Aangekomen in Iran

Ik kon kiezen tussen twee grensovergangen naar Iran die allebei ongeveer even ver van Van liggen: die van Dogubeyazit/Bazargan en die van Esendere/Serou, in de provincie Hakkari. Ik besloot de laatste grensovergang te nemen want ik ben in die hoek van Turkije nog nooit geweest. De provincie Hakkari was strijdperk tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK. Het is er nu rustig, hoewel het leger nog zichtbaar aanwezig is, en aan de toekomst wordt gewerkt: de weg van Van naar de provincie en de grensovergang wordt verbeterd en verbreed tot 4 banen en dus zijn er veel wegwerkzaamheden en ook de onweersbuien dragen bij aan het reisongemak. Overigens is het een mooie landstreek van vlaktes en besneeuwde bergruggen, haarspeldbochten en passen op meer dan 2700 meter hoogte. De grensovergang daarentegen is de een van de stoffigste en ordeloze die ik in mijn reizigersbestaan heb meegemaakt. Grensadministratie zou heel simpel kunnen zijn: visumcontrole en een in- of uitreisstempel zetten en de administratie van het Carnet de Passage dat niet meer inhoudt dan een datum, het grenspoststempel en een handtekening. Daar kan nog bagagecontrole bij komen. Zo simpel zou het kunnen zijn maar zo simpel is het zelden. Bijna altijd is er een of andere haarkloverij bij bedacht die de kern van de administratie is geworden. In de Iraanse grensadministratie is dat een document van witte kleur en waarbij een zekere meneer Mahudin een vinger in de pap zou hebben. Het document blijkt een schakel tussen het bureau dat de administratie van het Carnet de Passage verzorgt en de douane en meneer Mahudin is de chef van dat bureau en zijn handtekening is daarom onontbeerlijk. De vele opdringerige geldwisselaars maken het moeilijk om eens even rustig uit te zoeken bij wie en waar ik moet zijn maar het is wel een van die wisselaars die voor mij meneer Mahudin gaat zoeken – die zit in de moskee – en er voor zorgt dat de handtekening op het document komt. Als beloning heeft hij mijn laatste twintig Turkse lira gekregen. Ik heb geen geld bij hem gewisseld want ik begreep zijn bod niet en vertrouwde het ook niet.

Orumiyeh is de eerste stad na de grens, een provinciestad maar wel een met nieuwe buitenwijken, ringweg en viaducten in aanbouw zodat ik niet veel heb aan het centrum-kaartje in de Lonely Planet. Ik heb vergeten de chip met de kaart van Iran in de navigator te stoppen. Het is gelukt het Reza Hotel te vinden, nadat ik ontdekte dat “Besat street” moet worden uitgesproken als “Beesjaaaat”. Meneer Karim van Reza Hotel heeft mij vergezeld naar het geldwisselkantoor – wissel in Iran niet bij een bank want je belandt in een papiermoeras – en daar heb ik ontdekt dat een enkele euro 46.000 Iraanse Rial waard is. Volgens xe.com, de website die ik gewoonlijk raadpleeg voor valutainformatie, staat een euro gelijk aan 16.000 rial. Daarom begreep ik het bod van de geldwisselaar aan de grens niet: hij bood veel meer dan ik verwachtte en dat doet een geldwisselaar nooit tenzij hij je wil bedotten met oude bankbiljetten. Ik heb 200 euro bij het kantoor gewisseld en dat is meer dan 9 miljoen rial, in briefjes van honderdduizend een dik pak geld. Iraniërs rekenen overigens niet in rial maar in toman. Eén toman is 10 rial. Dat moet je weten als je naar prijzen vraagt. Voor mijn eigen administratie heb ik een nieuwe munteenheid ingevoerd, de kilorial (kr) maar misschien is kilotoman (kt) handiger.

Volgens Karim zou het niet mogelijk zijn in Orumiyeh een motorverzekering af te sluiten – “Probeer het in Tabriz” – maar het is gelukt bij de Iran Insurance Corporation. In de klantruimte waren acht balies waarvan er zeven bezet waren door mannen. Ze wezen allemaal naar die ene balie waarachter een vrouw zat. Ze sprak redelijk Engels en begreep mijn verzekeringswens. Het is dezelfde ervaring die ik 10 jaar geleden in Iran had: zaken regel je met vrouwen, niet met mannen. Aan mannen heb je niks maar dat is in veel delen van de wereld het geval. Overigens maakte ze wel een foutje: nadat de administratie was afgehandeld kwam ze er achter dat de verzekering alleen voor een vol jaar kon worden afgesloten en dat dreef de premie aanzienlijk op: 2 miljoen rial. Ik vergeef het haar want vrouwen te midden van nutteloze kerels steun ik graag.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in 2013-2016: naar Australië en terug, Midden Oosten en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s