Hoe het met mij gaat

Ik ben nu vier maanden onderweg; de kop is er af. In die vier maanden ben ik niet ziek geweest, op één dag na, in Mcleodganj, van één nipje melkthee in het Tibetaans-boeddhistische klooster. Ik voelde het onmiddellijk: mijn maag sloeg dicht. Ik heb de les van de Dalai Lama twee uren weten bij te wonen maar toen kreeg de beroerdheid de overhand. Op het toilet van mijn hotelkamer heb ik poep gespoten, een vettige substantie die op het toiletwater bleef drijven. Ik had neiging tot overgeven maar het wilde niet lukken. Het koolzuur van een Fanta heeft me over de drempel geholpen. Daarna was het leed geleden, ik was nog trillerig maar ook leeg en schoon van strottenhoofd tot anus, dus rijp voor het Nirwana, maar voor mij hoefde het niet meer; ik ben boeddhist af. Ik moet niets hebben van een religie die zulke thee serveert.

Reizen per motor is de best denkbare remedie tegen overgewicht. Vóór ik vertrok woog ik vijfennegentig kilogram, schoon aan de haak. Hoe dat gaat: broodje krok en een broodje kaas, harinkje, “doe er nog maar een” want het is gezond, een flink bord aardappelen-groenten-vlees, glaasje wijn erbij, nog een glaasje en nog een voor de televisie, een biertje in de kroeg, nog een biertje en “zet er maar een jenever naast”. Zo komen de kilogrammen aan het lijf. Op reis, buiten Europa, bestaat dat allemaal niet; geen kroketten, geen haring en in veel landen zijn wijn en bier, laat staan jenever, moeilijk of niet te krijgen. En reizen per motor is werk, inspannend werk. Zo gaan de kilogrammen van het lijf. Ik weeg momenteel 82 kilo, met kleren aan. Bij vertrek kon ik mijn motorbroek met moeite dicht krijgen, nu draag ik een riem. Ik ben er nog niet; er is een laag buikvet over die niet weg wil. Ik heb gelezen over ‘hard vet’ of ‘bruin vet’ dat niet verbruikt zou kunnen worden. Waarom maakt het lijf iets aan dat het niet verbruiken kan? Buikvet is niet het enige vet dat mijn lijf ontsiert; er is ook borstvet. Tieten, om het onwelvoeglijk te zeggen. Ik heb mijn hele leven lang er nooit over gepiekerd me te laten ombouwen – ik ben heel tevreden over wat de Heer mij heeft gegeven – en nu begint het lijf er zelf aan. Ik ben zestig, dat zal het zijn. Het lijf schakelt over op een ander programma. Op mijn dertigste verjaardag zocht ik vriend Rinus G. op, toen begin zeventig, want ik had een brandende vraag die Rinus zou kunnen beantwoorden: “Als je dertig wordt, is dan je leven voorbij?” Rinus, peinzend: “Nee, na je dertigste verandert er niets. Op je vijftigste, vijfenvijftigste dan verandert het. Dan kun je opeens heel veel dingen niet meer.” Ik was opgetogen: ik had twintig, misschien wel vijfentwintig jaar meer dan waarop ik had gerekend; een eeuwigheid. Die twintig jaren vlogen voorbij. Ik werd vijftig en er veranderde niets. Ik werd vijfenvijftig en er veranderde niets. En nu … Ik heb vijf jaar meer gehad dan Rinus opgaf. In mijn opgetogenheid vergat ik Rinus te vragen welke ‘dingen’ opeens niet meer konden of misschien wilde ik het niet weten of vond ik het niet kies dat te vragen. Het is dat ding daar beneden, deel van mijn lijf, deel van mijn identiteit. Dat wil niet meer zo. Huisarts R. “Daar is tegenwoordig wat aan te doen. Als je dat wil schrijf ik het je voor.” Het is mijn eer te na. Ik had een verklaring: de hormonen moeten verdeeld worden over vijfentwintig extra kilo’s vet en dat gaat natuurlijk niet. Nu ik veel van die kilo’s kwijt ben weet ik: het is wel het lijf maar niet het vet, het is het pensioenprogramma dat is gaan draaien. Het pensioenprogramma is niet het enige probleem, er is ook slijtage. De enkel van mijn linkervoet is zwak. Op een oneffen ondergrond zwikt mijn voet gemakkelijk. Is dat eenmaal gebeurd, dan gebeurt het vaker omdat de enkelbanden zijn uitgerekt. Het doet verrekte pijn. Ik zal eindigen als mijn vader: moeizaam lopend, met een voetbeugel, achter een rollator. Ik wil reïncarneren maar wel met behoud van ervaring. Misschien vind je de beschrijving van de aftakeling schokkend maar ik deel het om het onder ogen te kunnen zien. Genoeg er over.

Zo gaat het nu met mij!

Zo gaat het nu met mij!

Berijder en motor zijn één. “Hoe het met mij gaat” slaat dus ook op de motor. Die is inmiddels dertien jaar oud en heeft 115.000 zware kilometers achter de wielen. Voor vertrek is de motor ingrijpend onder handen genomen. Nieuwe ketting en tandwielen en nieuwe banden en remblokken, natuurlijk, maar ook een nieuwe radiator en een nieuwe versnellingsbak. De radiator was verstopt dankzij het gulle gebruik van radiatorstop door Chris H. in Nairobi die per se een miniem lekje wilde dichten. De bedrading is nagekeken, delen ervan zijn vervangen en de motor is voorzien van een gel-accu. Die zou langer meegaan dan een gewone vloeistof accu en je zou er geen omkijken naar hebben. Tot op heden functioneert die gel-accu prima. Er hebben zich wel andere problemen voorgedaan. In Isfahan liet ik de motorolie vervangen. Monteur Saeid toonde mij de carterplug: er hing een dunne metaalsliert aan van zeker twee centimeter. De schroefdraad van de plug was beschadigd. Saeid is een tijd bezig geweest met een vijltje maar kwam er niet uit. De gedachte dat ik in het door God verlaten maar door de duivel bewoonde Baluchistan de plug, en dus de olie, zou kunnen verliezen was zó angstwekkend dat ik Saeid carte blanche heb gegeven de beste oplossing te kiezen. Hij heeft een nieuwe plug gemaakt, van staal – dat is geen goede combinatie met het aluminium van het carter – en vermoedelijk heeft Saeid ook de carteropening vergroot om de plug te laten passen en dat is ook niet goed. Binnenkort moet de olie weer vervangen worden. Ik ben benieuwd wat ik dan meemaak. In Quetta liepen de carburateurs over. Dat probleem heeft zich éénmaal eerder voorgedaan, in Pirot (Servië), maar nu was het probleem persistent. De Suzuki dealer in Lahore heeft carburateurreiniger in de luchtinlaat gespoten en dat heeft geholpen. Dat wil zeggen: de carburateurs liepen niet meer over maar twee verwante problemen bleven: de motor startte moeilijk en raakte gauw oververhit. In Delhi heeft de monteur van Kay Tee Automobiles – dealer in Royal Enfield motoren – de carburateurs geopend en schoongemaakt. Er zat een dikke kleverige laag vuil in.

Op weg van Kay Tee naar mijn hotel maakte de motor plotseling het geluid van een zware tractor. Over de oorzaak hoefde ik niet lang na te denken: het is de pakking tussen uitlaat en demper, die is verdwenen. Dus terug naar Kay Tee. Het was bijna vijf uur, ze hadden haast en hebben het probleem provisorisch verholpen door een metalen strip te persen in de verbinding tussen uitlaat en demper. Het hielp een beetje maar ik was niet tevreden. Dus naar Deutsche Motoren; da’s BMW: “Hebben jullie een pakking en zo ja, willen jullie die dan monteren?” Een duidelijke vraag, zou ik zeggen, een vraag die je kunt stellen in een BMW werkplaats. De heren zijn aan de slag gegaan en kwamen, na anderhalf uur, met de oplossing: een metalen strip. Dat was niet wat ik had gevraagd en bovendien de oplossing die ik had afgewezen. Daarna gebeurde er weer anderhalf uur … helemaal niets. Toen ben ik kwaad geworden. Dat hielp, dat wil zeggen: er kwamen monteurs maar ik had mijn buik vol van Deutsche Motoren. Ik heb ze de strip van Kay Tee laten monteren en ben vertrokken. Het is de ervaring die ik tijdens mijn reizen heb opgedaan: als je een probleem hebt moet je niet bij BMW zijn. In Jaipur beval de eigenaar van Pearl Palace hotel Saleem’s Rajasthan Autocentre aan. Dus naar Saleem. Van Saleem kan ik twee goede dingen zeggen: hij vertelt tenminste wat hij van plan is en beschikt over een pakking van Yamaha. Er was wel één minpunt: hij weigerde pertinent die pakking te gebruiken. Hij vond die pakking een “tijdelijke oplossing” en ging voor een “definitieve”. Dat bleek een metalen strip te zijn. Saleem is een aardige vent en dat is zijn redding, anders had ik hem met die strip onthoofd. Ik heb hem zijn gang laten gaan want hij was erg overtuigend en … misschien … je weet maar nooit. Hij is drie uren bezig geweest een aluminium strip op de juiste dikte te vijlen en in de verbinding te persen. Saleem: “Dit is de beste oplossing, het aluminium zal zich geleidelijk zetten als je elke honderd kilometer even de borgklem aandraait.” Wat ik al verwachtte: het hielp niet, het aluminium zet zich niet en bij het aandraaien van de borgklem heb ik de schroefdraad van de bout kapot gedraaid. Ik ben anderhalf uur in de weer geweest om een nieuwe bout te monteren en de borgklem vast te zetten. Bedankt, Saleem! Ik heb de Yamaha pakking van hem gekocht en moet nu een werkplaats zien te vinden waar ze die pakking ook willen monteren.

Dit is mijn vierde grote reis. Elke reis is een uitdaging: is het te doen, zal ik het halen, zal ik overleven? En vooral: die altijd maar voortrollende wielen, dat altijd maar verder, verder. Niet als vlucht, maar als bestemming. Ik doorkruiste de steppen van Centraal Azië, Siberië en de pampa’s van Argentinië, ik stak de Andes over en de Jenisei, de Amazone, de Mississippi en de Niger (en de Congo, de Zambezi en de Nijl). Het was een belevenis: achter elk van die mijlpalen lag weer een wereld. De aarde is een gigantische ruimte waarmee ik één kan zijn en dat is een bevrijdende ervaring, het soort ervaring dat groter is dan jezelf bent. Het beklemmende is: die ervaring heb ik tot nu toe niet opgedaan. Ik stak de Indus over en dacht “oh, de Indus”. Ik stond voor de Jenisei en dacht “Sjikkie, hier achter ligt heel Siberië!” Dat is anders. Wat ligt er eigenlijk achter de Indus? Zou ik blasé zijn geworden? Zou ik de fascinatie kwijtraken, misschien wel door het pensioenprogramma dat is gaan draaien? Daar ben ik bang voor.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Over mij en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Hoe het met mij gaat

  1. Astrid Scholtes zegt:

    Namasté!
    In die “melk”thee die je bij de Dalai Lama hebt gedronken zat vast yakboter. Die thee wordt door de Nepalezen en Tibetanen veel gedronken, wel zo’n 40-50 koppen per dag. Dus als, via talrijke reïncarnaties, jouw eindbestemming het Nirwana is, dan helpt het absoluut om veel van deze thee te drinken! Behalve een forse klont ranzige yakboter moet er ook een flinke hoeveelheid zout en zelfs wat soda door de thee gemengd worden. Dit brengt je twee soorten verlichting: het Nirwana en een strak lijf zonder “tieten”.
    Hartelijke groet,
    Astrid (de met je meereizende buuf van Harry en Marga Haagen).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s