Het Getal, de vloek en de macht

Ik bezocht India voor de eerste maal in augustus, september en oktober van 2013. Ik verliet India een week voordat mijn visum verstreek. Ik vluchtte: weg van het vuil, weg van de drukte, weg van de chaos van het verkeer. Ik bleef drie maanden in Nepal en kwam terug want een land heeft recht op een tweede kans, nietwaar? Het ging beter, wat niet de vergrotende trap is van ‘goed’. Ik voelde me in ieder geval meer ontspannen in het verkeer. Ik reed twee geiten dood, vermorzelde het achterlichtje van een brommer en schepte een fietser. Niet heel erg, behalve voor die geiten. Desondanks verlaat ik India voor de tweede keer opgelucht. Het staat nu vast: tussen India en mij botert het niet. Tussen India en mij staat het Getal, twaalfhonderd miljoen mensen. Ik voel me thuis in de woestijn en op de steppe, streken waar de ontmoeting met een medemens een gebeurtenis is. Je groet elkaar met een armzwaai of lichtsignaal. Je stopt voor een praatje, deelt ervaring – “Het tankstation tweehonderd kilometer verderop heeft geen benzine.” – water of tomaten, wenst elkaar een behouden reis. In een land met twaalfhonderd miljoen mensen is de ontmoeting met een medemens hélemaal geen gebeurtenis. Je passeert elkaar onverschillig, ergert je hooguit aan het rijgedrag. Ik heb me in India weleens eenzaam gevoeld, ik miste het contact. Dat is de vloek van het Getal.

India heeft een probleem met haar imago waardoor de toeristen wegblijven. Het is niet het vuil, de schamele hygiëne of de ongelofelijke milieuvervuiling – dat zou romantisch verpakt kunnen worden: “Incredible India” – maar de verkrachtingszaken die binnen India en daarbuiten veel stof hebben doen opwaaien. Volgens de Times of India wordt er in India elke tweeëntwintig minuten een vrouw verkracht. Heeft India een verkrachtingscultuur of is het de vloek van het Getal? Wie wil weten of er in India verhoudingsgewijs meer wordt verkracht dan in andere landen, heeft niets aan de vergelijking van de Times of India. Je moet dan weten hoeveel verkrachtingen er per jaar plaatsvinden per duizend inwoners. Even een rekensommetje op basis van het gegeven van de Times of India (zonder te weten waarop dat getal van de Times is gebaseerd): 1 per 22 minuten zijn er 3 per uur, 72 per etmaal en 26280 per jaar, gedeeld door 1,2 miljoen (een duizendste van 1200 miljoen) zijn 0,219 verkrachtingen per duizend inwoners per jaar. En hoe is dat in Nederland? Ik ben even gaan googlen en vond een bericht van rtl-nieuws van 24 mei 2013: elke week doen 24 vrouwen aangifte van verkrachting. Dat zijn er 1248 per jaar op een bevolking van 17 miljoen of 0,07 (aangegeven) verkrachtingen per 1000 inwoners. Met alle onzekerheden van het rekensommetje: er wordt in India waarschijnlijk niet héél veel meer verkracht dan in Nederland. Vinden er in India rellen plaats, dan vallen er gelijk tientallen doden. Heeft India een geweldcultuur? Elke bevolking heeft haar aandeel rampokkers. In Nederland zijn dat degenen die tijdens een avondje uit iemand doodslaan en later bij de rechter verklaren: “Hij keek naar me!” of “Ik weet echt niet waarom ik dat deed.” Rampokkers zijn meestal jonge mannen. Ook India heeft haar rampokkers maar India heeft een erg jonge bevolking en dus ook, naar verhouding, meer rampokkers. Het beroerde imago van India is vooral de vloek van het Getal.

Er zijn twee Indias: het India van de vierhonderd miljoen en het India van de achthonderd miljoen. Met die vierhonderd miljoen gaat het goed. Ze werken in de IT-sector, bij de banken, in de handel. Ze zijn computerspecialist, salesmanager, marketeer, consultant. Ze zijn succesvol. Ze drinken koffie bij Starbucks of bij Cafe Coffee Day, winkelen in een van de nieuwe shopping malls, rijden het nieuwe model van Suzuki Maruti, Hyundai, Toyota of Renault, gaan op vakantie in eigen land en zijn zich heel bewust van zichzelf. De achthonderd miljoen zijn de mensen die in aanmerking komen voor de voedselsubsidie waarvoor een wet in het parlement is aangenomen. Ze zijn de spieren, armen en benen van de vierhonderd miljoen. Het zijn de hotelboys, de vuilnis-ruimers, de riksjarijders (in Kolkata: de riksjalopers. Ja, een man trekt je voort, als een lastdier), de sjouwers met een schaal stenen op het hoofd in de wegenaanleg en de bouw, de landarbeiders die zwoegen op de velden. Het zijn de mensen die diensten verlenen aan hun eigen klasse: de kleine kioskhouder, de sapverkoper, de theeverkoper. En het zijn de mensen die niet bijdragen: de bedelaars, de zwervers, de gestoorden. Ik heb altijd kunnen zeggen: “Met verreweg de meeste mensen die ik heb gezien of ontmoet gaat het goed, naar omstandigheden.” Gaat het met de achthonderd miljoen goed, naar omstandigheden? Er slapen heel veel mensen op straat; langs Wall Tax Street in Chennai liggen ze zelfs mens aan mens, gezinnen met kinderen. “Nee” zegt de receptionist van hotel City Home “die mensen zijn niet dakloos of behoeftig, het zijn dorpelingen die naar de stad komen om hun waren te verkopen of om inkopen te doen en die slapen niet in een hotel.” Ik bekijk altijd de mensen langs de straat. De meesten zien er gezond uit; een gezonde gave huid en wat vet onder het vel. Maar ik zag er ook met geamputeerde benen en een gebarsten huid rondom de amputatie. Ik zag de man die op zijn zitvlak over de straat kroop en de man die voortdurend krabde aan de open wonden op zijn benen. Ik zag mensen met Elephantiasis, opgezwollen lichaamsdelen als gevolg van met wormen verstopte lymfeklieren, een tropische aandoening die ik in Afrika niet ben tegen-gekomen. Ik zag bedelende moeders met kinderen en het meisje van hooguit zeven met een zuigeling in de arm. Het is als overal. De Russische bejaarden in de Centraal Aziatische republieken die hun hebben en houden moeten verkopen omdat Jeltsin hun pensioenen heeft weggegeven. De mismaakten, opzettelijk mismaakt om het bedelen kracht bij te zetten. De poliolijders in Afrika. De Argentijn die vanuit de middenklasse direct op straat gedonderd is, nog met hemd en stropdas. Het dode kind onder het viaduct in Rio de Janeiro. De lijmsnuivers in hun eenzame hel. Hoe verschrikkelijk ook, het waren eerder incidenten dan een stramien. In India lijkt de misère een stramien. Wat is dat? Is het onverschilligheid van de vierhonderd miljoen voor de achthonderd miljoen en is die onverschilligheid de vloek van het Getal?

Zo wonen de armen. India heeft de macht van het Getal om dat te veranderen maar wil het dat ook?

Zo wonen de armen. India heeft de macht van het Getal om dat te veranderen maar wil het dat ook?

‘Onverschillig’ is een groot woord en ik aarzelde het te gebruiken. Ik blijk mij in goed gezelschap te bevinden: Moeder Teresa. Ik bezocht in Kolkata haar huis. In het bijbehorende museum hangen foto’s van de Moeder, een beschrijving van haar leven en ook een aantal citaten. Eén daarvan wil ik aanhalen.

“The greatest injustice: terrible indifference.  

Much of the suffering in the world is caused because of want of things – want of food and so on but at the same time want of understanding love. Many people are hungry not for bread only but they are hungry for that understanding love, they are hungry for love. Many people are not only naked for want of a piece of cloth but they are naked for the human dignity that has stolen from them.

The greatest injustice we have done to our poor people is that we think they are good for nothing: we have forgotten to treat them with respect, with dignity as a child of God.

Homelesness is not only not having a home made of bricks but homelessness is being rejected, unwanted, unloved, uncared for. People have forgotten what the human touch is, what it is to smile, for somebody to smile at them, somebody to recognise them, somebody to wish them well.

The greatest evil is the lack of love and charity, the terrible indifference towards one’s neighbor.”

Moeder Teresa ging niet naar Kolkata om de armsten bij te staan. Ze was er al, als lerares, toen Pakistan en India scheidden en zich een ramp van catastrofale omvang afspeelde. Miljoenen hindoes trokken weg – vluchtten – uit West Bengalen en allemaal naar Kolkata; de stad werd overspoeld door vluchtelingen. Moeder Teresa’s notie van onverschilligheid had betrekking op een unieke gebeurtenis, niet op permanente nood. Dat neemt niet weg dat ze gewoon verschillig was en daarin een voorbeeld ook al is de nood nu bij lange na niet zo hoog als toen. Haar boodschap: onverschilligheid is onacceptabel.

Het graf van Moeder Teresa. Haar boodschap aan de wereld: onverschilligheid is onacceptabel.

Het graf van Moeder Teresa. Haar boodschap aan de wereld: onverschilligheid is onacceptabel.

Onverschilligheid is onacceptabel en het hoeft ook niet want tegenover de vloek staat de macht van het Getal. Denk je eens in: twaalfhonderd miljoen mensen die elk afzonderlijk meer intelligentie hebben dan een mainframe computer! Hoeveel méér wiskundigen, astronomen, economen, technici van wereldfaam zou India kunnen leveren dan het nu al doet? Stel je eens voor dat de vierhonderd miljoen de achthonderd miljoen zouden kunnen brengen tot zelfs maar bescheiden welvaart: wat voor gigantische markt zou dat zijn? De vierhonderd miljoen zouden nog welvarender kunnen worden en de rijken oneindig rijk. De waterzuivering zou kunnen worden aangepakt en de vuilverwerking en het milieu gered. India is al een economische zwaargewicht. India is helemáál geen ontwikkelingsland dat steun van buiten nodig heeft. India kan het makkelijk zelf dankzij de macht van het Getal.

India wil dolgraag modern zijn. Daarom zet het haar kaarten op informatietechnologie, op kernenergie, op ruimtevaart. Dat is leuk voor de vierhonderd miljoen maar de achthonderd miljoen hebben daar niks aan. En het is gemakkelijk bovendien want voor informatietechnologie hoef je geen wegen aan te leggen die vervolgens door plattelanders worden geblokkeerd omdat hun geiten worden doodgereden. Met informatietechnologie, kernenergie en ruimtevaart kiest India ervoor om de achthonderd miljoen te negeren. Maar het is een democratie en dus worden de achthonderd miljoen afgekocht met een voedselsubsidie (áls ze die krijgen want India’s wetboek kent heel veel dode letters). Kan het anders? Ja hoor, het kan anders. De deelstaat Kerala doet het anders. Het is er schoon, naar Indiase maatstaven, en de huizen zien er goed verzorgd uit. Ik kan me niet herinneren er een krepeergeval te hebben gezien. Het percentage analfabeten zou het laagst zijn van heel India. Kerala heeft al decennia een communistische regering die de traditionele kleinschalige nijverheid beschermt: de productie van kokosvezels en kokostouw, de verbouw van specerijen, het branden van kalk uit schelpen. En die het toerisme bevordert – Kerala is tropisch groen met prachtige stranden – waarin velen eenvoudig werk vinden als ober, kok, schoon-maker. Maar goed opgeleide jongeren trekken er weg, er wordt meer gezopen dan in de rest van India en het zelfmoordpercentage ligt er hoger: te weinig high tech toekomst-mogelijkheden. Of je nu door de hond gebeten wordt of door de kat.

Wat is de toekomst van India? Meermalen heb ik te horen gekregen: “Binnen tien jaar zijn we China voorbij.” Ik waardeer ambitie maar zie een paar donkere wolken aan de horizon. Ik kwam naar India in de verwachting eindeloze groene velden te zien van rijst en tarwe, golvend naar de horizon. De Groene Revolutie: van ‘eten voor India’ naar ‘eten van India’. Het was een teleurstelling, ik zag vooral kleine akkers die niet veel meer kunnen opbrengen dan een boerengezin zelf nodig heeft. Ik zag langs de weg vrouwen een paar bundels komkommers en augurken verkopen en wat zakken tomaten, uien en knoflook; een schamel overschot. Hoe voedt India haar bevolking? Ik zou het niet weten. Ik zag veel ongebruikt land, te herkennen aan het opschietend struikgewas. Een groot deel van India is droog en de landbouw afhankelijk van irrigatie. Een boer in de buurt van Bharatpur, Rajasthan, vertelde me dat zijn oogst afneemt door het zilte irrigatie-water dat hij oppompt. De landbouw wordt bedreigd door de economische ontwikkeling. The Hindu beschrijft onder de kop “Rice bowl turns into pricey real estate” hoe project-ontwikkelaars land opkopen langs de weg waardoor de achterliggende akkers voor de boeren onbereikbaar worden – kennelijk kent India niet het recht van overpad – en hun land voor een appel en een ei moeten verkopen. De Lokmat Times schrijft over Nagpur: “City’s waterbodies shrinking at alarming rate”. Onder Bangalore is het grondwaterpeil plaatselijk gedaald tot driehonderd meter onder het maaiveld. Driehonderd meter!

Wat gebeurt er als India haar bevolking niet meer voldoende kan voeden, niet meer kan voorzien van genoeg schoon water? Wat gebeurt er als twaalfhonderd miljoen mensen in beweging komen? Ik zeg: berg je maar. Wat India niet heeft komt het halen met de macht van het Getal en met het kernwapen in de hand. Indiërs houden er een simpele opvatting op na over hun relatie met de rest van de wereld: “Wij zijn nu aan de beurt”. Indiërs zijn erg nationalistisch en dat vuur wordt door politici met liefde aangewakkerd. De reactie op de arrestatie van een Indiase diplomate in de Verenigde Staten vanwege vermeende visumfraude en het onderbetalen van haar Indiase werkster is een voor-proefje van hoe India haar spierballen kan laten rollen. Ik kon het op de voet volgen. De arrestatie leidde tot woedende commentaren in de kranten, tot rellen en demonstraties. Politici buitelden over elkaar heen met de idiootste dreigementen. Amerikaanse overheidsfunctionarissen in India kregen te maken met allerlei chicanes. Een Amerikaanse delegatie was opeens niet meer welkom. Dat alles omwille van een diplomate met een twijfelachtige werkgeversmentaliteit. De Indiase overheid liet als represaille een veiligheidsblokkade voor de Amerikaanse ambassade weghalen. India heeft bij de Verenigde Staten de status van ‘most befriended nation’ maar schept welbewust een veiligheidsrisico. Wat zouden de consequenties zijn geweest als terroristen van die tijdelijke verzwakking gebruik hadden weten te maken? Het zal je ‘beste vriend’ maar wezen.

Ik ben onder de indruk van het Getal én bezorgd. Wie niet bezorgd is kent de vloek en de macht van het Getal niet.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in India en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Het Getal, de vloek en de macht

  1. Harry zegt:

    Fantastisch ervaringsverhaal en analyse. Groet, Harry

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s