Zo pittoresk…

Ik reed Essaouira binnen in dichte mist want Essaouira ligt aan de Atlantische Oceaan met een koude zeestroom voor de kust. Langs de weg staan jongens met sleutels te zwaaien: een appartement, veel goedkoper dan een hotel. Trap er niet in! Ik heb gehoord: die jongens hebben de sleutels weten te bemachtigen van appartementen waarvan de eigenaar afwezig is en proberen die appartementen voor eigen gewin te verhuren. Als je zo iets ziet, dan weet je waar je bent: een tourist trap. En dat is Essaouira. Hoe erg dat is? Ach, dat valt wel mee. Natuurlijk zijn er veel toeristen, in wit en rose, met hoedjes op en te dikke bleke benen. Er zijn vreselijk veel souvenirwinkels en terrassen en restaurants voor de bredere beurs. Waar veel terrassen zijn zijn ook veel muzikanten en die houden allemaal hun hand op. Maar dankzij de toeristen lees ik nu wel de International Herald Tribune (niet te krijgen in Rabat) en ook de Volkskrant. Voor zover er zich geen hand bevindt tussen mij en de krant.

Wat maakt een plaats tot een toeristenplaats? Waarom Essaouira wel en een ander niet? In het geval van Essaouira: Jimmy Hendrix heeft er verbleven en misschien Bob Marley ook. Jimmy Hendrix – en Bob Marley – trok de hippies aan en na de hippies kwamen de gewone toeristen uit de middenklasse. De Marokkaanse toeristenindustrie heeft veel te danken aan de hippies. Een van die eerste toeristen uit de middenklasse zal het thuisfront hebben gemeld: “Essaouira, zo pittoresk”. Dat plant zich voort: “Essaouira, zo pittoresk … zo pittoresk … pittoresk”. Zoals de slag van een vlindervleugel de nietige oorzaak van een orkaan schijnt te kunnen zijn, zo kan de terloopse opmerking van een toerist een plaats tot een toeristenplaats maken. Jimmy Hendix is al lang dood – Bob Marley ook – en de burgemeester van Essaouira heeft de hippies weggebonjourd naar een dorp verderop waar ze de toeristen niet lastig vallen met hun trommels en gitaren en niet afschrikken met hun rastaharen. Want een toerist wil wel het idee hebben van hippiedom maar er niet naast zitten en al helemaal niet erdoor aangeklampt worden. Er zijn heel weinig rasta’s over in Essaouira. Het stadje is schoon, opgeruimd, met bescheiden badvertier want de stranden zijn wel mooi maar het water erg koud. Die zeestroom, hè? En pittoresk natuurlijk: van Portugese origine, wit en blauw geschilderd, omgeven door vestingwerken en met een vissershaven. Vanwege die vestingwerken staat Essaouira sinds enige tijd op de werelderfgoedlijst.

De vissershaven van Essaouira.

De vissershaven van Essaouira.

Die haven is pittoresk omdat hij gewoon functioneert als vissershaven. ’s Morgens wordt vis aan land gebracht. Vooral sardines en ook dorades, gepen, murenes, wat inktvis. In de namiddag komen de grotere jongens: tonijn, kabeljauw, een enkele haai. Er wordt met netten gevist op de sardines – “Ik kijk waar de meeuwen cirkelen en daar ga ik vissen” – en met lijnen op de groten. “Een haai, dat kan wel een gevecht van twee uur zijn. Daarom heeft mijn boot twee motoren.” Hier zie je nog het werk dat in Nederland al lang verleden tijd is. Er liggen wat schepen voor onderhoud op de wal en er is er een in aanbouw. Hout. De timmerman klopt trots op het hout: teak. Een deel van de huidplanken: eucalyptus. De timmerman: teak is hard maar bros, eucalyptus is elastisch. Houten schepen moeten worden gebreeuwd en dat gebeurt met dikke draden katoen. Ik bekijk het werk van de breeuwer. Hij doet het langzaam voor (het loont als je belangstelling toont): eerst de naad tussen de planken met een krabber schoon maken, dan wordt het katoen er met een botte bijtel tussen geslagen en daarna gaat er een lik grondverf overeen. Breeuwen zie je in Nederland niet meer. Bij ons zijn vissersschepen van staal of polyester. Op de kade boeten vissers hun net en zijn anderen bezig met het ontwarren van lijnen met duizenden haken.

Breeuwen

Breeuwen

Waar vis wordt aangevoerd zijn natuurlijk visrestaurants. Die vragen gepeperde prijzen: “a partir de 100 Dh”. Gelukkig zijn er op het plein tussen haven en stad ook heel gewone vistenten met tafels en banken zoals op het Jemaa al Fna in Marrakesh. Op een groot bord staan de prijzen voor alle tenten zodat onderlinge competitie is uitgeschakeld. Sardines zijn het goedkoopst, kreeft het duurst. Ik heb er een “combination” gegeten: gegrilde vis van verschillende soort. Het was niet onvergetelijk. Ofwel de vis was niet vers of de grillolie oud. Ik heb er in ieder geval maagkrampen en schijterij aan overgehouden. Pittoresk, hè?

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Marokko en Mauritanië en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s