Oud en Nieuw in Khartoem

Ik heb mijn tent opgeslagen bij de Blue Nile Sailing Club. De douche stinkt er als een urinoir dat nooit is schoongemaakt en het douchewater loopt niet weg. Ik durf niet in de douchebak te staan, zelfs niet met slippers aan, en balanceer op de rand van de bak met de top van mijn pink tegen de muur om het evenwicht te bewaren. Met de top van mijn pink want die muur is vet van oude zeepresten. De wasbak is smerig maar nadat iemand onder een boom op het terrein van de Sailing Club een schaap heeft geslacht en de darmen in de wasbak heeft gespoeld is die bak schoongemaakt. Het toilet heeft zowaar een bril maar die is altijd nat omdat Arabieren hun achterste met water schonen. Verder is het prima toeven bij de Blue Nile Sailing Club.

Ik ben in Khartoem voor zaken: voor de vreemdelingenregistratie want dat moet in Soedan – er staat een stempel in mijn paspoort “registration within three days” – en voor het Egyptisch visum. Manager Waleed regelt voor mij de vreemdelingenregistratie. Dat kost honderdvijf pond, dertig euro. En tien dollar provisie voor Waleed maar dan is de registratie in een ochtend afgehandeld want hij kent de weg in het labyrint van de Soedanese bureaucratie. Waleed wisselt ook geld. De Bank of Khartoum heeft wel geldautomaten maar die accepteren mijn creditkaarten niet als gevolg van sancties door de Verenigde Staten die Soedan “terrorist-supporting” vinden. Waleed heeft een dikke aktetas met bankbiljetten. De Egyptische ambassade is gesloten op donderdag, het islamitische equivalent van onze zaterdag, en ook op vrijdag, want dat is de zondag, en op zaterdag; niet omdat dat zaterdag is maar omdat dat 1 januari is, de Soedanese Dag van de Onafhankelijkheid. Pas zondag kon ik het visum aanvragen en dat werd dezelfde dag nog verstrekt. Ik ben weer blij.

Ik moest dus wachten, donderdag en vrijdag en zaterdag, en er is niet heel veel te beleven in Khartoem. Een wandeling over de boulevard langs de Blauwe Nijl is een aardig tijdverdrijf. Die boulevard wordt geflankeerd door gebouwen in opzichtige business architectuur, symbolen van de nieuwe olie-welvaart, maar helemaal aan het einde van de boulevard ligt een heel Arabisch Family Park met kermisattracties, uitspanningen en picknickplekken en vooral met zicht op de samenvloeiing van de Blauwe en de Witte Nijl. De Blauwe is breder dan de Witte maar de Witte stroomt harder dan de Blauwe. Beide hebben dezelfde groenbruine modderkleur (alleen bij hoogwater zou er kleurverschil zijn). Het Nationaal Museum, ook aan de boulevard, is hopeloos – hopeloos qua presentatie hopeloos qua informatie en zonder boodschap – en dat is jammer want Sudan heeft archeologisch best wat te bieden.

En dan komt de oudejaarsdag, vrijdag. Restaurant Papa Costa, waar het eten uitstekend is – de eigenaar moet een Libanees zijn – en op loopafstand van de Sailing Club, organiseert een “new year evening celebration”. Het kost tachtig pond, all in, en voor dat geld wil ik graag onder de pannen zijn, dat wil zeggen: in de tuin zijn want onder de pannen wil ik alleen zijn met airconditioning. Het zal ’s avonds om negen uur beginnen. Ik heb een voorstelling bij een oudejaarsfeest: een lopend buffet, muziek, dansen, om twaalf uur heft men het glas en om een uur is het afgelopen. Zoiets. Dus zeg ik tegen de bewaker van de poort van de Sailing Club dat ik om half twee wel terug zal zijn en dat hij niet voor die tijd de poort op slot moet doen. I rep mij naar Papa Costa. De tafeltjes zijn gedekt met wit linnen, de plastic stoelen zijn vervangen door ijzeren met een rechte rug en die stoelen zijn overtrokken met een witte hoes: de entourage voor een Arabisch huwelijksfeest en dat zijn heel formele en stijve aangelegenheden. Dat belooft niet veel goeds voor de gezellige oudejaarsavond die ik me had voorgesteld. Twee tafeltjes zijn bezet, ik ben de derde gast en er dreint muzak. Ik krijg een flesje water geserveerd, want Soedan is islamitisch drooggelegd, en daarna gebeurt er niets. Het hele eerste uur niet en het tweede uur ook niet en daar zit ik met mijn flesje water. Langzaam, heel langzaam loopt het restaurant vol met vertegenwoordigers van de upper en upper middle class van Khartoem: oudere heren in pak, oudere dames in kleurige gewaden en sluier, moeizaam lopend op de hoge hakken voor de gelegenheid en armen vol goud en dikke edelstenen. Zo is de upper en upper middle class in de hele Arabische wereld. De jonge garde is gekleed in spijkerbroek en draagt sneakers. Allemaal heel netjes, aan tafeltjes en ze maken foto’s van elkaar en laten die weer aan elkaar zien en demonstreren aan elkaar de nieuwe gadgets. Het is allemaal vreselijk Arabisch. Het wordt elf uur en ik zit nog steeds met dat flesje water en het daagt dat dit helemaal geen diner wordt maar een souper. En inderdaad: tegen half twaalf wordt een vruchtenpunch geserveerd – met bite maar zonder alcohol – met verse aardbeien en een amuze, tomaat met kaas, en daarna komt het voorgerecht: King Shrimps die in heel Oost Afrika bij de betere kringen erg populair zijn. De muzak wordt muziek, veel westerse evergreens, en een paar jongeren wagen te dansen en dan wordt het los en staan de oudere heren en dames ook op en die blijken verhipte goed te kunnen dansen. Vaders dansen met hun dochters, ook de moderne stijlen. Er wordt vrolijk met de evergreens meegezongen en de maat getrommeld, ook bij een disco-versie van de Hatikvah, het Israëlische volkslied. En dan worden de seconden afgeteld. Twee minuten te vroeg, zodat het nog eens over moet. In de Arabische wereld loopt nooit iets volgens het boekje. Het hoofdgerecht komt, gevulde kip, en daarna gebak en koffie. Ondertussen is een live band geïnstalleerd die Arabische evergreens speelt; gasten nemen de microfoon over, zingen uit volle borst, de een verdienstelijker dan de ander. De dansvloer is vol. Het is leuk, het is gezellig, het is Arabisch gezellig, maar het wordt twee uur en ik heb de poortwacht van de Sailing Club gezegd om half twee terug te zijn en daarom durf ik niet langer te blijven. Buiten wacht een nieuwe verrassing: de straten zijn vol, toeterende auto’s en pick-ups met hossende jongeren, heel veel “happy new year” en handen schudden alsof een nieuw millennium is begonnen. Allemaal heel uitbundig, zonder alcohol. Ik wist dat oud en nieuw niet ongemerkt voorbij zou gaan want op elke straathoek stond ’s middags al een pick-up met politieagenten met een machinegeweer op de motorkap (zo is dat in de Arabische wereld; het gaat niet om geweld maar om het uiterlijk vertoon) maar dit had ik niet verwacht in een islamitisch land met een andere kalender.

De volgende dag is nieuwjaarsdag maar in Soedan vooral de Dag van de Onafhankelijkheid en die begint al vroeg met defilés op de Nijlboulevard. In de loop van de ochtend werd de Sailing Club overstroomd door kinderen en ouders want er worden wedstrijden georganiseerd: zwemwedstrijden (de Nijl over en terug) en kanowedstrijden en zeilwedstrijden. De president schijnt ook te zijn komen kijken maar ik heb hem niet opgemerkt en hij mij waarschijnlijk ook niet. Veel kinderen op de Sailing Club en die kinderen moeten piesen en dus staat er een lange rij voor het toilet, is alles nat van kinderpies en de kinderen piesen ook in de douchebak. Gelukkig is het tegen vieren afgelopen want ik houd van kinderen maar niet zoveel en niet de hele dag. Ik laat Waleed toilet en douche schoonmaken en daarna stinkt het er weer als voorheen. Het waren gewoon twee geweldige dagen.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s