De gezichten van Angkor

Wie vanuit Noord Thailand naar Siem Reap in Cambodja wil heeft volgens de kaart van Reise Knowhow keuze uit twee grensovergangen. De eerste ligt bij Phum Saron, helemaal in het oosten van Thailand, dichtbij de grens met Laos. Die grensovergang is gesloten vanwege een ruzie tussen Thailand en Cambodja over het bezit van de nabij gelegen Preah Vihear tempel. De andere ligt bij Kap Choeng, veel verder naar het westen. Tussen die twee ligt er nog een, in de buurt van Anlong Veng aan de Cambodjaanse kant. Die grensovergang staat niet op de kaart en en er is ook geen weg aangegeven van de grens naar Anlong Veng. Mijn navigator is niet bereid een route over Anlong Veng naar Siem Reap te berekenen. Wie naar Siem Reap wil, moet maar via Kap Choeng reizen, vindt’ie; voor mij een omweg van honderdvijftig kilometer. En toch bestaat hij en erachter ligt ook een weg. Ik weet het zeker, ik heb er foto’s van gezien op Google Earth. De grensovergang bestaat inderdaad. Aan de Thaise kant staat een stenen huisje met een golfplaten dak en met elektriciteit voor de computer. Aan de Cambodjaanse kant staat ook een huisje, met een rieten dak en met elektriciteit voor de televisie. Het personeel kijkt naar een documentaire over leeuwen van National Geographic. De douanebeambte wil de importadministratie voor de motor niet doen – “niet nodig!” – vanwege die leeuwen op de televisie. Zo’n grensovergang is het: een voor lokaal verkeer, een enkele reiziger en een bus Thaise toeristen voor het casino net voorbij de grens. Niemand komt voor de crematieplaats van Pol Pot, ook net voorbij de grens aan de rechterkant van de weg. Pol Pot’s geest verblijft vast en zeker in de hel, in het gezelschap van Hitler, Stalin en een plukje exotische dictators; misschien wel in het soort hel dat hij voor zijn eigen volk creëerde. De weg bestaat ook: oud gerafeld asfalt met kuilen maar goed berijdbaar. Bij Anlong Veng komt de weg uit op de 67, een hoofdweg met nieuwer asfalt en minder kuilen. Siem Reap ligt honderdvijftig kilometer verderop.

Siem Reap is the place to be in Cambodja, niet om de stad zelf maar om de tempels van Angkor die ernaast liggen. De Lonely Planet vergelijkt de tempels met de ruïnes van Machu Pichu in de Andes en met Petra in Jordanië. Machu Pichu heb ik niet gezien en de vergelijking met Petra vind ik teveel eer voor Petra. Angkor Wat is van faraonische allure (Het Nationaal Museum in Siem Reap laat niets na in beeld en geluid om die associatie te leggen dus waarom komt de Lonely Planet toch met Machu Pichu en Petra aandragen?).

 Angkor Wat, van faraonische allure


Angkor Wat, van faraonische allure

Stel je voor: een reusachtig vierkant terrein omgeven door een gracht van wel honderdvijftig meter breed. Over die gracht ligt een stenen brug en daarachter een verhoogde avenue die de catwalk moet zijn geweest voor ieder die er toe deed in het Khmer rijk. Aan weerszijden van die avenue ligt een klein gebouw; het zouden bibliotheken zijn geweest. Daarna komen twee bassins. Het ene is nu geheel en het andere half verland maar het moeten indrukwekkende waterpartijen zijn geweest. De avenue komt uit bij de tempelmuur en daarachter ligt een brede esplanade. Dan komt de eigenlijke tempel die in drie terrassen met op elke hoek een toren omhoog gaat tot de centrale toren, het heiligste. Waauw! De tempelarchitectuur is indrukwekkend, de reliëfs op de wanden – vooral die op de tempelmuur – niet minder. Op honderden vierkante meters muur zijn gebeurtenissen uit de regeerperiode van Khmer koning Suryavarman II en verhalen uit de Hindu mythologie uitgebeeld. Veel strijdtaferelen, zowel mythologische – de strijd op Lanka waarin het apenleger van Hanuman de hoofdrol speelt – als profane – de strijd tussen Khmer en Cham. Olifanten, strijdwagens, marcherende soldaten, zwaardgevechten, gesneuvelden. Andere reliëfs beelden de Hindu hemel en hel uit; op de onderste helft van de muur de hel, erboven de hemel. Tussen beide is verbinding: mensen worden van de hemel in de hel gesmeten. Dat kan blijkbaar. Het omgekeerde heb ik niet waargenomen, mensen die van de hel naar de hemel verhuizen. In de hel worden de mensen geslagen, geketend, voortgedreven. In de hemel eren de mensen de goden. Die reliëfs vertellen verhalen uit het collectieve geheugen aan mensen die niet konden lezen, zoals de kruiswegstaties in katholieke kerken: dit moet je weten over ons geloof, ons volk, onze afkomst, onze daden.

Reliëfs op de muren van Angkor Wat: strijd

Reliëfs op de muren van Angkor Wat: strijd

Angkor Wat bracht me weer bij de Hindu tempels in India. Ik had moeite met die tempels, ik begreep ze niet, ik vond ze een hoog Eftelinggehalte hebben – al die over elkaar buitelende figuren, goden en godinnen in zuurstokkleuren. Ik was op zoek naar de architectuur van de verdeling van de ruimte en de beheersing van het licht. Dat is de versie van architectuur die ik ken: de architectuur van onze tijd. Die architectuur vond ik in die tempels niet. Ik zocht het verkeerde: de architectuur van die tempels en van Angkor Wat gaat niet over verdeling van ruimte (hoewel er natuurlijk ruimte wordt verdeeld) en de beheersing van het licht, de architectuur brengt het verhaal van oorsprong en bestemming. Die enorme gracht en die waterbassins symboliseren de oceaan. In India staat de tempel in het water of er ligt een bassin voor. Dat is niet voor de leuke spiegeling – een ruimtelijke beleving – maar is een spiritueel symbool. In elke cultuur staat water voor leven, voor zuivering en zuiverheid; in India bovendien voor vluchtigheid, voor voorbijgaandheid, voor de stroom van het leven. De tempel met de opklimmende terrassen tot die ene centrale toren staat voor de berg Meru, de plaats waar in de hindoe mythologie de goden wonen, zoals de Olympus de woonplaats is van de Griekse goden. God zetelt altijd boven, nooit beneden. Daarom reiken kathedralen en moskeeën naar boven, naar God. De symmetrie van Angkor Wat staat voor de orde van die bovenwereld, tegenover de chaos van het dagelijkse leven. De leuning van de brug over de gracht stelt Naga voor, de veelkoppige mythologische slang. Via Naga komt de sterfelijke mens van de gewone wereld in de wereld van de goden. De Boeddha wordt vaak afgebeeld zittend op lijf van Naga terwijl de koppen zich beschermend over hem buigen. De architectuur van Angkor Wat en de reliëfs: allemaal verhaal. Ik kan wel “O!”, “Ah!” en “Waauw!” roepen maar tegen wat eigenlijk? Ik ken die verhalen niet, ze zijn niet van mij. Dat is frustrerend: ik kijk naar iets dat ik niet begrijpen kan.

’n Kilometer van Angkor Wat ligt Angkor Thom. Dat is geen tempel maar een stad. Althans wat daarvan is overgebleven: de gracht, stadsmuren en poorten, tempels en paleizen. Alles wat niet van steen was is verdwenen. Angkor Thom heeft dezelfde obsessie met symmetrie als Angkor Wat: volmaakt vierkant, in het midden van elke zijde een poort, avenues die leiden naar het centrum van het vierkant. Allemaal symboliek: de oceaan, de grenzen van het universum en het rijk – dat valt samen – en in het centrum het heiligste: de tempel Bayon. Die tempel ziet er nu uit als een ijstaart die in de zon heeft gestaan, druipend van steen, maar nog herkenbaar: terrassen, hoektorens, centrale toren. Op elke zijde van de torens is een gigantisch gelaat uitgehouwen. Tientallen gelaten; op elke plek staren een of meer de bezoeker aan. Hetzelfde gelaat is uitgehouwen boven de toegangspoorten van Angkor Thom. Het zou het gelaat  zijn van koning Jayarvarman en tegelijkertijd van Avalokiteshvara, de boeddha van de compassie. Ik zie geen compassie, ik zie kille waakzaamheid. Dat gezicht met die starende blik die uit de stenen lijkt te komen en niet kan worden ontweken: Big Brother uit Orwell’s 1984 zou erop gemodelleerd kunnen zijn. Hoe zou de gewone Khmer het hebben ervaren, eeuwen geleden?

Big Brother is watching

Big Brother is watching

Het Khmerrijk ging te gronde om dezelfde redenen als waarom het Romeinse rijk te gronde ging: te grote druk op het natuurlijk milieu, afnemende landbouwopbrengsten, sterke tegenstanders. Angkor Thom werd verlaten en de natuur nam terug wat haar ooit was ontnomen. Hout vermolmde, waterbassins verlandden, bomen persten hun wortels tussen stenen, hielden muren in hun houdgreep en mos bedekte daken en beelden. Een beschaving werd opgeslokt door de jungle. Alleen Angkor Wat bleef als tempel in gebruik en ontsnapte aan de verovering door de natuur. Die bomen op muren en het helder groen van mos op donkere steen is nu het romantische gezicht van Angkor. De gezichten van Angkor: grandeur van faraonische proporties, de kille blik van de staat, de romantiek van de verdwenen beschaving. Voor die gezichten komen de toeristen.

De natuur houdt de tempel in haar houdgreep

De natuur houdt de tempel in haar houdgreep

Het is moessontijd en dus toeristisch laagseizoen (hoewel de moessontijd eigenlijk heel geschikt is voor het bezoeken van de tempels van Angkor: de natuur is aangenaam groen en de temperatuur draaglijk). Laagseizoen maar de bussen en tuktuks rijden af en aan. Hoe druk zal het niet zijn tijdens het hoogseizoen? Jaarlijks komen twee miljoen bezoekers. Een toegangskaartje voor een dag kost twintig dollar, voor drie dagen veertig dollar en voor een week zestig dollar. De meeste bezoekers kopen een kaart voor drie dagen en velen bezoeken ook het Nationaal Museum: twaalf dollar. Totale directe inkomsten: ongeveer honderd miljoen dollar. Tel daarbij de indirecte inkomsten op uit verblijf, maaltijden, vertier en souvenirs en je komt gemakkelijk op een kwart miljard; met dank aan de Khmers van duizend jaar geleden. Dat is het economische gezicht van Angkor. De tempels zijn de geldmachines van Cambodja en de kurk waarop Siem Reap drijft. Er bestaat geen betere banenmachine dan toerisme. Duizenden verdienen direct hun brood aan de tempels: de archeologen en de restaurateurs, de kaartenverkopers en de suppoosten, de schoonmakers en de plantsoenarbeiders. Nog veel meer verdienen indirect hun brood aan de tempels: de souvenirverkopers, de buschauffeurs en de tuktukrijders, de koks en de obers, de kamermeisjes en de bordenwassers, de bewakers, de bankmedewerkers. De hotels moeten gebouwd worden en ook gerenoveerd: werk voor architecten, ingenieurs, bouwvakkers, installateurs. Al die mensen eten en drinken natuurlijk ook, dus nog meer koks en obers, rijden een brommer, dus werk voor brommerverkopers en monteurs, kopen kleren en een nieuw mobieltje. Om dat allemaal in goede banen te leiden zijn er veel politieagenten en vast en zeker ook een leger ambtenaren. Die tempels zijn een godsgeschenk voor Cambodja en voor Siem Reap in het bijzonder! En nou maar hopen dat dat zo blijft. Ik moet aan Bam denken.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Zuidoost Azië en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s