Bericht aan mijn klasgenoten

Beste klasgenoten,

Ik zal niet aanwezig zijn, althans niet fysiek, op onze veertigste klassenreünie want ik ben op reis en momenteel in Oeganda. Tussen mij, hier, en jullie, daar, is een enorme afstand. De afstand is duizelingwekkend, onvoorstelbaar. Jullie zullen, denk ik, meestal per vliegtuig reizen en dan merk je de afstand niet. Mijn werkelijkheid speelt zich af op de grond. Ik ben bijna van het kaartblad van Zuidoost Afrika af en heb ter oriëntatie de kaart van Noordoost Afrika opengeslagen. De onderkant wordt gevormd door het noorden van Kenya en aan bovenkant van de kaart staat de Nijldelta van Egypte. Die kaart is zo groot als een tafellaken, elke centimeter daarop is 40 kilometer in werkelijkheid en elk van die kilometers moet bevochten worden. Er is ook afstand in tijd tussen jullie en mij want ik schrijf jullie op een ander moment dan dat van de reünie. Die afstand in tijd en ruimte wordt overbrugd dankzij Joop. Hij leest dit bericht voor en zo neem ik virtueel deel aan het tafelgesprek. Jullie dineren in Chateau Neercanne. Ter voorbereiding van dit email heb ik een vergelijkbare ambiance gekozen. Vergelijkbaar, de plaatselijke omstandigheden in aanmerking genomen. Ik dineer in Gately on the Nile, het meest prestigieuze hotel-restaurant van Jinja. De boda-boda driver (motortaxi) die mij erheen brengt kan Gately niet direct vinden in het donker. “Ben je niet van hier?” “Jawel, maar ik hoef niet vaak naar Gately want daar komen alleen muzungu’s.” Muzungu’s – blanken – die naar Gately on the Nile gaan, nemen zelden de boda-boda. Gately is top of the bill, ook letterlijk: mijn diner kost het enorme bedrag van 38.000 Oegandese shilling, dat is bijna 17 dollar ofwel 13 euro. Dat is buitenissig, zoveel geef ik nooit uit aan een maaltijd!

“Voorbereiden” betekent dat ik in gedachten met jullie het tafelgesprek voer. Eigenlijk hebben wij dus twee keer samen een reünie: een keer zijn jullie met mij virtueel samen bij Gately on the Nile en een keer ben ik met jullie virtueel samen op Chateau Neercanne. Op Chateau Neercanne wordt voor ons de deur vast en zeker opengehouden door een livreier; hier wordt de poort geopend door gewapende bewakers. Niet schrikken, zo is Afrika. We ontmoeten elkaar bij de bar, geven elkaar de hand en zeggen “hee, hallo, hoe gaat het?” Ondertussen denk ik – en jullie misschien ook – hoe heet’ie verdomme ook al weer? Jullie namen zijn opgesloten in hersencelletjes maar zie die maar eens op tijd te vinden. Gelukkig, daar is de naam weer. We schuiven aan aan tafel. Waarover hebben we het? Waarschijnlijk kijken we eens rond en zeggen tegen onze buurman “sjieke boel hier”. Het tafelgesprek begint met het heden, de omgeving, het menu. Ik weet niet wat wij in Chateau Neercanne eten maar hier, bij Gately, beginnen we met wortel-kippensoep. Die is lekker, de smaak is aangenaam geprikkeld met verse peper. Zoals bij hutspot. Het zal jullie wel eens opgevallen zijn: wortels hebben een duidelijke maar tegelijkertijd ook vlakke smaak. Peper geeft die smaak relief. Lekker soepje. Het hoofdgerecht is spaghetti carbonara met kip. Die valt een beetje tegen, de spaghetti is te lang gekookt en er is teveel smaakversterker gebruikt. Maggi is het nieuwe elixer in Afrika. Het dessert van cake met ijs sla ik over. Ik neem een kop koffie, Gorilla premium selection, koffie met een mooie volle smaak.

Ik stel me voor dat we herinneringen ophalen: “weet je nog, die eerste reünie?” Ik weet het nog: we kwamen samen bij die Chinees tegenover het station in Maastricht. We waren studenten, hadden geen geld. Langzaam maar zeker ging het beter, we werden meer upmarket. Ik herinner me een diner in de Keijzerkroon in Eijsden. Maar ‘upmarket’ wordt gauw saai en dus zochten we de bistro op of hadden een leuke avond bij Hans en Marianne. Leuke uitjes, georganiseerd door Hans en James (even een applaus voor hen!). Het bezoek aan Luik is me erg bijgebleven. Ik kende Luik als een grauwe industriestad; het bleek aardig opgeknapt. Ik wil met jullie herinneringen ophalen van de schooltijd. Ik daag jullie uit het moment van de openbaring te noemen, het moment van het inzicht waar al die schoolvakken voor dienden. Ik kan dat moment voor mezelf noemen: het was de uitleg van Verhagen (“de cowboy”) van het atoommodel van Schrödinger. In dat model wordt het elektron voorgesteld als een golf met een vaste, bekende lengte. Omdat alleen elektronenbanen van een geheel aantal golflengten kunnen bestaan – golftheorie – zijn er maar bepaalde banen mogelijk en die kun je berekenen met de eenvoudige schoolwiskunde. Dat was de openbaring: wiskunde had iets met werkelijkheid te maken! Ik maakte graag wiskundesommen maar zag tot dan die sommen als hersengymnastiek, niet als een vorm van werkelijkheid. Ik was verkocht! Nog mooier: Verhagen demonstreerde het in een proefopstelling waarin een zinkplaatje werd beschoten met elektronen uit een elektronenbuis. Dat zinkplaatje zond licht uit, het gevolg van de terugval van elektronen uit hogere naar lagere banen, en de golflengte van dat licht kon je berekenen en het klopte met wat je zag! Sindsdien maakte ik dolgraag sommen van het type “Een electron valt terug van baan N naar N-2, bereken de vrijkomende energie”. Nog steeds ben ik Verhagen dankbaar voor de uitleg van het atoommodel van Schrödinger. Er waren meer grote momenten – ik denk aan lessen over de eiwitsynthese door Postmes maar ook aan de uitleg van de filosofie van Theillard de Jardin door pater Bakker (die van “ik ga voorlichting geven en er wordt niet gelachen!”) – maar Verhagens uitleg was een bliksemflits in mijn intellectuele ontwikkeling. Ik stel voor dat jullie je eigen openbaring noemen tegen je buurman aan tafel. Ik zal heel benieuwd zijn welke dat zijn, of ik ze me zelf kan herinneren en welke impact ze op mij hadden. Misschien is het een onderwerp voor de volgende reünie.

We halen herinneringen op over hoe het was op school, een Rooms-Katholieke jongens-HBS. Het stond in het reglement: wij dienden ons als Katholieke jongens te gedragen. Er staan mij een paar heel akelige gebeurtenissen bij. Ik was gedurende de hele middelbare schooltijd de jongste en de op een na kleinste van elke klas. De ‘op een na kleinste’ is vast te stellen bij de gymnastiekles waar ik meestal de tweede in de rij was, gerangschikt op grootte. De eerste en tweede in de rij zijn was niet altijd een feest want je moest vaak voordoen. Ik herinner me het touwklimmen nog. Die verschrikkelijke Lemmens joeg me het touw in en eenmaal boven durfde ik niet meer naar beneden. Kwaad dat die Lemmens werd! Hij begon aan het touw te rukken, zodat ik alleen maar banger werd. Ik herinner me niet meer hoe het is afgelopen; ik heb alleen dat beeld van die scheldende Lemmens daar beneden. Het bijzondere van het geheugen is dat het alles wist tussen “heel geweldig” en “heel verschrikkelijk” en “heel geweldig” krijgt in de tijd meer reliëf terwijl “heel verschrikkelijk” door een patina wordt verzacht. Ik ontmoette eens iemand die in een concentratiekamp had gezeten. Hij had het vooral over hoe geweldig het was als je een aardappel wist te bemachtigen, over hoe bewakers om de tuin werden geleid, over saamhorigheid. Ik bedoel maar.

Mijn vader betekende heel veel voor mij tijdens mijn middelbare schooltijd. Hebben jullie het daar wel eens over gehad? Over hoeveel je ouders voor je betekenden, concreet? Ik niet. Ik neem vaak afscheid, als ik op reis ga, en dan durf ik het daarover niet te hebben, bang dat ze het zullen opvatten als een grafrede. Ik zie een kans dit bericht daarvoor te gebruiken, als verpakking. Als mijn vader vraagt “en … hoe was het op de reünie?”, dan zal ik zeggen “Het was leuk. Ik heb het nog over je gehad.” Als gezegd, ik was de jongste van de klas en het was niet altijd gemakkelijk. Mijn ouders gingen natuurlijk naar de ouderavond, bezochten de klassenleraar en die zei “Mart is te jong voor die klas. Het is beter als hij een jaar zou blijven zitten.” De volgende dag zei mijn vader “Ik was op de ouderavond, ik heb de klassenleraar gesproken en die zei dat het beter was als je een jaar zou overdoen. Wat vind je daarvan?” Ik was daarvoor panisch, ik vond dat een nederlaag en huiverde bij de gedachte nog ’n keer dezelfde sommen te moeten maken. Ik had geen bezwaar tegen sommen maar wel tegen dezelfde sommen. Mijn vader belde de klassenleraar en zei “Mart wil het niet.” Basta, discussie gesloten. Ik heb nog zo’n anekdote. Tijdens mijn middelbare schooltijd heb ik niet een keer – niet één keer! – een voldoende gehaald voor Frans maar bij het eindexamen had ik een acht. De leraar Frans, Bronzwaer, belde mijn vader – mijn vader heeft het me verteld: “Je zoon heeft een acht. Dat kan niet. Hij heeft zeker gespiekt.” Mijn vader: “Heb je dat gezien?” Bronzwaer: “Nee, maar het kan niet anders. Hij heeft gespiekt.” Mijn vader nog ’n keer: “Maar heb je dat dan gezien?” Bronswaer: “Neehee, maar hij moet hebben gespiekt!” Mijn vader: “Dus je hebt hem niet zien spieken? Nou, dan heeft’ie een acht.” Discussie gesloten. Op mijn eindexamenlijst stond een acht voor Frans. Ik zou nog veel meer anekdotes kunnen ophalen maar jullie hebben ze zelf en kunnen ze aan tafel vertellen.

Goed, we hebben samen gegeten bij Gately on the Nile en bij Chateau Neercanne en gaan nu voor het afzakkertje. In Maastricht bij James en Ria, hier gaan we naar Palace Place. Niet naar Spot6 want daar barst het van de working girls zoals dat in Oeganda netjes heet. Ze zijn opdringerig, hebben heel diepe decolletés, de blik erin is onvermijdelijk en ik houd niet zo van borsten. Liever Palace Place. Tijdens het diner hebben we herinneringen opgehaald. Ik stel voor om tijdens het afzakkertje het te hebben over de toekomst. Ik heb mijn weg gevonden: ik wil weten hoe het met de mensen gaat. Ik ga door met ze op te zoeken, ik ga nooit met pensioen. Ik ben nog niet in China geweest. Er zijn wel een miljard Chinezen. Die wil ik ontmoeten en daar ben ik dus wel even mee bezig. En dan zijn er nog de Indochinezen en de Australiërs en … Ik heb geen tijd voor pensioen! Hoe ziet jullie toekomst eruit? Kunnen we het daarover hebben? Misschien kunnen we ook spreken over de toekomst als groep, als reünisten. Ik bedoel niet alleen de groepstoekomst maar vooral: wat kunnen wij – wij! – betekenen voor de toekomst, voor toekomstige generaties? Per slot van rekening hebben wij samen iets unieks, wij delen niet alleen een schooltijd maar ook veertig jaren. Wij hebben elkaar zien groeien. Hoe kunnen wij die groepservaring nuttig voor anderen maken? Een onderwerp voor de volgende reünie?

We gaan naar huis. In Maastricht nemen we natuurlijk een taxi. Hier nemen we de boda-boda. Doe geen moeite, de bewaker aan de poort roept ze voor ons. Ze komen graag want zo’n muzungu, da’s vette handel hoor!

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Oost-Afrika, Over mij en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s