Nigeria’s problemen

De grensplaats Ilara was een verzameling roestbruine hutten langs een zandweg. Het landschap daarna rommelig; struikgewas en gedegenereerd bos, alsof alles van waarde eruit is geroofd. Dat is mijn eerste indruk van Nigeria: uitgewoond en leeggeplunderd. Die indruk is gebleven, wordt wel minder schrijnend want je went er aan en in het noorden is de natuur er beter aan toe. Vooral de omgeving van Maiduguri is adembenemend mooi: een savannelandschap met geel gras en groene bomen met brede bolvormige kruinen en daartussen baobabs die hun vrijwel bladloze takken ten hemel strekken als waren ze gebeeldhouwd door Zadkin. In dat land trekken herders te paard met kudden groot gehoornde donkerbruine koeien en wit-zwart gevlekte geiten. Ik reed de weg van Biu naar Maiduguri in de namiddag en van Maiduguri naar Banki aan de grens met Kameroen in de vroege ochtend. Het gele strijklicht van de late namiddag doet de koeien koper gloeien, het fel witte ochtendlicht doet ze zwart schijnen. Avondlicht is anders dan ochtendlicht.

Groot gehoornde koeien, zwart in het ochtenlicht.

Groot gehoornde koeien; zwart in het ochtendlicht.

Nigeria is vergeven van de roadblocks en die zijn bemand door de federale politie, de lokale politie of een of andere taskforce. Omdat die diensten niet samenwerken komt het ene roadblock na het andere. Een enkeling vraagt om geld of om een ‘present’. Ik betaal niet, ik betaal nooit tenzij iemand mij een wapen onder de neus duwt en dat is niet gebeurd. In het noorden is ‘Operation Control Fluss II’ aan de gang en de roadblocks van die taskforce zijn bemand met rambo’s die met het wapen in de aanslag op de weg springen. Ik weet niet wat ‘Operation Control Fluss II’ inhoudt maar aan het gedrag en de ogen van de rambo’s meen ik op te maken dat ze de waren consumeren die ze in beslag nemen. Hoe vervelend het wordt hangt, als altijd, af van de leiding ter plaatse. Vrouwelijke leiding is beter dan mannelijke omdat ze meer afstand hebben tot de troep. Meer dan eens heb ik een vrouw horen bevelen “Hou daarmee op! Laat die meneer passeren.” Ik zie de corruptie meer dan dat ik er zelf last van heb. Bij het roadblock stopt de chauffeur van het busje vóór mij de agent een bankbiljet in de hand. Aan de kleur kan ik zien dat het een biljet van twintig naira is, ongeveer tien eurocent. Dat is niet veel, voor mij, maar de mensen zijn arm en er zijn veel roadblocks en als iedereen twintig naira betaald wordt er veel geld verdiend door de agenten. Ik word bijna altijd doorgewuifd, krijg een brede glimlach en een saluut. Ik ben een blanke buitenlander. Mijn bejegening is een lichtpuntje, laat zien dat de agenten nog beseffen dat hun handelwijze niet deugt.

Corruptie verziekt een samenleving. Corruptie mergelt een volk uit, belemmert ontwikkeling en bevordert armoede. Het gelag wordt altijd betaald door de mensen aan de onderkant van de samenleving die de last van de corruptie niet op anderen kunnen afwentelen. De chauffeur van het busje berekent de kosten van de roadblocks door in de ritprijs en de klanten zijn de dupe. De vrachtwagenchauffeur laat de winkelier betalen en de winkelier de klanten. Ze kunnen niet anders. Niet alleen de politie; de elektriciteitsmaatschappij, de oliemaatschappij, de wegenbouwers, zelfs het onderwijs in Nigeria: corrupt. Heeft corruptie eenmaal een zekere omvang bereikt, dan is er geen houden meer aan. Dan corrumpeert alles en iedereen, ook degenen die het afwijzen want anders blijven ze met lege handen achter. Misschien heeft Nigeria dat stadium al bereikt en is dat de reden voor de aanblik van het land: uitgewoond en leeggeplunderd. Misschien heeft Nigeria dat stadium nog niet bereikt want ik heb veel hulpvaardige en eerlijke mensen ontmoet. Ik ben er niet beroofd, niet opgelicht, niet afgeperst. Er is nog hoop. Corruptie is het gespreksonderwerp met menig Nigeriaan. De Nigerian Electricity Authority, die montere at-your-service-televisiereclames heeft, wordt in de volksmond de ‘No Electricity Authority’ genoemd. Maar er is toch een anti-corruptie commissie? “Haha” lachen mijn gesprekspartners: “ook corrupt!”. In de aanmeldingsruimte van de Oecumenische kathedraal in Abuja staat een bord “Say No to corruption”. Het is vechten tegen de bierkaai. De overheid zegt er wat aan te doen – de gouverneur van een deelstaat heeft zich voor de rechter moeten verantwoorden – maar de inrichting van het overheidsapparaat werkt corruptie in de hand. Nigeria heeft heel veel deelstaten en elke deelstaat heeft een gouverneur en een senator en een parlement en al die gezagsdragers hebben, behalve een salaris, een dienstauto en een staf en een onkostenrekening. De leden van het federale parlement behoren tot de best betaalde parlementariërs ter wereld. Het is geen wonder dat met alle middelen wordt gevochten voor die begeerde plaats. Er zijn heel veel raden, commissies en boards en die hebben allemaal een voorzitter en een secretaris, een vergadertafel met leren fauteuils en natuurlijk ook een onkostenrekening. Wie wil niet in zo’n raad, commissie of board? Van de onkostenrekening naar ruim gebruik van die rekening naar de discrete envelop voor ‘bewezen diensten’ zijn maar kleine stapjes.

Nigeria kampt met nog een probleem: de moeizame relatie tussen christenen en moslims. In geen ander Afrikaans land is die verhouding zó gespannen als in Nigeria. De staat balanceert: in het stadsplan van Abuja ligt de Oecumenische Kathedraal precies even ver van het presidentieel paleis als de Nationale Moskee. De herdenkingsdag van de strijdkrachten wordt eerst in de moskee gevierd maar de grote herdenking is de week daarop in de kathedraal. ‘Moeizaam’ en ‘gespannen’ zijn eufemismen, heb ik in Jos ondervonden. Jos ligt precies op de grens tussen het christelijke zuiden en het islamitische noorden van Nigeria. Ik was er voor het museum dat de moeite waard is vanwege de beeldenverzameling en vanwege het openluchtdeel waar beroemde gebouwen uit Nigeria op ware schaal zijn nagebouwd. Tijdens mijn bezoek aan dat museum klonken vanuit de verte, vanuit het stadscentrum, doffe knallen. Geweerschoten. Nu knalt er altijd wel wat in Nigeria dus ik schonk er geen aandacht aan totdat iemand mij zei “Ga niet naar het centrum, er is daar crisis; ga naar uw guesthouse.” Voor de poort van het guesthouse stonden gasten en medewerkers in ernstig gesprek. “Rellen” legt een uit “Moslims hebben een kerk beschoten.” Een ander weet te vertellen dat de katholieke Sint Michaelskerk is beschoten of de Sint Petrus. In de loop van de middag wordt het geweervuur heftiger en klinkt ook het taktaktak van automatische wapens. Er drijven zwarte en witte wolken over, rook van branden en traangas. Het ruikt naar verbrand rubber. De poortwachter van mijn guesthouse kijkt heel zorgelijk en zegt tegen mij: “U hoeft zich geen zorgen te maken. De wijk is helemaal afgezet door de politie.” Aan het einde van de straat, bij de dependance van de Nationale Bank, staat een pantserwagen. Er is een uitgaansverbod ingesteld van zes uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends. Ik kan geen biertje gaan drinken (er is een biertuin in Jos!), geen sigaretten kopen en niet uit eten. Ik nuttig de maaltijd van het guesthouse, rijst met tomatensaus en een piepklein stukje vlees, bij kaarslicht want de elektriciteit doet het niet en ook de waterleiding is er mee opgehouden. Gedurende de nacht hoor ik taktaktak, het geluid van sirenes en het gebrul van de onrustige leeuwen in de belendende dierentuin. ’s Morgens is de situatie, voor zover waarneembaar, weer redelijk normaal. Er klinkt nog een enkele doffe knal. De waterleiding en zelfs de elektriciteit doen het weer. Ik verlaat Jos met een escorte van de politie. Dat wil de commandant van de pantserwagen. Ik heb hem ervan weten te weerhouden voor mijn begeleiding een andere pantserwagen op te roepen. Ik ben namelijk bang dat zo’n ding werkt als een rode lap op een stier. Ik krijg twee agenten op een motor mee – de duopassagier richt zijn wapen naar links en naar rechts – en die leiden mij om het centrum heen tot aan de uitvalsweg naar Bauchi. Ik zag geen verwoesting, geen uitgebrande gebouwen, niets van onrust. Hoe erg het is geweest in Jos verneem ik pas later van ambassademedewerker Ronald S. Ik belde hem nadat ik de grens met Kameroen was gepasseerd. Dat had hij gevraagd. Ronald was erg opgelucht: “Goddank, je bent veilig!” Ik hield dat voor de beroepsbezorgdheid van een diplomaat. Ronald reist in de Nigerdelta met een helikopter en in het noorden van Nigeria met een gepantserde auto. Daarom zei ik tegen Ronald “Kom kom, het viel allemaal mee. Ik heb een goede tijd gehad in Nigeria. Alleen toen ik in Jos was, was er een schietpartij.” Ronald: “Een schietpartij? Dat noem jij een schietpartij? Er zijn in Jos zeshonderd doden gevallen. Moslims en christenen hebben elkaar afgeslacht!” Aan mij is die ernst van de rellen voorbij gegaan. Ik reis in de grote wereld maar mijn wereld is doorgaans erg klein: zover als ik kan kijken. Wie wil weten wat er in de grote wereld gebeurt moet thuisblijven, kranten lezen, radio luisteren, televisie kijken. Ik lees geen kranten en luister niet naar de radio. De televisie staat doorgaans afgesteld op Africa Magic met videoclips en soaps.

Er is heel weinig wederzijds begrip. Christenen zeggen: “Wij zijn de meerderheid, zij de minderheid. Dus moeten ze gewoon luisteren.” Moslims klagen over discriminatie en bevoordeling van christenen. Moslims zeggen: “De christenen steken het geld van de olie in eigen zak.” Christenen zeggen: “De noordelijke staten zijn oeverloos corrupt.” Zo heeft ieder een beeld van de ander en die beelden worden door politici uitgebuit. Een enkeling weet te relativeren: “Moslims mogen geen alcohol drinken maar drinken stiekem. Christenen mogen maar één vrouw maar de meesten hebben er drie.” Zo’n kwinkslag is zeldzaam. Christenen zijn er doorgaans beter aan toe omdat ze beter opgeleid zijn, beter georganiseerd en beschikken over een netwerk in binnen- en buitenland. De pinkstergemeenten worden vanuit het buitenland, vooral vanuit de Verenigde Staten, gefinancierd. Ze dringen binnen in het islamitische noorden, bouwen hun kerken naast of in de buurt van de moskee en kopen volgelingen. De imam van de belendende moskee kan hun bloed wel drinken; die moet ook leven. Moslims zijn er doorgaans slechter aan toe omdat ze minder relaties hebben, omdat ze een egelstelling innemen en omdat ze zich terugtrekken op de koranscholen. Daar word je misschien geestelijk wijzer van, materieel niet.

Nigeria heeft grote problemen maar de solitaire reiziger merkt daar weinig van. Ik heb te doen met individuen. Ik heb in Nigeria veel aardige en behulpzame mensen ontmoet. Heel bijzonder was de ontmoeting met Pukuma S., korporaal van de Nigerian Federal Police. Ik ontmoette hem bij de entree van Maiduguri. Ik stond langs de weg, probeerde mijn navigator te lezen in het schemerduister. Hij vraagt “Hebt u een probleem?” Ik: “Nee, ik zoek gewoon een hotel.” Hij brengt me naar het Dujima hotel, dat net binnen mijn budget past. Ik bedank hem voor zijn hulp want je weg zoeken in het donker in een vreemde stad is niet eenvoudig. Hij: “Ik ben politieman (hij toont me zijn legitimatiekaart) maar ik help u omdat ik christen ben. Dat moeten christenen doen.” Hij kijkt daarbij heel ernstig. Afrikanen nemen de zaken van het geloof heel serieus. Minder geslaagd is dat hij ook mee naar binnen gaat en tegen de receptionist zegt “Ik ben van de politie. Dit is een gast. Zorg goed voor hem.” Hij komt de volgende dag kijken of ik goed verzorgd ben en daarom nodig ik hem uit na diensttijd met mij een drankje te drinken. Hij: “Ik ben christen en ik drink niet en ik rook niet.” Ik: “Ik ben ook christen en ik drink en ik rook.” Samen gaan we naar een uitspanning waar ook fris wordt geschonken: Malta, dat is Guinness zonder alcohol. Ik wil graag wat meer van hem weten en vooral over de corruptie bij de politie. Hij is er trots op politieman te zijn en doet zijn werk vanuit christelijke overtuiging. De corruptie doet hem pijn want “dat is niet christelijk”. Ik vind het heel mooi dat hij het Woord van God serieus neemt maar ik vind het ook mooi als een politieman het woord van de wet serieus neemt. Als hij mij op zijn brommer terugbrengt naar het hotel, rijdt hij aan de linkerkant van de weg, tegen het verkeer in. Pukuma komt nog eens op de ochtend van mijn vertrek, nu om met mij te bidden voor een veilige reis. Hij neemt mijn hand in de zijne, sluit zijn ogen en begint “Oh Lord, I beg you …”. Dat is heel ontroerend.

Korporaal Pukuma S. van de Nigerian Federal Police.

Korporaal Pukuma S. van de Nigerian Federal Police.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, West-Afrika en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s