Charles

Hij klampte me aan op straat: “Spreekt u Engels? Mag ik met u praten?” Charles is een Liberiaanse vluchteling, spreekt Engels, weinig Frans. Dat is een handicap voor een vluchteling in Brazzaville. Hij is niet mijn eerste vluchteling. Die ander ontmoette ik op oudejaarsavond op de drempel van het restaurant in Abomey: lichamelijk in redelijk goede conditie maar geestelijk aan het einde, uitgeblust. “Hij spreekt Engels. Dat verstaan wij niet. Wilt u hem zeggen dat hij weg moet gaan?” vroeg de restauranthouder. Charles is niet uitgeblust maar evengoed getraumatiseerd en zijn isolement is hetzelfde als van de vluchteling in Abomey. Het is de taalbarrière en de Congolezen zullen niet heel geïnteresseerd zijn in zijn verhaal. Die hebben hun eigen problemen en er zijn in Brazzaville genoeg geamputeerden, ontheemden en vluchtelingen van de oorlog in Congo zelf, van de oorlog in het andere Congo aan de overkant, van de oorlogen in Angola, Mozambique, Rwanda, Burundi, Somalië. Allemaal in Brazzaville. Charles heeft een Congolese identiteitskaart waarop als nationaliteit is ingevuld ‘Liberien’. “Ik werd aangehouden. Ze vroegen naar mijn kaart. Die had ik niet. Toen heeft die agent een kaart voor me gemaakt. Nu ben ik veilig voor de politie.” Charles is sociaal handig. Zijn schoenen heeft hij gekregen van een zuster van de kathedraal – “Ik ga iedere dag naar de mis, mister Mathew” – en als hij weer malaria heeft krijgt hij er ook pillen. Hij bezoekt de Engelse Club als hij het betalen kan, de toegang kost vijfhonderd frank, en ook daarvan kent hij mensen.

Charles moet praten, hij moet zijn verhaal kwijt. Daarvoor is een luisterend oor nodig. Zo’n oor vind je niet bij mensen met dezelfde problemen; zo’n oor vind je bij de vreemdeling. Ik was vaak oor en nu voor een Liberiaanse vluchteling. Een middag lang heb ik met Charles door de stad gewandeld en zijn verhaal gehoord. Dat verhaal heeft de samenhang van zandkorrels in een windhoos. “Eerst was Truman president. Toen kwam Samuel Doe die dood gemaakt werd door Taylor. Daar is een video van, mister Mathew, die zal ik sturen zodra in Monrovia ben [Liever niet, Charles. Hij brengt later toch een nummer van Jeune Afrique mee met een artikel over de Liberiaanse burgeroorlog en een still uit de video van de marteling van Doe]. Mijn vader was belangrijk en een goed man. Hij heeft de school voor zijn kinderen betaald en ook een school laten bouwen. Hij was goed, mister Mathew, maar hij wilde me niet naar het buitenland laten gaan. Dat was fout, mister Mathew, had hij dat wel toegestaan dan was ik nu niet hier. We waren rijk; we hadden drie huizen en een auto. In onze huizen wonen nu vast en zeker anderen die geen huur betalen, misschien wel soldaten van de Verenigde Naties. Iemand heeft naar ons huis gewezen: daar woont een lid van de regering. Toen zijn ze binnengekomen en hebben geschoten. Ik ben uit het raam gesprongen. Mijn vader is dood, mijn moeder is dood, mijn broers en zussen zijn dood. Behalve een die bij de buren was. Ik weet zeker dat mijn zus nog leeft want ik droom af en toe van haar. Ik ben naar de haven gegaan. Daar lag een schip. Daar ben ik opgeklommen. Zo ben ik hier gekomen. Nee, niet hier, in Point Noire en daar nam ik de trein.” De samenhang breng ik zelf aan in zijn verhaal. Charles is getroffen door een vloedgolf van gebeurtenissen en daarvan zijn flarden blijven hangen. De gebeurtenissen tuimelen in willekeurige volgorde naar buiten, dat maakt het aanbrengen van samenhang niet gemakkelijk, en Charles spreekt ook Afrikaans Engels waarbij lettergrepen worden ingeslikt: “I am ca’lic” (catholic) en “There was no foo” (food). Een middag lang heb ik zijn verhaal gehoord en hoef zelf niet meer te zeggen dan “oh” en “that is sad” en “yes” als hij vraagt “Do you understand, mister Mathew?”

Nadat Charles is leeggelopen over het verleden is het heden aan de beurt. Hij slaapt bij een autowasserij aan de rand van de stad. Als hij in een auto wil slapen kost dat vijfhonderd frank en gewoon op de grond driehonderd. In een auto slapen is beter want daar zijn geen muggen. Charles heeft malaria. Hij doet er luchtig over, beweert dat het hem niet deert. Zijn spulletjes mag hij bewaren in het magazijn van een winkel. Hij had een radiootje maar dat is gestolen: “Ik zette hem altijd heel zachtjes en hield hem aan mijn oor. Toch hadden ze er last van en toen hebben ze hem afgepakt.” Er is veel ‘ze’ in zijn verhalen. Op dat radiootje luisterde hij naar de BBC want Charles is in de wereld hevig geïnteresseerd. Hij weet van de crisis in Griekenland – “hoe komt dat, mister Mathew, en wat gaat de Europese Unie nu doen?” – en van de aardbeving in Chili – “Het is nergens veilig, mister Mathew”. Hij wil alles weten over mijn reis en snapt maar niet dat er geen organisatie achter me staat die alles betaalt. Hij wil weten of ik ook Liberia heb bezocht: “Het is een heel mooi land, mister Mathew.” Zijn interesse in de wereld leidt hem af van het geweld uit zijn verleden en van zijn deplorabele heden en brengt hem tot rust. Net als werk. Dat kan hij niet krijgen want Congolezen worden voorgetrokken en zijn kennis van het Frans is onvoldoende. Hij heeft een middag geholpen met het werk aan de motor – hij wil ook weten hoe een motor werkt – en is meegegaan naar de ambassade van Congo Kinshasa en naar de haven vanwaar de veerboot naar Kinshasa vertrekt. Hij kent de stad en ik kan hem wat geld toestoppen voor dienstverlening. Charles vraagt niet om geld maar accepteert het zonder plichtplegingen evenals de cola en de sigaretten. Wij zijn vrienden geworden voor het moment en nu neemt hij sigaretten uit mijn pakje zonder te vragen. Dat is gemakkelijk.

Charles heeft één grote wens: naar huis, naar Liberia, zijn zus zoeken want die leeft vast en zeker. Er is geen Liberiaanse ambassade in Brazzaville, wel in Kinshasa maar daar kan hij niet naar toe. Hij heeft zich gemeld bij de UNHCR en bij het Rode Kruis maar heeft er nul op het rekest gekregen want er zijn heel veel vluchtelingen in Brazzaville. Hij heeft een brief gestuurd naar de Amerikaanse ambassadeur – “Die kwam een keer op de Engelse Club spreken” – maar die brief is door de Congolese medewerkers natuurlijk nooit doorgegeven. Charles is erg geïnteresseerd in mijn reis, vooral hoe ik van Nigeria naar Congo ben gekomen. Mijn route is geen optie: teveel Frans sprekende landen, teveel politie. Hij heeft zelf een optie: als hij maar in Bangui, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek, zou kunnen komen want daar is een kamp vanwaar mensen gerepatrieerd worden. Hij heeft het gehoord op de radio. Bangui ligt ook niet ver van de Nigeriaanse grens en als hij eenmaal daar is, dan is de rest een peulenschil. Hij heeft ook een invulling van zijn optie: er is een schip dat de Congo rivier opvaart en hij kent iemand van dat schip die belooft hem mee te nemen, te verbergen voor de politie en af te leveren bij het kamp. Tegen betaling. Charles heeft het geld niet en hij vraagt er mij niet om hoewel hij gezien moet hebben dat ik bij de Congolese ambassade zonder blikken of blozen vijfendertigduizend frank over de balie schuif.

Ik heb een nacht slecht geslapen en in die nacht een besluit genomen over Charles’ toekomst. Hij kan niet langer wachten, hij is achtentwintig en het leven glipt als zand tussen zijn vingers. We zijn naar de haven gegaan, naar de aanlegsteiger van het schip. Ik heb gesproken met meneer Kasongo, de mensensmokkelaar. “Nee, het is geen crimineel” zegt Charles “Hij wil me helpen maar moet zelf ook leven.” We zijn er tamelijk snel uitgekomen want Charles heeft er natuurlijk al over gesproken zodat ik alleen nog het slijpwerk hoef te doen: voor zestienduizend franc levert hij Charles af bij het vluchtelingen-kamp, hij wordt pas betaald als Charles daar is aangekomen en onderweg moet Charles het eten zelf betalen. De reis duurt een week tot tien dagen. Het schip vertrekt over twee of drie dagen en Charles kan op het schip slapen bij de mensensmokkelaar.

Charles is door het dolle heen. Zijn dromen galopperen als wilde paarden ver voorbij Bangui. Volgende maand is hij beslist al in Monrovia en dan zal hij mij een e-mail sturen. Hij gaat de advocaat van zijn vader zoeken want die heeft alle papieren. Met die papieren zal hij de huizen van zijn familie opeisen en de huur innen en misschien gaat hij in een huis zelf wonen. Hij zal de eerste maanden onderdak vragen bij de kathedraal – de kardinaal kent zijn familie – want als iemand er lucht van krijgt dat hij terug is en de huizen wil opeisen dan vermoorden ze hem misschien. Natuurlijk gaat hij ook zijn zus zoeken (ik herinner hem daaraan). Als die zus de huizen nu maar niet voor een appel en een ei heeft verkocht! Heeft hij orde op zaken gesteld dan gaat hij naar het buitenland, naar Europa of misschien de Verenigde Staten, en daar gaat hij studeren. Hij wil weten hoeveel een huis in Europa kost, wat de beste universiteit is en hoeveel die kost. Hij wil trouwen met een blanke vrouw en vijf kinderen van haar krijgen. Ik heb er geen behoefte aan zijn dromen te verstoren met de realiteit van een vluchtelingenkamp. Áls hij daar aankomt … Ik breng hem terug naar de praktische zaken. Hij zal zich low profile kleden: kniebroek, T-shirt, slippers. ’s Avonds zal hij zijn pantalon aantrekken en zijn schoenen, tegen de muggen.

Samen hebben we zijn vertrek voorbereid. We hebben een tas uitgezocht en die heb ik gekocht. Hij krijgt eenentwintigduizend frank – zestienduizend voor de mensensmokkelaar en vijfduizend om van te leven – en vijftig euro in twee bankbiljetten van twintig euro en een van tien, “Voor noodgevallen, als je iemand moet omkopen.” En hij krijgt mijn mp3-speler met radio zodat hij naar de BBC kan luisteren. Hij heeft afscheid genomen van de zusters van de kathedraal. De zuster van wie hij zijn schoenen heeft gekregen heeft hem een rugzakje gegeven en een pakje papieren zakdoekjes en een pakje wattenstaafjes. Ze heeft gevraagd hoe hij aan het geld gekomen is. Charles: “Ik heb gezegd: ‘Ik heb een sponsor gevonden.’”

Charles

Charles, op onze afscheidsavond in Hotel Hippocampe.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, West-Afrika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s