Ethiopië is bijzonder

In Addis Abeba ontmoette ik Olivier. Hij vertelde de volgende anekdote. In zijn bedrijf heeft hij een groepje jonge Ethiopische ingenieurs. Een steekt er met kop en schouders boven uit en die wil hij belonen: een conferentie in Nairobi. Die jongen gaat naar zijn collega’s en vertelt glunderend: “Ik mag naar Afrika!” Die anekdote zegt veel: Ethiopiërs zien zichzelf niet als Afrikanen, ze zijn ‘anders’. Dat is helemaal niet bijzonder: Afrika heeft een enorme verscheidenheid aan volkeren en elk ziet er anders uit, heeft andere gebruiken en opvattingen en, vooral, beschouwen zich ook als ‘anders’ dan andere Afrikaanse volkeren. Bambara, Dogon, Bozo, Bobo, Songai, Ashanti, Igbo, Zoeloe, Xhosa, Kikuyu, Luo, Samburu, Masaai: allemaal anders. ‘Anders’ zijn is heel gewoon in Afrika. Maar Ethiopiërs vinden zichzelf toch echt héél anders.

Ethiopiërs zien er anders uit. Ze hebben geen kroeshaar maar haar tussen kroes en krul in, een hoog en breed voorhoofd en een smalle onderkaak; een driehoekig langwerpig gelaat, nog geaccentueerd door een tamelijk lange neus. Veel Ethiopiërs hebben lange dunne benen. Dat is bijzonder in Afrika – korte dikke of erg gespierde komt veel voor – maar niet heel bijzonder want Masaai hebben zulke benen ook. Het zijn de benen van marathonlopers. Dat lange en dunne wordt nog benadrukt door een korte broek. Ethiopiërs zijn het enige volk in Afrika, misschien wel in de wereld, waar een korte broek tot de mannengarderobe behoort. Vaak is me gevraagd: “Wat vind je van onze vrouwen?” Ethiopiërs zijn er van overtuigd dat hun vrouwen de mooiste van de wereld zijn. Gelukkig vinden alle volkeren hun vrouwen de mooiste van de wereld; een treurig volk dat dat niet vindt. Ethiopische vrouwen zijn slank met smalle heupen en kleine borsten; de ‘African bottom’ en ‘African bum’ – een flatteuze benaming voor een dikke kont en dito boezem – is in Ethiopië zeldzaam.

Ethiopiërs zien er anders uit, kleden zich anders – behalve de korte broek behoort een dunne omslagdoek en een wandelstok tot de standaard uitrusting – en geloven anders dan andere Afrikanen. Meer dan de helft van de bevolking is het orthodoxe geloof toegedaan, Ethiopisch-orthodox. Een derde is moslim en de rest ziet Gods beeld in de natuur. Het orthodoxe geloof bepaalt het karakter van Ethiopië. In heel Afrika is het geloof een belangrijk aspect van het dagelijks leven maar in Ethiopië lijkt het de kern van het bestaan. Er zijn heel veel kerken en kloosters, heel veel heiligen en heel veel priesters en monniken, kloostermonniken en bedelmonniken. Priesters en monniken staan in hoog aanzien en priester of monnik worden is geen buitenissige beroepskeuze. Iedereen, dus ook mannen, bezoekt de kerk of toont op zijn minst respect – mijn gidsen kussen het deurportaal en bekruisen zich bij het betreden van een kerk – en langs de weg zie ik stoeten mensen op weg naar of komend van de kerk, met het missaal in de hand, of op bedevaart want er zijn in Ethiopië heel veel devotie- en bedevaartplaatsen. Er wordt gebeden voor het eten en er wordt gevast. Er wordt stevig gevast in Ethiopië en ook de bezoeker wordt erdoor geraakt. In een restaurant bestel ik doro wat, een kipgerecht. Dat gaat niet want het is vrijdag, een vastendag: geen vlees. Woensdag is ook een vastendag; twee vastendagen per week. Er wordt gevast in de kersttijd en in de paastijd en heel vromen vasten wel driehonderd dagen per jaar: eenmaal per week vlees.

Ethiopische monnik

Monnik worden is in Ethiopië geen buitenissige beroepskeuze

Het Ethiopisch-orthodoxe geloof is bijzonder in haar mythen. Elk volk en elk geloof heeft haar mythen, verhalen over de relatie tussen God en het volk en verhalen over de afkomst van het volk. Joden geloven dat Mozes God zag in het vuur van het braambos, Zijn geboden ontving op de berg Sinaï en hen leidde naar het Beloofde Land. Arabieren geloven dat God direct tot Mohammed sprak en de Koran geeft hen een plaats te midden van de volkeren van het Boek. Christenen geloven dat God is mens geworden in Jezus en Zijn dood is de verzoening met de wereld. Ethiopiërs vinden hun relatie met God en hun identiteit in de mythe van de koningin van Sheba. Niemand weet zie ze was en waar Sheba lag maar voor Ethiopiërs is haar bestaan en haar Ethiopische identiteit boven elke twijfel verheven. Zij bezocht koning Salomon en uit de relatie tussen beiden is Menelik geboren, de stamvader van de Ethiopische keizers. Menelik bezocht zijn vader en kreeg (of nam) de Ark van het Verbond mee. De Ark wordt bewaard in Aksum, met het zwaard bewaakt door de aartsengelen Gabriël en Michael, en niemand heeft er toegang toe behalve één monnik, aangewezen door de Kerk, en die zwijgt als het graf. Elke kerk in Ethiopië heeft een kopie van de Ark en die wordt bewaard als het heiligste van het heiligste. Met de Ark zouden ook duizend man van elke joodse stam zijn meegekomen, twaalfduizend in totaal: het zouden de stamvaders van de Falasja’s zijn waarvan het grootste deel nu weer in Israël woont. Als de mythen is Ethiopië bijzonder in de mirakels, de verhalen van de wonderen. Christelijke heiligen verrichten wonderen, meestal een genezing, maar in het Ethiopisch-orthodoxe geloof figureren draken, slangen en leeuwen en heiligen die ze bevechten of temmen. Sint Joris die de draak doodde is de nationale heilige. Het Ethiopisch-orthodoxe geloof heeft zoveel mirakels dat ze een derde boek vormen dat met het Oude en het Nieuwe Testament het fundament onder het geloof is.

Het Ethiopisch-orthodoxe geloof kent geen scherpe scheiding tussen het Oude en het Nieuwe Testament, waardeert beide gelijk. De joodse wortels zijn te zien in de beeld-elementen in kerken en kloosters: de davidster, de leeuw van Juda. De leeuw van Juda staat op de oude vlag van Ethiopië. Het geloof is niet alleen bijzonder in haar relatie met het judaïsme maar ook in de relatie met de islam. Toen het op het Arabische Schiereiland voor de Profeet heel moeilijk werd, zond hij zijn familie en volgelingen naar Abessinië (Ethiopië) waar ze bescherming genoten. Negash, bij Mekele, is de plaats van de eerste moskee in Afrika en voor Ethiopische moslims even belangrijk als Mekka. De Profeet is de genoten bescherming niet vergeten: Hij beval de bescherming van de volkeren van het Boek en zou daarbij in het bijzonder de ‘Abessijnen’ op het oog hebben gehad. Helaas hebben veel van zijn volgelingen die woorden vergeten of over het hoofd gezien: Ethiopië heeft haar portie van door godsdienst aangewakkerde oorlogen gehad maar heeft een grote islamitische minderheid en ze leven vredig samen.

Ethiopië is het enige land in Afrika zuid van de Sahara met een nationale keuken. In West en Centraal Afrika domineert de Franse keuken, met een african touch. In Namibië de Duitse keuken. De keuken van Zuid Afrika is van Nederlandse, Britse en Indiase oorsprong. De voormalige Britse koloniën zijn opgezadeld met een erg beroerde culinaire erfenis. Afrikaanse volkeren hebben geen eigen keuken – nooit gehad of, waarschijnlijker, gesmoord in het kolonialisme – maar wel eigen gerechten. In heel Afrika wordt een pudding van maïsmeel gegeten. In Ghana heet die pudding ‘po’, in Zuid Afrika ‘pap’ en in de Swahili sprekende landen ‘ungali’. Ik ben er geen liefhebber van – ik vind het op zijn best smakeloos en slecht klaargemaakt heeft het een gronderige smaak – maar gelukkig, voor hen, waarderen de Afrikanen po/pap/ungali wel: “Wat? Vind jij ungali niet lekker? Het is verrukkelijk! Je moet het eten met een saus!” Ik zei het al: smakeloos. Of de Ethiopische keuken een prijs zal winnen is aan de beoordelaar maar het is een echte keuken. De basis ervan is enjira, een grote zurig smakende pannenkoek van nogal sponzige structuur en grijze kleur. Het wordt gemaakt van teff, een graansoort die bij mijn weten niet buiten Ethiopië voorkomt. De provincie Tigray kent brood, stevig smakelijk witbrood, en brood heeft, dankzij de Italianen, een plaats gekregen in de Ethiopische keuken, vooral als begeleider van soep. Linzensoep is erg lekker. Maar enjira is en blijft de basis van het Ethiopische eten, de maagvuller, het staplefood, als de maïspudding elders in Afrika. Daarbij komt het lekker. Tibs is erg lekker, kleine stukjes lamsvlees. Tibs is er in twee soorten: gegrild (‘droge tibs’) en gestoofd met ui, knoflook en groene peper. Droge tibs wordt geserveerd met berbere, een poeder van vooral rode peper en ook andere kruiden (een mengsel zoals kerrie), of met awaze, een saus op basis van berbere (en misschien ook mosterd). Awaze smaakt als de Japanse washibi maar is donkerrood van kleur in plaats van groen. Doro wat is erg lekker, gestoofde kip in berberesaus. Bijzonder is kitfo. Kitfo is gemalen mager vlees van rund of lam. Dat wordt gemengd met boter en warm gemaakt maar niet gekookt of gebraden. Het eten van kitfo is daarom niet zonder risico; ik bestel het alleen in heel goede restaurants. Kitfo wordt geserveerd met berbere en, natuurlijk, enjira. Het smaakt, zonder de berbere, als een ongekruide en niet gare gehaktbal. De Ethiopische keuken is met haar tijd meegegaan en een beetje aangepast aan de smaak van de faranji (vreemdeling). Kitfo kan nu besteld worden in drie varianten: rauw (de oorspronkelijke kitfo), medium en well done. Op menukaarten prijken national food en fastening food ter introductie van de Ethiopische keuken. National food is een selectie van al het lekkers dat de Ethiopische keuken heeft te bieden, in kleine porties geserveerd op enjira. Fastening food, vasteneten, is hetzelfde als national food maar dan zonder de vleeshoudende gerechten. Vasten is in Ethiopië geen opgave, in ieder geval niet voor de tong. De Italiaanse bezetting – vijf jaren maar ze hebben er vreselijk huisgehouden – heeft de keuken uitgebreid: op het menu staat ook spaghetti en macaroni met tomatensaus of vleessaus. Verder zijn gebakjes en cake een Italiaanse erfenis. Enjira is niet alleen staplefood maar ook eetgerei. Een maal wordt geserveerd zonder mes en vork. Het ‘lekker’ wordt geserveerd in een kom en die wordt, als je de ober niet tegenhoudt, omgekeerd bovenop de enjira. Van de enjira scheur je stukken af en die doop je in het lekker en zo eet je. Het is wennen, als eten met stokjes in Japan. Het is beschaafd niet te grote stukken enjira af te scheuren net zoals het in Japan beschaafd is je stokjes niet vol te laden of in Europa je vork of lepel. Die beschavingsnorm is in de hele wereld gelijk. Bij tibs en kitfo vraag ik altijd een vork of lepel om het vlees te scheppen en in een stukje enjira te rollen. Ik vind enjira als eetgerei niet handig. Veel ‘lekker’ bestaat uit dunne sausen, gestoofde tibs of doro wat bijvoorbeeld. Die dunne saus trekt in de sponzige enjira en dat valt daardoor uit elkaar. Dat deel van de enjira kan daarom niet gegeten worden; het is dus nogal een verspilling.

Ethiopië heeft een unieke culturele erfenis. Cultuur in Afrika is de cultuur van verhalen en van bouwwerken en objecten van leem en hout, riet en gras – vergankelijke materialen. Geen tastbare erfenis, op houtsnijwerk en beelden in musea na. Ethiopië heeft een erfenis in steen en perkament. De stelae en tombes van Aksum, de in de rotsen uitgehakte kerken en kloosters van Tigray en vooral die bij Lalibela, de paleizen van Gonder, de kloosters langs het Tana meer en op de eilanden. Daarvoor komen de toeristen. Stelae zijn obeliskachtige objecten, bedoeld als grafmonumenten om te getuigen van de grootheid van de overledene. Veel is in de loop van de tijd, in perioden van neergang en onrust, burgeroorlogen en oorlogen tegen indringers verloren gegaan en wat is overgebleven is aangevreten door de tijd maar desondanks indrukwekkend. Boeken zijn een bijzondere erfenis. Elke kerk en elk klooster heeft er tientallen, soms honderden, van perkament en met de hand geschreven in de kerktaal Ge’ez. Ik zag boeken uit de vijftiende eeuw, uit de twaalfde eeuw, zelfs uit de vijfde eeuw naar wordt beweerd. Prachtige boeken. Zulke boeken worden bij ons bewaard in geconditioneerde archieven of getoond achter glas, nooit aangeraakt. Hier worden ze bewaard in stoffige kamertjes, te voorschijn gehaald voor de bezoeker, aangeraakt, opengeslagen, gefotografeerd met flitslicht door de bezoeker. Gelukkig kan perkament meer hebben dan papier en gelukkig worden ze nog steeds gemaakt. Door monniken, handwerk – monnikenwerk.

Paleis van Gonder

Uniek voor Afrika: een culturele erfenis in steen; het paleis van Gonder

Perkamenten boek

Perkamenten boeken: ze worden bewaard in stoffige kamertjes, te voorschijn gehaald, opengeslagen, aangeraakt, gefotografeerd.

Ethiopië is uniek, in ieder geval heel bijzonder, en de Ethiopiërs zijn trots op hun land. Dat is niet bijzonder; alle Afrikanen zijn trots op hun land: “Je suis Gabonais, cent pourcent” en “Je suis Kamerounais, cent pourcent”. Maar Ethiopiërs zijn héél trots op hun land, het enige land in Afrika dat nooit is gekoloniseerd of bezet op vijf Italiaanse jaren na. Op dat verleden van onverzettelijkheid tegen indringers zijn de Ethiopiërs trots. Te trots? De Lonely Planet meldt onder het kopje ‘The national psyche’: “But with their pride come other traits. The Ethiopians can be stubborn, violent and xenophobic people.” Stijfkoppigheid is in Afrika niet bijzonder: alle Afrikanen zijn stijfkoppen. Preciezer: Afrikanen combineren op fascinerende manier stijfkoppigheid met meegaandheid. Ze veinzen meegaandheid, doen op ondergeschikte punten water in de wijn, nemen over wat evident voordelig is maar gaan verder hun eigen gang. Dat is hun geluk; zonder die combinatie van meegaandheid en stijfkoppigheid zouden ze de ontmoeting met de Westerse beschaving niet hebben overleefd. Volkeren die te meegaand zijn worden aan de kant geschoven, worden vreemdeling in eigen land. Volkeren die te stijfkoppig zijn krijgen bommen op het hoofd en worden uitgemaakt voor terroristen. Ethiopiërs zijn niet stijfkoppiger dan andere Afrikaanse volkeren maar misschien wat minder meegaand; geen koloniale ervaring.

Xenofobie: angst voor de vreemdeling. Met de grote verscheidenheid komt xenofobie in Afrika veel voor; er is altijd een ander die ‘anders’ is: “De mensen uit dat dorp, we verstaan hen niet, ze spreken een andere taal. Ze deugen niet.” Komt xenofobie in Ethiopië meer of in extremere vorm voor dan in de rest van Afrika? Op weg naar Gonder zag ik akkers met opvallend korthalmig graan. Zou dat nou teff zijn? Op een van de akkers was een man aan het werk, hij sneed het graan met een sikkel. Ik stopte om het hem te vragen. Ik deed mijn helm af, liep op de man toe en stak mijn hand uit ter begroeting. Hij sprong op en vluchtte weg. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Wel bij kinderen. Afrikaanse kinderen wordt verteld: als je niet gehoorzaam bent, dan komt de blanke man en die eet je op. Bij ons worden ongehoorzame kinderen gedreigd met Zwarte Piet die ze in een zak meeneemt en speculaas van ze maakt. Maar een volwassene met angst voor de blanke? Het is goed gekomen; hij is terug gekomen, bevestigde dat het graan teff was, vond het goed dat ik foto’s nam en we hebben handen geschud. Xenofobie is, als spinnenfobie en pleinvrees, vooral sneu voor degene die er aan lijdt. Het wordt erger als er geweld bij komt. Dan krijg je vreemdelingenhaat. Zijn Ethiopiërs gewelddadiger dan andere Afrikanen? Overlanders vertellen: de mensen nemen een dreigende houding aan en kinderen gooien met stenen. Het zijn de verhalen van de overlanders in de four-wheel drives. Die zijn in hun voertuig afgesloten, niet zichtbaar, hebben geen contact. Het zijn indringers en tegen indringers hebben Ethiopiërs zich altijd te weer gesteld. Die four-wheel drives zijn erg groot en hebben vaak een batterij lampen op het dak; ze zien er agressief uit. Het geweld komt niet van de Ethiopiërs maar van de overlanders in de four-wheel drives. Probeer dat maar eens zo’n overlander uit te leggen. Ik zit buiten, ik ben zichtbaar, het vizier van mijn helm is licht getint en staat gewoonlijk open, ik groet en zwaai en lach naar de kinderen. Dat is de minimale vorm van contact, zwaaien en lachen. Er zit vaak niet meer in maar het is voldoende: de mensen zijn gekend. Ja, ik zie soms een kind een steen oprapen maar ik zwaai en ze zwaaien terug en vergeten de steen in hun hand. In een maand Ethiopië is er één steen naar me gegooid. Ethiopiërs zijn niet stijfkoppiger, gewelddadiger of xenofober dan andere Afrikanen. In dat opzicht is Ethiopië niet bijzonder. Ethiopiërs zijn gewoon aardige mensen en dat is niet bijzonder.

Overlanders

Indringer in de Ethiopische wereld. Wie is hier agressief?

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Oost-Afrika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s