Leven in Lahore

Ik zit hoog en droog bij Lahore Backpackers aan de Mall. Hoog: de dakwoning van een vier verdiepingen tellend gebouw. Het dak is de plaats met de meeste kans op wind en dus het koelst. Het dak is ook de plaats die het verst van het straatlawaai en de uitlaat-gassen is verwijderd. Droog is ook belangrijk want de moesson is gearriveerd. Het regent, gelukkig niet elke dag, in zware buien die straten in rivieren en pleinen in meren doen veranderen. Na zo’n regenbui wordt het moeilijk: de temperatuur loopt op tot veertig graden bij honderd procent luchtvochtigheid. Vandaag viel het mee: de dag begon zwaar bewolkt, de bui viel aan het einde van de ochtend en daarna is het bewolkt gebleven zodat de temperatuur aangenaam in de buurt van de dertig graden is blijven hangen. De locatieaanduiding “The Mall” betekent dat ik pal in het centrum van Lahore verblijf. The Mall heet officieel Shahrah-e-Quaid-e-Azam maar iedereen gebruikt de koloniale naam en ook op wegwijzers is de straat aangeduid als “The Mall”. Het verleden laat zich niet zomaar afschudden. Vanaf het terras van Lahore Backpackers kijk ik op de Regal Chowk, een belangrijke kruising. Vooral aan het einde van de middag is dat een genoegen: honderden brommertjes, riksja’s, auto’s, ezelkarren en alles met wielen zie ik strijden om voorrang. Overigens is het verkeer in Pakistan in vergelijking met Iran ordelijk en het gedrag tamelijk braaf. Verkeerslichten worden min of meer serieus genomen, als het niet te lang duurt. Britse erfenis?

wpid-Moesson-lahore.jpg

De moesson: na een bui worden straten tot rivieren.

Lahore Backpackers: vier kamers met in totaal negen bedden. Een bescheiden hostel. Alle kamers zijn voorzien van een ventilator en airconditioning. Ik heb de airco van mijn kamer afgesteld op 26 graden. Als ik mijn kamer binnen ga, loop ik tegen een ijskoude muur aan – ik noem het ‘the fridge’ want we spreken Engels hier – en als ik mijn kamer uitga loop ik tegen een warm vochtige muur aan, ‘the sauna’. Airco is erg prettig in Lahore, tenminste … als hij het doet. De stroom valt vaak uit. Niet alleen in Lahore maar in heel Pakistan. De elektriciteitsvoorziening is een nationaal probleem en Pakistanen noemen het een nationale schande, exemplarisch voor de situatie waarin het land verkeert. Waar de staat het laat afweten zoeken en vinden mensen zelf oplossingen. Winkels, bedrijven en hotels hebben een generator (Lahore Backpackers heeft geen generator maar een grote accu) en twee gescheiden elektriciteitssystemen. Valt de stroom uit dan functioneert de airco niet meer maar wel het licht en de ventilator. Airconditioners gebruiken heel veel stroom en daar kan de generator of de accu niet tegenop.

Die negen bedden van Lahore Backpackers zijn niet allemaal bezet. Ik heb een kamer met twee bedden voor mij alleen en verder verblijven er een Duits stel en een Hongkong Chinees. Voor dat gastental is er een baas en twee hulpjes waarover de baas tegen mij zegt “Ze komen met een lege maag en vertrekken met een volle maar wat doen ze in de tussentijd eigenlijk?” Hij zou ook naar zichzelf kunnen kijken. Gistermiddag zag ik hem een stopcontact op het terras repareren en ‘s avonds hingen de draden nog buiten de doos. Toen kwam de regen en even later zaten we in het donker. De keuken is een beetje vet, op tafel zitten de vliegen maar de twee toiletten en douches zijn schoon. Het is er gezellig en ik heb alles binnen handbereik. Als ik vier duistere en morsige trappen omlaag loop kom ik in een korte steeg die uitkomt op de Mall. Op de hoek is een winkeltje – niet meer dan een nis in de muur – die de producten verkoopt die je zo in het voorbijgaan nodig hebt: lucifers, sigaretten, frisdrank, zeep, batterijen. Iedere keer als ik erlangs loop word ik begroet met “Hello sir, how are you doing today?” en dan antwoord ik met “I am fine. You too?” en dan zegt hij weer “I am fine too”. Op de begane grond van het gebouw waarvan Lahore Backpackers de dakwoning heeft is een Subway gevestigd maar daar kom ik niet meer want het stinkt er. Honderd meter verder is een kleding- en stoffenzaak met in de kelder een kleine supermarkt. Steek ik de Mall over en loop naar links, dan vind ik Salt ‘n Pepper en Bundu Khan, twee restaurants waar mijn moeder zonder bezwaar zou eten, als ze nog geleefd had. Bij Salt ‘n Pepper eet je airconditioned binnen en bij Bundu Khan eet je buiten te midden van ventilatoren. Beide hebben ongeveer hetzelfde menu zodat je alleen voor de entourage hoeft te kiezen. Loop ik naar rechts de Mall af, dan kom ik in de shake- en ijswereld. IJswinkel Chaman is een begrip, met minstens twintig verschillende soorten ijs – waaronder kulfa, ijs van noten – en drie uitgiftepunten en horden loopjongens. De loopjongens bedienen vooral de klanten die per auto zijn gekomen. La Venezia mocht willen dat het de klandizie had van Chaman. Klanten van La Venezia mochten willen dat ze de smaken konden krijgen van Chaman.

De eerste indruk van Lahore: chaotisch, verlopen, bouwvallig. Als andere steden in de niet-westerse wereld. Steden in Europa en Noord Amerika zijn gemaakt voor gebouwen. Ze tonen grandeur, geschiedenis, macht, poen. Overigens zijn de meeste gebouwen bij de knieën geamputeerd. Eronder zit de nondescripte gevel van het Kruidvat, de Hema, Albert Heijn of de Ako. Steden in de rest van de wereld zijn er voor gewone mensen en laten dus ook zien wat gewone mensen doen. Iemand gaat een muurtje bouwen en de leem daarvoor wordt voor de deur op straat gekieperd. Een ander legt een leiding aan en hakt daarvoor de stoep open. De Susuki dealer zit in een keet met een openlucht-werkplaats. Hij ziet mij kijken en verklaart “Vergis je niet, wij hebben zestig procent van de markt in handen. Over dit perceel gaat al dertig jaar een dispuut. Daarom kan ik niet bouwen.” De oude binnenstad bestaat uit grauwe huizen aan smalle steegjes met gaten in het plaveisel, als er plaveisel ligt. Modder en afvalhopen, kippen en geiten. De hele stad zou er hebben uitgezien als de oude binnenstad als de Britten niet een netwerk van hoofdwegen hadden aangelegd, waarvan de Mall er één is. De gebouwen uit de Britse tijd zijn verschoten en verlopen. Monumentenzorg is een westers bedenksel, om het verleden van macht, aanzien en poen naar de toekomst te brengen. En een uiting van de ruimtelijke macht van de overheid. Die overheid heeft in Pakistan aanzienlijk minder in te brengen of ze zet haar macht op een andere manier in. Hier is het vooral: ieder voor zich, een beetje in bedwang gehouden door de ergernis van de buren. Monumentenzorg? “Dat gebouw is niet van mij, dus doe ik er niets aan.”

wpid-Moskee-lahore.jpg

De Rode Moskee, de laatste grote schepping van de Mughols.

Zijn er geen bezienswaardigheden in Lahore? De Lonely Planet somt een rij op, te beginnen met het Fort, de oude vesting van de stad en de passende zetel van de glorieuze keizer Jehangir, een van de grote Mogols. Het is een ruïne, nog geen schim van wat het ooit was. De Britten hebben het verwoest en daarna hebben de tijd, de zon en de regen hun werk gedaan. Geen monumentenzorg. Er naast ligt de Badshahi moskee, het laatste grote bouwwerk van de Mogols. In rode zandsteen, daarom bekend als de Rode Moskee, met een enorm binnenhof. Ik zag de Ottomaanse architectuur, gebaseerd op de vormen van de Aya Sofia, Ik zag de architectuur van de Iraanse Saffafiden en Qajaren die verbonden is met de architectuur van Centraal Azië en nu zie ik de Mogol architectuur. Allemaal anders; steeds is de vormentaal op nieuw uitgevonden. Niet zoals in Europa waar de ene architectuur voortbouwt op de vorige. Het Lahore Museum staat ook op de LP-lijst. Auw, auw, auw! De vitrineruiten zijn in geen jaren schoon gemaakt en de verlichting is zó slecht dat ik onmogelijk de op ivoor geschilderde miniaturen kan bekijken. Ik ging erheen voor de archeologische collectie: Moenjodaro, Harappa, Ghandara. Ghandara heeft naam voor de boeddhistische cultuur, Moenjodaro en Harappa zijn nederzettingen uit de vroege Indus beschaving, 7000 voor de Algemene Tijdrekening: de dageraad van de stedelijke mens. Elk archeologisch handboek begint met Moenjodaro en Harappa! De Ghandara collectie ziet er goed uit – het beeld van de vastende Boeddha is grote kunst – maar de collecties van Moenjodaro en Harappa zijn rampzalig. De vitrineruiten zijn nog smeriger dan elders in het museum, de vitrines zelf zijn half leeg (“removed for …” maar aan het stof te oordelen al jaren geleden), wat er staat kun je ook in elk provinciaal museum vinden en de uitleg is uiterst mager. Lahore Museum krijgt van mij een dikke onvoldoende.

IMG_6192 (600x800)

Het beeld van de vastende Boeddha. Grote kunst!

Maar de dierentuin, die is leuk! Op elk dierenverblijf hangt een bord dat vermeldt welk dier momenteel te zien is (er is een rotatie schema: eerst de chimpansees, dan de rhesusapen en daarna de makaken. Er zijn dus veel meer dieren achter de bühne) en wat en hoeveel ze te eten krijgen. De behuizing van de vogels en apen is prima, behalve van de gorilla die een saai rechthoekig hok heeft. De dierentuin heeft één olifant, Suzi. Dat staat op haar voorhoofd. Daaronder zijn de symbolen van de Pakistaanse vlag geschilderd – halve maan en ster – en ook op elk oor is een ster aangebracht. Gelukkig kan Suzi zichzelf niet zien. Suzi is de enige olifant maar niet eenzaam want haar oppasser zit naast haar op een stoel. Dier en mens op hetzelfde veld en samen bekeken door het publiek: dat is rechtvaardig! Zijn lot is met het hare verbonden. De dierentuin heeft nog twee neushoorns (witte) en twee nijlpaarden in een krap badje. De toegangs-prijs is 15 rupees, 10 eurocent, en dat is voor iedereen betaalbaar. Daarom is het druk in de dierentuin. Voor kinderen beneden de twaalf en voor ouderen boven de zestig is de dierentuin gratis. Ik vind het een grote eer tot dezelfde klasse als de kinderen te worden gerekend; ik heb weer toekomst! Voorbij de dierentuin ligt Jinnah Gardens, park en botanische tuin. De tuin is goed onderhouden: de gazons zijn keurig gemaaid, er ligt nergens rommel of afval en de meeste planten en bomen zijn voorzien van een bordje. De tuin heeft een mooie verzameling exoten, waaronder koningspalmen langs een laan, varenbomen en bomen met stekels op de bast die ik eerder in Zuid Afrika zag. Vast en zeker aangesleept door de Britten.

wpid-Suzi.jpg

Olifant Suzi.

Mijn opsomming van bezienswaardigheden – er zijn er natuurlijk meer; ik moet het mausoleum van keizer Jehangir nog bezoeken – onderschrijft wat ik eerder meldde: Lahore is een stad voor gewone mensen. Die hebben niet veel op met een fort en al helemaal niet met een museum. Die willen een moskee, een dierentuin en een park. Lahore is een heel levendige stad, eentje waar ik zou kunnen blijven als het er niet zo heet en vochtig was.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Pakistan en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Leven in Lahore

  1. Michael en Anjo zegt:

    Hallo Mart,je wordt in JP gemist. Joop is ook op vakantie, maar natuurlijk niet zo ver weg als jij. De laatste bezoekers van de kroeg laten het afweten. We zijn blij dat we tussendoor via internet je reis ’n beetje kunnen meemaken, Vaak lijkt het, als je op reis bent, dat Nederland heel ver weg is, maar helaas het verleden haalt je altijd in…dat zie je maar weer: een groet van Anjo en Michael, die a.s. donderdag een glas rode wijn en een Gulpener Dort op jouw gezondheid zullen drinken. Veel plezier en geniet vooral.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s