Het schoonmoedersysteem

Op de route tussen Khajuharo, dat een toeristische topbestemming in India is vanwege de tempels met werkelijk fantastisch beeldhouwwerk, en Ranthambhore, dat een topbestemming is vanwege de tijgers, ligt Orchha dat geen topbestemming is. Het is een bestemming van het tweede plan met – gelukkig – de landelijke kalmte die bij dat plan hoort, zonder opdringerige gidsen, plakkerige riksjarijders, dwingende souvenirverkopers. Orchha heeft twee vervallen paleizen, een paar tempels als kathedralen (nergens nog zag ik zulke grote tempels) en de chhatris – cenotafen, waar de zielen van de dode koningen wonen – zijn nog het meest bezienswaardig, vooral omdat gieren nestelen op de koepels. Orchha is een bezoek van hooguit ’n dag waard – dat is wat de meeste toeristen doen, ze blijven een dag om even bij te komen van de stress van de topbestemmingen – ware het niet dat Orchha vrienden heeft. Friends of Orchha bemiddelt bij homestays, een verblijf bij gewone Indiërs thuis.

Dankzij Friends of Orchha kom ik terecht bij Mounalal en Mitala Khebat, een echtpaar dat leeft op de grens tussen de vierhonderd miljoen en de achthonderd miljoen, de grens tussen hen die zonder hulp het hoofd boven water weten te houden en hen die afhankelijk zijn van de voedselsubsidie. Mounalal heeft een winkeltje gehad maar dat verliep. De verdiensten van een zoon die werkt bij Orchha Resort is nu het vaste bestanddeel van het inkomen en de homestay vult dat aan. Mitala: “Children?” Het is de opening en het hoofdonderwerp van ons kennismakingsgesprek. Het kindertal en de verdeling daarvan over de geslachten bepaalt of je gelukkig te prijzen dan wel te beklagen bent. Ik steek twee vingers omhoog, “two”. Bij zulke gesprekken leen ik altijd mijn petekinderen die ik ook beschouw als mijn kinderen. Mitala glundert want ze verslaat me met een straatlengte: ze steekt zes vingers in de lucht. Van die zes wonen er drie op het erf, zoons. Vermoedelijk zijn de andere drie dochters die uitgetrouwd zijn; bij een huwelijk trekt de vrouw in bij de familie van haar man, onder schoonmoeder’s vleugels. De twee oudste zoons zijn getrouwd en dus zijn er ook nog twee volwassen vrouwen op het erf. De oudste zoon heeft twee kinderen, meisjes van een jaar of tien. De andere heeft één kind, een meisje van vijf. Nerpad, de jongste, is nog niet getrouwd; hij verkeert in de prinsenpositie, met een leven zonder plichten. Ons gesprek gaat met handen want Mounalal noch Mitala spreken Engels op een paar woorden na: children, boy, girl, breakfast, lunch, dinner, chicken. Ik spreek geen woord Hindi, op “namaste”, “hallo”, na. Mitala doet wat mensen gewoonlijk doen die de taal van de vreemdeling niet verstaan: ze herhalen het woord dat de vreemdeling het meest gebruikt. Aangezien ik op alles “okay” zeg, is “okay” het stopwoord: “breakfast okay?” (“wil je ontbijten?”), “dinner okay?” (“zul je hier de avondmaaltijd gebruiken?”), “Chicken okay?” (“Wil je kip?”), “No chicken okay?” (“Vegetarisch?”). Mitala doet het woord, Mounalal knikt. De oudste zoon blijft buiten het gesprek. De middelste zoon en Nerpad stellen de gebruikelijke vragen over de motor (“Hoeveel kost’ie?”, “Hoeveel gebruikt’ie?”). Waar woorden de kloof tussen hen en mij onvoldoende overbruggen, helpen geschenken. Ik geef sigaretten want Mounalal en Mitala roken als ketters en zij geven thee.

Mounalal en Mitala in het keukenhuis

Mounalal en Mitala in het keukenhuis

De familiesamenstelling bepaalt de inrichting van het erf. Mounalal en Mitala wonen en slapen in het keukenhuis, een laag lemen bouwsel met een pannendak en twee deuropeningen met deuren van takken en jute zakken. De getrouwde zoons wonen met hun gezin in twee rechthoekige lemen huizen met een metalen deur en een raam. Nerpad, de jongste, migreert tussen het keukenhuis en de woningen van zijn broers. Het gastenverblijf is het grootste gebouw op het erf; het is van baksteen en heeft twee kamers. Ernaast staat een huisje met een toilet en douche. Het gastenverblijf en het keukenhuis: twee volkomen verschillende werelden op één erf. Mijn kamer is drie keer zo groot als het keukenhuis, voor mij alleen. Ik heb een bed, een traditioneel bed met een gevlochten bodem van jute repen, daarop een dikke katoenen tijk, een laken, een kussen en een dekbed. Mounalal en Mitala slapen op de vloer van het keukenhuis; ze rollen ’s avonds het plastic zeil uit en een deken. Ik kan dat zien door de spleten in hun deur. Het dak in mijn kamer is afgewerkt met kleurige lappen textiel. In het keukenhuis kijk ik op de dakpannen en tussen de dakpannen naar de hemel. In mijn kamer staat een zitje van rotan meubels, Mounalal en Mitala hebben geen meubels op één laag krukje na. Het toilet van het gastenverblijf is interessant: een kruising tussen een hurktoilet en een westers zittoilet, een verhoogd hurktoilet met een bril en waterspoeling. Geen van de familieleden gebruikt dat toilet; zij hebben een hok achterin de moestuin. Zij hebben geen stromend water en geen douche maar een emmer. Twee werelden op één erf.

Het keukenhuis

Het keukenhuis

Bij homestay hoort eten. In het keukenhuis is een klein lemen fornuis dat gestookt wordt met takken. ’s Morgens ontbijt ik op het erf. Mounalal haalt daarvoor de stoel en het tafeltje uit mijn kamer. Mijn ontbijt bestaat uit dikke zoete pap, gekruide rijst met pinda’s, thee en een banaan. En chapatis, gebakken brood, zoveel als ik wil. ’s Avonds eet ik met de familie mee in het keukenhuis. De avondmaaltijd bestaat uit lauwe rijst, daal – linzensaus – en een curry. De ene dag een vegetarische curry en de andere dag kipcurry. En roti’s, zoveel als ik wil. Het maken van de roti’s is het werk van de schoondochters. Ze kneden het deeg, rollen het uit en bakken het in een platte pan. Is de roti gaar, dan wordt hij op de hete as van het fornuis gelegd en zwelt dan op. Luchtig, geurig, smakelijk; met de familie mee-eten is geen opgave. ‘Met de familie mee-eten’ wil zeggen: eerst eten Mounalal en ik en dan de zoons en de kleinkinderen en daarna Mitala en haar schoondochters, als de mannen weg zijn.

Mee-eten biedt een inkijk in de familieverhoudingen. Mounalal is het hoofd van de familie maar hij is het hoofd zoals een koning staatshoofd is in een constitutionele monarchie. Mitala regeert het familieleven met haar schoondochters als personeel. Ik zie hoe het toegaat bij het koken. “Doe nog wat water bij het deeg”. “Rol iets dunner uit.” “Bak nu een grote.” “Die is nog niet gaar.” De aanwijzingen zijn mijn interpretatie van wat ik zie gebeuren. Een vrouw heeft er veel belang bij zonen te krijgen want die leveren schoondochters op: het schoonmoedersysteem. In India is geslachtsbepaling van ongeboren kinderen bij wet verboden maar dagelijkse praktijk. Hetzelfde geldt voor abortus van vrouwelijke foetussen dat het vervolg is op de geslachtsbepaling. Mitala heeft twee schoondochters en straks, als Nerpad trouwt, nog een. Zij heeft geluk. Haar schoondochters hebben straks pech, bij de huidige stand van zaken. Zij hebben dochters en die zullen uittrouwen; zij zullen geen schoonmoeder worden, geen werksters. Zij hebben kans op een moeizame oude dag zonder hulp in de huishouding. Haar schoondochters hebben nu geluk: Mitala steekt zelf ook de handen uit de mouwen en ze koeioneert haar schoondochters niet. Het schoonmoedersysteem is het thema in menige Indiase soap en daarin zelden uitgebeeld als een harmonieuze relatie.

Hartelijke groet, Mart

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in India en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Het schoonmoedersysteem

  1. Stefaan Claes zegt:

    Dat hurktoilet: gelijkt dit op dit verhoogd hurktoilet? Pedestal squat toilet Hopelijk worden URLs niet weggefilterd… (de afbeelding staat op de engelse versie van wikipedia bij ‘defecation postures’)

    • martheijnens zegt:

      Ja, zoals beschreven op de wikipedia pagina: Some toilets allow the user to defecate in either the squatting or the sitting position.

      • archidotbe zegt:

        Ondertussen ben ik te weten gekomen dat dit soort toilet een ‘anglo indian toilet’ heet. Ik ben van plan om zo’n toilet te importeren vanuit India (ze worden enkel in India gemaakt). Maar blijkbaar is dit niet zo gemakkelijk. Via IndiaMart heb ik al verschillende berichten verstuurd maar tot nu toe weet ik nog altijd niet hoeveel het zal kosten om een of twee ‘anglo indian toilets’ naar Belgie te sturen (het zal waarschijnlijk niet goedkoop zijn). Suggesties? TIA

      • martheijnens zegt:

        Ik heb vrienden in India. Ik zal ernaar vragen. Handel met India is niet gemakkelijk. Mensen beloven meer dan ze waar kunnen maken en de bureaucratie is er schokkend. Die toiletten moeten niet alleen ver/gekocht worden maar ook verstuurd. Dat is nog een extra obstakel.

      • Stefaan Claes zegt:

        Via IndiaMart gaat het blijkbaar niet lukken. Waarschijnlijk staat er niemand te springen om een paar toiletten te kunnen leveren. Maar ik kan toch moeilijk een container toiletten bestellen om er maar een paar van te gebruiken… en een paar toiletten opsturen met een koeriersdienst (bijv. UPS of Fedex) zal waarschijnlijk heel duur zijn. Als er nu iemand regelmatig een container laat overkomen uit India en er is af en toe wat plaats over… Geen idee of dit realistisch is.

        Alvast op voorhand bedankt voor het navragen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s