South Beach

Wie zegt in Miami te zijn geweest, bedoelt Miami Beach. Nog preciezer: South Beach. Daar zijn de hotels en daar moet je ook zijn voor de fun van het strand, de cultuur en het leven. Het strand is maagdelijk wit en schoon en de zee is blauw. Maar het is er ook snikheet, er zijn geen golven waar je lekker in kunt duiken en op zo’n strand verveel ik me gauw. Langs Ocean Drive en Collins Avenue staan de hotels en die zijn het bekijken waard. Allemaal opgetrokken in die geweldige Amerikaanse Art Deco stijl, de stijl van het optimisme van het middenklasse gezin uit de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw: het leven is goed en wordt alleen maar beter. Die hotels hebben drie, soms vier verdiepingen en zijn ongeveer even breed als hoog; een menselijke maat. Vriendelijke pasteltinten – lichtblauw, lichtgroen, roze, lila, geel – en bijpassende neon belettering. Gelede ramen, betonnen luifels, eenvoudige gevelversiering van lijnen en cirkels en heel vaak een toren- of mastvormige uitbouw met daarop de naam van het hotel. De architectuur is niet overdadig maar voldoende om elk hotel een eigen gezicht te geven. Crescent, Cardozo, Clevelander, Breakwater, Essex, Tudor: namen die geen aanduiding behoeven. “Waar kan ik je treffen?” “Ik zit in het Clevelander.” Aan de noord- en de zuidzijde van Ocean Drive staat de hotelarchitectuur van nu: te groot, te dure materialen, te opzichtige vorm. ‘Te’ in vergelijking met die aardige Art Deco; niet bedoeld als afwijzing: het is gewoon de architectuur van nu. Een slag verder van het strand ligt Washington Avenue waar de winkeltjes zijn en de supermarkten (“24 H open”), waar ik een nieuw schrift koop, pennen en de krant en waar ik koffie drink. Op de hoek van Washington Avenue en 11th Street ligt Diner, een 24-uurs restaurant. Het doet denken aan een Greyhound bus: een laag langwerpig gebouw van roestvrij staal met afgeronde hoeken. Het interieur is net zo: afgeronde hoeken, roestvrij stalen bar, melkglazen lampen, formica tafels, rood leren banken en metalen stoeltjes met een rugleuning en zitting van kunststof met glittertjes. Het is verrukkelijke All American vormgeving en de dagschotels zijn net zo: Mom’s Pot Roast, gebraden kalkoen met aardappelpuree, ribbetjes met lekker veel frieten. Serveersters die vragen “How are you today?” en “How do you like your steak, son?” Langs Lincoln Road liggen de boetieks met Europese namen – want dat is chique – en de restaurants met terrassen. Het is er heel druk, want daar zit je om te zien en gezien te worden.

Miami Beach, Art Deco

Miami Beach, Crescent Hotel; Art Deco architectuur

De Lonely Planet jubelt “… a major destination for gay and lesbian travellers who contribute more than $100 million annually to the local economy. Yes, you’re welcome here.” Ik heb anderhalf jaar geen gay gezien, laat staan aangeraakt, behalve in Salta dan, dus ik ben benieuwd. Volgens de LP klitten ze samen op het strand voor 12th Street en dat is ook zo: behalve echtparen met kinderen zitten er veel gelijkgeslachtelijke stelletjes op het strand en in het water; een eindje van het strand – vanwege de kinderen? – dobberen ze in elkaars armen. Het is aandoenlijk maar ook een beetje saai. En ze zien er allemaal ongeveer hetzelfde uit: evenveel vet als spieren, denkelijk het resultaat van de combinatie van de sportschool en McDonald’s. ’s Avonds zie ik ze ook op de terrassen van de restaurants langs Lincoln Road: keurig gesoigneerde heren, allemaal stelletjes, met zo’n uitgestreken smoelwerk dat vaak bij gearriveerde homo’s voorkomt. Zo’n smoelwerken dat de boodschap afgeeft “ik ben heel gewoon” of wijst op een al twintig jaar vredig voortkabbelende relatie. Ik mis iets: het flirten, de spanning, het broeierige van de late night nichtenkit. Er zijn wel disco’s maar daar geef ik niks om; ze zien er niet spannend uit en bovendien zijn ze te duur. Ik wil een man en die zoek ik via het internet. Op Google intikken ‘+gay +cruising +Miami Beach’ levert al gauw een dating site op (als je ‘gay’ weglaat krijg je allemaal touroperators). Er zijn gelukkig nog loslopende gays. Van ieder is een korte beschrijving gegeven en die komt ongeveer hier op neer: christen, gescheiden of nooit getrouwd geweest, op zoek naar een “longterm relationship”. Dat begrip vertaalde ik eerst met ‘relatie op lange termijn’. Daartegen heb ik geen bezwaar want tussen nu en straks ligt een hele wereld waarin van alles kan gebeuren, waaronder mijn vertrek. Het betekent: een vaste relatie. Al die kerels willen een vaste relatie, allemaal! Vast en zeker om met een uitgestreken smoelwerk op Lincoln Road te kunnen zitten. Ik krijg zin ook een oproep te plaatsen: “Moslim, de afgelopen jaren vier vrouwen verstoten, wil het nu eens met een man proberen voordat ik me laat ombouwen.” Ik ben benieuwd wat dat oplevert. Het is merkwaardig maar bij de lesbiennes ligt de behoefte anders. De meesten zijn op zoek naar een partner “for the moment”. Het overkomt me niet vaak dat ik jaloers raak op lesbiennes.

Met de gays is het niks geworden. Gelukkig kwam Paul C. over uit Puerto Rico. Paul is een vriend, iemand waarmee ik een verleden deel en, hopelijk, ook een toekomst. Paul is iemand uit de ‘gewone’ wereld die parallel loopt aan de mijne maar waarmee ik zelden te maken heb. Paul verkoopt voor Shell benzine in de Cariben, is een platina klant van American Airlines en logeert in het Marriott Hotel (Ik schreef hem dat ik een bed voor hem kon reserveren in de dorm van mijn hostel. Hij antwoordde: “Laat maar”). Ik zag uit naar zijn komst want hij is de eerste vriend die ik in anderhalf jaar ontmoet en om dezelfde reden zag ik er tegenop. Ik was bang dat ik in huilen zou uitbarsten – de eerste vriend in anderhalf jaar – en tegelijkertijd was ik bang dat de ontmoeting op een teleurstelling uit zou lopen want ik ben al zo lang niet meer gewend om met verledens om te gaan; ik ben ontworteld. Het is meegevallen; ik ben niet in huilen uitgebarsten en het was gezellig zoals het met vrienden gezellig is. Gewoon praten over de beslommeringen van die ‘gewone’ wereld. ‘N keer geen gesprek over “Heb je nog moeilijkheden gehad met de politie? Hoe is de weg? Is daar een werkplaats?” Bedankt Paul.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Verenigde Staten en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s