Tecno Motos

Er hing al een tijd een donker wolkje boven mijn reis, het wolkje van een mechanisch probleem. Ik merkte het voor het eerst op, op weg van Foz de Iguaçu naar Curitiba: de motor zeilt een beetje. Hij hangt ook wat laag op de vering. Onder de wielkast zitten zwarte vegen en in het gereedschapsbakje is een gat geschuurd: het achterwiel komt tegen de kast op de bumpy roads van Brazilië. Het is de schokbreker die niet goed functioneert, vermoedelijk slijtage. Heel erg verontrust ben ik niet want er is een stelschroef om de veerbasis op te krikken. Er gaan twee klikjes bij, een tijdje later nog eens twee klikjes en dan weer twee. Het is symptoombestrijding want de slijtage gaat gewoon door. Op de duizenden kilometers van Curitiba naar Sao Paulo, Rio de Janeiro, Belo Horizonte, Brasilia en Salvador wordt het probleemwolkje langzaam groter zonder dat ik het in de gaten heb.

En zo kom ik in Praia do Forte, boven Salvador, voor een paar dagen zon, zee en strand. Praia do Forte heeft een mooi smal strand met overhangende palmen aan een blauwe zee zoals op foto’s in toeristenfolders van tropische eilanden. Zwemmen is wat lastiger want er liggen scherpe rotsen onder water. Ik heb een nieuwe zwembroek gekocht, voor de lieve prijs van 62 reais, want de oude ben ik in Rio vergeten. Jammer, ik had die zwembroek al dertig jaar; hij is nog van mijn broer geweest. Ik houd er niet van spullen weg te gooien. Ik gebruik ook nog steeds dezelfde afwasborstel als waarmee ik dertig jaar geleden in Utrecht aankwam. Ik vind het mooi als spullen mij overleven, als mensen na mijn dood zeggen “Zijn hele leven heeft hij gedaan met één zwembroek en één afwasborstel.” Het regent weer ’n hele dag maar verder is het prima in Praia do Forte. Een ochtendje besteed ik aan het voorbereiden van de motor op de volgende etappe: langs de kust naar Recife, dan door het binnenland over Teresina naar São Luis en uiteindelijk naar Belem. Natte vinger: vijfentwintighonderd kilometer. De motor hangt weer laag op de vering dus gaan er nu vier klikjes bij. De stelschroef staat nu op 35 klikjes en 40 is het maximum. Ik plak ook het gat in het gereedschapbakje dicht met tape want ik ben bang dat ik mijn spullen uit dat gat verlies. En olie bijgevuld; de motor heeft ongeveer ’n halve liter verbruikt op achtduizend kilometer en dat is heel erg netjes.

Onder een stralende zon, met regenwolken aan de horizon, vertrek ik uit Praia. Na twee uur rijden stop ik voor een kopje koffie. En ik kijk eens onder de motor. De tape is weggeschuurd. De tape is weggeschuurd op tweehonderd kilometer over een vrijwel rimpelloze weg! Nu pas dringt de ernst van het probleem tot me door: de schokbreker is aan het einde van zijn leven! Het ziet er beroerd uit. Ik rook een sigaret en overweeg. Belem haal ik waarschijnlijk niet. En wat als ik in Belem aankom? Er is daar vast en zeker geen BMW-dealer met een nieuwe schokbreker op voorraad. Ik moet terug naar Rio de Janeiro; duizend kilometer en dat moet te doen zijn want ik heb nog 5 klikjes over. duizend kilometer over de BR101 terug naar Rio. Tegen de tijd dat ik een nieuwe schokbreker heb – als ik er al een kan vinden – ben ik aan het einde van mijn verblijfsvergunning. Geen Recife, geen São Luis, geen Belem, niet met de boot naar Manaus en ik zal ook de evenaar niet passeren op de weg van Manaus naar Boa Vista. Dit is het einde van mijn trip door Brazilië. Daar ben ik behoorlijk depri van. Ik kan slecht tegen problemen die ik niet goed begrijp, waarvoor ik geen oplossing bij de hand heb en dat ik niet zelf aankan. De motor vastgelopen in modder of zand? Ik rook een sigaret, kijk eens naar de lucht en dan aan de slag; de bagage van de motor en dan graven. Leuk is het niet maar die motor krijg ik er uit. Ik word daar niet depri van. Een lekke band? Hetzelfde: bagage van de motor, het wiel demonteren en dan op zoek naar een bandenplakker. Het is niet leuk maar depri word ik daar niet van. Maar een kapotte schokbreker, daar word ik depri van. En het weer werkt niet mee: zware regenbuien, de een na de ander, trekken over het land vooral mijn pad.

Terug over de lange saaie BR101. En dan begint het malen. Ik heb een probleem en daar ben ik depri van. Of ben ik depri en beeld een probleem in? Zoals een mens zich ziek kan denken. Is er wel iets aan de hand? Hing de motor, met de zware lading, niet altijd al laag? Hoe lang zit dat gat eigenlijk al in het gereedschapbakje? Is de very bumpy road geen afdoende verklaring? Maar de tape is doorgesleten op 200 kilometer over een vrijwel rimpelloze weg. Ik besluit: er is iets aan de hand, er is iets grondig mis met de schokbreker. Ik weet het zeker. En dan begint het malen opnieuw. Weet ik het echt zeker, helemaal zeker? Is terug naar Rio geen overtrokken reactie? Is het probleem niet eenvoudig te verhelpen, ergens in een werkplaats, gewoon langs de weg? Malen, malen, malen. Ik overnacht in Cachoeira, honderd kilometer van Salvador, drink een paar biertjes en maal. Oké, dit is het einde van de trip door Brazilie maar een dolle rit naar Rio is nergens voor nodig. Ik heb nog 5 klikjes. Ik kan op mijn gemak terug naar Rio rijden, een dagje strand, een dagje Ilheus, een dagje Vitoria; het kan allemaal, als ik voorzichtig rijd. Er valt nog te genieten. En ik kan Salvador bekijken, natuurlijk, en misschien, heel misschien, zit daar wel een BMW-dealer met de oplossing want Salvador is een grote stad.

Er is geen BMW-dealer in Salvador. Wel van Honda, Yamaha en Suzuki. Ze zitten allemaal langs de Avenida Vasco da Gama. Ik stuur een email naar mijn motordealer in Nederland, een vraag om advies. Het antwoord is niet bemoedigend: op mijn motor zit een “speciaal element”, niet te vervangen door een schokbreker van Honda of zo, en een noodoplossing is er niet. “Gesloten systeem” schrijft de chefmonteur en “Als je wil, stuur ik je een nieuwe schokbreker op.” Inmiddels heb ik ook het bulletin board van Horizonsunlimited geraadpleegd. In de rubriek “bike repairshops around the world” vind ik een aanbeveling voor Point Motos op de Vasco da Gama. Een collega-reiziger is er geweest voor klein onderhoud: “Ze zijn heel behulpzaam en heel vriendelijk.” Veel verwacht ik er niet van maar een onderzoekje ter plekke kan geen kwaad. Point Motos is een klein zaakje met een werktafel maar er staan echte zware motoren, Japanse. De monteur geeft een duw tegen de motor die moeizaam terugveert: “suspensão”. Ja, de schokbreker. Hij gebaart “ga even zitten, wacht even”. Hij gaat bellen, vast en zeker naar een maatje met de vraag of die nog een schokbreker heeft liggen die ze mij kunnen aansmeren. Na een tijdje wachten komt er een monteur van een andere werkplaats. Hij komt me ophalen: “Rijd je motor naar de overkant, naar Tecno Motos; daar word je geholpen”. Bij Tecno Motos wacht Maurizio Fullecci. Hij is Italiaan, woont al 10 jaar in Brazilie en is de eigenaar van Tecno. Maurizio: “Je bent naar mij gestuurd omdat ik expert ben op het gebied van schokbrekers”. Hij wijst naar de wand. Tussen allerlei certificaten van Honda en Kawasaki hangt er een van Öhlins, de Rolls Roys onder de schokbrekers. Maurizio heeft de “advanced course” gevolgd, in 2001. “In Brazilie zijn er vijf met mijn expertise. Twee zitten er in Sao Paulo, een in Curitiba en een in Rio. Ik ben de enige expert in het hele noorden. Je hebt geluk.” Maurizio geeft een duw op de motor, kijkt er eens onder: “De schokbreker functioneert niet meer. De motor hangt alleen nog op de veer”. Ik: “Kan je iets doen, het is een speciale schokbreker, een gesloten systeem”. Ik praat de chef-monteur van mijn dealer na. Maurizio kijkt nog eens: “Nee hoor, niks speciaals. Het is gewoon een Showa schokbreker, Japans, wel een weinig voorkomende maat maar technisch niet bijzonder. Die gaan we opknappen.” Opknappen? “Ja natuurlijk, opknappen. Er zit olie en gas in en dat is uitgewerkt. Als er verder geen schade is kan hij opgeknapt worden”. Het duurt een dag en kost 300 reais (125 dollar). Dat is niet weg te wuiven, het minimum maandsalaris in Brazilië, maar een fractie van de kostprijs van een nieuwe. Hij neemt me mee naar zijn werkhok. Daar liggen nog vier schokbrekers. “Ze worden uit het hele noorden naar mij gestuurd; allemaal van die mooie, zoals die van jou.” Maurizio en ik communiceren in een mengsel van Engels, Spaans, Portugees en Italiaans. Als er een taalbarrière is, moet je elkaar blijven aankijken. De gelaatsuitdrukking verschaft extra informatie, vooral of iemand je begrepen heeft. “Als de demper omhoog gaat dan komen er … uhhh … kleine holtes in de olie en daarin zit gas”. Holtes? Bedoel je een emulsie? “Ja, dat is het woord dat ik zocht: emulsie.”

Maurizio aan het werk.

Maurizio aan het werk.

De motor gaat de werktafel op en in no time is de schokbreker er onder uit. Ik hoef de bevestigingsbouten niet aan te wijzen, het werk niet te sturen, de monteur weet wat hij doet. Maurizio geeft even een aanwijzing als de monteur de bevestiging van de stelschroef vergeet. Als de schokbreker is gewassen wijst Maurizio trots op het merkplaatje: “Wat zei ik? Showa!”. Hij haalt de schokbreker uit elkaar. Wat is dat een ingewikkeld ding! “Nee hoor, met de veer is niks mis; die is prima”. Elk onderdeel bekijkt hij zorgvuldig. Hij laat me een ring zien. Er zitten twee haaltjes aan. “Schade. Die ring is in Salvador niet te krijgen. Het is niet erg; die ring is niet zo belangrijk”. Een middag en een ochtend is hij met de schokbreker bezig en dan is het karwei klaar. Maurizio is trots: “perfect!”. “En Maurizio, hoe lang gaat die schokbreker nu mee?”. Maurizio lacht: “Nou, weer honderdduizend kilometer. Hij is nu beter dan een nieuwe want ik gebruik de beste vorkolie en stikstof in plaats van lucht.” En passant is ook de klauw van de voorrem onder handen genomen. Een van de twee zuigers zit vast en daardoor zijn de remblokken schuin afgesleten. Ik had het niet gezien, wel een matig remvermogen opgemerkt. De klauw wordt uit elkaar gehaald en helemaal schoongemaakt. “Zo te zien is er geen schade aan de o-ringen maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Ik kan ze niet vervangen want die ringen zijn hier niet te krijgen. Je moet voorzichtig zijn met remmen”.

Ik voorzag het voortijdig einde van mijn trip door Brazilië. Ik ging nog even naar Salvador en vond daar de oplossing voor mijn probleem. Nu kan ik zeggen “Recife, São Luis, Belem, Manaus, Boa Vista, Caracas: here I come!”. Ik heb, alweer, vréselijk veel geluk! Ik kan zo in het Guinessbook of Records onder het kopje “geluk”.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s