Sagalnaan

Soedan heeft een piepklein achterdeurtje: de veerboot over het Nassermeer van Wadi Halfa naar Aswan in Egypte. Zeventien uur varen, met de Sagalnaan. Overlanders informeerden mij meewarig – met de blik van ervaringsdeskundigen die het overleefd hebben en nu gelouterd zijn – wat me te wachten zou staan. Het schip zou vol zijn als een blik sardines en heel smerig; geen plezierreis. De Sagalnaan is helemaal niet vol en ook niet smerig op de toiletten na. De Egyptenaren en de Soedanezen zitten benedendeks in de lounge en kijken daar naar Rambo-films. Daar is het benauwd en rokerig – Arabieren houden niet van frisse lucht, ze zijn ervan overtuigd dat benauwenis en rook bacteriedodend werkt – maar het dek is prettig leeg en daar leg ik mijn slaapzak voor de nacht. De Sagalnaan vertrok aan het einde van de middag en over het water trok de koele avondwind. De zon ging fantastisch onder in geel, oranje, rood en paars en de kleuren van de hemel werden weerspiegeld in het gladde watervlak waarin de veerboot golven trok. ’s Nachts zag ik Venus die in de woestijnlucht buitengewoon helder is, de oevers van het meer bleek verlicht en schaduwen over het dek legt. Even na zessen kwam de zon weer op in koel geel. De oevers zijn leeg en daarachter ligt de woestijn. Niets te zien; ik miste Abu Simbel in de nacht. De wereld is het leven aan boord, als op een tanker in het midden van de oceaan. Natuurlijk is de Sagalnaan islamitisch; bij zonsondergang en zonsopgang worden op het dek de matten uitgerold voor het gebed en klinkt uit de luidsprekers de oproep. De vromen, vooral ouderen, zijn als eerste op de mat en blijven ook het langst. De jongeren, die de Voorzienigheid minder nodig hebben, komen later en reppen zich als eerste terug naar de Rambo-film benedendeks. Maar op de mat staan ze allemaal, de mannelijke bevolking van de veerboot, en het zijn de enige momenten dat het bovendek vol is. Ze staan er allemaal … het zal toch niet zijn dat …? Ik neem een kijkje op de brug. De stuurman staat op zijn plaats; die niet. 

Avondlicht Nassermeer

De avond valt over het Nassermeer

Ochtendlicht, Nassermeer

Ochtendlicht over het Nassermeer

Het kaartje voor de veerboot kocht ik in Wadi Halfa bij het kantoor van de Nile Company maar voor het transport van de motor moest ik mister Mazzar zien te vinden. Ik heb mister Mazzar niet gevonden, hij vond mij. Dat is niet heel erg moeilijk want Wadi Halfa is een vlek. De veerbootmaatschappij zal hem hebben ingelicht. “Jij bent degene met de motor? Geef me je Carnet. Ik regel het transport.” Aan de andere kant, in de haven van Aswan, is ook een mister Mazzar die daar mister Kamal heet en ook die hoef ik niet te zoeken want hij wacht op mij. “Geef me je Carnet …” Zo gaat dat; mensen als mister Mazzar en mister Kamal zijn niet te vermijden. Ik weet dat. Het is het best in het onvermijdelijke te schikken en er zo goed mogelijk gebruik van te maken. Omgaan met mister Mazzar en mister Kamal vereist een meegaande houding en incasseringsvermogen. Het is een Egyptische hebbelijkheid de prijs voor diensten in stapjes bekend te maken; daar moet je rekening mee houden. Mister Mazzar vroeg 35 dollar. Dat is niet veel maar bleek later de betaling “voor het werk” en er moest nog 35 dollar extra betaald worden voor het eigenlijke transport. Mister Kamal vroeg 530 pond voor de douane en daarna nog 130 pond voor de politie en de verzekering. Ik gaf 150 pond en zei dat hij het wisselgeld mocht houden. Hij lachtte: “bakshish? Bedankt maar ik krijg nog 30 dollar van je voor mijn werk.” Zo gaat dat. Daar staat hulpvaardigheid tegenover. Mister Kamal bracht mij van de haven naar het Nubian Oasis Hotel, zonder te informeren wat ik zelf wil, maar hij belde ook toen de motor was aangekomen (die kwam met de vrachtboot, twee dagen later), haalde me op van het hotel en bracht me naar de haven. Hij bevestigde de Egyptische nummerplaten op mijn motor, legde de papieren uit en instrueerde: “als je bij de poort komt geef je de wacht 10 pond anders gaat hij je bagage controleren.” Ik heb tijdens mijn hele Afrikaanse reis geen mens omgekocht en daarom heb ik zijn instructie in de wind geslagen. En dus wilde de wacht dat ik alle bagage uitpakte,  zodat mister Kamal moest komen om de plooien glad te strijken: “Ik zei toch: betaal 10 pond!” Van mister Kamal ben ik nog niet af en het volgende oliemannetje – custombrooker heet dat – ken ik al bij naam: mister Hamed. Kamal, bij het afscheid: “Als je in Alexandrië de veerboot naar Europa neemt, dan bel je dit nummer maar je belt eerst mij”.

Veerboot Sagalnaan

De Sagalnaan aan de kade in Aswan

Aswan, ik was er eerder: tien jaar geleden, bijna op de kop af. Wat is het gegroeid! De bebouwing langs de Corniche is vernieuwd, de winkelstraat parallel aan de Corniche is getransformeerd tot een reuzen toeristensoek en aan de overkant van de Nijl, op Elephantine Island, is een Mövenpick hotel verrezen met een torengebouw dat met kop en schouders boven heel Aswan uitsteekt. Een schandalig arrogant gebouw. Januari is de toeristische topmaand – tien jaar geleden was ik er in augustus en dan is het dood tij – en de Nile cruisers liggen er boord aan boord, drie rijen dik. Er zijn nu meer felucca’s dan microben op een hand. Gebleven is restaurant Panorama met dezelfde lijzige ober als tien jaar geleden – en het serveert nog steeds geen bier – en gebleven zijn de uitvreters, de jongens die je met alle geweld in hun felucca willen drijven. Gebleven is ook het platteland van Elephantine Island met het Nubische dorp dat zich helemaal niets aantrekt van dat Mövenpick hotel. Wat goed is, is gebleven en verder is er alleen maar vooruitgang. Het gaat goed, het gaat heel goed met Aswan. Dankzij de toeristen die van de Nile cruisers komen, in drommen over de Corniche bewegen, de paardenkoetsen vullen, de restaurants bevolken en de souvenirs kopen in de soek. Albasten piramides, gipsen Neferteti’s, handgeweven bedoeïenen doeken (made in China), pseudo-oude scarabeeën, specerijen, petten met hiëroglyfen op de klep. Allemaal handel en daardoor gaat het goed, in ieder geval beter dan tien jaar geleden. Dat is het leuke van herinneren: je ervaart tegen de lat van de herinnering dat er vooruitgang is. Landkaarten doen dat ook: die beschrijven een toestand op enig moment in het verleden en sindsdien is het beter geworden: er is een nieuwe weg aangelegd die niet op de kaart staat, een piste is geasfalteerd. Oude mensen zeggen dat het vroeger beter was. Dat is niet waar; het is nu beter dan vroeger en het wordt alleen maar beter. Ook in Aswan. 

 

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Midden Oosten en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s