Oh my God, fuel in the oil!

In Brisbane verbleef ik bij Stef en Katja G. Stef ontmoette ik op de piste tussen William Creek en Marree. Hij reed een grote BMW motor, zo’n 1200 cc olifant. We stopten, maakten een praatje – dat doe je als motorrijders op de piste – en hij schreef zijn adres in mijn agenda: “Als je Brisbane aandoet, ben je welkom in mijn huis.” Bijna anderhalve maand later kwam ik in de buurt van Brisbane en stuurde Stef een email. Zou hij me nog kennen? Hij antwoordde: “Prima. Zie maar wanneer je komt. Ik ben bijna altijd thuis.” Stef is met pensioen, Katja werkt bij een architectenbureau. Ik arriveer. Stef doet de garagedeur voor mij open zodat mijn motor naar binnen kan, wijst mijn kamer, het toilet, de badkamer en de keuken, geeft twee handdoeken en “Glaasje wijn?” Al die dagen dat ik er verbleef at ik mee en de wijn vloeide rijkelijk. Stef: “Je blijft zolang als je dat nodig hebt. Mij zit je niet in de weg.” Hoe vaak was ik te gast? Hoe vaak hebben mensen mij te eten gegeven, een bed klaargemaakt? Vaak. Waarom? Omdat mensen zo zijn. Omdat hulpvaardigheid en gastvrijheid diep geworteld zijn in religie en cultuur. Omdat motorrijders zo zijn, om verhalen te delen. Motorrijders vertellen graag over hun avonturen op de piste, hoe moeilijk het was en hoe ze het nét hebben gehaald. Stef heeft last van een beenblessure: “Ik passeerde een droge rivierbedding maar bleef steken in het zand en de motor viel om. Ik was zó kwaad dat ik de motor met één ruk recht kon zetten maar daardoor liep ik een scheurtje op in mijn kuitspier. Ik gebruik een bloedverdunner dus het bloed stolde niet. Mijn kuit en voet zetten op en werden zwart. Ik had ook nog een schram opgelopen en via die schram kreeg ik een inwendige infectie. Ik ben ermee doorgereden. Wat kon ik anders? In Alice Springs heb ik een week in het ziekenhuis gelegen.” Dat is een motorrijdersverhaal. De juiste response daarop is niet “Goh, goh, goh, wat erg!” maar “En je motor?” Stef: “geen kras!”

Ik verbleef bij Stef en Katja om motoronderhoud te laten doen. Stef beval Ozzy van Oz-racing aan: “Een uitstekende BMW monteur, een Duitser.” De laatste toevoeging is de slagroom op de aanbeveling: een Duitser wordt geassocieerd met techniek, een Nederlander met wietteelt. Dus ging ik naar Ozzy om het stuur te laten recht zetten dat na de laatste valpartij een tikje uit lijn staat. En om, en passant, Ozzy’s mening te vragen over het rammeltje in het motorblok. Ozzy over het stuur: “Het lijkt erop dat de stuurplaat een beetje verbogen is. Ik kan dat nameten met de laser. Als de stuurplaat is verbogen moet’ie vervangen worden. Reken op drieduizend dollar.” Dat is mijn kennismaking met Ozzy. Hij is bereid een proefritje te maken. “De motor trekt een beetje naar een kant. Het is niet gevaarlijk, je kunt ermee leven. Dat rammelgeluid wordt veroorzaakt door slijtage van de nokastandwielen. Alles moet vervangen worden: nokassen, tandwielen, ketting. Reken op tweeëntwintighonderd dollar en achthonderd dollar arbeidskosten. De voorrem staat te strak, mogelijk roestvorming achter de zuigers. Oh ja, er hangt een vreemd luchtje aan je motor.” Ik ben met Ozzy niet ingenomen, hij ontleent de kwalificatie ‘uitstekend’ ongetwijfeld aan dat “alles vervangen”. Ik stel voor om de slijtage aan het nokkenmechanisme te bekijken. Ozzy: “Daar heb ik geen tijd voor. Ik ben volgeboekt tot 15 juni.” Om het nokkenmechanisme te bekijken moet het cilinderdeksel worden verwijderd en om dat te kunnen doen moet de benzinetank eraf gehaald worden. Het is werk van hooguit een uur. Bedankt, Ozzy.

Ik vervang zelf de olie. Daarmee is iets aan de hand: de olie heeft een oranje gloed. Wat is dat? Toch maar Ozzy gebeld. Ozzy: “Er zit benzine in de olie. Dat is dat rare luchtje. Vermoedelijk sluiten de inlaatkleppen niet goed. Daarom zei ik dat je alles moet vervangen.” Met Ozzy ga ik niet in zee. BMW Daisy Hill heeft ook een goede naam. De monteur: “Moet je zien hoe die olie opborrelt! Niet best. Het zijn beslist de inlaatkleppen.” Hij wil het kleppenstelsel niet onderzoeken: “We zijn volgeboekt tot 10 juni en bovendien doen we alleen nieuwe motoren. Ik raad je BM Workshop aan. Die zijn gespecialiseerd in oude motoren.” Ik bel BM Workshop, krijg een antwoordapparaat aan de lijn dat meldt dat de Workshop is gesloten tot 26 mei. Op 26 mei bel ik opnieuw BM Workshop. “We zijn gesloten tot 27 mei” meldt het antwoordapparaat nu. BM Workshop heeft een dag vastgeplakt aan de vakantie. De volgende dag is de Workshop bereikbaar. De baas: “Benzine in de olie? Dat kunnen de inlaatkleppen zijn. Of het zijn de carburateurs die overlopen.” BM Workshop heeft geen tijd om het probleem te inspecteren of wil het niet: “We zijn een extra dag gesloten geweest dus we hebben het nu erg druk. Bovendien heb ik een vervelende uitslag van het ziekenhuis gekregen. Dus ik ben niet echt in de stemming. Ik raad je aan het oliepeil in de gaten te houden. Veel succes.” Ik probeer Capalaba Motorcycles, een niet merkgebonden werkplaats. De baas bekijkt, bevoelt en besnuift de olie: “Benzine in de olie? Volgens mij is er niks aan de hand. Misschien lopen de carburateurs over. Dan komt er benzine in de cilinder en vandaar in de olie.” Capalaba wil de carburateurs niet inspecteren: “We hebben het erg druk. Bovendien hebben we de onderdelen niet.” Capalaba raadt aan het oliepeil regelmatig te controleren en wenst mij een goede reis toe. Dagen ben ik op zoek geweest naar een monteur die bereid was de handen uit de mouwen te steken. Het stuur staat nog steeds scheef en ik ben een probleem rijker. Bedankt BMW Daisy Hill, bedankt BM workshop, bedankt Apacalpa Motorcycles voor alle filosofieën over de mogelijke oorzaak van benzine in de olie.

Nog even een kijkje in de keuken van BMW Daisy Hill. Ik informeerde er naar de beschikbaarheid van boutjes. Het ging me om de boutjes waarmee de kunststof onderdelen vastzitten en daarvan zijn er vier soorten: dikke en dunne, korte en lange. De onderdeelnummers worden in de computer gevonden en ook de prijs: twee dollar per stuk. Ik wil van elke soort vijf boutjes – samen veertig dollar – in de hoop met de aankoop een klantrelatie te beginnen die ze misschien over de streep trekt om mijn probleem te onderzoeken. De boutjes zijn niet voorradig. Dat is geluk hebben want ik ben naar de Bolt Specialist gegaan en die trekt ze gewoon uit de lade zonder in de computer te hoeven kijken, doet er ringetjes bij en zegt “Drie dollar vijfentwintig”.

Na het bezoek aan Capalaba Motorcycles was ik het zat. Mijn ergernis won het van mijn zorgen. Ik wil verder. Stef, begrijpend: “Zo is Brisbane, nogal relaxed. Misschien heb je meer geluk in Cairns. Krijg je onderweg problemen, er zijn genoeg werkplaatsen langs de kust. In Townsville is een BMW werkplaats.” Cairns ligt zeventienhonderd kilometer naar het noorden. Ik volgde de route die Stef had aanbevolen. Ik reed Brisbane uit over de M1 tot Caboolture en nam vandaar de binnenweg over Maleny en Kenilworth naar Gympie – lekker bochtenwerk – waar ik op de A1 uitkwam die een degradatie is van de M1. Het landschap langs de A1 is aardig maar niet onvergetelijk: bossen en weilanden en vooral suikerrietplantages tot voorbij Childers. Daarna krijgt een savanne landschap – verspreide bomen in hoog gras – de overhand. Dat is cattle country waarvan Rockhampton de hoofdstad is. Na Cattle country: weer bossen, weilanden, het suikerriet en ook bananenplantages. Erg vergetelijk en dan zijn zeventienhonderd kilometers er erg veel. Bovendien is de A1 in puike conditie zodat het rijden absoluut moeiteloos is. Zelfs de bochten zijn ruim. Daarom staan er borden langs de weg met het advies een tukje te doen op een parkeerplaats in plaats van achter het stuur in slaap te vallen, wordt er op die parkeerplaatsen gratis koffie aangeboden “if open” (alle koffietenten zijn gesloten) en staan er borden langs de weg met trivia-vragen. Allemaal om de rijder bij de les te houden.

Naarmate ik verder van Brisbane kom ebt de ergernis weg en omdat ik op die A1 absoluut niets te doen heb krijgen de zorgen weer de overhand. De motor start prima – wat hij niet zou doen als de carburateurs overlopen en benzine in de cilinder komt – en rijdt probleemloos – wat hij niet zou doen als de inlaatkleppen niet goed sluiten – en hij verbruikt ook niet meer benzine dan gebruikelijk. Ik doe wat aanbevolen is, controleer bij elke stop het oliepeil. Dat stijgt niet en dat daalt niet. Alleen die oliekleur: transparant en oranje. En er zit een oliefilm op het cilinderdeksel. Wordt er olie door de pakking naar buiten geperst? Wat is er aan de hand met de olie? Is er wel iets aan de hand? De motor rijdt als een jonge hinde, krachtig, en luistert goed naar het gas. Zou het zijn als bij een stervende die nog een opleving krijgt, zich helemaal top voelt en het ziekenhuis wil verlaten maar de volgende dag de pijp aan Maarten geeft? Ik heb mijn zorgen voorgelegd aan de F650 Community, het internetforum voor BMW F650 bezitters. Oh my God, fuel in the oil! Overlopende carburateurs! Als de carburateurs overlopen kan benzine in de cilinder komen en, als de kleppen niet goed sluiten, in de klepruimte en vandaar in de olie. Ene Creaky voegt er nog aan toe: als er benzinedamp in de klepruimte komt en daar ontbrandt is het einde oefening. Niets duidt op naderend onheil als een fatale ontbranding in de klepruimte. Ik heb ook de HorizonsUnlimited Community in Cairns gevraagd naar een werkplaats. Patrick&Belinda laten weten dat er in hun buurt een monteur is die gespecialiseerd is in oudere motoren en melden ook hun telefoonnummer zodat ik ze kan bellen. Uta beveelt Paul’s Motorcycles Repair in Edmonton aan, vermeldt haar telefoonnummer “if you need more help or a place to crash”. Ik heb Patrick&Belinda laten weten dat ik ze graag wil ontmoeten. Ik heb Uta geschreven dat ik graag gebruik maak van het aanbod van “a place to crash” en ik heb Paul’s Motorcycles gebeld en ik kan op vrijdag komen. De HorizonUnlimited Communities zijn een geschenk uit de hemel, zoals Vluchtelingenwerk dat is voor illegalen.

Paul is de baas en enig personeelslid van Paul’s Motorcycle & Mower Repairs. Ja, ook grasmaaiers. Vooral grasmaaiers. Zijn werkplaats staat er vol mee. Er staan twee motoren in reparatie en al ’n tijdje want er ligt een laag stof op. Is dit de monteur die licht kan laten schijnen op mijn probleem? Paul begroet me met “Koffie?” We praten wat over reizen, over mijn ervaringen met Australië en ontdekken een gemeenschappelijke belangstelling: vogels. Het helpt me over de streep. “Wat is er aan de hand met je motor?” Ik vertel over de merkwaardige kleur van de olie, over mijn zorg dat die kleur veroorzaakt wordt door bijmenging met benzine en wijs naar de oliefilm op de cilinder. Paul bekijkt, bevoelt en beruikt de olie. “Ik vind dat er niks mis is met die olie. Welk merk is dat?” “Selkoline.” “Dat is Brits maar goed hoor. Je wil dat ik naar het kleppen-mechanisme kijk? Nou dan doen we dat. Die oliefilm heeft niks met de pakking te maken, het is een lekkage en daar moeten we wel wat aan doen.” Samen lichten we de tank om het motorblok vrij te maken. Op het cilinderdeksel ligt een mengsel van olie en zand. “Het uiteinde van die slang is gebarsten en de klem is verrot.” Hij schroeft de bouten van het deksel los en tilt het van de cilinder. Daaronder bevindt zich ultieme schoonheid: assen, tandwielen, ketting, veren glimmen olie in het licht van Paul’s lamp. Een motor is kunst van eenzame hoogte. We bekijken het stelsel, Paul draait de assen rond, alles werkt naar behoren. “Niks mis, alleen de speling van de inlaatkleppen is erg krap. De kleppen zouden vervangen moeten worden. Ik vind het niet ernstig genoeg om er nu wat aan te doen. Dat kun je nog even uitstellen als je de motor niet te zwaar belast.” Ik heb hem verteld dat ik de motor wil verschepen van Perth naar Zuid Afrika en daar het onderhoudswerk wil laten doen. Hij repareert de slang, plaatst een nieuwe klem, zet het stuur recht – “Stuurplaat verbogen? Zie ik niks aan. Die bout zit los” – controleert de luchtfilter – “Je hebt het filter niet geolied en dat moet je wel doen” en de ketting – “Die is aan zijn einde”. Ik: “Die ketting gaat nog wel vijfduizend kilometer mee.” Paul: “Misschien wel, maar als je hem nu vervangt dan rijdt je motor echt veel beter.” Met mijn motor is hij anderhalf uur bezig geweest. Hij maakt de rekening op: vijfentachtig dollar. Paul, bedankt voor je werk, voor je tijd, voor je geduld, voor je niet-zeuren!

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Australië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s