Over Apartheid en wat daarna kwam

Halverwege Pretoria en de grens met Botswana, langs de N4, ligt Swartruggens. Het heeft een mooie Nederduits gereformeerde kerk zoals er zoveel zijn in Zuid Afrika: eenvoudige heldere architectuur die overtuigt dat daar eerlijke en oprecht vrome mensen komen. Voor zover Swartruggens enige bekendheid geniet, is dat niet te danken aan die kerk maar aan Johan Nel. Op een dag pakte Johan het geweer van zijn vader, stopte zijn zakken vol kogels, toog naar het township Skierlik en begon daar in het wilde weg te schieten. Het resultaat: vier doden, waaronder een moeder met kind (de kogel ging dwars door de moeder heen en doodde het kind), en veel meer gewonden. Hij was achttien. Johan Nel is veroordeeld voor meervoudige moord met racistische motieven en heeft levenslang gekregen. Het verhaal van Johan Nel is de ophangdraad voor Bram Vermeulens boek ‘Help, ik ben blank geworden’ over zijn mislukte integratie in de Zuid-Afrikaanse samenleving. Uit het boek krijg ik een beeld van Swartruggens: een benepen inteelt-boerenstadje met een blanke kroeg waar de zwarte politieman is uit geslagen omdat hij kwam zeggen dat het sluitingstijd was. Zo’n stadje. Maar zo is het helemaal niet. Een take away, een Wimpey, een tankstation en natuurlijk een bottlestore: een doorsnee Zuid-Afrikaans stadje. Geen loensende ogen, geen bochels, geen gebreken die op inteelt wijzen: heel gewone mensen in een heel gewoon stadje. Ik vraag de pompbediende naar Johan Nel. “Wie?” “Die jongen die hier een paar jaar geleden mensen heeft doodgeschoten.” “O die. Nou, die zit in de gevangenis hoor.” “Ken je hem?” De pompbediende knijpt zijn ogen een beetje samen: “Ben je een journalist of zo?” Nee, ik ben een gewone reiziger maar ik heb een boek over de zaak gelezen en ben benieuwd wie Johan Nel was. “Ja, hij kwam hier weleens. Niks bijzonders, maakte nooit problemen, betaalde, een gewone gast.” Meer is er niet uit de pompbediende te krijgen, de desinteresse straalt van zijn gezicht. Johan Nel die de rest van zijn leven moet zitten heeft geen noemenswaardige rimpeling in de geschiedenis achtergelaten, in ieder geval niet bij de pompbediende.

201044522

De kerk van Swartruggens: eenvoudige heldere architectuur die overtuigt dat daar eerlijke en oprecht vrome mensen komen.

Racisme uit pure haat, rassenhaat, komt volgens mij heel weinig voor. Dat is een stoornis van het brein, daarvoor ga je naar de psychiater en die heeft daar vast en zeker een pil voor, zoals er pillen zijn voor heel drukke kinderen, voor depressiviteit, voor wanen. Rassenhaat hoort tot de wanen. Apartheid heeft weinig te maken met rassenhaat. Apartheid is niet het resultaat van een exotische aandoening, het wortelt in het idee superieur te zijn, gewoon een ‘beter’ mens. Als dat idee wordt aangevuld met borreltafelargumenten als ‘het beloofde land’ en ‘wij waren eerst’ en ‘wij hebben dit land opgebouwd dus is het van ons’ dan kom je bij wat Apartheid in feite drijft: hebzucht. In het mijnmuseum van Kimberley is het verhaal te lezen van een man uit Botswana die naar de mijnen trok. Een opmerking uit dat verhaal is genoeg om aan de grond genageld te blijven: “Ik mocht het land van de boer niet passeren. Ik moest maanden voor hem werken, voor niets, voor ik verder mocht.” Apartheid is een bewuste, systematische en grootschalige beroving van miljoenen zwarte mensen van hun land en huis, arbeidskracht, toekomstkansen. Om die beroving uit te voeren was totale controle nodig en absolute scheiding. De pasjeswet maakte totale controle mogelijk. De Group Areas Act verdreef zwarte (en gekleurde) mensen, schiep de townships, versterkte daarmee de controle en bracht tachtig procent van het land in handen van de blanke vijftien procent van de bevolking. In Kaapstad is het District Six Museum gewijd aan de vernietiging van de gelijknamige wijk en de deportatie van de bewoners naar de onherbergzame Cape Flats waar geen enkele voorziening was. De Separate Amenities Act (‘slegs vir blankes’) dreef de zwarte mensen uit het openbare leven, uit het zicht van de blanken opdat het geweten niet zou opspelen, en met de thuislanden politiek werden miljoenen zwarte mensen tot buitenlander verklaard zodat er geen verantwoordelijkheid voor was. Wie wil weten hoe ‘slegs vir blankes’ voelt moet eens naar het Apartheidsmuseum in Johannesburg gaan. Bij het entreekaartje komt nog een toegangskaartje ‘whites’ of ‘non-whites’ dat willekeurig wordt uitgereikt en bepaalt welke ingang je mag nemen. Ik kreeg een kaartje ‘whites’. Ik ben vreselijk politiek correct dus ik nam de ingang ‘non-whites’ in de overtuiging dat de soep niet zo heet gegeten zou worden. Ik werd teruggestuurd, verwezen naar de ingang ‘whites’. Ik voelde me beledigd, mijn politiek correcte bewustzijn was diep gekrenkt.

Ingang Apartheidsmuseum

De ingang van het Apartheidsmuseum in Johannesburg: ‘whites’ en ‘non-whites’

In de jaren zestig bereikte het Apartheidssysteem het stadium van perverse volmaaktheid – of volmaakte perversheid – in honderden wetten en regels. Als iets voltooid is kan het alleen maar bergafwaarts gaan. De Apartheid was niet vol te houden. De druk van buiten werd te groot. De economie bereikte de grenzen van haar groei, want de Apartheid beperkte ook de markt (wie rijk wil worden moet delen) en de ondernemers begonnen te klagen. In Namibië en Zimbabwe won het gewapend verzet en in Zuid Afrika kwamen de jongeren in de townships in opstand en die opstand werd almaar heviger en niet te bedwingen met kogels, arrestaties en martelingen. In de eindfase werd de repressie en de opstand uitzinnig. In de straten stierven honderden door de kogels en de brandende autobanden, in de politiecellen honderden door marteling en tientallen werden uit de ramen van de gebouwen van de politie en de geheime dienst gegooid. Steve Biko is in Nederland het bekendste slachtoffer. President de Klerk zag het einde komen en had de moed tegen zijn eigen partij in te gaan. Hij liet Mandela vrij die 27 jaar in de gevangenis had gezeten nadat de Amerikaanse CIA zijn onderduikadres aan de Zuid-Afrikanen had verraden (op de plek waar Mandela werd gearresteerd staat een monument). De Klerk brak de Apartheid af en Mandela temperde de zwarte wraaklust en zo sleepten ze samen Zuid Afrika van de rand van een burgeroorlog weg. Zuid Afrika heeft het onvoorstelbare geluk twee leiders te hebben gehad, tegelijkertijd, van groot formaat. Ze hebben terecht de Nobelprijs voor de vrede gekregen.

De Apartheid is voorbij. Ik herinner me de ontroerende televisiebeelden van de lange rijen zwarte mensen voor de stemlokalen bij de verkiezingen van 1994. Voor het eerst telde hun stem. Er is vrijheid gekomen voor zwart en blank want ook voor blank was de Apartheid een gevangenis, niks mocht (iemand vertelde dat Zuid Afrika pas in het begin van de jaren zeventig televisie kreeg omdat het regiem bang was voor wat de mensen konden zien). Blank en zwart gaan weer samen naar school en zwarte jongeren rollen bij bosjes van de lopende banden van de universiteiten. Ik ontmoet ze in de backpackers hostels waar ze een studentenbaantje hebben, bij Spur Steak Ranch waar ze ook klant zijn, op straat. Ze studeren rechten – “Ik doe internationaal recht en ben bijna klaar maar daarna wil ik in de Verenigde Staten studeren of misschien in Leiden.” – zijn marketing manager, communicatie adviseur of hebben een ander hip beroep. Zwarte mensen maken de mars door de burelen. Mensen die in de Apartheidstijd hun huis of land verloren worden gecompenseerd; ‘restitutie’ heet dat. De regering laat huizen bouwen, er zijn sociale programma’s voor vrouwen en kinderen, er zijn gezondheidsprogramma’s en werkgelegenheidsprojecten, vooral in de wegenbouw, waar massa’s mensen die in de Apartheidstijd niet werden opgeleid nu aan de slag gaan. Werk, werk, werk. De welvaart groeit. Eskom kan de elektriciteitsvraag niet aan. BMW krijgt de auto’s uit de Z-serie en de motoren uit de 1200 serie niet aangesleept. Bavaria Motors in Johannesburg die ik bel om een afspraak te maken voor motoronderhoud heeft pas over vier weken een gaatje in haar agenda.

Het gaat goed maar er moet nog veel gebeuren voordat het verleden voorbij is. Dat afzichtelijke gat tussen township en stad is nog steeds niet gedicht. Waarom worden daarin geen huizen gebouwd? In de townships staan nog steeds de lichtmasten die in de nadagen van de Apartheid zijn geplaatst om de politie ook ’s nachts zicht te geven. Het licht van de Apartheid. Waarom worden die lichtmasten niet vervangen door gewone straatverlichting? Het onderwijs in de townships is bedroevend, in de kliniek komt de dokter eenmaal per week, veertig procent van de mensen is er geïnfecteerd met HIV en de jongeren hangen er doelloos rond. In het Afrika dat ik heb gezien bestaat bescheiden welvaart maar in Zuid Afrika bestaat schrijnende armoede omdat er verblindende rijkdom tegenover staat. De criminaliteit is een probleem in Zuid Afrika. De jongeren uit de townships willen nu welvaart, niet in de toekomst, maar zijn niet opgeleid. Waar geen legale kansen zijn, biedt de misdaad alternatieven. Is het onrecht rechtgezet? Ik bezocht in het museum van Graaff-Reinet de tentoonstelling over de huisuitzettingen en de restitutie. Er staat ‘2005 restitution completed’ en daaronder ‘2008 restitution completed’. Hoe zit dat? Is de restitutie nu wel of niet voltooid? Het meisje van de informatiebalie: “De compensaties zijn afgehandeld maar er zijn mensen die geen geld willen, die willen hun huis terug en die rechtszaken lopen nog.” Ik moet denken aan de indianen van Wounded Knee die ik bezocht. Die willen hun Black Hills terug. Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft weliswaar uitgesproken dat de ontneming van de Black Hills illegaal was maar daarmee hebben die indianen hun Hills nog niet terug. Daar wonen nu andere mensen. Hetzelfde drama bestaat ook hier. In Zuid Afrika lopen de rechtszaken over geconfisqueerd land eindeloos. In Namibië zijn de mijnen, de boerderijen en de lodges nog steeds vrijwel allemaal in handen van blanken. Een enkele boerderij in de buurt van het Etosha Park is onteigend om de San die uit het park zijn gezet – mensen voor olifanten – te huisvesten. De regeringen van Namibië en Zuid Afrika gebruiken fluwelen handschoenen om de kip met de gouden eieren niet van de leg te brengen.

De verwerking van de Apartheid brengt haar eigen problemen mee. De regeringen van Namibië en Zuid Afrika hebben hun kaarten gezet op scholing als voorwaarde om kansen te scheppen en op de dienstensector en de overheid waar die kansen moeten worden gevonden. Namibië heeft nauwelijks een dienstensector, afgezien van het toerisme, en de overheid groeit daarom tegen de klippen op. Het is niet genoeg, de frustratie groeit. In de krant lees ik het verslag over een parlementszitting waar een lid waarschuwt: “Vrijheid is een mooi woord maar mensen kunnen het niet eten.” Zuid Afrika heeft wel een grote dienstensector maar kan die de toestroom aan? Voor de overheid geldt een zwart voorkeursbeleid en het overheidsapparaat is inmiddels vrijwel geheel verzwart. Nu hebben blanke jongeren geen kansen. Blanke mensen klagen, veel blanke mensen klagen veel: “nu hebben wij de verkeerde huidskleur”, “mijn kinderen hebben hier geen toekomst”, “het land gaat bergaf”, “de corruptie is schrikbarend”. Het is voor blanke jongeren heel moeilijk om aan de bak te komen; ze moeten voor zichzelf beginnen of emigreren. In de boekhandels liggen boeken over de voor- en nadelen van emigratie; boeken in het Afrikaans. De eigenaresse van het gasthuis in Utrecht wil naar haar kinderen die naar Australië zijn geëmigreerd en het daar naar hun zin hebben. Rex van Zazoe Xperience (een gamefarm) zegt: “Als het me teveel wordt schrijf ik de hele boel in één keer af en vertrek ik naar Botswana.” Het zijn vege tekenen: de kip met de gouden eieren wordt onrustig. Het geld voor de sociale programma’s moet ergens vandaan komen: de belastingen gaan omhoog evenals de elektriciteitstarieven (met vijfentwintig procent) en geldstromen worden omgebogen. Het wegonderhoud, de universiteiten, ziekenhuizen, blanke cultuur zijn het kind van de rekening. In Die Burger lees ik dat het geld voor de wereldkampioenschappen voetbal is gehaald uit het budget voor de bouw van ziekenhuizen. Dan gaat het land bergaf. De leider van de jeugdorganisatie van het ANC, Malema, zou multimiljonair zijn geworden zonder één dag te hebben gewerkt. De voormalige chef van de politie wordt beschuldigd van corruptie en banden met de georganiseerde misdaad, agenten doen in het donker wat ze bij daglicht zeggen te bestrijden. Voor blanke mensen is het heel moeilijk iets te zeggen van de corruptie want ze worden onmiddellijk aan het verleden herinnerd. De regering doet er veel aan blanke mensen het gevoel te geven dat ze gewaardeerd worden maar het zijn woorden. Met de wereldkampioenschappen voetbal wil Zuid Afrika op de wereldkaart staan – om investeringen te trekken en ter versterking van het zwarte zelfrespect – maar wie op de wereldkaart staat wordt ook gezien en in de gaten gehouden. Dat is een geruststelling voor het blanke bevolkingsdeel.

Ik heb in Zuid Afrika vreselijk veel aardige, hartelijke en behulpzame blanke mensen ontmoet; Elroy, Anita, Terrence en Nita, Denyse, Jaap en anderen. Elroy liet mij een week logeren in zijn huis in een suburb van Johannesburg. Zijn buurman Jaap nam mij mee naar restaurant ’t Molentje waar ze uitsmijters hebben en echte kroketten. Ik heb kennis genomen van de tragische geschiedenis van dit land, de Apartheid en de nasleep daarvan. Ik denk het begrepen te hebben, een beetje. In de nasleep gaat het niet om de doden en de onderdrukking. Het gaat zelfs niet om de bejaarden in het kille recreatiezaaltje van het township Umasizakhe. Die hebben de zekerheid van een dagelijks bord pap (maïs, de staple in Afrika), kijken televisie en krijgen elke maand een heel bescheiden AOW’tje. Ze zijn betrekkelijk gelukkig, na een verwoest leven. Het gaat om degenen die twintig waren toen de Apartheid op haar eind liep, nu tegen de veertig zijn en nog twintig jaar mee moeten. Zij hebben geen toekomstkansen, het zal altijd sappelen blijven en dat weten ze. Soms wilde ik dat ik kwaad kon worden op Elroy, Jaap, Anita, Terrence, Nita en Denyse want ze waren er allemaal bij. Dat kan niet want het zijn heel gewone mensen die zo’n systeem niet konden afbreken. Het Apartheidssysteem is een soort maatschappelijk verkeersgeleidingssysteem. Voor verreweg de meeste mensen zijn de vangrail en de verkeerslichten, de pijlen en de strepen van zo’n systeem vanzelfsprekend dwingend. Natuurlijk neem je de gelegenheid te baat als het licht voor jou op groen en voor anderen op rood staat. Een klein deel gebruikt zo’n systeem om eens lekker te joyriden. Een enkeling ziet dat het systeem niet goed is, wordt opstandig en weet daaraan vorm te geven. Ik vind het sneu voor Elroy, Jaap, Anita, Terrence, Nita en Denyse omdat ze erbij waren. Nu verschuilen ze zich in bewaakte compounds, achter hoge hekken, getraliede vensters, stalen deuren en alarmlichten want ze zijn bang. Ze zijn bang voor de woede over de Apartheid; die is nog vers. Johan Nel woonde niet in een bewaakte compound, achter hoge hekken, getraliede vensters, stalen deuren en alarmlichten. Johan Nel woonde met zijn ouders op een eenzame plaas te midden van die woede. Hij zal nog banger geweest zijn dan Elroy en consorten. Misschien is zijn angst omgeslagen in frustratie en de onbedwingbare behoefte iets te doen, zich te weer te stellen tegen de woede van anderen en de angst in zichzelf. Hij was achttien jaar oud toen hij zijn daad pleegde, meervoudige moord met racistische motieven.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Zuidelijk Afrika en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s