Het Missiecentrum

Ieder die in Nigeria politiek-bestuurlijk iets voorstelt trekt met zijn gevolg naar Abuja, de federale hoofdstad. Al die mensen moeten ergens blijven. De top heeft haar eigen villa’s, de laag daaronder verblijft in het Hilton en het Sheraton hotel en het voetvolk moet genoegen nemen met de middenklasse hotels. Het is dus dringen op de accommodatiemarkt en tegen die concurrentie ben ik financieel niet opgewassen. Ik ben aangewezen op de soberheid van de katholieke missie, het Pope John Paul II Mission Centre. Ach, sober: een ruime kamer met een badkamer, een plafondventilator, airconditioning en een televisie voor vijfenveertighonderd naira, ongeveer tweeëntwintig euro. Ik heb bij missieposten met bescheidener accommodatie verbleven. Katholiek, bij de zusters: om tien uur ’s avonds gaat het hek dicht en “de consequenties zijn voor uw eigen verantwoordelijkheid” meldt het reglement dreigend, roken is verboden op het terrein van het centrum, er is geen bar maar wel een winkeltje waar ik bier kan kopen en een klein restaurant voor het ontbijt. Alles is heel redelijk geprijsd, de zusters halen me niet het vel over de neus. Zuinig zijn ze wel: strijk en zet valt in de loop van de middag de elektriciteit uit – dat is nu eenmaal zo in Abuja – en daarom hebben bedrijven en hotels een generator, ook de zusters maar bij de zusters gaat de generator pas aan bij het vallen van avond. Overdag is elektriciteit niet nodig, vinden de zusters, er is licht. Ze vergeten de televisie en de ventilator.

Katholiek. Door de week begint de mis om half zeven ’s ochtends. Op zondag kan ik uitslapen want dan begint de mis pas om zeven uur. Deelname aan de mis is overigens niet verplicht. Ik ga wel, op zondag, want een mis is in Afrika een spirituele gebeurtenis. De priester van het centrum is een man van middelbare leeftijd met een Eddy Murphy uitstraling: beweeglijke ogen en een brede mond die een grote roze tong herbergt. Zijn preek is een lesuur. Hij preekt over katholieken die in het leven het voorbeeld moeten geven en over de vergissing van mensen die van de ene naar de andere kerk hoppen. Een les: “En dus geven katholieken het …” en dan vult het kerkvolk aan “voorbeeld”. Hij heeft het over “de nieuwe religie in Europa waar God een leren geval is.” Ik ben bang dat hij het gemunt heeft op het enige witte vlekje in het volk, dat ik namens alle Europeanen boete moet doen voor de voetbalafgoderij, maar hij gaat gelukkig aan mij voorbij. Ik ontmoet de priester bij het ontbijt en we hebben het over de opkomst van de pinkstergemeenten. De Kerk maakt zich er zorgen over, zegt hij, “Daarom had ik het over de vergissing van mensen die van de ene naar de andere kerk hoppen. De pinkstergemeenten leren de mensen om met hun zorgen naar God te gaan maar ik zeg: ga naar je zorgen en zeg ‘Ik heb God’.” Zorgen naar God brengen is gemakkelijker dan God naar je zorgen brengen en daarom groeien de pinkstergemeenten als kool en heeft de Katholieke Kerk het nakijken. De Katholieke Kerk was traditioneel de institutionele ladder om hogerop te komen: zij zorgde voor het onderwijs en bood mogelijkheden aan hen die verder wilden en konden. Ook op dat terrein heeft de Kerk concurrentie van de pinkstergemeenten. Die hebben geldschieters met diepe zakken, vooral in de Verenigde Staten, en hun netwerk is ook wijder en meer divers dan dat van de Kerk. Langzaam wordt de Kerk naar de zijlijn gedrukt en dat is haar zorg.

Deelname aan de mis heeft nawerking. In restaurant Jevinik, dat tegenover het katholieke centrum ligt, komt een ober mij begroeten: “Leuk dat u hier bent. Herkent u mij? Ik was ook bij de mis. Ik zou graag met u willen praten.” Hij wacht op mij naast de poort van het centrum want daar mag ik een sigaret roken. Ik ben niet Nigeriaans matineus, de tijd heeft hij gedood met het lezen van de catechismus. “Paul!” Paul, zoals paus Johannes Paulus? Hij lacht: ja! Afrikanen hebben de gewoonte hun naam te verwesteren of een westerse naam aan te nemen in het contact met westerlingen. We spreken over christen zijn in Nigeria. De tijden zijn moeilijk, er is veel spanning en dus ook veel druk op christenen. Hoe is dat in Europa? Ik verwijs naar de zondagse preek – een leren bal is God geworden – en grap “Europa is het nieuwe missiegebied”. Dat grapje opent de deur naar het onderwerp waarover hij mij wil spreken. Paul wil weten hoe ik in Nigeria ben gekomen. Met het vliegtuig? Ik wijs naar de motor op de binnenplaats; hij moet hem hebben gezien. Ja, rijdend in Nigeria, maar hoe is de motor hier gebracht, toch zeker met een vliegtuig of met een schip? Nee hoor, gewoon rijdend, door de woestijn en de Sahel naar Nigeria. Hij kijkt me ongelovig aan: het kan niet want tussen Europa en Afrika ligt een heel grote zee. Het is een misvatting die bij veel Afrikanen leeft. Zouden ze Europa verwarren met de Verenigde Staten? Een andere verklaring kan de collectieve herinnering zijn. De eerste blanken kwamen inderdaad per schip – de Portugezen, de Hollanders en de Britten – en dus moet er tussen Afrika en Europa wel een grote zee liggen. Ik leg uit: de Straat van Gibraltar tussen Europa en Afrika is maar twintig kilometer breed, je kunt de overkant zien. Paul is heel geïnteresseerd in mijn reis, wil het naadje van de kous weten: hij zou mijn reis in omgekeerde richting kunnen doen. Zou hij naar Europa kunnen? Wat heb je daarvoor nodig? Dat is een heel akelig gespreksonderwerp en heel gênant: de muren van Europa zijn torenhoog, onbeklimbaar voor een gewone Nigeriaan. Een Nigeriaan die naar Europa wil moet een visum aanvragen bij een Europese ambassade en daartoe kunnen aantonen dat hij over voldoende geld beschikt en een ziektekostenverzekering heeft. Hij krijgt een interview bij een consulaire medewerker aan wie hij zijn rijkdom moet bewijzen en door wie hij wordt doorgezaagd over de motieven van zijn reis want Europa wil geen sloebers. Dat interview kost honderd euro, voor gewone Nigerianen een enorm bedrag, en heel waarschijnlijk wordt het visum geweigerd, zonder opgaaf van redenen, en is de Nigeriaan honderd euro kwijt. Voor mij geldt natuurlijk precies hetzelfde: om naar Nigeria te komen moet ik een visum kopen en daarvoor kunnen aantonen over voldoende geld en een ziektekostenverzekering te beschikken en ik moet ook op voor een gesprek met de consulaire medewerker. Maar ik héb voldoende geld en een ziektekostenverzekering, ik kán een visum kopen en mijn gesprek met de Nigeriaanse consul is gratis en de uitkomst redelijk zeker. Wat voor mij een dag bureaucratische rompslomp is – vooral opzitten en pootjes geven – zal voor Paul bij voorbaat verloren zijn. Hij zal zelfs geen voet in de ambassade kunnen zetten; hij wordt bij de poort al afgewezen. Hij zal niet over de muren van Europa kunnen kijken en daarom blijft in Afrika het beeld bestaan dat achter die muren de straten met goud geplaveid zijn. En daarom komt hij, maar dan illegaal. Ik beperk mijn antwoord op Paul’s vragen tot “Je moet een visum aanvragen” en om te voorkomen dat er meer vragen komen die de schande blootleggen vraag ik gelijk “Wat wil je daar doen?” Hij wil er werken. Natuurlijk. “Wat kun je?” “Nou, ik ben ober en ook hotelhulp.” “Daarvoor is geen werk in Europa. Dat doen bij ons de Polen al.” “Oh, maar ik ben een Peul, een halve Peul. Mijn moeder is een Peul.” “Geen Peulen, Polen!” “Oh.”

Hoe kom je in Europa? Ik heb zulke gesprekken vaak. Ik krijg ook andere vragen over Europa: hoe het zit met het racisme? Ik doe altijd of mijn neus bloedt: racisme, wat bedoel je? Dan plukken ze aan hun vel: zwart, worden zwarte mensen gediscrimineerd? Die vraag kan ik niet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden. Zo eenvoudig ligt dat niet. Dan vraag ik “Hoe kom je daarbij? Van de televisie?” Natuurlijk komt het beeld van racisme van de televisie en van de kranten: de beelden van de bootvluchtelingen op de Canarische Eilanden, de verhalen van mishandelde Afrikanen. Ik zeg dan “Moet je horen, in mijn land krijgen de mensen van de televisie een beeld van Afrika: arm, honger, ziekten, oorlog. Van Nigeria bestaat het beeld: corrupt, crimineel en ook nog terroristisch. Vind je dat dat beeld van Afrika en van Nigeria klopt?” Nee, zeggen de mensen, dat is niet Afrika en dat is niet Nigeria. “Dat geldt ook voor de beelden van racisme die jullie over Europa van de televisie krijgen.” Ik moet balanceren tussen beelden: beelden van hen over ons, beelden van ons over hen. Het gaat niet om de werkelijkheid maar om de beelden van de werkelijkheid. Dat geldt in Nigeria voor moslims en christenen en dat geldt in de verhouding tussen blank en zwart. Het blijft balanceren.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, West-Afrika en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s