Slecht nieuws uit Atjeh

Uit Atjeh komt alleen slecht nieuws: opstand en strijd, tsunami, fundamentalisme en sharia. Degenen met een iets verder reikend historisch perspectief rekenen ook de Atjeh oorlogen tot het slechte nieuws. Nieuws is meestal slecht nieuws. Goed nieuws is geen nieuws, op de vondst van een schat na of de geboorte van een zesling (maar dan wordt er altijd bij verteld dat vier van de zes inmiddels overleden zijn). De thuisblijver die kennis neemt van de wereld via de televisie, radio of krant, krijgt van die wereld een beroerde indruk. De reiziger ziet doorgaans meer geluk.

Die Atjeh oorlogen, waar ging dat over? Nederland had Sumatra in handen op de noordpunt na, het Sultanaat van Atjeh. Dat stak natuurlijk en dan is er een argument nodig om ook die punt te krijgen. De piraterij van de Atjehers was er zo een: een formeel argument, een gelegenheidsargument. De echte reden om zich van Atjeh meester te maken: peper. De vraag naar peper was in de tweede helft van de negentiende eeuw onverzadigbaar. Er werd bij wijze van spreken om peper gevochten en dat vermaledijde kleine, onafhankelijke Atjeh op de noordpunt van Sumatra produceerde het leeuwendeel ervan. Nederland was als de dood dat een van de andere grote mogendheden – de Britten, de Fransen, de Amerikanen – de hand op Atjeh zou weten te leggen. Toen de sultan van Atjeh de relaties met de Amerikanen probeerde op te warmen, was voor Nederland de maat vol en haalde het piratenargument uit de kast. Het stuurde een brief naar de sultan: of ‘ie zich even over wilde geven. De sultan deed dat niet. In 1873 stuurde Nederland een expeditieleger onder generaal Köhler om de Atjehers de les te lezen. Dat liep verkeerd af: de generaal sneuvelde en het leger moest zich terugtrekken. In 1874 probeerde Nederland het nog eens, met een groter leger, en deze keer ging het beter: het leger veroverde de plaats die nu Banda Atjeh heet met de kraton, het paleis van de sultan. Nederland dacht de strijd gewonnen te hebben en proclameerde de inlijving van Atjeh. De Atjehers dachten daar anders over – een slag verloren maar niet de oorlog – en vochten verder, niet openlijk maar met overvallen, hinderlagen, guerrilla. De strijd laaide nu eens op, luwde dan weer en laaide weer op, decennia lang. De koloniale overheid probeerde de Atjehers te paaien met de herbouw van de Baiturrayhman moskee in Banda Atjeh die nu de trots is van de stad. De Atjehers lieten zich niet paaien. Het koloniale leger beschoot kampongs met kanonnen, brandde ze plat, moordde ze uit.

De beschrijving van de aanval op de kampong Kuta Reh – de beschrijving is te vinden op Wikipedia – laat zien hoe zoiets gaat: “Toen de marechaussees op de wal stonden, bleek zich daarbinnen een dichte drom mannen, vrouwen en kinderen te bevinden. Dit was een hoogst critiek moment voor onze manschappen, want kwam er uit die massa een tegenaanval tegen de borstwering, dan werden zij door hun minderheid in aantal zeker teruggeworpen. Het was dus zaak zich die drommen door een zoo hoog mogelijk opgevoerd snelvuur van het lijf te houden. Het vrij goede overzicht van de binnenruimte, waardoor samenwerking der nevengroepen mogelijk was, kwam ons daarbij ten goede. De uitwerking van het vuur was ontzettend. Iedere kogel maakte in deze dichte gelederen meerdere treffers, en in zeer korte tijd was het bloedig drama afgespeeld, en lagen de voor de onze meest gevaarlijke drommen neer. […] De overste […] liet toen het onmiddellijk gevaar voor onze troep geweken was, ‘ophouden met vuren’ blazen, waaraan werd voldaan. Maar er werden nog tegenaanvallen ondernomen, zoodat het vuur opnieuw moest worden geopend. […] Vooral aan de rechtervleugel, waar Christoffel met zijne brigades staat, doet zich dit dikwijls voor. Nadat wij volkomen meester zijn van den toestand, wordt op de borstwering eenige oogenblikken stand gehouden, om den troep weer geheel in de hand te krijgen, en de opgewondenheid tijd tot bedaren te geven.” Let op de koel redenerende toon. Later deed kapitein Westerling hetzelfde op Sulawezi, de Nazis deden het in Oradour en de Amerikanen deden het in Mylai (Vietnam).

In 1914 was de rebellie eindelijk de kop ingedrukt maar tot aan de Japanse bezetting in 1942 kwamen opstootjes en overvallen regelmatig voor. Menselijk gezien waren de oorlogen een catastrofe: meer dan honderdduizend Atjehers lieten het leven en ook zo’n tweeduizend leden van het koloniale leger, de meesten overigens aan de cholera. En waar zijn de koloniale daders? Daders liggen altijd op het kerkhof, in dit geval Peutjoet. Het kerkhof Peutjoet ligt naast het Tsunami Museum en heet in de volksmond ook ‘Kerkhof’. De begraafplaats werd door de tsunami zwaar beschadigd maar is opgeruimd en ziet er weer netjes uit. Aan de okergeel geschilderde toegangspoort hangen marmeren tafels waarin de namen van de omgekomenen zijn gegraveerd, keurig geordend per jaar en op alfabetvolgorde. Er is geen onderscheid gemaakt tussen Nederlandse en inheemse (Ambonese) militairen. Boven de poort is in marmer gegraveerd “Aan onze kameraden gevallen op het veld van eer”, in het Nederlands en ook in het Arabisch en het Maleis. Achter de poort ligt een laan en het eerste monument op die laan is voor generaal Köhler die er in 1978 werd herbegraven. Daarachter is een monument zowel voor de gevallenen in ‘Atjeh en onderhorigheden’ als voor het dertigjarig bestaan van het korps Marechaussee in 1936; het is geschonken door de Deli Plantersvereeniging die bij de koloniale ijzeren vuist vast veel baat had. Aan het einde van de laan staat een groot protserig monument voor generaal Pel die veel kampongs veroverde maar in bed stierf aan een slagaderbreuk.

image

Het monument voor Generaal Pel

Links en rechts van de laan liggen de ‘gewone’ doden; ‘meerderen’ en ‘minderen’ in militaire taal. “Hier rust Hello van Areno Eur: fus no 33458 aan zijne door de vijand bekomen wonden Overl. 22 oct: 1893 R.I.P” ‘Eur: fus’ betekent ‘Europees (Nederlands blank) fusilier (soldaat)’. Er liggen ook ‘Amb: fus’, inheemse (Ambonese) soldaten. ‘Amb’ en ‘Eur’ liggen door elkaar, zonder verder onderscheid. “Aan zijne door de vijand bekomen wonden” staat op veel grafstenen. Het is de Nederlandse visie op de Atjeh oorlogen. Grafstenen verhalen ook van sneuheid. Sergeant der infanterie Stevens kwam om “bij de nachtelijke overvalling op den veekraal” bij Longbattahmisigit. Weet iemand waar dat ligt? Herinnert iemand zich sergeant Stevens? Een veekraal, is dat een ‘veld van eer’? Ik heb met sergeant Stevens te doen en daarom noem ik hem hier, opdat zijn naam gelezen wordt. Hij werd drieëntwintig jaar. Jan Hendrik Witte, in leven matroos 2e klasse, kwam om “door het springen van een granaat in het kanon het welk hij bediende, onder het vuren op den vijand, aan boord van Hr Ms Sumbawa.” Dat is toch heel sneu. Hij werd op een maand na negentien. Veel van die grafmonumenten dragen als onderschrift “zijne kameraden” of “zijne krijgsmakkers”; ik begrijp daaruit dat de staat niet betaalde en dat is min.

image

Het graf van matroos Jan Hendrik Witte

Kerkhoven vertellen verhalen en daarom zijn ze interessant. Peutjoet vertelt over de heersende Nederlandse opinie – ‘de vijand’ – op de oorlogen, over de sneuheid die misschien een kenmerk is van elke oorlog, over krijgsmakkers, over de houding van de staat, over de gelijkheid na de dood van Nederlanders en inheemsen. Peutjoet is een gemengd kerkhof: er liggen militairen en burgers begraven. Velen van hen zijn in Nederlands Indië geboren; Nederland had wortel geschoten in de tropen. Wat vond die tweede (of misschien wel derde) generatie allochtonen van die oorlogen? Was de Nederlandse opinie ook hun opinie? Er zijn opmerkelijk veel kindergraven. Cholera? Dysenterie? In een hoek liggen joodse doden begraven. Waarom in die hoek? Hoorden ze er niet bij? Was het misschien een clan? Ze komen allemaal uit Roemenië. Wat voor verhaal zit daarachter? Peutjoet roept evenveel vragen op als het verhalen brengt.

De tsunami? Die heeft op mij geen enkele indruk gemaakt. Ik was op 26 december 2004 in Santiago de Chile. Ik herinner me hostal Rose, ik herinner me de nachtmis in de kathedraal, de schelle trompetten, ik herinner me de stelletjes – hij in voetbalbroek, zij in losse zomerjurk en allebei op slippers – die elkaar voor het kruisbeeld eeuwige trouw beloofden, zó ineengestrengeld dat zelfs God ze niet kon scheiden laat staan de dood. Maar de tsunami? Ik had geen telefoon en ook geen tablet met wifi. Voor een verbinding met de buitenwereld moest ik naar het internetcafé. Ik ontving een email van mijn broer: “Waar ben je? Tsunami!” Oh… Ik had geen idee waar die tsunami was, geen idee van de gevolgen, geen idee van ook maar iets. Het blikveld van de reiziger reikt tot het eind van de straat, soms tot aan de horizon. De thuisblijver ziet de hele wereld.

Op 26 december 2004 kwam de tsunami, verwoestte een groot deel van Banda Atjeh en doodde meer dan honderdduizend mensen. Het was vroeg in de ochtend, even voor achten, en de meesten waren thuis. Het Tsunami Museum toont foto’s van de verwoesting en van het reddingswerk, legt in animaties uit waardoor een tsunami wordt veroorzaakt maar vertelt niet wat een tsunami precies is en waarom die zo verwoestend is. Het Nederlandse woord voor tsunami is vloedgolf. Dat woord bestaat uit twee delen: ‘vloed’ en ‘golf’. Is een tsunami een golf als de brekende golven aan het strand waarin het zo leuk duiken is, maar dan tien, twintig of misschien wel vijftig meter hoog? Als de monumenten voor de tsunami in Atjeh enig realiteitsgehalte hebben, was het zo’n golf.

image

Het monument voor de tsunami

Ik ken de kracht van een gewone brandingsgolf: aan het strand van Kerala werd ik door zo’n golf opgepakt en neergesmeten. Ik kwam er vanaf met een gehavend gezicht en een pijnlijke nek; het had geen haar gescheeld of ik had mijn nek gebroken. Is een tsunami een snel opkomende, niet te stuiten vloed? Ik zag op Youtube een filmpje van een tsunami in Japan: het water zette op, overstroomde de kaden, tilde schepen over de zeewering, nam ze mee de straten in en verpletterde ze onder bruggen. Zonder brandinggebulder, geluidloos. Volgens mij is een tsunami vloed en golf tegelijkertijd. Het zijn de miljoenen tonnen water die eerst neervallen en dan opdringen die verwoestend zijn en het is de verwoesting die dodelijk is. Mensen werden meegesleurd, konden niet zwemmen, wisten in het wervelende water niet waar boven en onder was, bleven steken tussen en onder de enorme hoeveelheid wrakhout, raakten verstrikt in kabels, werden verpletterd tussen rondtollende auto’s en schepen, begraven onder instortende muren. Honderdduizend doden: eerst het water, daarna de dikke soep van modder, wrakhout, kabels, auto’s, schepen.

Na de tsunami zag Banda Atjeh er uit als Dresden na de vuurstorm of Hiroshima na de bom: volkomen plat, op een enkel gebouw na. De grote moskee doorstond het natuurgeweld onaangedaan. Foto’s laten bergen wrakhout en verpletterde auto’s zien waartussen reddingswerkers zich moeizaam een weg banen. Andere tonen lange rijen lijkenzakken op het plein voor de moskee. Achter de receptiebalie van hotel Medan hangt een grote foto. Die foto toont het front van het hotel en de parkeerplaats. Op die parkeerplaats, waar nu mijn motor staat, lag een volwassen vissersboot. Het was niet het enige schip dat de reis landinwaarts maakte. Na de tsunami is de wereld gekomen. De doden liggen in massagraven, het puin is geruimd, de kampongs zijn opnieuw opgebouwd, het schip op de parkeerplaats van hotel Medan is weggehaald. Alleen aan de beschadigde tegels is te zien dat er iets gebeurd moet zijn. Een enkel schip is gebleven en is nu een bescheiden toeristische attractie: de ‘boat on the house’ en de drijvende elektriciteitscentrale die vier kilometer landinwaarts ligt.

image

De drijvende elektriciteitscentrale is ook een monument voor de tsunami

De brug over de rivier is nieuw en voorzien van design straatlantaarns, de katholieke kerk is nieuw, de markthal is nieuw. Brede boulevards met een aantrekkelijk beplante middenberm en parken bepalen het aanzien van de stad. Banda Atjeh ziet eruit als nieuw en de mensen zeggen “Het is beter dan tevoren.” Atjeh is nu voorbereid op een tsunami: er zijn evacuatieplaatsen aangewezen, er staan overal bordjes die naar de dichtstbijzijnde evacuatieplaats wijzen en er is een rampenorganisatie opgezet. Er is een museum gebouwd, vast en zeker ontworpen door een internationaal bekende architect; het gebouw is interessanter dan de tentoonstelling. Er is een herdenkingspark en langs het pad staan monumentjes voor elk land dat aan de wederopbouw heeft bijgedragen. Op elk staat de vlag van het land, de tekst “dank en vrede” in de landstaal en “Terima kasi”, dankjewel. Atjeh heeft de hulpvaardigheid van de wereld ondervonden en is de wereld dankbaar.

De ramp maakte de sfeer rijp voor een vergelijk tussen de rebellenbeweging van Atjeh en de centrale regering in Djakarta. Daarom staat er op die monumentjes in het herdenkingspark “dank” én “vrede”. Die rebellie heeft een lange geschiedenis. De Atjehers vonden dat Atjeh helemaal niet was ingelijfd door Nederland, geen deel was van Nederlands Indië en dus ook niet van het onafhankelijke Indonesië. Ze schikten zich morrend, totdat Atjeh werd opgenomen in de provincie Noord Sumatra. Wat? Met de christelijke Bataks in één provincie? Met bierdrinkers, varkens- en hondeneters, misschien wel menseneters? Nooit! Ze kwamen in opstand. Die opstand verliep toen Atjeh in 1959 zelfbestuur kreeg maar de onvrede bleef. Het ging niet alleen om de christelijke Bataks, het ging ook om arrogante Javanen en vooral om de olie die bij Atjeh werd gewonnen en waarvan de opbrengsten in Javaanse zakken verdween. De spanning bouwde zich op als in een vulkaan. In het begin van de jaren tachtig werd de Beweging Vrij Atjeh gevormd. Die beweging won geleidelijk aan kracht en de strijd met het Indonesische leger werd venijniger. In de jaren negentig liep de zaak volkomen uit de hand; leger en rebellen sloegen vooral de gewone man. Beide partijen maakten zich schuldig aan martelingen, verdwijningen en moorden op grote schaal. De ramp van de tsunami was een – gedwongen – keerpunt: de partijen zijn met elkaar gaan praten, zoals verstandige mensen doen, en ze zijn eruit gekomen. Atjeh heeft nog meer zelfbestuur gekregen, is bijna autonoom, en mag het grootste deel van de olie-inkomsten zelf besteden. Na bijna anderhalve eeuw strijd heeft Atjeh vrede. Ik vond in Banda Atjeh geen monument dat aan strijd herinnert, niet aan de strijd tegen de Nederlanders – op het Kerkhof na – en niet aan de strijd tegen de Indonesische regering – op dat “dank en vrede” op de monumentjes in het herdenkingspark na. Misschien hebben de Atjehers na de tsunamiramp geen behoefte aan monumenten voor ander ongemak.

Is Atjeh teruggekeerd tot slaperige normaliteit? Het trauma is gebleven. De moskee die het natuurgeweld onaangedaan weerstond wordt gezien als een teken Gods. Moslims zijn tuk op tekens van Boven. Op Youtube is een reportage te vinden met foto’s van onbeschadigde moskeeën temidden van de tsunami-verwoesting. Allemaal tekens van Boven stelt de samensteller van de reportage eerbiedig vast. Een van de foto’s is een luchtopname van de brandingsgolven en het patroon van die golven vormt …  oh God! … het teken van Allah! Ik ben niet onder de indruk – gewoon toeval – maar ik heb geen herinnering aan die tsunami en ik ben geen moslim. Al die tekens van Allah hebben de Atjehers vromer gemaakt dan ooit te voren. Bintang – het nationale bier – is alleen verkrijgbaar op duistere plekken. Boven de ingang van het voorhof van de moskee staat ‘U betreedt een moslim gebied, gelieve decent gekleed te gaan’; mijn kniebroek, die in alle islamitische landen als decent wordt gezien, is hier niet toegestaan. De toegang tot de gestrande elektriciteitscentrale is tijdelijk gesloten in verband met een dienst in de belendende moskee. Er staat een donatiebus, niet voor het onderhoud van de centrale als monument maar voor die moskee. Bij de ‘boat on the house’ is het precies zo. De televisie zend brave quizzen en shows uit. Het belangrijkste nieuws: de sharia wordt ingevoerd en de homoseksuele daad wordt bestraft! Wel, de soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend: de sharia en de bestraffing worden pas ingevoerd “als iedereen er klaar voor is”. Dat kan lang duren. De Atjehers zijn fervente bereiders van palmwijn en van de herenliefde lusten ze wel pap. Tenminste, als ik Claude kan geloven. Claude woont met zijn vriend Joseph in het dorp K. en drijft daar een gasthuis. Hun relatie is in het dorp bekend en niemand doet daar moeilijk over. Zegt Claude. Hij roemt de tolerantie van de Atjehers en vertelt opgetogen: “Bijna alle mannen en jongens in het dorp doen het met elkaar en praten daarover openlijk.” Claude’s verhalen over seksuele escapades – hij kan er niet over ophouden – roepen bij mij evenveel weerzin op als een lang gedragen onderbroek. Claude is op latere leeftijd tot de herenliefde geroepen en zoals bij late roepingen vaker voorkomt: ze slaan weleens door. Er bestaan geen paradijzen op aarde en ook geen homoparadijzen. Ik wring de volgende verklaring uit Claude: “Kijk de vrouwen hier zijn vreselijk conservatief. Voor hen betekent seks een kind maken. Er in en er uit en als het kind is gemaakt is het voorlopig afgelopen. Die jongens en mannen leren al vlug dat het leuker is met elkaar.” Kostschoolseks dus; maar goed: seks is seks. Ik ben benieuwd hoe de wegbereiders van de sharia hiermee omgaan.

Wel beschouwd komt er uit Atjeh vooral goed nieuws. Banda Atjeh is nieuw en beter dan tevoren, na bijna anderhalve eeuw geweld is er nu vrede en met de sharia loopt het ook wel los. Nog meer goed nieuws: Atjeh heeft prachtige natuur en is door toerisme nog nauwelijks aangedaan. Het Leuser Nationaal Park is een onaangetaste tropische jungle met heel veel orchideeën- en gembersoorten en met oerang oetangs en andere apen in de bomen. En slangen. De westkust met haar branding en koraalriffen is een eldorado voor surfers, snorkelaars en duikers. Daarom zeg ik: kijk naar het goede nieuws, pak je snorkel, je zwemvliezen en je vriend en ga naar Atjeh. Atjeh is top!

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidoost Azië en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s