Indianen en cowboys

Ik ben de Mississippi overgestoken en dan ben je in het Westen. Dat vind ik. Je moet ergens een grens trekken om te weten in welke ruimte je bent en rivieren lenen zich daar goed voor. Je steekt de Amu Darja over en dan ben je in Centraal Azië, de Jenisei over en je bent in het hart van Siberië. Ik steek de Mississippi over, verlaat de gelijknamige staat en kom in Arkansas. Die staat wordt gedomineerd door godvrezende Baptisten en Methodisten. Er is geen bier te krijgen. Ik ben er verslingerd geraakt aan rootbeer, een frisdrank die, naar de smaak te oordelen, wordt gemaakt van cichorei. Buisman met prik. Vanwege de drooglegging heb ik Arkansas gauw verlaten; ik wil een biertje. De volgende staat op de weg naar het westen is Oklahoma. Wat een mooie naam, wat een klanken: O-kla-ho-ma. Ik verbeeld me boeren met door bretels opgehouden broeken, houthakkershemden en cowboyhoeden, bemodderde pick-ups en dorsmachines en tractoren op eindeloze akkers. Platteland. Anderen hebben kennelijk een minder romantisch beeld van Oklahoma: “This is a weird state, man!”

De Mississippi bij Natchez, Mississippi State.

De Mississippi bij Natchez, Mississippi State.

Toen ik een klein jongetje was las ik Arendsoog en Witte Veder en Karl May’s Winnetou en Old Shatterhand (later las ik Biggles). Ik heb ze verslonden. Veel kan ik me er niet meer van herinneren. Arendsoog en Witte Veder, Winnetou en Old Shatterhand: het waren gezworen vrienden die samen streden voor het Goede tegen het Slechte. Ik herinner me dat ik me verwonderde dat de moeder van Witte Veder en die van Winnetou dat zomaar goed vonden, dat haar jongen voortdurend op pad was met ene Arendsoog of Old Shatterhand. Mijn moeder zou dat niet goed gevonden hebben. Indianen en cowboys: dat is ook geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika. Was het als in Arendsoog en Witte Veder, Winnetou en Old Shatterhand?

In Muskogee, bij Tulsa in Oklahoma, is het Five Civilized Tribes Museum. Die vijf stammen zijn de Cherokee, Chickasaw, Choctaw, Creek en Seminole. ‘Zijn’, want ze zijn er nog. Ze bewoonden het gebied ten oosten van de Mississippi en worden ‘geciviliseerd’ genoemd omdat ze al vroeg in aanraking kwamen met de blanke cultuur en daarvan veel elementen overnamen. Christendom, onderwijs, bestuur en ook het plantagesysteem met zwarte slaven die werden geleverd door blanke handelaren of de Amerikaanse regering. Dat is ‘geciviliseerd’ zoals iedereen weet. Aan die stammen is het museum gewijd. Het is een hopeloos museum, zo een met allemaal spulletjes in vitrines die niet met elkaar in verband worden gebracht en geen verhaal vertellen. Gelukkig geeft het museum een foldertje en daaruit distilleer ik de tragische geschiedenis van de vijf stammen. Ze zijn allemaal en bij voortduring bedonderd. De Choctaw alleen al hebben met de Amerikaanse regering zestien verdragen gesloten – zestien! – en die zijn door de regering allemaal geschonden. Allemaal! Verdragen: als jullie je bij het verlies van dit stuk land neerleggen dan garanderen wij jullie voor eeuwig, erewoord, vrede. Dan werd het volgende stuk land ingepikt en begon het spel opnieuw. Zo raakten de indianen langzaam in de verdrukking. De zwartste bladzijde uit die geschiedenis is de Indian Removal Act uit 1830 van president Andrew Jackson. Die wet hield de gedwongen deportatie in van alle indianen uit het gebied ten oosten van de Mississippi naar het gebied dat tegenwoordig de staat Oklahoma is. Over afstanden van honderden mijlen met het geweer in de rug, te voet, geketend, zonder voedsel en onder barre omstandigheden. Het waren dodenmarsen. Het foldertje meldt: “US and state militias herded Indian people like cattle. Their routes became known as the Trail of Tears. With pride, sorrow and pain, they forged onward. Cherokees, Chickasaws, Choctaws, Creek and Seminoles plodded one foot in front of the other … mile after mile … leaving emaciated and bruised bodies of the very young and elderly along the way.” Ook na de deportatie gaat de tragische geschiedenis door. Met duizenden kwamen de kolonisten en namen Indiaans land in bezit nog voor de regering het had vrij gegeven. Daarom heet Oklahoma ook de ‘sooner state’: zij die te vroeg kwamen. Het museum doet geen moeite de catastrofe een gezicht te geven. Het foldertje heeft het over “European settlers invaded their nations”, vermijdt het woord ‘territory’. Op de wandkaart zijn de Paden der Tranen zo schematisch weergegeven dat ze met geen mogelijkheid te lokaliseren zijn. Er hangen geen foto’s of ooggetuigenverslagen. Het museum toont liever nostalgische spulletjes en de hedendaagse indiaanse kunst. Geen verleden, liever toekomst. Ik vraag de directrice van het museum of de Amerikaanse regering ooit haar verontschuldigingen aan de indianen heeft aangeboden. Zij: “Goh, u bent de eerste die dat vraagt. Nee, de Amerikaanse regering heeft nooit haar verontschuldigingen aangeboden. Tegenwoordig worden wel mondjesmaat schadevergoedingen uitgekeerd.” Hoe gaat het nu met de Indianen? De directrice: “Ze doen het goed; hun casino’s brengen veel geld op.” Het foldertje meldt juichend: “Today, the Five Civilized Tribes are a classic tragedy to triumph story, representing over 300.000 people and contributing $600 million annually to Oklahoma’s economy.”

James Earl Fraser (1876 - 1953), "The End of the Trail"

James Earl Fraser (1876 – 1953), “The End of the Trail”; National Cowboy Museum, Oklahoma City. Het verbeeldt het lijden en de ondergang van de indianen tegen de nieuwkomers.

Er is ook de andere kant van de medaille: het verhaal van mensen die het geluk zochten of de vrijheid, het epos van de verovering van het Westen. Voor dat verhaal kun je terecht in het National Cowboy Museum. Dat bestaat, in Oklahoma City. Het is geweldig: geweldig groot, geweldig uitputtend en geweldig leuk. Ik tref er aan wat ik verwacht aan te treffen: alles over de cowboy. Er zijn hele afdelingen met broeken en hoeden, revolvers, paardentuig, zwepen en lasso’s. Alles over de US Cavalry. Een hele afdeling is uitsluitend gewijd aan het prikkeldraad; in schuifladen worden monsters van meer dan duizend verschillende typen prikkeldraad getoond. Voor de liefhebber. Dat draad staat voor een belangrijke verandering in de veeteelt: van vrij over de prairie trekkende kudden – ‘Rawhide ride’m up’ heeft maar kort geduurd – naar veeteelt in omheinde weiden. Net zoveel aandacht is er voor de Western. De tentoonstelling is zó enorm dat ik ben blijven steken bij Bonanza en Gunsmoke, cowboyseries uit mijn jeugd, en de portretten van John Wayne, Clint Eastwood en Ronald Reagan. Ik tref ook aan wat ik in dit museum niet verwacht aan te treffen: een grote collectie schilderijen over het Westen. Over de Grote Trek, over het land, over het leven. Van hen die erbij waren en het allemaal hebben gezien en van hedendaagse schilders. Ik leer weer nieuwe namen: Albert Bierstadt, Frederic Remington, William Leigh. Van Bierstadt hangt er het fascinerende ‘Emigrants crossing the plains’ uit 1867. Het is een arcadisch tafereel, vol symboliek. Een colonne huifkarren trekt achter de avondzon aan, op weg naar de toekomst. Het is de verblindendste avondzon die ik ooit geschilderd heb gezien. Langs de weg ligt een achtergelaten fornuis. Het is onbruikbaar, gebroken en gebarsten: ballast van het verleden. Midden op het doek en toch nauwelijks in het oog vallend, vaag geschilderd, staat een groep wigwams: de indianen zijn wel opgemerkt maar doen er niet toe, figuranten in het epos van de Grote Trek. Ik zie meer prachtige schilderijen, schilderijen vol actie – indianen die met lasso’s paarden vangen – en over het cowboyleven. Met zorg en liefde getekende en geschilderde portretten van indianen laten zien dat de relatie met de blanke nieuwkomers er niet alleen een van vijandschap was: je laat je niet schilderen door je vijand en je schildert je vijand niet zo. Allemaal van hen die erbij waren. De stijl is niet bijzonder, het gaat om het onderwerp: het epos, de actie, het leven, de ander. Namen van hedendaagse schilders: Wilson Hurley, James Reynolds, Duane Bryers. Schilders van het land en het licht in die gelikte Amerikaanse stijl waarvan het Fotorealisme het hoogtepunt is. Van Wilson Hurley hangen er gigantische doeken van de West-Amerikaanse landschappen: het landschap van de mesa’s in Utah, de Grand Canyon, de Rocky Mountains, de westkust. ‘Arizona Cowboys’ is van James Reynolds: twee mannen te paard in een schaduwblauw landschap. Het avondlicht valt precies op de twee en weerkaatst helder in de lichte paardenkop. Op de achtergrond een bleekblauwe hemel met roze oplichtende wolken en dat fantastische avondroze wordt versterkt door het roze hemd van een van de cowboys, precies vóór die avondwolk. Fenomenaal is Duane Bryers’ ‘Two’s company’: een man met zijn hond in de deuropening. De blauw geschilderde deurpost vormt tegelijkertijd de lijst van het schilderij. De man draagt een dieporanje hemd, een bruinleren overbroek en een witte Stetson. Alles is ingezet om het overdonderende felle hete middaglicht te vangen: het oranje en het bruin, de toegeknepen ogen, de schaduw van de hoed over het gelaat, de hond met de tong uit de bek. Nergens heb ik ooit het middaglicht zó voelbaar geschilderd gezien.

"Emigrants crossing the plains", Albert Bierstadt.

Albert Bierstadt, “Emigrants crossing the plains”, 1867; National Cowboy Museum, Oklahoma City.

"Arizona Cowboys", James Reynolds.

James E. Reynolds, “Arizona Cowboys”, 1992; National Cowboy Museum, Oklahoma City.

"Two's Company", Duane Bryers.

Duane Bryers, “Two’s Company”, 1997; National Cowboy Museum, Oklahoma City.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Verenigde Staten en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s