Pensione Firman

Voor mijn verblijf in Bogor koos ik voor gasthuis Puri Bali. De Lonely Planet noemt het “a solid budget choice”, op de website van Tripadvisor staan positieve recensies en Puri Bali ligt op minder dan een steenworp afstand van de botanische tuin en daar draait mijn bezoek aan Bogor om. Puri Bali bestaat niet meer, althans niet meer op de plaats die op de kaart en in mijn navigator is aangegeven. Op die plaats is nu een bouwterrein. Ernaast ligt Pensione Firman en de eigenaar daarvan wuift mij enthousiast toe. Pensione Firman heeft geen goede pers in de Lonely Planet: “For years this place was a backpackers’ stronghold though it’s now something of a last resort due to lack of maintenance – expect very basic rooms.” Zo’n directe kwalificatie is heel uitzonderlijk voor de Lonely Planet die in staat is om een toilet tot een paleis te schrijven. De gids doet dat door de positieve eigenschappen te benadrukken en de negatieve te verdoezelen of weg te laten. Als ik in de Lonely Planet van India over een hotel of gasthuis las van de idyllische tuin, het gouden hart van de gastheer of het leuke restaurant om de hoek, vermoedde ik: niet schoon. De directheid van de Lonely Planet over Pensione Firman geeft te denken, ook al perst de gids er in de laatste regel uit: “It’s friendly enough though and there’s free tea and coffee.” Friendly enough … Maar ja, daar staat wel een man naar mij te zwaaien en hij roept ook nog “Ik sta in de Lonely Planet!” Ik zou kunnen terug roepen “Ja, als een last resort!” Met zo’n desperate uitroep verdient hij medeleven. Ik neem een kijkje bij Pensione Firman.

De Lonely Planet heeft gelijk met dat “lack of maintenance”: Pensione Firman is een familiehuishouden van Jan Steen, met een oma die op de bank tv ligt te kijken, een oom in een lang gedragen onderhemd die onderuit gezakt in een stoel een sigaret rookt en de as op de grond laat vallen, rondrennende kinderen met stukken koek in de hand en koek op de vloer dat door de katten wordt verorberd. Er is inderdaad “free tea and coffee” met de aantekening dat de suiker in de pot moet worden gedeeld met mieren. De wanden van de eenpersoonskamer die mij wordt getoond waren lang geleden wellicht wit of lichtgeel maar zijn nu vuilgrijs met vegen erop en voor de plafondtegels geldt hetzelfde. Het horrengaas is zwart en gedeeltelijk verstopt met vuil. Het toilet ruikt, van de bril is nog een derde over en de wanden van de douche hebben een aanslag van jaren zeep. Het water in de emmer – er is altijd een emmer – is sinds de laatste gast niet ververst; er drijven muggenlarven in en op de bodem wandelen een paar kleine borstelwormen. De Lonely Planet heeft gelijk maar het is het gelijk van iemand die weinig ervaring heeft met eenvoudige pensions. In zulke pensions wordt het toilet alleen met een bleekmiddel doorgespoeld, de vloer geveegd met een mop en aan de wanden denkt niemand. Dat is geen luiheid, dat is een cultureel bepaalde waardering van ‘schoon’ en die is niet beperkt tot Indonesië. Pensione Firman is niet ongebruikelijk groezelig voor een eenvoudig pension. De lakens zijn schoon en ook het matras (ik kijk altijd even onder de lakens) en de veren prikken er niet doorheen. Op het tafeltje staat een ventilator die lucht verplaatst zonder lawaai te maken. In de kamer valt te leven, de doucheruimte betreed ik met slippers aan de voeten ter bescherming tegen schimmels, ik gebruik stiekem het toilet in de belendende kamer en de prijs is in redelijke overeenstemming met het gebodene: honderdtwintigduizend rupees ofwel acht euro per nacht en gratis koffie en thee. Vind maar eens een betaalbaar onderkomen in de onmiddellijke nabijheid van een mega-attractie als de botanische tuin van Bogor. Pensione Firman een laatste toevluchtsoord? Dat zal het zijn voor mensen die doorgaans verblijven in middenklasse hotels. Niet voor mij, niet voor twee backpackers en niet voor ’n paar gidsen: mensen waarvoor de locatie en vooral de prijs doorslaggevend zijn. Die gidsen begeleiden toeristen die in het Novotel verblijven, aan de rand van de stad. Voor het zenuwachtige jonge stelletje is Pensione Firman wellicht een ideaal toevluchtsoord want Firman vraagt niet naar identiteitsbewijzen of boterbriefjes. Pensione Firman heeft bovendien twee troefkaarten die de Lonely Planet nalaat te vermelden. De eerste is de nabijheid van Salak Sunset Café waar je een grote fles ijskoude Bintang kunt krijgen voor maar drieëndertigduizend rupees, slechts drieduizend rupees meer dan in de supermarkt. Nou, als dat geen troefkaart is … De tweede is het uitzicht: recht vooruit de Gunung Salak (niet meer dan contouren vanwege de luchtvervuiling) en beneden in de vallei een volkswijk met rode pannendaken.

Dat die volkswijk een troefkaart is, zal niet iedereen beamen. God is nergens méér aanwezig dan in volkswijken, in ieder geval heeft Hij er vele woningen. In de volkswijk beneden Pensione Firman stikt het van de moskeeën. Elke moskee heeft een minaret en daaraan hangen luidsprekers waarmee Allah’s woord aan het volk wordt verkondigd. Vijf keer per etmaal, ook ’s nachts om vier uur en ’s ochtends om zes. Er woedt een hevige concurrentie tussen de imams van al die moskeeën en die concurrentie wordt uitgevochten met de volumeknop. Alle imams roepen op ongeveer hetzelfde tijdstip op tot gebed maar niet op precies hetzelfde tijdstip, zodat een geluidsgolf ontstaat die lijkt op die van een amateur blaasorkest zonder dirigent. Een bijzonderheid van de Indonesische invulling van de islam is niet alleen dat de oproep tot gebed via luidsprekers wordt uitgezonden maar ook de preek en de recitatie van sura’s en die recitatie kan uren duren. Iedereen weet: ik ben zeer moslimfreundlich en kan veel hebben maar ook aan mijn incasseringsvermogen zitten grenzen. Ik wilde iemand bellen, even voor zessen, en daar begint dat blaasorkest. Oh man oh man, ik kon nergens een plekje vinden waar ik mijn eigen woorden kon verstaan, zelfs niet in de ingewanden van Pensione Firman. Anderhalf uur lang want na de oproep komt de preek. Mijn belplan werd doorkruist door andermans godsvrucht. Is de ergernis eenmaal gezakt, dan kan ik weer onbevangen luisteren. De imam van de moskee vlak naast Pensione Firman is een begaafd zanger en dankzij de nabijheid, en een goede geluidsinstallatie, overstemt hij het gekrakeel uit de diepte. Hij heeft een volle stem, beheerst het zingen en zijn ‘Allah-u-Akhbar’ is dramatisch geladen. Hij laat het ‘Allah’ langzaam aanzwellen, knijpt vervolgens het ‘oe’ af tot bijna-stilte en zet dan het ‘Akhbar’ neer als een uitroepteken. Daarna laat hij een pauze vallen – om de oproep in het hart te laten dalen – voordat hij begint aan het volgende ‘Allah-u-Akhbar’. Dat is drama! Ergens in de diepte zit een jonge jongen die sura’s reciteert maar hij kan er niks van. Hij kent de tekst niet uit zijn hoofd, zingt zoals een beginneling viool speelt – noot voor noot – en zijn stem slaat over. Als de islam de godsdienst van de stem is, dan grenst zijn zingen aan blasfemie. Gelukkig vergeeft God veel.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidoost Azië en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s