Tussen twaalfhonderd miljoen Indiërs

Iemand zei over Delhi: “Het is alsof er alle energie uit je gezogen wordt”. Niet alleen Delhi, heel India zuigt energie. Er leven hier 1,2 miljard mensen, twaalfhonderd miljoen, en dat is héél erg veel. Indiërs nemen bovendien héél erg veel ruimte in; fysieke ruimte, akoestische ruimte, sociale ruimte.

Het verkeersgedrag is eerder tergend dan gevaarlijk. Tergend zijn de eeuwige files en opstoppingen. Die zijn nergens voor nodig, als iedereen zich sociaal zou gedragen. Er zijn dus twaalfhonderd miljoen Indiërs maar elke Indiër is ervan overtuigd de enige te zijn; alle anderen zijn objecten of tegenstanders. Er wordt driedubbel geparkeerd en geparkeerd op een wegversmalling, gewoon omdat de bestuurder dáár moet zijn en niet tien meter ervoor of erna. Bussen stoppen als iemand in of uit moet stappen; het maakt niet uit hoe vaak en waar. Op een wegversmalling, net voorbij een bocht of net voorbij een heuveltop. In India geldt de merkwaardige ‘hold your lane’-regel. De Indiër die naar rechts wil afslaan – het verkeer rijdt links – gebruikt daarom de linker rijbaan tot het laatste moment om bij het afslaan de rest van het verkeer te snijden. Een andere consequentie is dat twee vrachtauto’s op twee rijbanen gemoedelijk naast elkaar voortsukkelen. Het gevecht om het gaatje in de file is een belevenis. Het gaat er niet alleen om dat gaatje te bemachtigen, het gaat er ook om anderen van het gaatje weg te houden. Dus wordt de neus van de auto half voor het gaatje gedrukt. En toeteren “Ik wil erlangs, ik wil erlangs”. Het lawaai is oorverdovend en het doet pijn. Twaalfhonderd miljoen Indiërs strijden om het gaatje. In die strijd ben ik in het nadeel. Mijn motor is smaller dan een auto en dus is er altíjd een gaatje links en een gaatje rechts maar tussen die twee gaatjes ben ik, obstakel. Dus hoor ik achter me het getoeter “Ga weg, ik wil het gaatje!” Er wordt ingehaald door de zijberm, over de middenberm en over de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer want: ooooh, daarachter, voorbij die twee auto’s is een gaatje, ze zitten daar zeker te slapen! Nee, ze zitten daar niet te slapen, ze zijn waarschijnlijk aan het bellen. Houdt er rekening mee dat je zelfs op snelwegen met gescheiden rijbanen tegenliggers kunt hebben. Dat is geen spookrijder, dat is een Indiër die de kortste weg naar huis neemt. Heel veel auto’s hebben blikschade. Iedereen gooit van alles uit de auto- en busramen, ook flessen en luiers. Wegwerpluiers. De bussen en vrachtauto’s braken dichte roetwolken uit en werpen zand en stof uit de bermen op. Ik laat de koeien die van hun heiligheid overtuigd zijn en daarom op de weg lopen of liggen en niet van plan zijn te schuiven, voor wat ze zijn. Een koe heeft nu eenmaal het verstand van een koe. Het verkeersgedrag in India wijkt niet af van dat in Iran of Pakistan maar Indiërs zijn assertiever – of brutaler – dan Iraniërs en Pakistanen. Het grootste verschil is: er zijn tachtig miljoen Iraniërs, honderdtachtig miljoen Pakistanen maar twaalfhonderd miljoen Indiërs. Ik ben gewoon drie- tot vierhonderd kilometer per dag af te leggen maar niet in India. Ik ben na tweehonderdvijftig kilometer bekaf.

Indiërs nemen veel sociale ruimte in. Elk van de twaalfhonderd miljoen denkt de eerste te zijn die vraagt “Waarvandaan?”, “Wat is dat voor motor?”, “Hoeveel cc?”, “Hoeveel kilometer per liter?”, “Wat kost die motor?”. Van kinderen kan ik veel hebben, van volwassenen minder. Een kind vraagt niet naar cc, kilometers per liter of kostprijs. Dat vraagt “country?” of zegt “groot!”. Om een of andere reden wordt Nederland vaak verward met Nieuw Zeeland. “Waarvandaan?” “Uit Nederland” “Hij komt uit Nieuw Zeeland!” De vragen “Waarvandaan?”, “Wat is dat voor motor?”, “Hoeveel cc?”, “Hoeveel kilometer per liter?”, “Wat kost die motor?” worden natuurlijk ook in Iran en Pakistan gesteld maar daar worden die vragen maar tachtig respectievelijk honderdtachtig miljoen keren gesteld. Daarbij komt dat Iraniërs en Pakistani doorgaans beleefd zijn, Indiërs niet. “Kunt u mij vertellen waar …?” “Wat is dat voor motor?” Dat komt veel voor. Arabieren zijn er ook goed in een vraag met een wedervraag te beantwoorden maar dáár is het een signaal om het gesprek een andere wending te geven. De fotosessie is een Indiaas fenomeen; ergerlijk of hilarisch, al naar gelang mijn stemming. Ik fotografeer een gebouw of monument omdat ik de architectuur of de geschiedenis ervan interessant vind; voor Indiërs is dat gebouw of monument decor voor henzelf. Kijk, daar komt een groep Indiërs. Ze posteren zich tussen mij en het gebouw in – niemand zal vragen “Hinder ik u?” – en dan begint het. De eerste gaat op de foto in een gekke houding of met een malle bek en dan de volgende en de volgende en … Dan gaat de hele groep op de foto, toppunt van mallotigheid, om thuis te laten zien dat ze collectief gek geworden zijn. Daarmee is het niet afgelopen: alle foto’s worden bekeken en bediscussieerd of het niet nog gekker kan. Al die tijd sta ik te wachten totdat ze eindelijk opgedonderd zijn. Twaalfhonderd miljoen mensen die allemaal mallotig op de foto willen. Mensen duwen hun kinderen naar voren opdat ik ze fotograferen zal of willen zelf op mijn foto. Dat levert, soms, aandoenlijke plaatjes op. De meeste van die plaatjes verwijder ik weer; dat is het voordeel van de digitale camera. Mensen willen door mij gefotografeerd worden met hun eigen camera. Voor groepen weiger ik dat maar voor jonge stelletjes doe ik het graag. Daarvan zijn er ook heel erg veel want de Indiase bevolking is jong. Vaak zeg ik “Ga eens wat dichter naast haar staan”, waaraan soms schoorvoetend wordt voldaan, want de meeste huwelijken worden in India gearrangeerd. Ik hoop dat ik iets bijdraag aan hun toekomstig geluk.

Zij wilde zó graag op de foto!

Zij wilde zó graag op de foto!

Twaalfhonderd miljoen mensen met een fiets, brommer, scooter, motor of auto. En een gekocht rijbewijs want de enige reden om voor het rijexamen te zakken is dat je niet genoeg betaalt. Twaalfhonderd miljoen mensen met een mobieltje of een camera. Twaalfhonderd miljoen mensen die voor het eerst de paleizen van de machtigen kunnen bezoeken of op vakantie kunnen gaan. Twaalfhonderd miljoen mensen die hun vuil op straat kieperen. Twaalfhonderd miljoen mensen die poepen en piesen. In heel India hangt een dikke pieswalm. Twaalfhonderd miljoen mensen met zelfvertrouwen: “Wij gaan China inhalen!” Ze menen het, alle twaalfhonderd miljoen!

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Indisch Subcontinent en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s