Kopzorgen

Ik heb een kop vol zorgen. Het gaat natuurlijk om de motor. Hij is log en tegelijkertijd nerveus, heeft neiging tot kantelen en op de bok komt het voorwiel van de grond. Dat is allemaal niet goed, helemaal niet goed. De motor is zwaar beladen, bijna tot het maximaal toelaatbare gewicht, en het zwaartepunt zit erg hoog en erg ver naar achteren.

Het gewicht was mijn zorg in de laatste voorbereiding. Het maximaal toelaatbare gewicht bedraagt, volgens het boekje, driehonderdzeventig kilogram. De motor weegt ‘droog’ honderdtachtig kilo en daar komt vijfendertig kilo olie, benzine en water bij en honderd kilo voor de berijder, met alles er op en er aan, zodat er voor bagage hooguit vijfenvijftig kilo overblijft. Dat lijkt veel maar de eerste try-out leverde al vijfenzestig kilo op. Wat weegt zwaar? De reserveonderdelen – ketting en tandwielen, binnenbanden, remblokken, lagers – de bandenlichters en het schijfremslot, de tent. Allemaal onmisbaar. Onmisbaar? Tijdens mijn vorige reis kwam ik in Siberië Yun tegen. Yun reed een Yamaha XT500, een ultralight, en had achterop een kratje met tien kilo spullen. Het gevecht wordt geleverd op de pondjes en de onsjes. Ik heb de helft van mijn gereedschap geofferd en de helft van de bouten, moeren en klemmen. Ik heb het kookgerei gelaten, een jasje, T-shirts en wat ondergoed. Op het laatst offer ik nog mijn regenbroek, de reserve speedokabel en een glas. Het gaat allemaal om niks en toch komt langzaam de grens van het maximaal toelaatbare gewicht binnen bereik. Ik zal mijn best doen zelf enige kilo’s overtollig vet uit het lijf te drijven.

Het zwaartepunt is de andere zorg. Het gewicht zit te hoog en te ver naar achteren. De topkoffer is te zwaar. Ik heb de waterfles geleegd en de bus kettingspray opgeborgen in een zijkoffer. Het helpt, een beetje. Van twee Belgen, op weg naar Marokko, die een eindje met mij oprijden leer het kneepje. Zij hebben de zware bandenlichters onder het motorblok gebonden. Mijn bandenlichters en het schijfremslot verhuizen van de zijkoffers naar de stang van de valbeugel. Zo verhuist twee kilo van hoog achter naar beneden voor. Dat is in totaal vier kilo gewichtsverplaatsing. Het blijkt voldoende. De motor is nog steeds heel zwaar maar nu wel stabiel.

Het probleem van het zwaartepunt wordt overigens niet alleen veroorzaakt door de belading. Ook de aanpassingen aan de motor spelen mee. De standaard schokbreker heb ik vervangen door een Wilbers, met het oog op het ruige werk. Die Wilbers is wat langer en duwt de motor omhoog; ik heb de bok vier centimeter moeten laten verlengen. Daar komt nog bij dat de monteur de voorspanning behoorlijk heeft aangezet om het laadgewicht te absorberen en dat duwt de motor nog verder omhoog. Ik schat dat de motor minstens 5 centimeter hoger is dan in de standaardversie en daarmee ligt ook het zwaartepunt hoger. Ik heb per ongeluk een soort Dakar-ding gefabriekt. Het is in ieder geval een heel andere motor geworden en daar moet ik aan wennen. Het bochtenwerk gaat nu goed, zelfs haarspeldbochten neem ik met gemak, dankzij het hoge zwaartepunt. Een eigenaardigheid is dat bij lage snelheden – in een scherpe bocht – het achterwiel verder wil kantelen dan het voorwiel; alsof het weg wil schuiven. Ik snap dat niet goed. Is dat de belading of de banden of is er een andere oorzaak?

Ik zeur nog even over die banden. Die bepalen ook de rijeigenschappen van de motor. Er zitten Michelin Anakee banden onder, op advies van monteur R. Ze zijn slijtvast en zouden ook geschikt zijn voor het lichte off road werk. Zegt R. Mijn ervaring is dat het zenuwenbanden zijn, in ieder geval op asfalt. Ik had zelf geopteerd voor de traditionele Bridgestone TWR banden maar R. vond Anakee beter. Iets met technologisch hoogwaardige componenten of zo. Ik heb R’s advies gevolgd, ondanks mijn ervaring, want als je steeds achter eigen ervaring aan loopt leer je nooit wat. Ik hoop dat R. gelijk krijgt op de piste maar nu blijf ik het zenuwlijders op asfalt vinden. Er kan geen langsrichel, scheur of spoor in het asfalt zitten of die banden raken in paniek en willen er vanaf. Misschien is het ook gewoon wennen. We zullen zien. Ik verwacht overigens vóór Kameroen geen heel erg slecht wegdek.

Ik heb een kop vol zorgen maar er zijn ook positieve zaken te melden. Het benzineverbruik bijvoorbeeld. Dat neemt netjes af; ik doe nu driehonderdtwintig kilometer met zestien liter benzine. Het is een signaal dat de motor motorisch in goede conditie is. Ik ben verder heel tevreden met mijn nieuwe Garmin navigator. Wat een geweldig ding is dat! Wat zit daar veel in! Dat ding blijkt elk gehucht te kennen en daarbinnen elke rotonde. Je staat midden in een stad en je wil er uit maar je weet niet hoe. Dan tik je gewoon de plaats in waar je naar toe wil en het ding leid je de stad uit. Nog iets leuks: je zoekt een hotel. Dan druk je op het knopje “find” en dan op logies. De Garmin laat alle (opgeslagen) overnachtingsgelegenheden in de wijde omgeving zien, keurig gerangschikt op afstand. Daarvan selecteer je er een en de navigator wijst je de weg. Tot voor de deur. Je kunt het verstand niet op nul zetten. De gemelde afstand is namelijk de afstand in vogelvlucht (dat staat nergens vermeld maar zoiets ondervind je) en twintig kilometer vogelvlucht kan gemakkelijk 50 kilometer over de weg zijn. Zo ondervind je dat.

Dit bericht werd geplaatst in 2009-2011: Afrika, Vertrekken en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s