De griezelige wereld van Grundy

Ik was klaar voor de terugreis, materieel gesproken dan. Toch bleef ik ’n dag langer in Pretoria dan nodig was. Ik had moeite los te komen van Zuid Afrika waar ik twee maanden was. Ik was gesteld geraakt op het land en de mensen, voelde me thuis bij Word of Mouth Backpackers in Reitzstreet, gewend geraakt aan zorgeloos zeker comfort. Een keerpunt in een reis vraagt ook om een ritueel voordat je kunt spreken van “een nieuw begin”. In Pretoria deed ik een dag lang niets; dat is ook een ritueel. Ik ben namelijk altijd bezig iets te regelen, te onderhouden, schoon te maken, te plannen, uit te zoeken en dan is een dag niets doen iets bijzonders. Ik las die dag Medical Zoologie for Travelers van de John Grundy; legendarisch als expert op zijn vakgebied, als tekenaar, als verteller. Zulke mensen bestaan niet meer (Grundy is al lang dood), zowel expert als kunstenaar, die een leven lang hun passie najagen. Ik kocht het boek voor de prachtige tekeningen waarin de onderscheidende kenmerken van de soort benadrukt zijn. Ik las over de Tumbu vlieg (Cordylobia anthropophaga) die in tropisch Afrika voorkomt en die een neus heeft voor mensengeur en voor met mensen geassocieerde geuren zoals die van wasmiddelen. De larve van die vlieg graaft zich razendsnel in onder de huid en voedt zich daar met levend weefsel. Vandaar “anthropophaga”. De larve komt er weer uit als vlieg. Dat is ook een manier om vader te worden, zij het dan van een insect. Grundy waarschuwt voor het drogen van gewassen kleren op het gras. Ik las over de Congo floor maggot, de larve van een andere vlieg (Auchmeromyia senegalensis), die huist in de kieren van hutten en zich ’s nachts voedt met het bloed van mensen. Grundy over de remedie: “When man changes his ancient habit of sleeping on the ground to sleeping in a bed on raised legs, then the maggots lose their food supply and die out”. Ik las over de vlo Tunga penetrans die zo klein is dat hij door het gaas van een klamboe of tent kan, waarvan de wijfjes zich voeden met mensenbloed en daarbij een voorkeur hebben voor de plaats onder de teennagels en opzwelt tot de grootte van een erwt “… which is a comparatively large and painful foreign body to maintain, particularly in a tropical climate. There may be upwards of thirty such lesions on one person …”. Ik las over muggen, spinnen, wantsen (de bedwants is, volgens Grundy, te vangen door een stuk zeep op het bed te leggen waaraan ze blijven plakken), schorpioenen, honderd- en duizendpoten; allemaal beesten die ik niet – nog niet – heb ontmoet. Behalve de grote heel platte spinnen, die een schuilplaats hebben in de spleet tussen muur en stopcontact of achter de plint, maar ongevaarlijk zijn. Behalve de tseetseevliegen in Yankari National Park (Nigeria). Behalve de honderdpoot – 20 centimeter lang – die ik aantrof in mijn kamer van hotel Hippocampe in Brazzaville. Verschillende malen vond ik een kikker in het bad omdat de afvoer open uitkomt in de buitenlucht. Een kikker in bad is niet erg maar waar kikkers komen, komen ook slangen die kikkers eten. Ik sluit altijd mijn tent, koffers en tas want je weet niet wat naar binnen kruipt en wacht op de nietsvermoedende hand.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s