Hoe schoon is ‘schoon’?

Dili is voor mij niet zomaar een plaats, het is een mijlpaal. In Dili sluit ik een deel van mijn reis af en ik bereid er het volgende deel voor: Australië. Ik moet een reisplan maken, een visum aanvragen en, vooral, het transport van de motor naar Darwin in Australië voorbereiden. Het gaat er deze keer niet om de beste of de goedkoopste shipping agent in Dili te vinden want er is er maar één. Toll/ANL is monopolist. Toll is zó zeker van haar positie dat ze bereidwillig de transportkosten voor mij ontleden. Over de kostenposten valt niet te onderhandelen. Ik probeerde mijn motor en die van collega-rijder Moritz op één bill of lading te laten transporteren – dat scheelt een stevige slok op een borrel – maar “dat kan helaas niet” meent de Toll agent. De service is mager – voor het eerst in mijn reizigersbestaan moet ik zelf de documenten opmaken – en het vaarschema vaag. “Ongeveer twee weken” verzekert de Toll agent. “Reken op vier” melden ervaringsdeskundigen. Dat is Toll. Ik mag nog blij zijn: Toll accepteert losse vracht, ik hoef geen hele container te huren. De ANL Dili Trader ligt voor anker op de rede van Dili, zal eerst naar Singapore varen en vandaar naar Darwin. Het vaarschema is inmiddels tweemaal gewijzigd. Volgens eerste opgave zou de Trader op 2 maart de haven van Darwin binnenlopen. Dat werd later 10 maart en is inmiddels 12 maart geworden. Meer narigheden zullen vrijwel zeker opduiken: de Toll agent doet vaag over de havenkosten in Darwin. Ze weet het niet, zegt ze, en zal informeren. Dat is verbazend: een shipping agent die maar twee counterparts heeft – de een in Singapore en de ander in Darwin – kent de havenkosten niet. Ik herinner me nog goed “and some habour costs in Valparaiso” van meneer Takahashi, de directeur van Air Sea Express in Tokyo. Dat “some harbour costs” bleek vijfhonderd dollar te zijn. Ik reken op honderd Australische dollars in Darwin.

image

De ANL Dili Trader op de rede van Dili

De Australische overheid brengt andere kopzorgen. Australië is panisch voor mogelijke contaminatie van haar natuurlijk milieu met exotische zaden en planten, insecten en andere dieren en zelfs ‘mineralen’. Werkelijk panisch. De motor gaat in quarantaine tot de Inspectie van het Ministerie van Landbouw beslist over de toelating. De website van dat ministerie geeft schoonmaakaanwijzingen: de wielen en de spatborden, rondom het motorblok, de radiator, de onderkant, achter de beplating. Wordt ook maar het geringste vuil aangetroffen, dan moet de motor worden gedesinfecteerd door een gespecialiseerd bedrijf. En, meldt de website dreigend, als de vervuiling ernstig is, kan de Inspectie de toelating weigeren en de motor uitzetten op kosten van de eigenaar. Ik heb begrip voor de Australische zorgen: overal woekert de waterhyacint, Lantana camara, Japanse duizendknoop. Ik heb ook onbegrip: is de komst van de blanke niet de grootste aanslag op het natuurlijk milieu van Australië? Britten zijn notoire plantenslepers. Wat hebben zij geïntroduceerd en wat kunnen de strenge maatregelen nog voorkomen? Begrip of onbegrip, ik moet de motor door die inspectie zien te krijgen. Hoe streng is de inspectie in de praktijk? Hoe schoon is ‘schoon’? Wat vinden ervaringsdeskundigen? “Verwijder alle vet en vuil!” adviseren de preciezen. “Gebruik een tandenborstel voor de hoekjes en vergeet het profiel van de banden niet!” “Kalm aan” menen de rekkelijken “Reinig je motor met de hogedruk spuit en poets een beetje na. Aan die extra desinfectie ontkom je toch niet.” Die inspectie hing altijd als een donkere onweerswolk aan de horizon van mijn reis. In Shiraz ontmoette ik Nicolas M., Australisch staatsburger. Hij raadde: “Maak je niet druk. Je lapt gewoon die driehonderd dollar voor de clean-up.” Nicolas had een dure motor en kon het breed laten hangen.

Waar te beginnen? Ik wist het niet. Ik had een gemengde motivatie van noodzaak en nieuwsgierigheid. Ik verwijderde het windscherm en de kuip. Daarachter zit de bedrading. Een massa draden en stekkers. Nooit geweten dat mijn motor zo’n ingewikkeld elektrisch systeem heeft. En vuil: vettig stof van jaren en spinnenwebben met dode insecten. Dat zal de inspectie vast niet goedvinden. Een van de bevestigingsbouten van het dashboard is gebroken. Het is een oude wond, van een ongelukkige val in Gabon in 2010 en meer dan honderdduizend kilometer geleden. Met twee trekbandjes heb ik het dashboard vastgezet. Na de kuip verwijderde ik het spatbord en het voorwiel. Twee van de vier bouten van de asklem breken af. Niet best; dat moet in Darwin worden gerepareerd. Vervolgens het draagrekje van de jerrycans en de valbeugels om beter bij de radiator te kunnen. En dan de tank zodat ik gemakkelijk bij het motorblok en het frame kan komen. Het motorblok is van boven stoffig maar schoon, het frame bevlekt met in olie gekleefd stof. Dat kan ook niet door de inspectiebeugel want – o jee – in vet en smeer kunnen zaden huizen. En de houder van de accu om bij de zijkant van het motorblok te kunnen. En het rempedaal met de kettinggeleider. De kettinggeleider is tot op de metalen kern gesleten. Die moet ook in Darwin worden vervangen. De pen van het hydraulisch systeem is gecorrodeerd, vast en zeker door een lek want ik verlies remvloeistof. Ik verwijderde de bodemplaat en het achterspatbord, het achterlicht en de nummerplaat, het draagrek voor de topkoffer, het achterwiel en de schokbreker. Overal zat een dikke laag ingedroogde modder of vettig vuil op, een mengsel van straatteer, motorolie, kettingsmeer, stof en zand. Langzaam ontmantelde ik de hele motor op het motorblok en de wielbrug na. Collega-rijder Moritz keek het zorgelijk aan: “Denk je dat je je motor weer in elkaar kunt zetten?”

image

Wat is’ie vuil!

Een week lang, elke dag van ’s morgens negen tot ’s avonds zes, poetste ik modder en zand weg met water en zeep; teer, olie en vettig vuil met benzine; ik reinigde de ketting met diesel. Met een vijltje maakte ik de lamellen van de radiator schoon, met een tandenborstel boende ik elke hoek van het frame, de slangen, de draden van het elektrisch systeem, de wielassen en de spaken en de profielgroeven van de banden. Een week lang zwoegde ik bij vijfendertig graden; ik had constant dorst en mijn rug deed pijn.

Het werk was niet alleen fysiek zwaar. De schoonmaakster van East Timor Backpackers – ze is een tikje onnozel en haar kennis van het Engels is minder dan rudimentair – vroeg elk uur “finish?” en minstens een keer per dag “check out?” Dat werkte op mijn zenuwen. Ik had willen bijten “Mens, hoe kan ik klaar zijn of uit checken als de motor uit elkaar ligt?” maar vertaal dat maar eens in voor haar begrijpelijk Engels. Gasten van East Timor Backpackers verleenden emotionele steun: “Gaat het?”, “Schiet het al op?” en “Goh, wat ziet het er goed uit!”. Om mij niet in eenzaamheid te laten zwoegen kwamen ze erbij zitten, op een stoel, in de schaduw van de boom en een biertje ernaast. En dan maar vragen stellen die ik geduldig moet beantwoorden. “Wat zijn dat voor dingen?” “Dat zijn de bobines, Mich.” “Waar dienen die voor?” Collega Moritz: “Je zegt het maar als je hulp nodig hebt, hé?” “Dank je Moritz, nu niet.” “Ik zal de ketting voor je nakijken.” “Moritz, ik moet die ketting nog schoonmaken!” “Oh, dat kun je beter zó doen …” “Moritz, nu niet!!” God bewaar me voor alle goed bedoelde steun en hulp en adviezen gedurende het karwei. Ik ben het manusje-van-alles dankbaar, een oude man die niets vraagt, alleen bemoedigend knikt en aan het einde van de dag mijn rommel opruimt.

Ik heb de motor weer in elkaar gezet zonder bouten en moeren over te houden, tot mijn opluchting en trots. Gesleten bouten en moeren heb ik vervangen. De motor is schoon – maar schoon genoeg voor de inspectie? – en ik heb een lijstje gemaakt van te vervangen onderdelen en reparaties. Ik sluit de accu aan. Zal alles werken? De knipperlichten werken en ook de koplamp maar het achterlicht brandt niet en ook het remlicht niet. Ik heb vergeten het lampje een kwart slag te draaien. De motor start niet. Waarom niet? Een probleem in het elektrisch systeem? Ik test de bougies en die vonken. Niet het elektrisch systeem. Het brandstofsysteem dan? Het valt me nu op: de benzine in het filter is onnatuurlijk bruin. Hoe komt dat? Bij het schoonmaken heb ik de tank op zijn kop gezet, het vuil van jaren is in de benzine gemengd en heeft het filter verstopt. Ik vervang het filter en laat de carburateurs leeglopen. Er komt een kopje vuile vloeistof uit. Daarna start de motor probleemloos.

image

Hoe schoon is ‘schoon’?

Ik breng de motor naar Toll, poets nog een keer de banden en de radiator, rijd de motor in de container en sjor hem vast. De bewaker van Toll sluit de containerdeur. Klaar. Oef!

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidoost Azië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s