“No problem” zegt Omar

Ik nam de Old East African Highway van Arusha in de richting van Dodoma tot aan Babati. Die weg is een van de twee noord-zuid transportaders door Oost Afrika (de New East African Highway loopt van Dar es Salaam over Moshi naar Arusha). De Old East African Highway is op mijn kaart rood geblokt: “gedeeltelijk verbeterd” volgens de legenda. Tracks4Africa op mijn navigator is minder optimistisch: “in bad condition”. T4A heeft gelijk: er wordt aan de weg gewerkt en ernaast is een tijdelijke weg aangelegd, een piste die volkomen kapot is gereden. Dat “gedeeltelijk verbeterd” van de kaart slaat op de toekomst. Bij Babati nam ik de weg naar Singida. Die weg is op mijn kaart geel geblokt: een secundaire weg die “gedeeltelijk verbeterd” is. T4A zegt: “not recommended”. T4A heeft gelijk. Ik zal niet verhalen over de kuilen, het wasbord, de keien, het zand en het stof. Ik zal niet verhalen over de keren dat ik ben gevallen. Ik zal er niet over verhalen want ik heb al zo vaak over zulke wegen geschreven. De weg van Arusha tot Babati en de weg naar Singida passen in het rijtje Douentza-Timboektoe (Mali), Ngaoundere-Garoua Boulai (Kameroen), Lastourville-Franceville (Gabon), Lekoni-Oyo (Congo), Nzeta-Caxieto (Angola), Cahama-Xangogo (Angola). Ik kwam tegen achten aan in Singida en parkeerde mijn motor bij de eerste de beste lodge. Ik haalde mijn bagage van de motor, nam een douche, daarna een maaltijd en een paar biertjes en ging naar bed zonder nog naar mijn motor te hebben omgekeken. Ik was volkomen afgepeigerd.

De volgende ochtend bracht ik mijn bagage naar de motor en zag er onder een grote donkere glimmende vlek. Olie! Mijn motor heeft nog nooit olie verloren. Britse motoren lekken olie, Duitse niet. Hoe heeft mijn motor olie verloren? Zou het uit de overloop zijn gekomen bij de vele valpartijen? Onwaarschijnlijk: de overloop zou al lang uitgelekt zijn voordat ik Singida bereikte. Een scheur in een van de slangen? Ik kon geen scheur vinden. Wat de oorzaak ook was, het lekken was in ieder geval opgehouden en ik wilde verder, naar Mwanza aan het Victoria Meer. De weg vanaf Singida is op mijn kaart geel geblokt, mijn T4A zegt “not recommended” en de hotelbaas zegt “loam”. Er ligt gewoon prima asfalt. De kaart en de navigator beschrijven de toestand van de weg op een bepaald moment in het verleden en die toestand kan in de loop van de tijd veranderen of niet. Aan informatie van de plaatselijke bevolking heb je doorgaans weinig; de meeste mensen komen hun dorp of stad niet uit. Asfalt dus, mooi asfalt met wat gaten; het is niet nieuw en dat is een geruststelling want nieuw asfalt houdt meestal ergens op. Ik reed niet met plezier maar met zorg vanwege de lekkage en stopte na een uurtje om de toestand opnieuw te bekijken. Ik zag de olie druppen; drup, drup, drup. Ik begreep: ik had een probleem.

Ik bereikte Nzega, een dorp op een kruispunt met de weg naar Mwanza. Daar, op een stoffig veldje met een mangoboom werd gewerkt aan Chinese motoren en een paar afgeleefde Honda’s. Ik maakte kennis met Omar, de monteur, en vroeg om hulp. “No problem” zei Omar. Ik toonde hem de lekkage – drup, drup, drup – en wees op het oliespoor: “Kijk, het lek moet ergens aan de voorkant van het blok zijn maar ik kan het niet vinden.” Omar bekeek het oliespoor en zei “De olie komt niet van voren, het komt van boven.” Ik wees Omar op de cilinder die zichtbaar is onder de benzinetank: “De cilinderkop is droog, de olie kán niet van boven komen.” Omar: “De olie komt van boven.” Omar was onverzettelijk in zijn oordeel en dus lichtten wij samen de tank om het motorblok vrij te maken. “Zie je nou, de cilinderkop is droog; daar zit het lek niet.” Omar zei niets, pakte een stukje papier en veegde een lasnaad van het frame schoon. Langzaam kwam een bruine druppel te voorschijn. Het frame draagt niet alleen maar fungeert ook als oliereservoir en in de lasnaad zit een scheurtje. Kan er wat aan gedaan worden? Omar: “No problem!” De gescheurde naad kan gelast worden, “niet met elektriciteit maar met gas.” Ik zie daar tegenop maar wat moet dat moet. De lasser wordt besteld en die komt met een karretje met flessen. Het lassen zal gebeuren met de olie in het reservoir; “no problem” zegt Omar. De sluitdop moet er wel af “vanwege de dampen”. De lasser last eerst de gebroken bevestigingsplaat van de benzinetank om aan mij zijn vakbekwaamheid te tonen – dat laswerk ziet er netjes uit – en begint dan aan de scheur. Het lassen is als het boren van de tandarts: iedere seconde is er een teveel. Het gaat niet goed, de naad blijft lekken, de olie begint te koken. Eindelijk, eindelijk is de scheur dicht, in ieder geval is Omar tevreden: “no problem”. Mooi laswerk is het niet. Omar dekt de las af met epoxyhars dat hij mengt met een stokje op een stuk karton. Zo is Afrika. Zal de las houden? “No problem” zegt Omar. En wat heeft het lassen met de olie gedaan? “No problem” zegt Omar.

201056220

Het is geen mooie las maar de lekkage is verholpen.

201056221

Monteur Omar: “No problem”

Voor alle zekerheid heb ik in Mwanza bij Yamaha de olie en het oliefilter vervangen en de motor laten schoonmaken. Het frame lekt geen olie meer; de las houdt, in ieder geval voorlopig. Van zorg ben ik niet bevrijd: hoe komt een scheur in een lasnaad en wat betekent die scheur voor de sterkte van het frame?

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Oost-Afrika en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s