De werelden van Teheran‏

Ik ben nog meer dan honderd kilometer van Teheran verwijderd maar de stad kondigt zich al aan. Stadjes met hoogbouw, de verre voorsteden, en steeds meer hoogspanningsleidingen. Bij Karaje – veertig kilometer van Teheran – kom ik de metropolitan area binnen. De stadjes rijgen zich aaneen tot gesloten bebouwing, de suburbs, en borden boven de weg wijzen naar entrypoints. Links in de verte zie ik het Azadi monument. Tien jaar geleden reed ik Teheran binnen langs dat monument, volgde de Azadi boulevard tot het Enqelab plein, daarna de Enqelab boulevard tot het Ferdosi plein en daar rechts de Ferdosi straat af tot het Imam Khomeini plein, het hart van de stad. Ik had een papiertje met de namen van de pleinen op het windscherm van de motor geplakt en zo ben ik er gekomen. Nu heb ik een navigator en die heb ik ook nodig want ik rijd de stad niet binnen bij het Azadi monument, en heb dus ook geen houvast aan de eenvoudige sequentie van de pleinen, maar ten noorden van dat monument over een nieuwe snelweg. “Na 500 meter rechts uitvoegen”, “Op rotonde 2e afslag”; een navigator is een wonder. Snel wisselen tussen navigator en verkeer: “hoever tot de volgende afslag?”, “brommertje van rechts”. Het verkeer is even chaotisch als tien jaar geleden. Vier rijbanen maar niemand houdt zich aan de belijning, verkeerslichten werken niet en werken ze wel dan worden ze genegeerd. Pijlsnelle brommertjes flitsen er tussen door. Iemand haalt rechts in en snijdt vervolgens. “Iraniërs zijn de beste autorijders ter wereld” meende Ali Nouriani destijds. Ja, als je verkeer ziet als een kermisattractie. Ze zijn er ook weer: de idioten die uit hun raampje hangen en roepen “Hello, from where?” Ik moet het verkeer in de gaten houden, de navigator en de idioten. Ik bereik Amir Kabir Avenue en in een zijstraat, een steeg, Firouzeh hotel. Tien jaar geleden logeerde ik in Khayyam hotel (“private parking”), een steeg verderop. Ik ben weer thuis.

Amir Kabir is nauwelijks veranderd. Aan de overkant – daar moet je zien te komen zonder geschept te worden door een taxi, vrachtauto of brommer – is nog steeds het dagrestaurant van de twee oude broers. Linksaf de Amir Kabir op zaten vroeger tentenmakers maar die zijn bijna allemaal verdrongen door de bandenhandel. Een enkele heeft overleefd en maakt nu dekzeilen. Rechtsaf zitten de handelaars in auto-onderdelen en -accessoires: vloerbedekking (die is in vorm geperst en voorzien van insnijdingen en dat is per model verschillend) en vloermatten met het logo van de autofabrikant (er zijn heel veel autofabrikanten en ze hebben allemaal vloermatten met logo), autostoelen en stoelovertrekken, sturen en stuurovertrekken, velgen en velgdoppen, achterlichten en knipperlichten, antennes, zijdeuren, kofferdeksels, remschijven en remblokken, aandrijfriemen en kettingen, bougies en lagers, luchtfilters en compressoren, motorblokken, olie en smeermiddelen, poetsmiddelen met grote beloftes. Aan de overkant van Amir Kabir zitten vooral bandenhandelaren: banden voor brommers, auto’s, vrachtauto’s, shovels; banden met een doorsnee van twee meter staan uitdagend in de deuropening: “kijk, dit kan ik leveren”. Dat is Amir Kabir: de wereld van de auto, van onderdelen en accessoires van verschillende merken, typen, formaten, kleuren, gewichten, kwaliteiten (“lagers van Canadees fabrikaat!”). Zou je zo’n straat kunnen vinden in Amsterdam of Utrecht?

Ik neem je mee op winkeltocht. Aan het einde van de Amir Kabir, bij het Khomeini plein, gaat de handel in auto-onderdelen en accessoires over in de gereedschappenhandel: tangen en schroevendraaiers, cirkelzagen en boren, acculaders. We lopen rechtsaf, langs het plein de Lalehzar street in. Hier is de wereld van het licht, van gloeilampen, van spaarlampen in schroef- en kroonvorm, van tl-buizen, van ledlichten in strips per meter, van armaturen, van muurschakelaars, van elektriciteitsdraad, van zekeringkasten, spannings- en ampèremeters, van striptangen en geïsoleerde schroevendraaiers. Om een of andere reden worden ook elektrische deurdrangers veel aangeboden. De Lalehzar loopt van het Khomeini plein tot de Enqelab Avenue en dat is zeker anderhalve kilometer en ook anderhalve kilometer lang de wereld van het licht. Daarom gaan we die straat niet verder in maar volgen de rand van het Khomeini plein in de richting van Ferdosi street. Dat deel van het plein is de wereld van de consumentenelektronica. Er is kennelijk een nieuwe Xbox uit want voor elke winkel staan de dozen hoog opgestapeld. Dit deel van het plein is overigens ook het deel met de duistere en smoezelige handeltjes en van de drugshandel. Ferdosi street begint met de wereld van de badkamer: wasbekkens en badkuipen, kranen en douchekoppen, spiegels, tegels en rekken, natuurlijk ook slangen en buizen. De wereld van de badkamer gaat plotseling over in de vreemde wereld van het plastic laminaat: rollen plastic in elke kleur. Heel vaak staat er in de winkel ook een grote printer dus dat plastic zal bedrukt worden. Vermoedelijk worden er tafelovertrekken van gemaakt. Na het plastic komen de outdoor winkels: jachtwapens en vistuig, kijkers en tassen en rugzakken, campinggasstellen en campingservies. Hier en daar zit er tussen de badkamers, het plastic laminaat, de jachtwapens en het vistuig, een enkele winkel met nep open haarden. Er zijn er zeker drie langs de Ferdosi. Na de outdoor is de rest van de Ferdosi aan de wisselkantoren. De koersen staan op elektronische borden in de etalages en zijn overal hetzelfde. De rial stijgt momenteel tegen alle valuta en dat lijkt me het gevolg van de verkiezingsuitslag: er is een reformist als president gekozen. Er is daar in de wereld van het geld (hier zit ook de Centrale Bank) een pleintje en daar groepen de straatwisselaars samen die met loven en bieden hun eigen koersen bepalen. Genoeg Ferdosi? Dan doen we de Jomhouri, vanaf de Duitse en de Britse ambassade. Aan de linkerkant vooral kledingwinkels: kostuums, hemden, schoenen voor de man met standing. Geen stropdassen; stropdassen zijn oniraans. Aan de overkant van de straat is de muziekwereld: violen, gitaren, piano’s, slagwerk, opname apparatuur, microfoons, mengpanelen, geluidsboxen. Daartussen zit een winkel die flatscreens verkoopt. Voor de etalage zitten straatkinderen te kijken naar een tekenfilm. Op loopafstand in downtown Teheran is alles te koop, het denkbare en het ondenkbare: de wereld van compressoren, klepsluiters en pijpen langs Khayyam street en die wereld gaat weer over in die van het gaas en de zeven. Zóveel en dan zijn we nog niet in de bazaar geweest. Dat is de wereld van de tapijten, van het goud en de edelstenen, de wereld van groente en fruit, van vlees en vis, van rijst en bonen, van boter en kaas (daar ruikt het lekker), van kruiden en pepers, van zeep en parfum, van goedkope kleding en schoenen, van chadors en vrouwenjassen, van speelgoed en kinderwagens. Zóveel! Dat is Teheran. Probeer zoveel werelden te vinden in Amsterdam, Parijs, Londen of Berlijn! Al die werelden worden opgevuld en verdicht met kiosken en de straathandel, zoals zand de ruimten tussen keien opvult. En al die werelden zijn bevolkt door kijkers, zoekers, kopers, door bazen en hulpjes, door kruiers en taxichauffeurs die klanten brengen en de aankoop transporteren: motorblok, koelkast, wasmachine, flatscreen. Al die mensen vragen, overleggen, onderhandelen, bellen, roepen boven het geraas van de taxi’s en honderden brommertjes, leven in wolken van uitlaatgassen. ’s Avonds tegen negenen maken achterin de winkel de bazen het kasboek op, de hulpjes schrobben de stoep, het rolluik gaat naar beneden. Moe.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Midden Oosten en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s