Kubitschek’s schepping

Van Belo Horizonte naar Brasilia: zevenhonderdvijftig kilometer open bossen, savannen, af en toe cultuurland. Vaalwitte koeien met lang hangend nekvel, oranje en rode bodems, gele graslanden, groene bossen en daarboven een blauwe lucht met witte vegen. Nooit spectaculair, wel mooi; zevenhonderdvijftig kilometer monotoon mooi landschap. Daarom ben ik heel blij als ik om vier uur ’s middags eindelijk Brasilia binnenrijd. Over de Asa Sul: vier rijbanen, twee voor elke rijrichting, gescheiden door een ontzettend brede middenberm. Bordjes wijzen naar ‘quadro’s’: 702, 715, 734. Brasilia is op de tekentafel ontworpen. Ik ben op weg naar de jeugdherberg en die ligt in ‘SRPN Qd. 2 Lt. 2’.

De Lonely Planet schrijft over Brasilia: “There is no other city in the world that looks quite like Brasilia and there are quite a few Brazilians who tell you that’s a good thing.” De Lonely Planet vat de bezwaren aardig samen: “Unfortunately the city was build more for cars and air conditioners than for people. Distances are enormous, the sun blazes without mercy and no one walks.” In september is het hier afgrijselijk heet en droog maar ik ben er in mei. De hitte van de dag is draaglijk, ’s nachts koelt het lekker af en de stoffige droogte is nog niet voelbaar. De afstanden zíjn enorm en de stad ís gebouwd voor auto’s maar er is goed openbaar vervoer. Iemand zegt: “Dit is typisch een stad van voor de oliecrisis. Nu zou een stad heel anders worden opgezet.” Ja, als de Mona Lisa nu werd geschilderd zag ze er ook heel anders uit. Ik wuif alle bezwaren weg want ze zijn van praktische aard. Ik ben hier niet voor de praktijk van het stadsleven maar voor de bewondering van de kunst. Want Brasilia ís kunst. Dit is de stad die de Italiaanse Futuristen hebben gedroomd en getekend: hypermodern in beton, glas en aluminium, groots en monumentaal, midden in de natuur. Alleen de rolpaden en de zwevende zeppelinachtige vervoermiddelen die op die futuristische tekeningen voorkomen zijn geen werkelijkheid geworden.

Brasilia is de schepping van president Juscelino Kubitschek en de architecten Oskar Niemeyer, Lucio Costa en Burle Marx. Lucio Costa tekende voor het stadsplan, Oskar Niemeyer voor de monumentale gebouwen en Burle Marx voor de parken. Zij hebben een kans gekregen die zich zelden voordoet: een hele stad te mogen ontwerpen die nog gebouwd wordt ook. Het stadsplan van Brasilia is heel bijzonder: het silhouet van een vogel met gebogen vleugels, een zwaluw. Het lijf wordt gevormd door de Eixo Monumental met aan beide zijden brede verkeersaders. Langs de Eixo zijn de economische activiteiten, de ministeries en de grote monumenten gerangschikt. In de vleugels, ook met brede verkeersaders, is de bewoning ondergebracht. De kop van de zwaluw wordt gevormd door de Praça dos Tres Poderes, het Plein van de Drie Machten, waaraan de staatsinstellingen liggen. Voor de kop ligt een groot meer, het Lago Paranoa, als een drinkbak voor de vogel. Op de staart van de zwaluw, zover mogelijk verwijderd van de kop met de staatsinstellingen, ligt het hoofdkwartier van de strijdkrachten.
Op de kruising van lijf en vleugels ligt het immense busstation. In Brasilia rijden honderden bussen en hier kruisen de wegen van twee miljoen inwoners. Dit is het hart van de stad: niet een plein, niet een kathedraal maar een busstation. Het ruikt er naar mensen, naar pies, naar eten, naar gegrild vlees, naar vruchten, naar diesel, olie en uitlaatgassen. Het parfum van de stad. Het barst er van de eettentjes, van de marktkramen, van de ambulante handel. Rijk en arm door elkaar, ambtenaren in maatpakken en bedelaars. Dichte drommen mensen gaan de trappen op naar de belendende shopping malls. De gevels van de malls zijn bekleed met enorme billboards over de volle hoogte en breedte. Ze brengen kleur in de grijze betonnen omgeving en vallen daardoor al van grote afstand op. Consumptieparadijzen in feestgewaad.

Billboards langs de shopping mall.

De reusachtige billboards van de shopping mall horen bij de stadsarchitectuur.

Vanaf het busstation heb je een fantastisch uitzicht over de Eixo Monumental naar de kop van de vogel. De Eixo is een gigantische open ruimte, met een lengte van zeker drie kilometer en zo breed als een voetbalveld lang is. Langs de verkeersaders ter weerszijden ligt de monumentale bebouwing. Links ligt het Teatro Nacional Claudio Sontoro, even verderop rechts de Catedral Metropolitana, dan komt de Esplanada dos Ministerios en aan het einde, in de verte, wordt de Eixo afgesloten door het Congreso Nacional. De open ruimte is eigenlijk te groot maar de Eixo kan niet smaller omdat dan het zicht op het Congreso verloren zou gaan. Hoe richt je zo’n ruimte in? Dat was het probleem van Burle Marx en veel heeft hij er niet van gebakken: een vergeeld grasveld met langs de randen hier en daar wat boomgroepen. De open ruimte oogt daardoor nogal desolaat. Het is moeilijk zo’n ruimte in te richten zonder haar te vullen. Als ik het gedaan had, zou ik voor meer afwisseling hebben gezorgd: rotstuinen, spiralen van rozen misschien en zeker velden vol eenjarige bloeiers. Een zodanige combinatie van bloeiers dat in de loop van het jaar de kleur verandert. Dat is leuk om naar te kijken als je in een van die ministeries werkt: “Die nota moet af voordat het veld blauw is.”

De Eixo Monumental

De Eixo Monumental, gezien vanaf de televisietoren. Midden: het busstation, achtergrond: het Congreso Nacional

De Catedral Metropolitana ligt sereen op een verhoging blinkend wit te schitteren in de zon. Grote concave ribben rijzen op, komen bijna samen en gaan dan weer uiteen: een enorme kroon of een korenschoof. De vrijstaande klokkentoren ziet er uit zoals sommige mensen denken dat buitenaardse wezens er uit zien: een ranke gestalte in een uitlopend wit gewaad en een brede rechthoekige kop waarin de klokken vier ogen vormen. De kathedraal: een grote ronde ruimte met wanden en vloeren in lichtgrijs marmer en daarboven rijzen die ribben op als een reusachtig baldakijn en daartussen kruipen slingers van gekleurd glas. Een heldere lichte ruimte, het licht van het paradijs. Ik hoor het halleluja zingen. Ik kan niet lokaliseren waar het geluid vandaan komt. Door de ronde ruimte en de oplopende wanden lijkt het van overal te komen. Na een tijdje ontdek ik het souterrain waar een mis wordt opgedragen. Vanaf het baldakijn hangen drie enorme engelen in de ruimte. Langzaam, heel langzaam draaien ze heen op de luchtstroom en terug op de torsie van de draad. De kathedraal is van 1957, een van de eerste bouwwerken van de stad. Zouden die engelen al die tijd hebben gedraaid? Eeuwige beweging?

De Catedral Metropolitana

De Catedral Metropolitana

Na de Catedral Metropolitana komt de Esplanada dos Ministerios. Aan beide zijden van de Eixo staat een lange rij grote rechthoekige blokkendozen met de smalle kant naar de as. Elk tien verdiepingen hoog en allemaal hetzelfde. Stram in het gelid als een peloton soldaten. Saai? Welnee! De gevel van elk gebouw is voorzien van groene zonweringslamellen. Die kunnen per kamer worden ingesteld en zo ontstaan enorme groene mozaïeken. Die architectonische vondst is bij meer gebouwen in Brasilia toegepast. Het peloton ministeries wordt afgesloten door het gebouw van het Ministerie van Justitie, links, en het Palacio Itamaraty, rechts. Die zijn heel bijzonder: een betonnen kooi met open wanden waarin zich een gebouw van glas en aluminium bevindt. Een buiten- en een binnengebouw, een gebouw in een gebouw. Het buitengebouw van het Ministerie van Justitie is heel ruw. Er zit teveel grind in het beton – opzet of een productiefout? – en daardoor schilfert en brokkelt dat beton af waardoor het gebouw het weerbarstige uiterlijk krijgt van een industrieel-archeologisch object. Het Palacio Itamaraty aan de overzijde van de Eixo is veel gladder. Het bijzondere aan dat paleis is dat er ruimte gelaten is tussen het dak van het binnengebouw en het buitengebouw en dat het dak van het buitengebouw is opengewerkt zodat er licht van bovenaf valt op het binnengebouw. Zacht licht overspoelt het paleis.

De Esplanada dos Ministerios

De Esplanada dos Ministerios

Het Congreso Nacional ligt dwars op de Eixo en is van heinde en verre te zien. Dit is pas futuristische architectuur! Een lang laag gebouw, wit, ingegraven zodat het dak samen-loopt met de grote verkeersaders ter weerszijden. Er gaat een enorm talud naar beneden naar de voet. Bovenop staan twee kantoortorens, de hoogste van Brasilia: smalle dozen, dicht tegen elkaar geplaatst en halverwege verbonden door een loopbrug. Die torens, de verticalen, zijn een beetje uit het midden van het horizontale gebouw geplaatst. Dat maakt de combinatie van horizontalen en verticalen spannend. Links en rechts van de torens, op het dak van het gebouw, staat een enorme kom; links een omgekeerde en rechts een kom met de opening naar boven. Abstracte vormgeving in horizontalen, verticalen en gebogen lijnen. Ik ben er in geweest. Dat mag, onder begeleiding. Het foldertje meldt: hier worden de wetten van het land gemaakt. Ik ben nog nooit in het gebouw van de Tweede Kamer geweest maar bezoek wel het Congreso Nacional. Niet om de wetten maar vanwege de bewondering voor de kunst. In de senaatszaal staat iemand te oreren tegen lege banken, de voorzitter voert een telefoongesprek. In de zaal van de afgevaardigden is het iets, maar niet veel, drukker. Een afgevaardigde houdt een gedragen speech. Zijn vinger wijst naar het plafond. Dat mag er zijn; van Oskar Niemeyer. Het bestaat uit duizenden kleine houten plankjes die loodrecht op en dicht tegen elkaar neerhangen. Er achter is de verlichting van de zaal aangebracht en daardoor glanst en straalt dat plafond als was het goud. Op de publieke tribune zitten vier indianen. Blote voeten, korte broek, bloot bovenlijf, beschilderd gezicht en veren in het haar. In het Congreso is jasje-dasje verplicht behalve voor toeristen en indianen. Ze kijken glazig naar beneden in de arena van de afgevaardigden. Mijn begeleidster fluistert: “Ze zitten verkeerd. Hun zaak komt pas morgen aan de orde.” Niemand die het ze vertelt.

Het Congreso Nacional

Het Congreso Nacional

Na het lijf van de zwaluw komt de kop, de Praça dos Tres Poderes: het Plein van de Drie Machten. Rechts het federale hooggerechtshof, links het presidentieel paleis en in de rug het Congreso Nacional. In dit plein is Montesquieu’s filosofie van de ‘trias politica’ vorm gegeven! Het stadsplan van Brasilia zit boordevol symboliek. Het gebouw van het hooggerechtshof is heel bijzonder. Weer een gebouw in een gebouw. Het buitengebouw bestaat uit niet meer dan een vloer en een dak die met elkaar verbonden zijn door heel dunne wigvormige elementen. Maar het meest bijzondere van dat gebouw is dat het lijkt te zweven. Het is gezichtsbedrog: als je bukt zie je een degelijk fundament dat ver naar binnen is geplaatst. Een eenvoudige ingreep maar het effect is geweldig. Het presidentieel paleis aan de overkant is ook bijzonder, heel futuristisch, maar ‘gewoon’ bijzonder. Aan de vierde, verste, zijde van het plein ligt het Panteao da Patria. Dat is het tabernakel van het land waar Brazilië’s helden worden vereerd: Tiradentes, Zumbi dos Palmares, Deodora da Fonseca en keizer Pedro I want Brazilië is een heus keizerrijk geweest. Veel helden heeft Brazilië niet, in tegenstelling tot Argentinië dat er in grossiert. De externe vormgeving stelt een duif voor. Zegt de folder. Ik zag er een vlinder in. Naast het Panteao staat een werkelijk gigantische vlaggenmast, samengesteld uit een groot aantal buizen. “Elke buis stelt een staat van Brazilië voor en samen dragen ze de vlag” vertelt een politieagent. De agent en ik raken in gesprek over de gebouwen. Hij wijst naar het hooggerechtshof: “Ziet u, het zweeft. Het hooggerechtshof van Brazilië is los van de werkelijkheid gekomen. Haha!” De agent heeft een ironische kijk op de Braziliaanse staatsinstellingen. Hij wijst naar het presidentieel paleis: “Er hangt wel de Braziliaanse vlag maar niet de presidentiële. Dat betekent dat de president niet in het paleis is. Waar hij dan wel is? Ik weet het niet. Hij houdt nogal van reizen.” Het is kritiek die ik vaker over president Lula heb gehoord. Op het economisch vlak schijnt hij het goed te doen, tot mijn verdriet wint de real gestadig terrein op de dollar, maar binnenlands krijgt hij weinig voor elkaar, zijn partij heeft niet de meerderheid in het parlement, en daarom zoekt hij zijn successen in het buitenland. Jammer, want de verwachtingen over president Lula zijn hooggespannen.

Het gebouw van het Federale Hooggerechtshof

Het gebouw van het Federale Hooggerechtshof

De schepper van Brasilia heeft zijn eigen monument, het Memorial JK, helemaal aan de andere kant van de Eixo, voorbij het busstation in de richting van de staart van de zwaluw. Het is een afgrijselijk pompeus geval: een afgeknotte piramide, bekleed met wit marmer, en bovenop, op een zuil, staat het beeld van de president en hij wijst naar zijn stad: “Kijk, heb ik voor gezorgd.” Ik wil niet weten welke architect dit heeft ontworpen. Ik hoop dat het niet van Oskar Niemeyer is. Het is vast en zeker een ontwerp van de president zelf. Alle architecten zijn er misselijk van geworden maar niemand durfde het te zeggen. Binnen is een permanente tentoonstelling met veel foto’s van de president en al zijn oorkondes en onderscheidingen. Op de raamloze eerste verdieping met zwarte wanden is een ontvangstruimte met meubels die in de jaren zestig heel modern waren en ook nu nog wel wat hebben. In het midden is een ronde donkere ruimte en daarin staat op een rood tapijt een marmeren sarcofaag. Van Kubitschek? Ligt’ie hier? In een meubelparadijs? Het is een spookhuis, een plek om kinderen bang te maken: “Woehoe, ik ben de geest van Kubitschek, woehoe!” Is de architectuur van het Memorial afzichtelijk, de locatie is intrigerend: de Eixo loopt van de staart naar de kop over een flauwe heuvel en net voorbij de top ligt het Memorial. Nét voorbij de top. Op de top ligt het Praça do Cruzeiro, het Plein van het Kruis. De top is aan Christus gelaten. Kent Kubitschek zijn plaats? Helemaal niet, hij doet alsof! Zijn standbeeld op die zuil steekt boven Christus’ kruis uit! Iemand heeft wraak genomen of de president heeft zichzelf de das omgedaan: zijn beeld op die hoge zuil staat onder een boogvormig afdak; Kubitschek staat in een groot vraagteken: “Who the hell is Kubitschek?”

Monument voor president Kubitschek

Kubitschek staat in een groot vraagteken: “Who the hell is Kubitschek?”

Verwonderd heb ik Brasilia bewonderd. Hoe vaak heb ik het woord ‘enorm’ of ‘gigantisch’ gebruikt? Toch heeft Brasilia nergens iets megalomaans. Geen gebouw, geen verkeersader, geen monument is buiten proporties; alles past. Die vlaggenmast is misschien een uitzondering. Zo’n stad bestaat nergens anders. Dit is het geschenk van Brazilië aan de wereld.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s