Armoede

Argentinië is het land van de moeizaam sappelende middenstand en winkels zonder klanten, van de kartonrapers en de PETflessenverzamelaars, van de bedelaars en de straatkinderen, van het meisje dat wacht naast het stationsloket op de gift van het wisselgeld (vijf pesocent), van de ambulante handel in pennen en boekjes en pleisters en aspirine, van de kleine zakjes wasmiddelen en de kleine tubes tandpasta in te grote verpakking, van de superpancho voor een peso twintig, van de goedkope kleren en van de Chinese brommers. Dat is het Argentinië dat ik heb leren kennen; niet de rijkdom van Recoleta want dat ligt buiten mijn bereik. Argentinië is het land van de armoede van het je nooit iets kunnen permitteren, van je hand moeten ophouden en van de afwijzingen. Ik geef die afwijzingen want ik kan onmogelijk al die boekjes, pennen, pleisters kopen. Het is ook de armoede van de kleurige kleding – want ook al ben je arm, je wil er leuk uitzien – en van de vindingrijkheid. Het is betrekkelijke armoede zoals die veel op de wereld voorkomt en waar nog wat aan te doen valt. Ik heb muntgeld in mijn broekzak voor de bedelaars, hier tien cent en daar een kwartje, en ik koop plaatjes van de kinderen. Ik heb inmiddels een verzameling kalendertjes en Jezussen en Maria’s. Ik kan kwartetten. In Buenos Aires lunch ik bij een restaurant aan de Avenido de Mayo waar ze straatkindvriendelijk zijn. De kinderen mogen hun plaatjes aanbieden op het terras en ook binnen. De ober houdt de deur voor ze open. Dat is beleefd en praktisch bovendien want zo wordt voorkomen dat er afdrukken van groezelige kinderhanden op het glas en de klink komen. De kinderen zijn ook beleefd: ze vragen of ze de pinda’s mogen hebben die gratis bij het bier worden verstrekt. Ze wachten alleen het antwoord niet af. Geeft niet want het mag en dat weten ze. Op de Florida danst een tangopaar. Pal er naast staat een driewielig invalidenkarretje met een vreselijk spastische jongen er in. Het danspaar en de jongen hebben een stil verbond: de soepelheid van de dans werpt een schrijnend licht op de spast en de aanwezigheid van de spast benadrukt de gratie van de dans. Het werkt: het geld rolt beide kanten op.

Argentinië heeft een geldcrisis doorgemaakt: de waarde van de peso duikelde van een naar drie per dollar. Niet de rijken hebben het gelag betaald want die hebben bankrekeningen in dollars. De rijken zijn wel even boos geweest toen de regering hun bankrekeningen bevroor maar de meesten hebben ook rekeningen in Uruguay en daar hun geld vandaan gehaald en zo ook de Uruguese economie omver getrokken. De rijken hebben niet betaald, integendeel: ze kregen plotseling drie keer zoveel pesos voor hun dollar terwijl de prijzen niet onmiddellijk verdrievoudigden. De armen hebben ook niet betaald want die hebben nauwelijks pesos. De klap is aangekomen bij de middenklasse, met pesos maar zonder dollars. Ik vraag Xavier van Dakarmotos in Munro hoe het gaat met de zaak. Xavier: “Jij en ik praten nu een uur. Heb jij in die tijd een klant gezien?” Bij Lucho Motos in Rio Gallegos was het van hetzelfde laken een pak. Ik verbleef twee en een halve dag bij Don Lucho, om de schade van een ongeval te herstellen, en in die tijd is er één klant gekomen. Om de helm terug te brengen waarop hij een optie had: “Nee, Don Lucho, toch maar niet.” Zuchtend hangt Don Lucho de helm weer op zijn plaats. Hij heeft betere tijden gekend. Hij laat me foto’s zien en daarvan leer ik dat hij een echte showroom heeft gehad met Japanse motoren en een hulpmonteur. De showroom heeft hij opgedoekt en de hulpmonteur is ontslagen. Nu leeft hij van de enkele voorbijkomende langeafstandsmotorrijder want zijn werkplaats is de enige in het zuiden en zijn adres staat op de website van HorizonsUnlimited. Hij repareert gratis de brommer van de buurman en de fietsjes van de kinderen want “je kunt geen geld vragen van mensen die geen geld hebben.” Voor het Marriott Hotel aan de Plaza San Martin in Buenos Aires vraagt een man om geld. Hij draagt een net hemd met stropdas. Zijn kleren vertellen zijn drama. Hij is uit de middenklasse rechtstreeks op het plaveisel gedonderd; vast en zeker in de crisis zijn baan verloren en niet meer aan de slag gekomen. Mensen uit de middenklasse hebben geen sociaal vangnet van buren en de bakker op de pof en ze missen de vindingrijkheid die vanzelfsprekend is voor doorgewinterde armen. Ik geef gul en aan zijn dochtertje de pop van Sesamstraat die ik in Japan gekregen heb bij de aankoop van mijn camera en sindsdien heb meegesleept voor een schrijnend geval.

Straatmuzikantje in Buenos Aires.

Straatmuzikantje in Buenos Aires.

Europese, Amerikaanse en Japanse producten zijn drie keer zo duur geworden, dus onbetaalbaar en vervangen door producten van Chinese makelij. Toch kan geen Argentijn geloven dat het land er echt slecht voor staat. Argentijnen beschouwen zichzelf als Europeanen in het verkeerde werelddeel. “Ja, oké, het land heeft wat problemen.” Ze dromen. De grote aantallen stokoude auto’s die met kunst en vliegwerk op de weg worden gehouden dateren niet van de recente geldcrisis. De neergang is al lang geleden ingezet en geen politicus heeft het de Argentijnen durven te vertellen. Toen kwamen de generaals en die begonnen een oorlog en oorlogen zijn vreselijk duur. Daarna kwam de playboy Carlos Menem die naar hartenlust leende, de peso aan de dollar koppelde en zo de Argentijnen de illusie van rijkdom gaf. Het was niet vol te houden, het vertrouwen in de peso verdween en de crisis werd onafwendbaar. In de chaos versleet Argentinië drie presidenten in twee weken en ondertussen nam de markt de besluiten. Zo is het gekomen.

Ik deed niet in Argentinië mijn schokkendste ervaring op met armoede in Zuid Amerika maar in Chili dat wat rijker is door de hoge koperprijs en een marktconforme economie. Daar waar de weg van San Pedro uitkomt op de Panamericana, onder de brandende zon en in de leegte van de Atacama woestijn, waar niemand voor zijn plezier stopt, op die splitsing stond een man met zo’n piepschuimen doos waarin blikjes frisdrank zitten. Of ik een blikje wil kopen? Nee, ik wil geen blikje kopen. “Alstublieft, koop een blikje, alstublieft!” en hij valt me om de hals en begint vreselijk te huilen. “Por favor, por favor!” Ik heb hem van me afgeduwd en ben weggereden. God vergeef me want ik wist niet wat ik deed. Ik kon het niet helpen want ik was vreselijk geschrokken. Nee, ik ben niet teruggereden om een blikje te kopen toen de schrik voorbij was en het besef doordrong. God vergeef me. Noemde ik armoede kleurrijk en vindingrijk? Zo ziet armoede er uit vanachter het raampje van de toeristenbus. Ik zit niet in die bus, ik heb met die mensen te maken. Ik ben het die de afwijzingen uitdeelt die zij moeten incasseren. Armoede is verschrikkelijk. Weg met de armoede, dan maar minder kleurrijk en vindingrijk.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s