Turkije naar Europa te reizen. Het zou fantastisch zijn! Er zitten natuurlijk haken en ogen aan; het voornaamste obstakel: Saudi Arabië schijnt geen buitenlanders op motoren toe te laten. Ik moet dat nog verder onderzoeken. Er is nóg een alternatief voor de veerboot van Haifa naar Lavrio: niet naar het oosten maar naar het westen. Dwars door Sudan, Tsjaad en Niger naar Mali en Mauritanië. Dat is een legendarische route die ik dolgraag zou willen rijden. Maar ja: Darfur, Boko Haram, El Qaida in de Maghreb naast de ‘gebruikelijke’ risico’s en de risico’s van de natuur (stof- en zandstormen). En er zijn bureaucratische obstakels: voor Darfur heb ik een reisvergunning van de Sudanese overheid nodig – die zo’n vergunning waarschijnlijk niet zal willen geven – en ook voor Tsjaad heb ik een reisvergunning nodig, een permit de circulation, dat alleen in N’Djamena kan worden aangevraagd. Het ziet er niet goed uit maar helemaal van tafel is de gedachte niet.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Vertrekken en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s