Op weg naar de uitgang van Afrika

Van Khartoem over Atbara, Karima en Dongola naar Wadi Halfa waar ik het veer naar Egypte zal nemen. Ik ben op weg naar de uitgang van Afrika. Sudan en Egypte liggen wel in Afrika, doen ook mee aan de Cup of African Nations (vorig jaar gewonnen door Egypte), maar zijn geen Afrikaanse landen. Het zijn Arabische landen zoals Marokko en Mauritanië. Sudan ligt, als Mauritanië, op de scheidslijn van Afrikaans Afrika en Arabisch Afrika. Als het referendum uitpakt zoals verwacht, dan zal zuid Sudan zich afscheiden van het noorden en wordt Sudan een Arabisch land in Afrika met donker gekleurde Arabieren. Uitpakt zoals verwacht: een Sudanees die vroeg welke Afrikaanse landen ik had bezocht zei “Als je even wacht kun je er nog een land bijnemen”.

Van Khartoem naar Atbara is vierhonderd kilometer over een lange rechte weg door de woestijn. Het is een drukke weg, vooral met vrachtauto’s en bussen, want Atbara ligt op de route tussen Port Sudan en Khartoem en alles wat Sudan nodig heeft – en dat is veel met de nieuwe olie-welvaart – wordt over die route aangevoerd. De vrachtauto’s zijn extra lang, vier containers, en de bussen extra groot. Die bussen rijden plankgas want in de Afrikaanse en Arabische wereld telt tijd niet behalve voor de bussen. Als beloofd is dat de bus om twaalf uur zal arriveren, dan komt hij ook om twaalf uur aan. Het busvervoer is in deze delen van de wereld punctueler dan de spoorwegen in Nederland. Port Sudan-Khartoum, Mombasa-Kampala, Dar es Salaam-Lusaka: de grote transportroutes van Afrika, zoals de route van Istanbul over Erzurum en Tehran naar Masshad en verder naar Kabul en naar Almaty de transportslagader van Azie is. Ik heb ze allemaal gereden, in ieder geval delen ervan, en ik houd van die routes. Hier ben ik te midden van lotgenoten, van vrienden, de vrachtwagenchauffeurs, de moderne nomaden. Ze knipperen met het licht en toeteren – woehoeeep – en geven met een armgebaar aan dat ik veilig kan inhalen. Ik groet ze met mijn hand. Met hen voel ik me verbonden al ben ik een dwerg tussen mastodonten. Ik houd van de lange weg, van de horizon, van de woestijn, van de wind. Ik houd van het monotone geronk van de motor en van de sensatie van eindeloze onstuitbare beweging, uur na uur, van het gevoel van tijdloosheid en ruimteloosheid in een zee van tijd en ruimte.

Langs de routes zijn pleisterplaatsen. Plaatsen met een tankstation, een cafetaria, toiletten, wasgelegenheid en een moskee – want wie nergens is koestert de band met God. De jongens van de pleisterplaats staan bij de oprit en turen de weg af. De buschauffeurs knipperen met het licht “ik zal stoppen”. De bussen en de pleisterplaats hebben hetzelfde belang: service, snelle service want het gaat om tijd, tijd, tijd. De jongen bij de oprit geeft een schreeuw: er komt er een! In het cafetaria wordt de shoarma gesneden en de worstjes opgewarmd en de pitabroodjes gevuld en in plastic zakjes gedaan. De thee wordt ingeschonken. De kassier neemt zijn plaats in en legt het bonnenboekje klaar. Klaar voor de bus. Daar draait de bus de pleisterplaats op. De deuren gaan open en de passagiers strompelen, stijf van het lange zitten, de bus uit naar het toilet, de wasgelegenheid, de moskee, het cafetaria; het eerst waaraan de behoefte het grootst is en de wachtrij het kortst. Het gaat om tijd. Een enkeling verpoost zich met een sigaret want in de bus mag niet worden gerookt. Een kwartier later, ojee, toetert de buschauffeur al: opschieten, we vertrekken. Hij toetert nog ’n keer en rijdt dan langzaam naar de oprit met de deuren open zodat de laatsten nog in de bus kunnen springen. De bus wacht niet. Ik weet wat het is. Ik zat ooit ook in zulke bussen: de nachtbus van Urfa naar Istanbul, de Urfa Expressi. Door de Taurus en over de Anatolische hoogvlakte, veertien uur doordenderen met alleen een korte stop in Ankara. En als de bus het station van Istanbul binnenreed keek ik op mijn horloge: hij is op tijd, op de minuut.

Bij Atbara verlaat ik de Grande Route, denk “behouden reis” voor de vrachtwagenchauffeurs en de buschauffeurs. Atbara is een provincieplaats zoals er duizenden op de wereld zijn. Een stadje met een geasfalteerde hoofdstraat en stoffige zijstraten, met winkels en de Bank of Khartoum, de Islamitische Bank en de Islamitische verzekeringsmaatschappij, met cafetaria’s en twee theetuinen. Zo’n stadje waar iedereen je groet en, als je er een dag blijft, iedereen je kent. Zo’n stadje waar mensen wonen voor wie Khartoem ver weg is en waar ze nooit hoeven te zijn. Zo’n stadje waarover de handelsreiziger tegen me zegt ” Er is hier helemaal niets, meneer, ik heb hier één klant”. Een onaanzienlijk stadje, Atbara, maar met een voetnoot in de geschiedenis. Bij de Britse verovering van Soedan liet lord Kitchener een spoorlijn aanleggen van Wadi Halfa over Abu Hamad naar Atbara, dwars door de woestijn, om de bevoorrading van zijn troepen veilig te stellen. Dat was verstandig want anderen die Soedan wilden veroveren vóór hem kwamen om in de woestijn. Aan het verstand van lord Kitchener heeft Atbara een spoorwegemplacement te danken en ook een spoorwegmuseum op het terrein van de Anglicaanse kerk in het British Quarter van de stad. Daar staat een stoomlocomotief uit 1903 te verkommeren en een diesel-elektrische locomotief uit 1951, beide “made in England”, en wagons die vervaardigd zijn in de werkplaatsen van Wadi Halfa en Atbara, werkplaatsen die nu niet meer bestaan. Een kerkhof van de geschiedenis. Het toegangshek staat open, het bezoek is gratis, en er is geen bewaker op de imam van de naastgelegen moskee na. De Anglicaanse kerk is allang niet meer in gebruik en het British Quarter, daar huist nu de Nile Valley University. Een docentschap aan die universiteit zal geen diepe indruk maken op een cv.

Ik bleef een dag in Atbara, zodat iedereen me daar nu kent, weet dat ik uit Holland kom – het land van de koeien maar niemand weet waar het precies ligt; ja, ver weg, ja – en dat ik een reuzegrote motor berijd en op weg ben naar Wadi Halfa om vandaar naar Egypte te gaan. Ik nam van Atbara de weg naar Wadi Halfa. Tot Karima dwars door de woestijn. Het is een weg zonder dorpen erlangs en zonder verkeer. Het is er vreselijk eenzaam want wie wil er nu naar Wadi Halfa?

Wadi Halfa

Wie wil er naar Wadi Halfa?

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s