De Parel van Broome

Broome, ach Broome: Cairns in zakformaat, zo’n plaats waar het leven loom is en licht verveeld. Broome ligt aan de westkust, helemaal in het noorden waar je geen plaats meer zou verwachten. Broome heeft de oudste openluchtbioscoop van Australië maar dat is geen publiekstrekker als de general store van Croydon waarover ik eerder schreef in mijn reisverhaal ‘Terug naar de outback’. Broome heeft één troefkaart: het tropisch klimaat en daarom strijkt daar in de wintermaanden de grijze golf uit het zuiden neer en die bepaalt het sociale klimaat: veel cafés en restaurants en slenterplekken en in-keurig. Broome heeft ook erg veel juweliers die parels verkopen. Ze zijn niet duur, althans goedkoper dan ik had verwacht: tussen de twee- en vierhonderd dollar voor een parel ter grootte van een Britse erwt. Ze zijn volmaakt rond en hebben aan de bovenkant een spiraaltje. Ik heb geïnformeerd: het zijn cultivé’s, geen natuurparels. Broome dankt haar ontstaan aan de parelvisserij: parels en parelmoer waarvan knopen werden gemaakt. Er worden geen knopen meer gemaakt van parelmoer en natuurparels zijn uiterst zeldzaam en de parelvisserij is vervangen door de lucratievere kweek.

Verwijzen de juweliers naar de opbrengsten uit de parelvisserij van het verleden, het Japanse kerkhof laat de kosten ervan zien. Veel parelduikers waren Japanners. Het kerkhof ligt aan de rand van Broome, op de weg naar Cable Beach. Het is recent gerenoveerd, betaald door een Japanse rijkaard (Broome, dat zeker niet armlastig is, had kennelijk zelf het geld er niet voor over om de herinnering voor het nageslacht te behouden). Ik bezocht het kerkhof samen met een Japanse toerist. Die loopt het kerkhof tot halverwege op, maakt de foto en heeft het dan gezien. Da’s Japans: je moet er geweest zijn en de foto dient als bewijs. Het is dan wel een Japans kerkhof maar van Europese snit, met veel ruimte tussen de graven. In Japan liggen de graven heel dicht op elkaar; ik veronderstel dat Japanners cremeren, de as bijzetten en dat neemt weinig plaats in. De grafmonumenten: Japanse zuilen maar het merendeel zijn platte stenen die rechtstreeks van de rotsen langs het strand komen. Oud werden de parelvissers niet: vijftig tot vijfenvijftig jaar is een veel voorkomende overlijdensleeftijd. Verdrinking en duikersziekte; parelduiken is een gevaarlijk beroep. Er staat ook een monument voor de slachtoffers van een typhoon die in 1908 de parelvissersvloot overviel. Er schijnt nog een islamitisch kerkhof bij Broome te zijn – Maleise parelduikers – maar dat heb ik niet gevonden.

image

Het Japanse kerkhof

Behalve parelleed was er ook parelwreedheid. Bert Bolton doet er een boekje over open (letterlijk: in het verhaal over Daisy Bates, in ‘Stories of the Outback’). Bolton, in vrije vertaling, over het leven in Broome: “Het geld vloeide rijkelijk en de vijf hotels deden uitstekende zaken. Gokken en dronkenschap waren aan de orde van de dag. Soms werden sportwedstrijden georganiseerd voor de bemanningen van de parelvissersschepen. Populair waren de jachtwedstrijden. Teams van parelvissers trokken de wildernis ten oosten van Broome in en schoten op alles: kangoeroes, emoes, dingo’s en Aboriginals – mannen, vrouwen en kinderen. Als bewijs van succes sneden ze een oor af. Aantrekkelijke jonge vrouwen werden gevangen en meegenomen naar de vissersschepen voor het seksuele plezier gedurende de week op zee. Daar bleef het niet bij: bij de terugreis naar Broome op vrijdagmiddag werden die ongelukkige vrouwen heel vaak overboord gezet. Ze verdronken of werden opgevreten door de haaien. Die praktijken raakten wel bekend in de hoofdstad Perth, werden ter kennis gebracht van de parlementariërs maar bracht de verantwoordelijke minister niet tot actie. Die stond op het standpunt dat die bemanningen hard werkten op een afgelegen plaats en onder heel moeilijke omstandigheden en recht hadden op een verzetje.” Zo bericht Bert Bolton ons over een dieptepunt van onze beschaving. De verhalen van Bert Bolton moeten overigens met een korrel zout genomen worden. Bert was een reisleider in de jaren zeventig van de vorige eeuw, een die voor zijn klanten stevige verhalen opdiste met romantiek en wreedheid. Ik heb gezocht naar een bevestiging. Diepgravend onderzoek in bibliotheken en archieven kan ik niet doen, ik zoek het internet oppervlakkig af. Ik vond er één, in een artikel uit 2008 op de website van de Sydney Morning Herald. In dat artikel, met de titel “Weasel words won’t hide monstruous shame”, wordt een interview aangehaald dat een zekere Xavier Herbert gaf, vóór zijn dood in 1984. Dat interview ging over ‘gin rooting’: “We used to go up to Broome for our holidays and I knew, all through Western Australia, black velvet was the thing. It’s changed a lot in recent years but the perfect mate for the bushman was the black girl or the yellow girl” … “There were some terrible stories. One particular thing, in the Kimberleys. The pearling industry was established in Broome and the pearlers used to go up into the Kimberley country and steal the young [Aboriginal] gins to work as pearl divers. Of course, they used to rape them, too, and when they got too pregnant they’d chuck them overboard.” En die Herbert vertelt nog meer over die geweldige echte mannensport: “Stockmen used to go out for a ‘gin spree’, too. They’d run the blacks down and take the young girls [who’d] sit down and fill their fannies with sand.” En Xavier Herbert zelf? “I’m the biggest gin rooter around. The only thing was, I was more observant than the other blokes.” Ik wil dat je je dit verhaal herinnert, iedere keer als je hoort over de superioriteit van onze beschaving.

Het waren verhalen en geruchten en in Perth een ver-van-mijn-bedshow die de politiek niet in beweging bracht. De verhalen en geruchten bereikten ook de burelen van de New York Times en de London Times en veroorzaakten daar wel commotie. De London Times huurde Daisy Bates in om de geruchten te onderzoeken. Daisy Bates had eerder in Australië verbleven, volgens de ene bron omdat de dokter haar een warm en droog klimaat had aanbevolen vanwege een longaandoening, volgens een andere omdat ze in London verwikkeld was geraakt in een schandaal van seksuele aard. Ik geloof de laatste bron omdat warme en droge klimaten ook dichter bij huis te vinden zijn en Australië een ideale locatie is – aan de andere kant van de aardbol – om opnieuw te beginnen. Ik wil het laatste ook geloven omdat een vrouw die vanwege een schandaal verkast van de ene naar de andere kant van de wereld oneindig veel interessanter is dan een vrouw die dat om gezondheidsredenen doet. In Australië is ze drie keer getrouwd zonder eenmaal te scheiden. Dat doet haar alleen maar meer in mijn achting stijgen, zonder nog kennis te hebben genomen van haar reizen. Daisy Bates reisde naar Australië – per schip want in die tijd waren er nog geen vliegtuigen – en kwam aan in Perth. Vandaar trok ze naar Broome, met paard en wagen en in haar eentje; een afstand van meer dan tweeduizend kilometer. Er was geen weg naar Broome; ze reed over het strand en over de paden van de Aboriginals. Ik reed van Broome naar Perth. Voor mij ligt er een geasfalteerde weg, ik heb een motor en een creditkaart op zak. Vergeleken met haar ben ik een watje. In Broome onderzocht ze de verhalen en deed daarvan verslag. Ze moet een goede, scherpe pen hebben gehad: haar verslagen deden de overheid in Perth besluiten om politietroepen naar Broome te sturen om er enig fatsoen te brengen. De Aboriginals noemen haar ‘Kabarrli’. Dat betekent ‘grootmoeder uit de droomtijd’. Ik noem haar de Parel van Broome.

Daisy_Bates

Daisy Bates

Daisy Bates deed meer. Nadat ze in Broome de situatie had onderzocht reisde ze naar Carnarvon dat ongeveer halverwege tussen Broome en Perth ligt. In het noordwesten van Australië was onder de Aboriginals een epidemie van leprose en tuberculose uitgebroken, ziekten die er door de blanken waren gebracht. Om de epidemie in te dammen liet de regering zieken oppakken en deporteren naar twee eilanden voor de kust van Carnarvon: de vrouwen naar Dorre Island en de mannen naar Bernier Island. Mannen en vrouwen gescheiden, mensen uit hun stamverband geplukt, mensen van heel verschillende stammen – stammen die niets met elkaar te maken hadden of elkaar naar het leven stonden – samengebracht. Wat Daisy Bates aantrof was schokkend: overal stervende mensen. Er was geen medische verzorging en de mensen hadden de zin in het leven verloren. Daisy’s pen had deze keer geen effect. Van haar eigen geld regelde ze enige medische verzorging. Ze deed iets dat nog veel belangrijker was: ze bezocht de stammen van de gedeporteerden en haalde de stamoudsten over berichten naar de eilanden te sturen. Aboriginals liepen naar Carnarvon, staken met een kano over naar de eilanden, brachten de berichten naar hun mensen en namen berichten mee terug. De stamrelatie werd hersteld, de gedeporteerden zagen weer zin in het leven, bevochten hun ziekte en velen konden genezen terugkeren naar hun stam. Dankzij Daisy Bates.

Daisy Bates reisde heel West Australië af om Aboriginal stammen te bezoeken, liep met Aboriginals dertienhonderd kilometer over de Nullabor Vlakte naar Eucla om aanwezig te zijn bij een Corroboree, een Aboriginal festival. Ja: ze liep, dertienhonderd kilometer! En toch: in de Australische geschiedenisboeken heeft ze geen plaats naast Burke, Stuart, Leichardt en al die andere grote explorers hoewel ze minstens zoveel explored heeft als zij. Om meer te weten te komen over de wreedheden tegen Aboriginals en over Daisy Bates bezocht ik in Broome het toeristenbureau. De baliemedewerkster is merkbaar onsteld – woorden als ‘moord’ en ‘verkrachting’ gebruik je niet tegen een dame – en van Daisy Bates en haar rol in Broome heeft ze nog nooit gehoord. Maar: “Wij zijn open over het pijnlijke verleden. U zou het Japanse kerkhof moeten bezoeken. Dat is pas gerenoveerd.” Het is jammer: tegenover de beerput van Broome had ze de Parel van Broome kunnen stellen. Gelukkig heeft Bert Bolton in zijn ‘Stories of the Outback’ een hoofdstuk aan haar gewijd en dat is een monument voor de vrouw die de enige kerel in Broome was.

****

Voor dit verhaal heb ik gebruik gemaakt van de volgde bronnen.

Bert Bolton, Stories of the outback, 2002, Brolga Publishing.

Alan Ramsey, Weasel words won’t hide monstrous shame, 2 februari 2008, The Sydney Morning Herald (http://www.smh.com.au/news/opinion/weasel-words-wont-hide-monstrous-shame/2008/02/01/1201801034773.html).

Het artikel over Daisy Bates op de Engelstalige versie van Wikipedia (https://en.wikipedia.org/wiki/Daisy_Bates_(Australian_author))

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Australië en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s