Zalig Kerstfeest

Nepal is een hindoeland met een piepkleine christelijke minderheid en daarom neemt Kerstmis er de gedaante aan van de kerstman in de arrenslee met Rudolph het rendier ervoor in plaats van het kerstkind in de kribbe met de os en de ezel ernaast. De Nepalese middenklasse is overigens te klein voor massale aanwezigheid van de kerstman. Ik had graag naar de kerstmis gewild maar zie maar eens een kerk te vinden. Er is er een, de Church of the Assumption, in Lalitpur aan de andere kant van de stad. Zie dan maar weer eens achter de mistijden te komen. De Church of the Assumption heeft een website en ook een facebook pagina maar die zijn sinds augustus 2011 niet meer bijgewerkt. De katholieke kerk heeft er altijd de voorkeur aan gegeven achter de feiten aan te lopen en dat is verstandiger dan voor de feiten uit te lopen. Op voorspellingen word je altijd afgerekend. In mijn queeste naar een kerstmis ben ik bij de werkplaats langsgegaan waar mijn motor wordt gerepareerd. Die werkplaats heeft een christelijke monteur in dienst. De monteur: “Een paar dagen geleden hebt u hier met een priester zitten praten!” Die Amerikaan van vlees en bloed blijkt een priester te zijn! Incognito, natuurlijk om Ganesh niet te ergeren. Ik heb het telefoonnummer van father Joe Tailor gekregen maar de father neemt niet op. Vast en zeker in hogere sferen. Geen kerstmis. Jammer.

In Utrecht ging ik altijd graag naar de kerstmis in de kathedraal, toen kardinaal Simonis er nog de scepter zwaaide. Zijn preek was onveranderlijk een terechtwijzing, vooral aangaande de frequentie van het kerkbezoek. Vóór de communie liet hij altijd weten “het volste respect te hebben voor hen die om wat voor reden dan ook niet ter communie willen gaan” en keek daarbij vorsend naar de achterste banken, althans dat verbeeldde ik mij. Op die achterste banken waren de ho’s geconcentreerd. Dan ben je onder elkaar, kunt elkaar minzaam begroeten – “Goh, zeg, zie je dat? Ze is d’r ook, die sloerie! Het mag een wonder heten dat God de kerk niet laat instorten” – en kijken of er nog wat leuks tussen zit – “Moet je kijken, ze heeft ’n nieuw vriendje. Hoe komt zo’n lelijk mormel aan zo’n leuke jongen?” Ere wie ere toekomt: na afloop van de mis, bij het uitgaan van de kerk, kreeg iedereen, zonder onderscheid, van Simonis een hand; ook de achterste banken. Simonis: aartsconservatief maar ook vergevingsgezind. En na de mis naar Bodytalk om het geestelijke met het lichamelijke te compenseren.

Ik had graag een Nepalese mis bijgewoond. Het leuke van een katholieke mis is dat die universeel is maar lokaal ingekleurd. Ik herinner me de paasmis in Damascus, in 2004. De mis was in het Arabisch maar de rite is overal hetzelfde zodat je zonder te verstaan toch precies weet bij welk ritueel je bent. Zo doe je iets samen zonder woorden. Voor mij is niet de consecratie het hoogtepunt, het moment waarop wijn in bloed verandert en het brood in Christus’ lichaam. Als kind al stond de consecratie me tegen en wel om twee redenen. Op de eerste plaats omdat het brood dat zojuist in Christus’ lichaam was veranderd ter nuttiging werd aangeboden – toch een staaltje kannibalisme – en ten tweede omdat de transitie proefbaar niet gelukt was. Ik beet altijd voorzichtig op de hostie. Natuurlijk wist ik dat de transitie symbolisch was bedoeld, maar toch. Als kind al was ik tuk op wonderen, nu nog, zonder de behoefte te hebben deelnemer te zijn. Ook de wederopstanding was aan mij niet besteed omdat je daarvoor eerst heel lang dood moest zijn. Het lopen over water daarentegen heb ik wel ’n keer geprobeerd.

Niet de consecratie maar de vredeswens is voor mij het hoogtepunt van de mis. Je geeft de buren naast, voor en achter je een hand en zegt “vrede”. Daarmee doorbreek je het harnas: iedereen zit in de kerk voor zichzelf, kijkt de ander niet aan, laat staan aanraken; ikzelf natuurlijk ook. Behalve het doorbreken van het harnas vind ik de vredeswens zelf heel belangrijk. Oorlog is zó iets verschrikkelijks dat je het je ergste vijand niet toewenst. Oorlog houdt niet op bij het tekenen van het vredesakkoord, oorlog gaat door. Mijn ouders hebben de oorlog meegemaakt. Heel erg is die in Maastricht en omstreken niet geweest en hij was voorbij toen in Noord Nederland het ergste nog moest komen. Er was geen vreselijke honger, wel nijpende tekorten. Toch heeft die periode mijn moeder getekend. Ze was altijd bang dat er niet genoeg was en dus was er van alles teveel: teveel vlaaien, teveel brood, teveel broodbeleg. Iets weggooien kon ze niet; oud brood werd gedroogd en bewaard voor de paarden van de boer. Toen ze verhuisden naar een aanleunwoning troffen mijn broers (ik was op reis, de wereld rond) bij het leegruimen van de zolder een grote kast aan vol blikken en pakken koffie, voor het geval dat … Oorlog erft over: ik heb dezelfde tic als mijn moeder. Ik kan ook niks weggooien. Ik bewaar plastic draagtassen en bakjes. Ik gebruik nog steeds dezelfde afwasborstel die deel uitmaakte van mijn ‘uitzet’ toen ik op de studentenflat ging wonen, meer dan veertig jaar geleden. Oorlog laat een spoor na, oorlog is een rat met een heel lange staart. In Afrika ben ik ze tegengekomen: de slachtoffers van de oorlogen, de vluchtelingen. Bij bosjes: in Benin, in Brazzaville dat werkelijk vergeven is van de vluchtelingen uit alle Afrikaanse oorlogen, in Dar es Salaam, in de grensstreken met Rwanda. Ze zijn lichamelijk en geestelijk zwaar beschadigd: “Toen ik bijkwam was er dit …”,”Ons huis werd opgeblazen” en “Mijn vader werd opgehangen, mijn moeder de keel doorgesneden. Waarom weet ik niet”. En die mensen zijn permanent ontworteld; ze durven niet terug, kunnen niet terug, mogen niet terug. Palestijnse vluchtelingen mogen niet terug, wonen in kampen, hebben geen enkel recht. Voor hen gaat de oorlog door, al vijftig jaar, voor sommigen al zeventig jaar! Bid in godsnaam voor vrede.

Terug naar de kerst. Geen kerstmis maar wel kerstfeest. Het personeel van mijn guesthouse heeft een kerstboom opgezet met veel gekleurde lichtjes. De keuken bereidde een echt kerstmaal: vooraf toast met yakkaas en tapenade van olijven, daarna kippenpoten in een saus begeleid door gebakken aardappeltjes met peterselie en daarbij sla, tenslotte een toetje van crème met chocoladecake en aardbeitjes. Als dank hebben we voor het keukenpersoneel “Jingle Bells” gezongen. Er waren niet veel gasten: twee tafels met Fransen (de eigenaar van het guesthouse is een Fransman en dus komen er veel Franse gasten), twee Franse Israëliërs (of Israëlische Fransen), een Oekraïense en ik. De Franse Israëliërs en de Oekraïense hadden presentjes gekocht voor iedereen. Terwijl ik probeerde een kerk te vinden en informatie over mistijden, hebben zij de medemens bedacht! Wat is ‘kerstelijker’? En daardoor werd het voor mij toch kerstfeest!

De kerstboom van The Yellow House

De kerstboom van The Yellow House

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Indisch Subcontinent, Over mij en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Zalig Kerstfeest

  1. angela en ben zegt:

    Hallo Mart,
    ik heb zonet je laatste bericht gelezen uit Nepal. Wij wensen je vanuit Nederland een fijne jaarwisseling en voor het nieuwe jaar nog mooie reiservaringen toe. Ik ben nieuwsgierig
    wat we nog allemaal te lezen krijgen. Happy New Year, Ben en Angela Heijman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s