De ksar van Amzrou

Wie Marokko doorkruist van noord naar zuid, passeert achtereenvolgens het Rifgebergte, de Midden Atlas, de Hoge Atlas en de Anti Atlas. Marokko is een land van bergen. Zuid en oost van de Anti Atlas loopt het land af naar de onmetelijke ruimte van de Sahara. De Sahara, zover het oog reikt: een geblakerde vlakte met verspreide parasolvormige bomen, denkelijk acacia’s, en heesters met dikke leerachtige bladeren en daartussen een enkel polletje geel gras. Ik houd van de woestijn, van het land in coma, van heet en droog. ’s Morgens kleuren de bergen grijsgeel, in de middag paars en tegen de avond grijsblauw. Dat zijn de kleuren van de woestijn.

Leeg land. Alleen op de smalle richel tussen Atlas en Sahara zwerven herders met kudden dromedarissen en geiten. Het sedentaire leven speelt zich af in de dalen die van de bergen komen en waar water is, het dal van Meski en het dal van de Draa. Ik volg het dal van de Draa, van Ouarzazate tot voorbij Zagora: oasen met dadelpalmen en ksour dat het meervoud is van ksar, een versterkte nederzetting. Langs de hele grens tussen leven en dood liggen ksour maar het dal van de Draa ligt er mudvol mee. Ik verbleef een paar dagen in het dorp Amzrou, niet ver van Zagora, bij monsieur Antoine in diens chambre d’hôte Dar Raha. Om er te komen moet je een ongeplaveide straat in met ronddwarrelend vuilnis waar kinderen op fietsjes racen en oude mannen in djellaba de motorrijder gadeslaan. Dan een steegje in en halverwege dat steegje is in de blinde muur een houten deur. Achter die deur bevindt zich het domein van monsieur Antoine. Dar Raha is een uit leem opgetrokken herenhuis met drie verdiepingen, een binnenhof en veel trappen en gangen die uitkomen op het dakterras. Die bouwwijze is het antwoord op de hitte van de woestijn. Het huis werkt als een schoorsteen; in al die trappen en gangen staat een constante trek waardoor de warme lucht wordt afgevoerd naar het dak. Leem is een uitstekend isolerend bouwmateriaal maar is het ook bestand tegen regen? “Een paar weken geleden heeft het drie dagen lang ontzettend hard geregend.” vertelt monsieur Antoine “Dat is geen probleem zolang het water direct van het dak wordt afgevoerd maar in het binnenhof had ik een decimeter modder en daarom heb ik mijn hotel een paar dagen moeten sluiten.”

Ik bleef er een paar dagen om de oase en de ksar van Amzrou te bezoeken. Dar Raha ligt aan de rand van de oase en vanaf het dakterras kijk ik neer op een breed lint van stervormige dadelpalmkruinen. Mooi, maar er is iets aan de hand met de oase: tuinmuren zijn afgebrokkeld, irrigatiekanalen ingestort, de meeste tuinen lijken verlaten, ik tref er een enkele boer. “Gaat het goed?” vraag ik de boer. “Nee, kijk om u heen. De woestijn dringt binnen en de oase gaat dood.” De laatste jaren valt er minder regen, bij Ouarzazate is een stuwmeer aangelegd dat het water vasthoudt en de regels voor het irrigeren zijn aangescherpt: eerst mogen de verst weg gelegen oasen water nemen en daarna elke volgende oase stroomopwaarts. “Voor ons blijft er daardoor weinig water over.” Het watertekort is niet de enige reden. “Mensen zijn weggetrokken, vooral jongeren. Die zijn naar Europa gegaan en sturen geld naar hun familie hier. Het loont niet meer tegen het geld dat uit Europa komt want dadels leveren weinig op en de tuinen vragen veel werk. Ik ben hier nog een van de weinigen. Mijn tuin is mijn plezier.” Niet alleen het watertekort en de oprukkende woestijn, ook de nieuwe toekomstmogelijkheden in Europa bedreigen de oase. Het geld van de migranten is in heel Marokko zichtbaar: overal zijn nieuwe grote huizen gebouwd, soms trotse kastelen gelijk. De bouwnijverheid vaart wel bij het geld maar voor de oasen is het gif.

Palmentuin

Palmentuin in de oase van Amzrou

Dar Raha ligt aan de rand van de oase, in ‘nieuw’ Amzrou, op een steenworp van de oude ksar die ik bezoek met monsieur Antoine. Voorbij de toegangspoort ligt een nauwe hoofdstraat en vanuit die hoofdstraat lopen steegjes. Die zijn aardedonker, onderaardse gangen, omdat ook boven de steegjes is gebouwd. De ksar was mudvol en de mensen woonden op en boven elkaar. ‘Woonden’ want de ksar is grotendeels verlaten en in verval, alleen zij die het zich niet kunnen permitteren in nieuw Amzrou een huis te bouwen wonen er nog. De ksar was een versterkte woonplaats omdat bedoeïenen uit de Sahara overvallen pleegden op de oasen. Met de Franse bezetting van Marokko verbeterde de veiligheidssituatie en was de bescherming van de ksar niet langer nodig. Als de oase is ook de ksar het slachtoffer van de vooruitgang. Antoine: “Ik had het idee om de ksar te laten restaureren. Het zou een toeristische trekpleister kunnen zijn. Daarvoor waren driehonderdduizend dirham nodig. Er zijn ambtenaren uit Rabat gekomen om te kijken en die vonden het een prima plan maar toen er besluiten moesten worden genomen gaf niemand thuis.”

Ksar.

Ksar, niet Amzrou maar Tizourgane, verder naar het zuiden.

De ksar van Amzrou had, als veel woonplaatsen in Marokko, een mellah, een joodse wijk. Antoine: “Er woonden hier vermoedelijk al joden voor het begin van de jaartelling, joodse Berbers. Moslims en joden woonden in hun eigen wijken. De joden deden het werk dat de moslims niet konden of wilden, zoals leer looien en de doden begraven. Een enkeling was zilversmid. Moslims en joden hadden verder weinig contact met elkaar. Ze lieten elkaar met rust. De voorspoed van de joden was vooral afhankelijk van de inhaligheid van de sultan.” Er wonen geen joden meer in Amzrou en de synagoge is beroet omdat de overgebleven bewoners de ruimte gebruiken als kookplaats. Antoine: “Het vertrek van de joden is een geleidelijk proces geweest. Toen de onafhankelijkheid naderde zeiden de Fransen tegen de joden dat de moslims hen zouden vermoorden. Velen zijn toen weggetrokken. Er gebeurde natuurlijk helemaal niets. Daarna kwamen Israëlische regeringsvertegenwoordigers die de achterblijvers uitnodigden om naar Israël te gaan. Toen was het niet de dreiging van moord maar de belofte van welvaart. Ik krijg weleens gasten uit Israël en dan vraag ik altijd of ze mensen kennen uit Amzrou. Die moeten er zijn. Misschien kunnen we een uitwisselingsproject opzetten. Een paar jaar geleden is een Israëlische delegatie hier geweest. Die hebben een tweehonderd jaar oude Thora meegenomen.” Het verhaal van de joden van Amzrou, die er twee millennia leefden, lijkt op de geschiedenis van het getto van Bukhara, Oezbekistan, dat ik bezocht en de laatste jood, naar eigen zeggen, sprak: “Bij de ineenstorting van de Sovjet Unie hebben zich enige onaangenaamheden voorgedaan. Toen kwamen de Israëlische agenten en die zeiden ‘Jullie kunnen naar Israël. Als je niet gaat trekken we onze handen van jullie af.’ Israël heeft bijgedragen aan de vernietiging van de diaspora.”

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Marokko en Mauritanië en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s