ABC

De Lonely Planet schrijft: “Peaceful Pokhara has a prime position beside a deep green lake, nestling among forested hills with a picture-postcard backdrop of gleaming Himalayan peaks”. Dat is een erg opgepoetste versie van de werkelijkheid. Van dat “deep green lake” is weinig te zien omdat de oever is volgebouwd met hotels en restaurants. Voor die “forested hills” en “picture-postcard backdrop of gleaming Himalayan peaks” moet je buiten de stad gaan. Ik heb mijn heil gezocht in het dorp Dhampus, ongeveer 20 kilometer van Pokhara. Vanaf het dakterras van New Excellent View Guesthouse kijk ik over een breed dal met beboste hellingen en akkerterrassen tegen de achtergrond van de besneeuwde pieken van het Annapurna Massief. Dat is een “picture-postcard backdrop”. Mooier kan niet en het uitzicht verandert voortdurend. In het ochtendlicht zijn de bergen scherp getekend en koel gekleurd terwijl het middaglicht vorm en kleur verzacht als viel het door een filter. Zo werkt licht. In de namiddag begint het spektakel als het licht vlucht voor de oprukkende schaduwen, omhoog en verder omhoog, en verkleurt naar geel en dan oranje. De Machhapuchhre is het laatste bolwerk in diep oranje en als de schaduwen ook die top veroveren vlucht het licht de hemel in, kijkt nog even achterom, waarna het Massief verstart in ijzig blauw. ’s Nachts keert het licht heimelijk terug, bij volle maan, en maakt van de besneeuwde bergen haar zilveren banier. Als de maan is gegaan klim ik naar het dak om sterren te kijken: Orion, Cassiopeia, Boogschutter en vooral de geweldige Melkweg.

Het Annapurna Massief in namiddaglicht

Het Annapurna Massief in namiddaglicht

Suk komt me halen, “Kom even kijken”, want hij houdt van het steeds veranderende zicht op de bergen. Suk – voluit: Suk Gurung – drijft New Excellent View Guesthouse, samen met zijn vrouw. “Gurung” is niet onderscheidend; iedereen in het dal heet Gurung, zelfs het brood heet Gurung Bread. New Excellent View is een eenvoudig gasthuis met vijf gastenkamers. In mijn kamer staat een ruwhouten bed met een dunne schuimrubberen matras (daaraan ben ik gewend), een kussen, een onderlaken en een dekbed want de nachten zijn hier koud in november. Verder staat er in mijn kamer een tafeltje en aan de wand hangt een tl-buis en een spaarlamp. Het belangrijkste: het is er brandschoon. Het beddengoed is hagelwit, zonder vlekken – kom daar eens om in India – en wordt regelmatig ververst. Er is één badkamer met douche en toilet en ook die is altijd schoon. Op het dak is het terras, het restaurant en de keuken. ‘Restaurant’ is de wijdse benaming voor de huiskamer van het gezin Suk Gurung. De kinderen, Ronix van tien en Ronissa van vijf, maken er hun huiswerk zoals kinderen dat overal doen: hangend over een stoel. De menukaart bevat gebruikelijke eenvoudige Nepalese, Indiase en Europese gerechten. Die menukaart is samengesteld door Het Comité en in alle gasthuizen in Dhampus hetzelfde. Het heeft dus geen zin om voor de afwisseling in een ander gasthuis te gaan eten en het hoeft ook niet want het eten in New Excellent View is gewoon lekker. Ik eet graag de spaghetti, vanwege de yakkaas die erover wordt gestrooid. Die kaas is pittig, droog, niet plakkerig. Het gezin eet Daal Bhat, ’s morgens en ’s avonds. Daal Bhat is de Nepalese staple; een Nepalees wordt ontevreden als hij geen Daal Bhat krijgt. De kern van Dal Bhat is rijst en een dunne saus van kruiden en linzen of bonen. Daarbij wordt meestal een papad gegeten, gestoofde groenten, pickles van boomtomaten (die bestaan en het is inderdaad een familielid van de tomaat) of een stukje kip. Nepalezen eten met de handen. Ronix zit tegenover mij aan tafel. Hij giet zijn kom met saus over de rijst, dan lekker prakken met de handen en naar binnen werken. Hij gaat er in op. New Excellent View heeft drie eigentijdse voorzieningen: een zonneboiler op het dakterras die warm douchewater levert als de zon schijnt (op een bewolkte dag is douchen een beproeving), een noodstroomsysteem met twee grote accu’s want de stroom valt hier even vaak uit als in Pakistan en een internetverbinding met wifi. Die verbinding is meestal zó traag dat de computer een timeout meldt. Veel gasten krijgt New Excellent View niet omdat het een tikje ongelukkig is gelegen. Dhampus is een langgerekt dorp langs de berghelling en het gasthuis ligt in het midden. De gasthuizen aan beide einden van het dorp vangen de meeste bezoekers. Gasten zijn vrijwel allemaal trekkers die verblijven voor een nacht. Het gasthuis is de ene poot onder het gezinsbestaan, het boerenbedrijf de andere. Suk heeft drie piepkleine terrasakkers met gierst, twee terrasakkers met theestruiken (“Suk, waar zijn die struiken?” “Je staat er tussen!”), een moestuin, een boomtomatenboom, een buffel met kalf, wat bomen waarvan de bladeren dienen als buffelvoer en een paar kippen. Suk kan er niet van leven maar wil het boerenwerk niet opgeven: “Mijn gierst is de lekkerste”.

Ronix eet dal bhat

Ronix eet dal bhat

Ik voel me thuis in New Excellent View. Ik ben overal thuis maar hier ben ik opgenomen in een gezin en zo’n ervaring heb ik niet vaak. Ronissa leunt tegen me aan tijdens het eten want ze is in de knuffelfase. Ik repareer het fietsje – er schijnt in heel Dhampus geen fietspomp te zijn – en de internet browser (Suk: “We hebben internet maar krijgen tegenwoordig geen Google meer”). Ik voel me thuis en er is ook veel te zien: boerenhandwerk dat in Nederland allang verdwenen is, vervangen door machines, maar waarvan ik nog het staartje heb meegemaakt. De buffel melken, boter karnen, yoghurt maken, de gierst snijden, dorsen, het kaf van de gierst scheiden, bonen doppen en drogen. Het roept herinneringen op aan mijn kindertijd. Ik ging voor mijn moeder melk halen bij boer Rutte. Als hij laat was of het erg druk had, zei hij “Neem die maar” en wees een makke koe aan. Aan het melken van een buffel begin ik niet. Suk legt de theefabricage uit: “Je moet de blaadjes kneuzen” – hij wrijft er een tussen zijn handen – “en dan drogen”. Thee krijgt haar smaak door oxidatie. Moeder Gurung weeft en doet het voor: allerlei stokken moeten worden opgetild en spoelen doorgehaald. Het is heel ingewikkeld. “Vrouwenkennis!” “Wat wordt dat?” “Een tafelkleed of een Nepalese rugzak voor Suk.” Een Nepalese rugzak wordt gemaakt door de punten van een tafelkleed met banden kruislings te verbinden. Ik heb gesprekken met de boeren in het dorp want ze kennen me. “Zijn er in jouw land ook buffels?” “Nee, wij hebben alleen koeien.” “Hoeveel melk geeft bij jullie een koe?” “Tussen de dertig en de veertig liter.” “Per dag of keer?” Een koe wordt tweemaal gemolken, ’s morgens en ’s avonds. “Per dag.” “Oh, nou mijn buffel geeft drie liter per keer.” De buffel van Suk Gurung geeft twee liter per keer. Ik maak wandelingen in de omgeving, door het bos naar Pothana en naar Australian Camp en door de velden naar het dorp Luwang dat maoïstisch is. Het is verkiezingstijd: “De politici komen nu met grote beloften maar vertrekken dan naar Kathmandu en dan zie je ze niet meer. De maoïsten doen hetzelfde.” “Waarop stemt u?” “Op de maoïsten.” “Waarom?” “Het hele dorp stemt op de maoïsten. Dat hebben we afgesproken. We willen geen strijd.” Dat is dorpspolitiek.

Ik was ’n week in Dhampus. Ik had het boerenbedrijf gezien. Ik had het zicht op het Annapurna Massief bewonderd. Ik had alle paden in de omgeving bewandeld, die door de bossen en die door de velden. Het werd tijd te vertrekken. En toen kwamen drie Duitsers bij New Excellent View logeren, met een uitrusting die beslist geschikt moest zijn voor een poolexpeditie. “Waar gaan jullie naar toe?” “Naar ABC.” Suk: “Annapurna Base Camp” en haalt er een kaart bij. Annapurna Base Camp ligt midden in het Annapurna Massief, aan de voet van een paar gletsjers, op meer dan vierduizend meter hoogte. “Je loopt er in drie dagen heen en in twee dagen terug. Het is een geweldige tocht. Ik weet zeker dat je het leuk zult vinden.” Het moet daarboven vreselijk koud zijn en ik heb alleen dunne zomerkleren en een slaapzak voor de tropen. Suk later, als de Duitsers naar hun kamer zijn: “Zo’n uitrusting heb je helemaal niet nodig. Er zijn langs het hele pad gasthuizen en ze hebben allemaal dekbedden zoals bij ons. En je kunt een vest van mij lenen.” Er is nog een hobbel te nemen om te kunnen trekken: ik moet me in Pokhara laten registreren in TIMS, het Trekking Information Management Systeem, en de bijdrage aan het Annapurna Conservation Area Project betalen. Goedkoop is trekken niet; de TIMS registratie kost tweeduizend Nepalese rupees, ongeveer vijftien euro, en de ACAP bijdrage is ook tweeduizend rupees en ik koop ook nog een fleece-vest voor 900 rupees zodat ik voor bijna vijfduizend rupees klaar ben voor de trek. Daarbij blijven de kosten niet. Hoe hoger je komt, hoe meer het verblijf kost; vooral de prijzen van maaltijden stijgen met de hoogte mee. En dan zijn er de goede doelen waaraan je niet voorbij kunt gaan omdat ze langs het pad staan. Voorbij Tolka zit een man langs het pad zonder benen. Ernaast een bord met uitleg hoe het zo gekomen is: een lawine. Hij hoopt op een bijdrage voor kunstbenen. Gehandicapt zijn is in Nederland al een kruis om te dragen, in de bergen een ramp. Het is een raadsel hoe die man zijn plaats langs het pad heeft bereikt. De school van Tolka en ook die van Chomrong vragen een bijdrage. Geheel vrijwillig uiteraard maar het is moeilijk eraan voorbij te gaan omdat de hoofdonderwijzer op het pad staat te wachten met het donatieboekje in de hand. Om een of andere reden financiert de Nepalese overheid de hoogste klassen niet. Ik ben erg voor onderwijs. De gasthuizen hebben hun eigen manieren om klanten te vangen. Het pad splitst in een betegeld en een onbetegeld pad. Langs het betegelde pad staat een bordje ‘Landruk’ (of ‘Chomrong’ of …) met een pijl. Dat klopt, dat pad gaat inderdaad naar Landruk maar wel over het terras van een gasthuis en daar staat de waard of waardin. Het onbetegelde pad gaat om het gasthuis heen. Die waard (meestal de waardin) heeft haar eigen overreding: “Waar ga je naar toe?” “Vandaag tot Chomrong.” “Helemaal naar Chomrong! Poeh, da’s nog een eind, dat red je niet voor de avond. Je kunt ook hier overnachten.” In elk gehucht staat een ACAP bord waarop de loopafstanden in uren staan aangegeven. Daarop kun je lezen dat de waardin de afstanden nogal overdrijft. Overigens worden die borden ook wel gemanipuleerd, wordt van “2” een “3” gemaakt.

Het pad klimt van Dhampus langzaam langs de dalwand tot Pothana, volgt de rug die de scheiding vormt met het dal van de Modi Khola tot Pittam Deulari en daalt dan steil af in het dal van de Modi Khola tot Tolka en Landruk. Na Landruk wordt het even gemakkelijk lopen tot New Bridge, een wankele hangbrug over de Modi en daarbij een gehucht met gasthuizen. Na New Bridge klimt het pad steil omhoog naar Chomrong, daalt dan weer even steil af in een zijdal van de Modi om dan weer duizelingwekkend omhoog te klimmen naar Sinuwa. Zevenhonderd meter omhoog, omlaag en weer omhoog. De trappen zijn moordend: ongelijke treden en hoe steiler de helling hoe hoger de treden. Geen trapjes maar trappen van honderden treden. Vanuit New Bridge kun je Sinuwa zien liggen, op de tegenoverliggende helling van het zijdal; het kost me ’n dag. Na Sinuwa golft het pad op en neer langs de dalwand, langs Bamboo en Deurali, tot Machhapuchhre Base Camp. Bij MBC maakt het pad een haakse bocht, klimt langzaam omhoog langs de morenewal tot aan Annapurna Base Camp. De klim langs de morenewal is niet moeilijk maar wel op vierduizend meter hoogte. Mijn ogen hebben moeite met focussen, ik zie sterretjes en krijg hoofdpijn. Op ABC ebben die verschijnselen langzaam weg maar komen ’s nachts terug en ik krijg het dan ook benauwd, ademnood. Het zijn de verschijnselen van acute hoogteziekte. Ik ben op grotere hoogten geweest – ik stak de Paso Agua Negra over op bijna 4800 meter – maar nooit langer dan een paar uren. Ik was van plan een dag op ABC te blijven om de gletsjers van dichtbij te bekijken maar heb daarvan afgezien vanwege de signalen van hoogteziekte. Ik ben ’s morgens in alle vroegte afgedaald naar MBC en daar was het ergste leed geleden. Hoogteziekte moet je niet negeren.

ABC

ABC

Ik ben een individuele trekker zonder gids of drager, in spijkerbroek, met een minirugzakje en mijn fleecevest en motorjack in een bundel over mijn schouder. Trekken in een spijkerbroek schijnt absoluut not done te zijn. “Those jeans shave your legs!” smaalt de Amerikaan. Die bundel baart opzien: “Je bent hier een paar dagen geleden langs gekomen. Ik herken je aan die bundel.” Er zijn meer individuele trekkers, met veel grotere rugzakken en ieder trekt op zijn eigen wijze. De Australiër doet aan ‘speed trekking’. Dat schijnt een sport te zijn. Ik ontmoet hem in Chomrong, halverwege, en kom hem de volgende dag weer tegen, op de terugweg. Ik: “Haal die grijns eens weg. Doe tenminste alsof je moe bent.” Hij: “Dat kan ik niet, ik lach altijd.” Het lijkt me een vreselijk vermoeiende vent om mee getrouwd te zijn. Leuker is de Japanner. Hij vond in Deurali geen slaapplaats en is doorgelopen naar Machhapuchhre Base Camp. In het donker. “Ik was wel bang; er kwamen allemaal enge geluiden uit het bos.” Zo’n Japanner is innemend, vooral als je weet dat Japanners in het algemeen een sterke voorliefde hebben voor zelfkastijding en flink-zijn. Individuele trekkers worden gestraft. Om te beginnen is de TIMS registratie en de ACAP bijdrage tweemaal zo duur als voor groepstrekkers. Na Sinuwa hoef je er niet meer op te rekenen een kamer voor jezelf te vinden; alleen nog shared rooms. Geen uitbater begint eraan een kamer te verhuren aan één waar hij gemakkelijk voor twéé kan vangen. Dus deel ik in Deurali een kamer met Zakh, Amerikaan, en in Annapurna Base Camp met Basil, een Rus. Zakh is een zeur maar Basil is een knappe, fysiek erg aanwezige jongen die dromen van zoenen oproept. Ik heb hoogteziekte.

De Annapurna Base Camp trek is heel populair. De meesten trekken in groepen, met een gids en dragers. Japanse en Koreaanse groepen met breekbare dametjes met hoedjes zoals alleen Japan en Korea breekbare dametjes weten te produceren. Italiaanse en Franse groepen hoor je van ver aankomen; vooral Italianen kakelen als waren ze in een kippenren. Ze roepen “pardonne” als ze langs me willen maar wachten het antwoord niet af. Zo zijn Italianen. Ik heb drie avonden lang het voorrecht gehad in hetzelfde gasthuis te verblijven als een groep Polen. Ze hebben luide stemmen en nuttigen aan tafel Poolse varkensworst als versnapering bij het bier hoewel overal borden staan met het verzoek geen kip-, rund- of varkensvlees mee te nemen (laat staan te nuttigen) omdat dat niet past bij de religieuze opvattingen van de lokale bevolking. Ik ben geïnteresseerd in groepsrollen. Dat is de leider, een magere grijze man die bedaard uitlegt wat de volgende dag zal brengen. En die, dat is de lolbroek, de gangmaker, met een gezicht dat mij herinnert aan Kooyman in Toen Was Geluk Heel Gewoon. En dat is de stille backbencher, het is de zoon van de lolbroek. Met zo’n vader word je vanzelf een stille backbencher. In Deurali weet de lolbroek de groep over te halen tot een echt Pools zang- en zuipfestijn. Tot elf uur ’s avonds en dat is in deze omgeving nachtbraken en houdt de rest van de trekkers uit de broodnodige slaap. Zo zijn Polen. Ter verdediging wil ik wel opmerken dat de gids door de groep uitbundig is gefêteerd. Overlast geven en gul zijn gaat vaak samen. Na die avond heb ik de lolbroek niet meer gehoord; vast en zeker aangelopen tegen de harde eisen die trekken stelt.

Groepen en een enkele individuele trekker hebben een gids en een of meer dragers. Wat doet de gids? De gids hoeft niet te gidsen; het pad naar Annapurna Base Camp is volstrekt duidelijk en kruist maar éénmaal een ander pad. De gids regelt het onderkomen en de maaltijden en houdt oog op de dragers. Een gids lost problemen op, hoort klachten aan en komt in actie als zijn klant onwel wordt, een been breekt, gerepatrieerd of gered moet worden. Van een gids merk je pas echt iets als het mis gaat. Ik heb geen gids, ik moet mezelf redden. Een goede gids stimuleert zijn klanten, praat ze naar boven, en spreekt de taal van zijn klanten. De gids van de Polen spreekt Pools, anderen spreken Frans, Italiaans, Japans, Chinees. Of een gids ‘goed’ is afhankelijk van de interactie tussen gids en klanten. Bij een groep die zich niets aan de gids gelegen laat liggen, sjokt de gids achteraan. Je zal maar de gids zijn van iemand met een zwijgzame natuur, zoals ik. Of van de Française die maar niet ophoudt de gids te betrekken in haar klaagzang over haar man en haar neven. Als ik gids was had ik haar van een rotsrichel geduwd.

Dragers zijn te verdelen in twee groepen: dragers van spullen van toeristen en dragers van spullen voor toeristen. Spullen voor toeristen: spaghetti, rijst, sigaretten, groenten, zeep, wasmiddel, blikjes frisdrank, blikjes bier, wc-papier. Kortom: alles wat in een gasthuis nodig is. Al die spullen – waar niemand ooit over nadenkt – moeten allemaal naar boven worden gedragen. Wie klaagt over de hoge prijzen moet daar eens aan denken. Beneden in het dal worden lasten wel door muilezels gedragen, hogerop alleen door dragers. Een gids legt me uit: een muilezel kan tot dertig kilo dragen, een menselijke drager wel veertig kilo. In een rieten mand op de rug met een draagband over het voorhoofd. Ik ben er een tegen gekomen met vijf dozen met blikjes bier op zijn rug. Vijf! Butagasflessen ook. Daar komt er een naar beneden huppelen met een lege gasfles in zijn mand op de rug. Ik zou met een lege gasfles niet kunnen huppelen. Hij huppelt helemaal naar beneden, naar Phedi waar een flessendepot is, en dan met een volle terug. Dan huppelt hij niet meer. Wie zich afvraagt waarom een warme douche in Annapurna Base Camp driehonderd rupees kost: nou, daarom. Voor de dragers zijn er langs het pad rustplaatsen aangelegd met hoge zitjes waarop de manden en pakken kunnen rusten. Dragers van spullen van toeristen dragen die spullen niet in manden; ze dragen de rugzakken. Twee of drie tegelijk en daarop nog reistassen gebonden. Het zijn enorme pakken. Het is verbazend wat toeristen allemaal naar boven laten slepen: stapels boeken – want je moet de avond zien door te komen – tablets, laptops, foto-uitrusting, statieven, dikke toilettassen, beautycases, heel veel kleren. Als toerist hoef je je niet af te vragen wat je mee zult nemen omdat een ander het naar boven draagt. Over die dragers van spullen van toeristen is veel te doen. De Lonely Planet wijst erop dat je geen klant bent maar werkgever, met de verantwoordelijkheden die daarbij horen: de zorg voor goede kleding en schoeisel en een ziektekostenverzekering. Als een drager ziek wordt moet je ervoor zorgen dat hij naar beneden wordt gebracht. Het is natuurlijk de zorg van de trekkingorganisatie, tenzij je alles zelf regelt, en van de gids. En voor die overdracht van zorg betaal je. De dragers van spullen van toeristen hebben niet te klagen: ze zijn stevig ingepakt en hebben goede schoenen, minstens sneakers, aan de voeten; met sokken. Het zijn bijna uitsluitend jonge jongens die tegen een stootje kunnen. Toeristen accepteren minder gemakkelijk dat hun spullen door een oudje worden gedragen omdat ze de dragers zien. Die jongens hebben elkaar als steun en gebruiken hun mobieltje als mp3 speler voor de arbeidsvitaminen. Een enkeling heeft er een versterker op aangesloten zodat het bos galmt van de vitaminen. Ik noem ze ‘de discoman’ en de huppelaar ‘Speedy Gonzales’ en dat vinden ze leuk. Het zijn opgeruimde jongens. Als ik hijgend bij Annapurna Base Camp aankom zitten ze lekker te kaarten. Ze hebben hun schoenen al verwisseld voor makkelijke slippers. Bij min tien. De dragers van spullen voor toeristen, die werken voor de gasthuizen, zijn vaak oudere mannen en een enkele vrouw en minder goed uitgerust. Ik zag er nog weleens een op slippers en in een dun t-shirt. Er is meer kritiek te leveren op de gasthuizen dan op de trekkingorganisaties en de toeristen.

Dragers van spullen van toeristen

Dragers van spullen van toeristen

Suk voorspelde: vijf dagen. Ik deed er zeven dagen over, van Dhampus naar Annapurna Base Camp en terug. Ik vertel: “Het was geweldig” en “Nergens lekkerder gegeten dan hier” en “Nergens schoner dan hier”. Moeder Gurung kraait van genoegen.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Indisch Subcontinent en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s