Castro Street

De laatste anderhalf jaar heb ik geen gay gezien laat staan aangeraakt, behalve in Salta dan, en in Nederland leef ik vooral te midden van hetero’s en dat zijn verschrikkelijke mensen en dan is het een opluchting even onder ons te zijn. Dat kan in San Francisco want San Francisco is het gay-Mekka van de Verenigde Staten en daarbinnen is Castro Street de gay-Kabah. Honderd procent gay. Dat ik Castro nader merk ik aan de winkels. Ik passeer Imaginery Leathers. Dat is een winkel waar ze leren … uhh … spullen verkopen. Die kun je je hond niet aandoen want dan krijg je ruzie met de dierenbescherming. Die leren … uhh … spullen zijn ook niet voor je hond maar voor je vriend. Voor hem komt de dierenbescherming niet. Dingen met stalen punten, gespen en ringen. Dingen die geboren zijn in de donkere hoeken van het brein (met al die kronkels heeft het brein veel donkere hoeken. Die hoeken moeten evolutionair nuttig zijn, anders waren er geen kronkels en was het brein glad geweest). Even verderop is een boekhandel. “Haaahaaaiii, come in.” Een paar titels: “Is your cat gay?”, “Is your dog gay?”, “Civilizations saved by homosexuals”. En dan komt Castro Street. Op de hoek ligt Twin Peaks. Wat zijn ze oud, de nichten! Zo te zien is er geen beneden de tachtig. Dat komt er natuurlijk van als je je niet voortplant: the last of the gays. Ik vergis me, ik ben gewoon op de verkeerde plek; Twin Peaks is een trefpunt voor de very gray ones. Gebloemde vloerbedekking en stoelen met armleuningen. Ik hoor gesprekken over gezondheid – “How are you? I am fine but last week …” – en over reizen: “We went with Olympic Airways … so well organized … hotels with elevators and no steps … they even had a doctor.” Aan de overkant ligt Detours. Een lekker duister hol met grote Tom of Finland platen achter de bar en hekwerken waartegen strippers dansen in minieme leren slipjes en handboeien als jarretels. Ik heb wat moeite om Detours binnen te komen want ik heb geen identiteitskaart en dat is verplicht. Eigenlijk. Verderop in Castro Street is Daddy’s. Dat is gewoon een drinkbar. Er hangen twee televisies waarop filmpjes worden vertoond die eindigen waar ze in Amsterdam beginnen. Het is er vol met robuuste kerels in zwart leer en met Aziatische jongetjes want Daddy’s focust op het daddy&son thema. Zoals alles in de Verenigde Staten is ook het gay entertainment thematisch opgezet. Naast Daddy’s is nog een bar. Die is voor de jonge hippe gays die er de eenakter ‘Cool’ spelen. Er hangen discoballen aan het plafond en van dat licht word ik draaierig dus gauw wegwezen. Er is genoeg vertier. Om de hoek liggen twee tenten; een waar de nichten uit de ramen hangen en een voor travestieten. Die is gevuld met gevulde matrones met grote pruiken en zware stemmen. Tussen al die bars zijn restaurants, apotheken – want er heerst een vreselijke ziekte hier – en winkels waar de attributen worden verkocht die God bij de schepping van Adam heeft vergeten aan te brengen.

Ik heb over belangstelling van de heren niet te klagen maar het zijn allemaal van die ontzettend stevige kerels in veel zwart leer en daar val ik niet op. Op die Aziatische jongens wel maar die vallen weer op die robuuste kerels. Het is ook altijd wat. Gelukkig ontmoet ik Jeff, op straat tussen de ene bar en de andere. Jeff is helemaal mijn type. Hij beweert van Duitse komaf te zijn – afkomst is een belangrijk gespreksonderwerp in de Verenigde Staten – maar ik ben er zeker van dat er ook een flinke scheut Russisch bloed in zit. Een breed gezicht, lichtblauwe ogen, grote mond met volle lippen. Hij is een beetje mollig en daar houd ik van. Ik houd niet van mager. Ik houd ook meer van entrecote dan van biefstuk. Jeff klaagt: hij zou graag een biertje drinken maar mag nergens naar binnen want hij is pas twintig. Ik begrijp de hint en neem hem mee naar Detours waar ze vast en zeker de eerdere discussie over mijn identiteitskaart niet opnieuw zullen voeren. Het werkt. Ik haal twee biertjes want Jeff mag niet bestellen. Hij klaagt weer: zijn vader gaat zijn gangen na en “straight people” vragen hoe hij aan zijn geld komt. Ik peins waarom zijn vader zijn gangen nagaat en waarom straight people vragen waar hij zijn geld vandaan haalt. Jeff speurt de bar af. Ik heb hem al verloren nog voor ik begonnen ben hem te winnen. Natuurlijk ben ik ook maar een vehikel om binnen te komen en ik ben te contemplatief. Dat krijg je na anderhalf jaar celibaat. Versieren is actie, denk daaraan. Als we buiten op straat een sigaret roken (in Californië mag niet in bars worden gerookt hoewel iedereen rookt op wat bitches, zure vrouwen, na) parkeert een BMW uit de Z-serie. Jeff, verheugd: “Ah, een vriend.” Achter het stuur zit een wat oudere heer van het daddy-type. Daddy en Jeff praten even door het open autoraampje, dan zwaait het portier open, Jeff stapt in en weg is ’ie. Dag, Jeff. Zijn vader hoeft zijn gangen niet na te gaan en straight people hoeven niet te vragen hoe hij aan zijn geld komt. Jeff zet zijn assets gewoon handig in. Hij komt wel aan een longterm relationship met een BMW in de garage en dat is toch wat vader graag ziet. Later heb ik toch mijn Close Encounter of the Third Kind. Dat was geen onvergetelijke ervaring. Het aardige van het geheugen is dat het alles wist tussen ‘heel geweldig’ en ‘heel verschrikkelijk’, behalve als je het opschrijft.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Verenigde Staten en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s