Leven met een rauw randje

Ik landde ’s ochtends vroeg op Oliver Tambo Airport bij Johannesburg. Na twintig uren vliegen, eerst van Perth naar Singapore en daarna de hele Indische Oceaan over. De chauffeur van Mabo’go komt me afhalen. Hij doet me denken aan Desmond Tutu: hetzelfde ronde gezicht met een brede mond die een grote roze tong herbergt maar zonder de glimoogjes waarmee Tutu alle deuren opende. Hij rijdt voor Curiocity Backpackers in de wijk Maboneng, vandaar de naam Mabo’go. Maboneng: downtown Johannesburg. Downtown! Vijf jaar geleden was ik ook in Johannesburg en toen logeerde ik bij Elroy H. in de suburb Edenvale, een plaats voor de gegoede klasse met bewakers en slagbomen, hekwerk en surveillance camera’s, stalen deuren en alarminstallaties. Ik wilde graag naar het centrum van Johannesburg. Elroy: “Ben je gek? Daar begin ik niet aan. Veel te gevaarlijk.” En nu ben ik er, downtown Johannesburg!

Maboneng was ooit een no-go area, een verloederde bedrijvenwijk met werkplaatsen, loodsen, kantoorgebouwen. Die panden hebben een tweede leven gekregen als onderkomen  voor galeries en restaurants, hotels en hostels, appartementen. Curiocity in Fox Street is gevestigd in een voormalige drukkerij (Het zou zijn dat Desmond Tutu er nog heeft ondergedoken. Stel je voor: ik slaap in dezelfde ruimte als waarin Hij wellicht ooit heeft geslapen!). Schuin tegenover Curiocity delen Argentijns restaurant Che en een macrobiotische winkel samen een oude loods. Om de hoek, aan Main Street, heeft een gebouw een nieuwe functie gekregen als broedstoof voor startende bedrijven. De muren zijn wit geschilderd en de vloer zwart en erin staan witte containers waarin die start-ups moeten komen. Een ervan is bewoond door Spooks en dat zijn snelle jongens van de IT-branche: “Een hotspot? U bedoelt een wireless modem!” Verderop in Fox Street zit Pata Pata, een upmarket restaurant met een wijnkaart om ‘u’ tegen te zeggen (Ik vroeg om een glas port. De ober: “We zijn niet zo goed in port, we zijn meer gespecialiseerd in sherries.” Hij bedoelt natuurlijk te zeggen “we hebben geen port” maar als je dat zo weet in te kleden ben je pas echt upmarket). Schuin er tegenover is een Mexicaans restaurant gevestigd, daarna komt Addis Café (Ethiopisch) en een take away met uitstekende koffie en krakendverse croissants (die heb ik zó gemist in Australië) en aan het einde van Fox Street zit Art on Main in een voormalige fabriek. Art on Main is ook een broedstoof maar dan voor kunstenaars en anderen uit de creative art sector. De meeste werkplaatsen zijn gesloten. Lukt het niet? Een galeriehoudster, een beetje zuur: “Ik weet niet waar ze zijn. Ze zullen genoeg verdiend hebben, denk ik.” Zuid Afrika is natuurlijk gewoon Afrika. Op zondag verandert de begane grond van Art on Main in Market on Main, een culinaire happening: Afrikaans (met pap maar eigentijds opgemaakt), Indiaas (verrukkelijke samosa’s), paella met een African twist, sandwiches, exclusieve biltong, wijnen en watertjes. De uitstalling van de Pastry School is werkelijk watertandend. Life on Main, halverwege Fox Street, is een appartementen complex in een voormalig kantoorgebouw. Vijf verdiepingen; op de bovenste zijn bedrijven uit de creative art sector gevestigd en ook een openluchtbar, The Living Room. Wie ondernemen, wonen, bezoeken, dineren, drinken in Maboneng? Jonge mensen die kansen ruiken en gezegend zijn met zelfvertrouwen en durf; de movers en de shakers van Zuid Afrika. Huidskleur doet er niet toe; zwart, blank en Indisch ondernemen, wonen, dineren, drinken naast elkaar en misschien ook wel met elkaar. In Maboneng is de regenboognatie realiteit geworden.

image

Market on Main

Die ontwikkeling van een verloederde buurt tot het hippe, upmarket Maboneng van nu heet in het Engels ‘gentrification’. Het Nederlandse woord daarvoor ken ik niet. Misschien bestaat het niet. ‘Ontloedering’ vind ik een goed woord. Die ontloedering moet snel zijn gegaan: Curiocity heeft zich er in 2013 gevestigd en sleepte in 2014 al een ‘excellence award’ binnen. Maboneng ligt ingeklemd tussen Main Street en Commissioner Street. Main Street is oké maar Commissioner Street is no-go; in elke kamer van Curiocity hangt een papier aan de wand met daarop het dringende advies de straat te mijden, al helemaal na het invallen van de duisternis.

image

Commissioner Street

De ontloedering heeft Commissioner Street bereikt. Een oud gebouw heeft een nieuwe hippe gevel gekregen en heet nu ‘The Rocket Factory’. Even verderop is MOAD gevestigd, het Museum Of African Design. MOAD heeft een tentoonstelling ‘Scrap for Cash’ van kunstenaar Pitso. De naam zal een knipoog zijn naar ‘cash for scrap’ maar pretendeert een serieus oogmerk: “In Scrap for Cash the sculptures exist as a site for cultural sociology. Pitso undertakes an analysis on the impact and effects of consumerism. He investigates the semiotic rules and expectations by which consumerism guides the behaviour of humans.” Serieus? Ik geloof er niks van. Pitso doet wat veel kunstenaars doen – een beetje aanrommelen en dat verbergen achter een niet te volgen verklaring – en hij doet waar Afrikanen vreselijk goed in zijn: om niets – scrap – tot iets te maken, cash. Een Afrikaan is in staat om een paar oude verlopen sandalen op een plankje te spijkeren, er twee bloempotten in te hangen en dan zeg je “Goh, wat leuk!” Kunst en design met een rauw randje, da’s Afrikaans.

image

Scrap for Cash

Een rauw randje, kijk naar Maboneng: de gebouwen zijn gerenoveerd maar de traliedeuren en de roestige kozijnen zijn gebleven. De graffity is overvloedig maar komt uit professionele handen. Schuin tegenover Curiocity is in een loods een verzamelplaats voor lompen, metaal en PET-flessen. De verzamelaars – jonge mannen – racen met hun karretjes Fox Street af die licht helt naar het centrum. Ik bekijk ze vanaf het balkon van Curiocity, benieuwd hoe het afloopt op het volgende kruispunt. Op de hoek van Commissioner Street zit een mini-supermarkt. Overdag kan ik daar gewoon naar binnen maar bij het invallen van de duisternis gaat de traliedeur op slot en worden de aankopen aan die deur afgehandeld. Ik steek veertig rand door de tralies en krijg een pakje Camel; de winkelbediende weet waarvoor ik kom. Ernaast, in een nis, zit een Afrikaanse kapper. Mannen worden er glimmend kaal geschoren, vrouwen worden voorzien van ingewikkeld haarvlechtwerk. Ervoor en op de straathoeken hangen jongemannen rond die mij vorsend gade slaan. Voor de deur van deur van Curiocity ligt een platgereden grote rat. De buurt wemelt van de veiligheidsmannen van Security Stallion. Ze zijn gekleed in een rood en zwart uniform en voorzien van wapenstok en pepperspray. Security Stallion kan meer mensen op de been brengen dan de Nederlandse politie.

Maboneng: leven met een rauw randje. Wat is een betere reclame voor een fotostudio, een marketingfirma of een andere representant van de creative art sector dan gevestigd te zijn in Maboneng? De potentiële klant denkt: “Zo, die durft!” De bewoners van de appartementen: wat geeft een grotere kick dan tegen je bezoek te kunnen zeggen “Als je in de buurt bent, bel dan even. Dan waarschuw ik de beveiligingsman dat hij je naar de deur begeleidt en op je auto past.”? Je bent geen doorsnee burger als je in Maboneng woont, er onderneemt, bezoekt, dineert. De nieuwe bewoners en ondernemers van Maboneng hebben dat rauwe randje nodig net zoals dat rauwe randje het geld en de kansen van het nieuwe Maboneng nodig heeft.

image

Live on Main

Dwight, mijn kamergenoot in Curiocity, is een Jamaicaan met een Amerikaans paspoort. Hij kwam op een avond binnen, ik las tevreden triomf op zijn gezicht: “Ik heb hier een loft gekocht [een loft is een open appartement, zonder plafond] voor vijfenveertigduizend dollar. Ik heb vijfduizend dollar aanbetaald. Ik denk dat het een prima investering is!” Ik zou mee willen doen met Dwight en al die anderen die hier ideeën opdoen, uitwerken en uitproberen. Maar ik ben oud en grijs. Ik wil reïncarneren.

God: “Dat kan, daar is een regeling voor. Ik krijg zelden een reïncarnatieverzoek van Europeanen. Het zijn meestal Indiërs die erom vragen. Europeanen willen doorgaans het huidige leven zo lang mogelijk rekken.”
Ik: “Dat kan me niet schelen. Ik wil reïncarneren!”
God: “Oké, dan nemen we de checklist door. Man of vrouw?”
Ik: “Man!”
God: “Wil je er een ombouw optie bij?”
Ik: “Dat lijkt me niks. Ik was als man heel tevreden.”
God: “Zo’n ombouw optie heeft voordelen: wel borsten maar niet ongesteld raken.”
Ik: “Ik wil het niet.”
God: “Jouw keuze. Volgende kwestie: he, ho of bi?”
Ik: “Ho, zonder twijfel.”
God: “Scheutje bi d’rbij? Het vergroot je kansen aanzienlijk op de relatiemarkt.”
Ik: “Ik zie er niks in, om van twee walletjes te eten.”
God: “Oké. Aan welke nationaliteit had je gedacht?”
Ik: “In ieder geval niet Nederlander en ook niet Duitser. Misschien Turk of Indonesiër of Zuid Afrikaan. Waar zit eigenlijk het meeste muziek in?”
God: “Dat ga ik je niet vertellen. De toekomst is een godsgeheim.”

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidelijk Afrika en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s