Kennismaken met Nigeria

Ik had voor Benin een transitvisum van achtenveertig uur dus meer dan een dag Abomey zat er niet in. Op nieuwjaarsdag reisde ik naar Ketou, de grenspost met Nigeria. Over Nigeria heb ik grote zorgen: corruptie, fraude, oplichting, onlusten, geweld en sinds kort ook terreur. Nigeria’s imago is niet best. “Hebt u onze reisadviezen gelezen?” schreef de medewerker van de Nederlandse ambassade die ik over mijn reisplan inlichtte. Ik kan niet om Nigeria heen. Ik hoop in Abuja het visum voor Angola te bemachtigen. Van andere reizigers weet ik: alleen de Angolese ambassade in Abuja verstrekt visa.

Ik passeer de politiepost van Ketou. “Is dit de laatste post voor de grens?” “Nee, er komt er nog een.” Ik rijd een dorp binnen en midden in dat dorp eindigt het asfalt, begint een zandweg en er staat een bord ‘Welcome to Nigeria’. Het dorp is Ilara; ik heb ergens de grenspost van Benin over het hoofd gezien. De zandweg maakt een bocht en voorbij die bocht begint het asfalt weer. Er ligt nooit asfalt in het niemandsland tussen twee grenzen omdat niemand weet wie dat betalen moet. Daar waar het asfalt begint staan ook wat kerels met een dranghek en een plank met spijkers die onmiddellijk op de weg wordt gelegd. Ik moet betalen, roepen de kerels. En wie zijn jullie? “Wij zijn van de Internal Revenue Service [de belastingdienst] en u moet betalen!” Ze zwaaien met legitimatiekaarten die ook identiteitskaarten zouden kunnen zijn. Ik heb geen boodschap aan de Nigeriaanse belastingdienst als ik niet eerst reglementair ben ingeschreven. “Eerst de politie en dan kom ik bij jullie.” Het wordt wat gedoe, wat over en weer roepen, wat duw- en trekwerk maar dan halen ze toch het dranghek en de spijkerplank van de weg en kan ik passeren. Waar is de politie? Nergens te zien. Ik passeer wel controleposten die bemand zijn met heel dubieus uitziende types. Ik durf er niet te stoppen, zwaai en steek mijn duim omhoog, het wereldwijde teken voor ‘alles goed, geen probleem’. Ik ben illegaal in een land dat om corruptie bekend staat. Dat is geen prettig gevoel. Na bijna twintig kilometer vind ik eindelijk een politiepost. “U moet niet bij ons zijn maar bij de immigratiedienst aan de overkant.” Het gebouw van de immigratiedienst is verlaten, op een man na die juist de vlag hijst. “Ze zijn allemaal op patrouille. Bovendien moet u niet hier zijn maar bij het kantoor in Ilara. Dat is niet gemakkelijk te vinden, het ligt een eindje van de weg. Als u mij de benzine betaalt dan breng ik u er naar toe.” Ik geef hem mijn overgebleven vierduizend West-Afrikaanse franken die hier in de grensstreek nog wel waarde zullen hebben. Hij gaat me voor, op de brommer met zijn vrouw op de bagagedrager. Ik passeer dezelfde posten en daar zijn ze nu wakker geworden en ze willen weten wat dat allemaal te betekenen heeft. Ik heb plezier van mijn begeleider die voor de uitleg zorgt: kantoor niet gevonden, ik breng hem er naar toe. Bij Ilara duikt hij een zandweg in. Ik ben op mijn hoede, ik verwacht een valstrik met een roversbende, maar aan het einde van het zandpad staan een paar betonnen bouwsels en op een daarvan staat in verschoten letters ‘Immigration Service’. In de lege hal hangen oude en nieuwere posters met waarschuwingen tegen drugshandel en mensenhandel en ook de regels van de immigratiedienst. Ik ben heel waarschijnlijk niet terecht gekomen in een frontstore, een nepkantoor. Na een paar keer roepen komt er iemand opdagen: “U bent bij de immigratiedienst en ik ben de chef.” Hij bekijkt het visum in mijn paspoort. Ik: “Het visum staat een verblijf van vijfenveertig dagen toe. Ik zal heel blij zijn als u mij ook een vergunning voor vijfenveertig dagen geeft.” Vraag je niks, dan stempelen ze af voor een week en dan ben je de sigaar want zie zo’n verblijfsvergunning maar eens te verlengen. De chef: “Hier staat dat het visum drie maanden geldig is dus krijgt u van mij ook drie maanden.” Hij stempelt mijn paspoort en schrijft in het stempel ‘31-03-2010’. Dat is administratief onjuist – hij verwart de geldigheidsduur van het visum met de toegestane verblijfsduur – maar ik ben heel blij met de verlengde verblijfsvergunning. De douane zit in het belendende gebouw en ook daar is op nieuwjaarsdag een ambtenaar aanwezig. Ik help hem met de administratie van het Carnet de Passage – hier de datum, daar tekenen, daar stempelen, dit deel uitscheuren – want “hier komen bijna nooit vreemdelingen, we hebben alleen lokaal verkeer.” Mijn gids komt binnen: “Redt u het verder? Ik moet met mijn vrouw naar de kerk.” Ik red het verder; de administratie is gedaan, de douanier geeft een hand, wenst een prettig reis in Nigeria en wijst ook de weg: “Dit pad af, voorbij de nieuwe moskee, dan komt u op de hoofdweg.” Ik passeer dezelfde controleposten met een zwaai en duim omhoog. Na tien kilometer is er toch een post waar de spijkerlat over de weg wordt gelegd. Ik moet stoppen, mijn paspoort tonen. Ze zijn heel zenuwachtig en er is beraad. “Het is niet goed. De chef heeft gebeld. U moet terugkomen.” Vast en zeker die drie maanden. “Sorry” zegt de chef van de immigratiedienst “Ik heb een vergissing gemaakt. Daar kunt u last mee krijgen en daarom heb ik gebeld om u tegen te houden.” Hij zet een nieuw stempel, nu voor vijfenveertig dagen, tot 14 februari. Ik passeer de posten voor de vijfde maal en ook bij de post met de spijkerlat wordt me geen strobreed meer in de weg gelegd. Heel ambtelijk Nigeria wuift mij na.

Volgens de Lonely Planet zouden maar weinig banken over een geldautomaat beschikken – Nigerianen zouden alleen contant geld vertrouwen – en áls ze er zijn dan alleen voor Mastercard … áls ze werken. Wel, er zijn geldautomaten en ze werken. Heel gewoon, met Visacard, Mastercard en ook met Maestro. Dat is nou het leuke van oude informatie: het laat zien dat er vooruitgang is. Voor de verdwenen geldzorg komt een andere zorg in de plaats: benzine. Nigeria, dat een van de grote olieproducerende landen is, heeft een brandstoftekort. Veel tankstations zijn gesloten, bij andere wordt ‘nee’ gezwaaid. Een enkele heeft een bord bij de ingang “Gasoil yes, petrol yes, kero yes” maar daar kost een liter benzine negentig tot honderd naira in plaats van vijfenzestig, de officiële prijs die op de pomp staat. De pomphouders buiten het tekort uit. Waar in de steden brandstof verkrijgbaar is, staat een lange rij auto’s te wachten. Ik mag vaak voor omdat ik klein ben, een buitenlander ben en misschien ook omdat ik blank ben. Buiten de steden is het minder moeilijk om benzine te krijgen.

“De wegen zijn in slechte staat van onderhoud” meldt ons Ministerie van Buitenlandse Zaken op haar website en “het rijgedrag is gevaarlijk” volgens een collega-reiziger. De wegen zijn inderdaad in slechte staat en het rijgedrag is beroerd maar de werkelijke betekenis van die waarschuwingen merk ik pas op de A1, de hoofdweg van Lagos in het zuiden over Kaduna naar Kano in het noorden. Ik wil naar Kano en vandaar naar Abuja. Tot Ilorin is de A1 een nette snelweg, bij Ilorin wordt de snelweg een gewone weg met uitstekend asfalt maar na Ilorin wacht een ramp. Hier ligt nog het oude wegdek met kuilen en sporen en daaroverheen kruipt een eindeloze file van trucks en vooral tankauto’s, slalommend van de ene naar de andere kant van de weg om zoveel mogelijk kuilen te ontwijken. Die trucks en tankauto’s remmen af en trekken op, vermalen zo wat er nog rest van het asfalt, en stoten enorme dichte roetwolken uit. Het lawaai van het grommende verkeer en van het getoeter is oorverdovend. Ingeklemd tussen tankauto’s is het altijd een verrassing wat er aan wegdek onder mijn voorganger te voorschijn komt. Er zijn heel gemene kuilen: diep en smal, de breedte van mijn voorwiel. In zo’n kuil terecht komen betekent zeker een gebroken vork en het einde van de reis. Misschien ook het begin van de volgende en laatste reis als de achterligger niet op tijd mijn val opmerkt of niet kan remmen. Het wordt allemaal nog veel erger als die file een dorp binnenkomt. Daar versmalt de weg omdat erlangs de trucks staan in alle staten van pech, reparatie, ontbinding en kannibalisatie. Andere hebben midden op de weg de geest gegeven en staan daar als rotsblokken waar het verkeer moeizaam omheen ploetert. De wegbermen zijn bedekt met oliemodder en in die oliemodder en in de roetwolken staan vrouwen geschilde sinaasappels te venten. In de ochtenduren beschikken de chauffeurs nog over geduld om met de situatie om te gaan maar ’s middags verliezen velen de controle over zichzelf en de situatie. Dan wordt het pas echt gevaarlijk. Uit het tegemoetkomende verkeer duikt een grote tankauto die een inhaalkans ziet. Plankgas en met loeiende claxon komt hij aangestormd. Dat gebeurt wel vaker en betekent voor mij: de berm in. Maar hier ligt de berm een meter lager dan het wegdek; ik kan de weg niet af. Ik stop en bid dat de chauffeur van de tankauto nog bij zinnen komt of op tijd een gaatje in de file vindt. Hij komt niet bij zinnen en vindt geen gaatje; het loopt goed af al scheelde het geen haar. Zoiets gebeurt meer dan eens. Ook ik verlies mijn geduld en probeer in te halen. Dat is Russische roulette omdat de roetwolken die het verkeer uitstoot zo dicht zijn dat ik het tegemoetkomende verkeer er niet doorheen kan zien. Wat er uit die roetwolk komt is een verrassing. Hoe het af kan lopen bewijzen de uitgebrande wrakken langs de weg. Bij Mokwa begint een secundaire weg naar Abuja en die neem ik. Ik kan de A1 niet langer aan, het is me te gevaarlijk geworden. Dan maar geen Kano. Over honderdvijfentwintig kilometer heb ik dan vier uren gedaan. Als ik ’s avonds op mijn hotelkamer in de spiegel kijk zie ik een zwart beroet gezicht. Twee dagen daarna hoest ik nog zwart snot op.

Uitgebrand autowrak.

Een uitgebrand autowrak langs de weg.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, West-Afrika en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s