Woestijnland

Tien jaar geleden was er geen weg van Nouadhibou naar Nouakchott. Avontuurlijke overlanders reden over het strand, vergezeld van een gids die de locatie van de mijnenvelden kende. Nu is er een geasfalteerde weg. Die gaat eerst naar het oosten de Sahara in, buigt dan af naar het zuiden en komt ten noorden van Nouakchott weer bij de kust. Alles bij elkaar vijfhonderd kilometer. Het is koel, zwaar bewolkt en het regent zachtjes. Ik kan schrijven: ik reed door de Sahara en het regende. Blijkbaar niet voor het eerst want hier en daar is jong gras opgeschoten dat een lichtgroene waas over het geel van de Sahara legt. Planten dragen bloemen, donkerpaars en geel. Daar waar de weg naar het zuiden afbuigt is een politiepost. Er is er ook een waar de weg terugkeert naar de kust en nog een vlak voor Nouakchott. Dat is de presentie van de staat op vijfhonderd kilometer.

De weg van Nouakchot naar Nouadhibou.

De weg van Nouadhibou naar Nouakchott, door de Sahara.

Halverwege Nouadhibou en Nouakchott zou een tankstation zijn. Na honderdvijftig kilometer passeer ik er een. Dat ziet er uit alsof het al lang in onbruik is; de deur van het kantoortje staat open, zand heeft zich binnen opgehoopt en er is niemand te zien. Het kan het voorzegde tankstation niet zijn: niet halverwege. Het zal vast en zeker bij het dorp zijn dat op mijn kaart ‘Chami’ heet en waar de piste naar Ikwi aan de kust begint. Na vijftig kilometer kom ik bij een verzameling hutten en tenten dat Chami zou kunnen zijn en op de plaats waar mijn GPS de afslag naar Ikwi aangeeft. Er is geen levende ziel te bekennen, er is geen piste die afbuigt en er is ook geen tankstation. Dan begint het rekenen en nagelbijten. Vijfhonderd kilometer kan ik rijden met de reservebrandstof als de motor niet meer dan vijf en een halve liter op honderd kilometer gebruikt. Dan moet het luchtfilter brandschoon zijn want een vuil filter jaagt het verbruik behoorlijk omhoog. Wanneer heb ik voor het laatst het filter geïnspecteerd? Was het toen schoon? Het is allang opgehouden met regenen, de lucht is opengetrokken en het wordt moordend heet. De wind wakkert aan – in de woestijn wakkert de wind in de loop van de dag altijd aan – en zand stuift in een dunne laag over de weg. Ik bid dat het niet tot een zandstorm komt. Links duinen en rechts duinen. Af en toe wat hutten langs de weg en tenten verder van de weg. Geen levende ziel te bekennen, geen tegenligger. Ik ben hier helemaal alleen. Wie kwaad wil heeft hier zijn kans. Ik houd in mijn spiegeltje de weg achter me in de gaten om te zien of ik niet word gevolgd. Waar is het beloofde tankstation? Ik ben al over de helft en reken er mee dat ik Nouakchott zonder tanken en dus met blijvende zorg moet zien te halen en dan komt het toch in zicht, het tankstation van Total. Na het tanken is de wind wat gaan liggen, er staan meer hutten langs de weg en er zijn meer tegenliggers. Verbeelding uit opluchting?

Nouakchott is de hoofdstad van Mauritanië en er moeten geen grootse voorstellingen van worden gemaakt. De stad bestaat uit gebouwen en gebouwtjes, min of meer gegroepeerd in genummerde blokken. De hoofdstraten zijn geasfalteerd, daarbuiten niet. Het woestijnzand hoopt zich op langs de straten tot in het centrum, voor zover er van ‘centrum’ kan worden gesproken. Ik logeer in een zijstraat van de Avenue Charles de Gaulle. De Redder van Frankrijk, van de Franse eer en glorie, de grondlegger van de Vijfde Republiek heeft zijn naam geleend aan een brede zanderige straat met winkeltjes en werkplaatsen erlangs en armetierige palmen op de middenberm. Net zoals John F. Kennedy zijn naam heeft geleend aan een bredere en langere avenue met evenveel zand maar met echte bomen en heel veel lantaarns op de middenberm en net als Gamal Abdel Nasser (geen middenberm dus ook geen bomen). Het is te hopen dat de geesten van de groten over relativeringsvermogen beschikken en bedenken dat hun naam is gegeven aan het beste dat Nouakchott heeft te bieden. Ze zouden zich vereerd kunnen voelen want Nouakchott is een vriendelijke pretentieloze plaats. Ik zou willen dat alle hoofdsteden zo pretentieloos waren.

Vissershaven Nouakchott.

Nouakchott: honderden scheepjes op het strand.

Nouakchott is volstrekt pretentieloos en heeft, bij mijn weten, geen bezienswaardigheden waarvoor je je moet uitsloven. Op de vissershaven na, vijf kilometer van het centrum. Dat is een bezienswaardigheid, mits je bestand bent tegen de geur van heel veel mensen en van rottende vis. De haven is geen haven; er liggen daar honderden scheepjes op het strand. Smalle houten scheepjes, er is er geen langer dan tien meter, met kleurig beschilderde boegen en in uiteenlopende staat van verkommering. Zelfs een leek kan zien dat die scheepjes geen van alle zeewaardig zijn. Dat hoeft ook niet want verder dan een paar honderd meter uit de kust wordt niet gevist. Voorbij de horizon vissen de grote trawlers van de Europeanen, de Japanners, de Chinezen. Die gaan er met de grootste buit vandoor maar wat overblijft voor de lokale vissers is toch heel aardig. De terugkerende scheepjes zitten vol en de vangst is te zien op de tafels in de markthal. Kleurige vissen, rood en geel, dorades, haaien, vissen van meer dan een meter. Weinig sardines en octopus, geen schelpdieren die ik juist veel zag op de markt in Nouadhibou: zeeslakken zo groot als een voetbal. Een uitgaand scheepje moet door de branding zien te komen. Daar gaat er een. De eerste golf neemt hij op de kop maar dan maakt de stuurman een manoeuvreerfout en komt het scheepje dwars op de golven. De mensen op het strand zwaaien en schreeuwen – want de beste stuurlui staan aan wal – maar het ongeluk is onafwendbaar. De volgende golf slaat het scheepje om en daar gaan mensen, netten, drijfboeien en de buitenboordmotor het water in. Dat ongelukkige zaakje drijft op de stroom langs de kust. De mensen op het strand proberen te redden: de buitenboordmotor waarvan het verspelen een drama is, het vistuig en ook de drenkelingen. Het loopt goed af. Ook het terugkeren is een waagstuk. Het scheepje moet worden gedraaid, met de boeg naar de zee, en de motor opgehaald. Dan is zo’n scheepje even stuurloos. Als het mis gaat is ook de vangst verloren. Ik heb het niet mis zien gaan.

Vismarkt Nouakchott.

De vismarkt: de buit is heel aantrekkelijk.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Marokko en Mauritanië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s