Retourtje Nederland

Manager Olivier van Hotel Hippocampe schreef voor mij adressen en telefoonnummers op maar niemand in Brazzaville kan mijn schokbreker repareren. Ik heb de leverancier van de schokbreker gebeld. “Voel je klikjes als je aan de stelring van de demper draait?” Ik voel geen klikjes. “Dan is er een lek en ben je olie en gas kwijt. Stuur de schokbreker op, we repareren hem in een dag.” Met hulp van twee Roemenen met een grote gereedschapskist heb ik de schokbreker gedemonteerd. Ik stuur hem niet op, ik breng hem zelf.

Ik vloog van Brazzaville naar Parijs en vandaar per trein naar Nederland om de schokbreker van mijn motor te laten repareren en om mijn ouders te bezoeken. Ik kwam van de tropische hitte, 38 graden, in de februarikou. God, wat had ik het koud! “Koud? Had je hier vorige week moeten zijn, toen was het pas koud!” Bedankt voor het begrip en het mededogen. De schokbreker, die was gaan lekken en alle olie verloren had, is in een ochtend gerepareerd. Ik bezocht mijn ouders die verhuisd zijn naar een verzorgingshuis voor de heel sterken. Ze zijn er gelukkig, zeggen ze, want ze worden er verzorgd, het personeel is vriendelijk en het eten goed. “Er is ook een verpleegafdeling op iedere verdieping” zegt mijn vader. Er is toekomst. Mijn moeder maakt de rekening van haar leven op. “Als ik het nog eens over kon doen, zou ik meer aandacht aan jullie besteden” zegt ze. Als dat alles is, dan valt de rekening positief uit. Ik heb nooit een tekort aan aandacht ervaren; eerder een teveel. De zorg van mijn moeder sloeg soms om in overbezorgdheid, klemmend als een dikke sjaal in augustus. Ik neem de herinnering aan hen mee naar Brazzaville. Ik neem het beeld mee van de grazende mensen. Het viel me op hoeveel mensen iets eetbaars in de hand hebben. Een Mars, koek, kroket. Ik ben dat ontwend. Wat een gelukkig zicht is dat, al die onbekommerd grazende mensen. Gedurende mijn reis door Afrika heb ik in zes maanden meer dan 15 kilo lichaamsgewicht verloren. Ik heb daarvan geen last, eerder plezier, maar bij het zien van zoveel etende mensen schreeuwt het eigen lijf om eten.

Na ’n week vloog ik terug naar Brazzaville. Gelukkig terug. Ik kan de draad weer oppakken. Het is niet goed het ritme van de reis te onderbreken. Er is werk aan de winkel: de schokbreker moet weer worden ingebouwd, het lek in het koelsysteem moet worden gerepareerd en ik wil de bougies en het luchtfilter vervangen want de motor start slecht. Ik moet ook het visum bemachtigen voor Congo Kinshasa, “La Republique Democratique du Congo” (Let op het bijvoeglijk naamwoord; zo’n toevoeging zegt veel. Als een land vanzelfsprekend democratisch is, hoef je dat niet in de naam op te nemen). De consul vertrouwt mijn aanvraag niet; volgens hem is mijn visum voor Brazzaville verlopen. “Ik moet er een nachtje over slapen” zegt’ie. Zijn secretaresse fluistert: “Morgen krijgt u uw visum, zeker weten.” Ze heeft haar niet geringe charmes ingezet omdat ik op haar kind heb gepast zodat ze even boodschappen kon doen.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Over mij, West-Afrika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s