De dertigduizend

Chili en Argentinië hebben een duister verleden van perverse dictaturen. Pinochet en Videla. Chili maakt een verwerkingsproces door. Op het plein voor het Monedapaleis in Santiago staat een standbeeld van Salvador Allende, de door Pinochet afgezette en vermoorde president, en er is een museum dat zijn naam draagt. Antofagasta heeft een Avenida Salvador Allende en in La Serena zag ik een monument voor de slachtoffers van de dictatuur. Nergens heb ik een monument voor Pinochet ontdekt of een openbaar gebouw dat zijn naam draagt of een naar hem vernoemde straat. Jawel, de Carretera Austral heet voluit Carretera Longitudinal Austral de Presidente Pinochet maar niemand noemt die weg zo. Misschien heeft Pinochet, zijns ondanks, wat bereikt. De arme Chilenen hebben begrepen dat Allende misschien toch niet zo’n goed idee was. Allende was een idealist, geen realist; hij joeg de middenklasse de stuipen op het lijf en spleet het volk. Zoiets moet een president niet doen. De rijken vinden achteraf dat Pinochet veel heeft bereikt maar ook erg ruw was. Ook hij joeg het volk de stuipen op het lijf. Rijk en arm zijn weer in gesprek en Chili heeft nu een centrumlinkse president. Zo’n proces heb ik niet ontdekt in Argentinië. Argentinië zit in het verwerkingsproces van de Falklandoorlog. Voor de duizend gesneuvelden zijn veel herdenkingsmonumenten maar nergens zag ik een monument voor de dertigduizend slachtoffers van de dictatuur.

Monument voor de gesneuvelden in de Falkland oorlog.

Buenos Aires: monument voor de gesneuvelden in de Falkland oorlog.

Ik ben op bezoek gegaan bij de Dwaze Moeders: de familieleden, meest moeders, van de verdwenenen tijdens de dictatuur. Die moeders willen weten waar hun kinderen zijn gebleven en daar vechten ze voor. Dat spreekt vanzelf. Volgens de Lonely Planet is de Libreria de las Madres, de boekhandel van de moeders, gevestigd op de Hipolito Irigoyen 1440 maar ze zijn verhuisd naar het Plaza Congreso, een blok verderop. Dat is meer upmarket en onder de neus van het parlement. Het is een mooi pand – er is vast en zeker een binnenhuisarchitect aan het werk geweest – met een cafégedeelte en een grote boekenafdeling. Die afdeling is nogal links: veel Marx, Castro, Guevarra, Chomsky en zo. Dat vind ik jammer want de zaak van de moeders is geen zaak van links of van rechts maar van fatsoen, van beschaving. De medewerkers van de Libreria zijn jongens en meisjes in een blauw T-shirt met het logo van de Dwaze Moeders er op. Ze doen hun best. Het café wordt professioneel gerund, ik krijg een mooi kopje koffie en hoef er niet lang op te wachten. De jongens en meisjes zijn vast van plan er een succes van te maken, in ieder geval bedrijfsmatig. Ik wil graag weten hoe het er voor staat met de zaak van de Moeders. In de boekenafdeling is wel veel Marx maar geen nieuwsbrief of brochure over de verdwenenen. Ik vraag er een medewerkster naar. Ze blijft naast mijn tafeltje staan. Ik nodig haar uit even te gaan zitten. Nee, dat gaat niet, ze is aan het werk; druk, druk, druk. Ze begint het verhaal aan de verkeerde kant: de staatsgreep, de vuile oorlog waarin dertigduizend mensen zijn verdwenen. Dat weet ik allemaal, ik wil weten hoe het er nú voor staat. Veel schot zit er niet in: het interesseert de regering niks en het parlement ook niet, “allemaal vertegenwoordigers van de banken en de industrie.” Ik vraag of er ook Moeders aanwezig zijn. Vandaag niet maar als ik morgen terugkom, dan is er een: “Die spreekt heel goed en is beroemd.” Of ze zelf verdwenen familieleden heeft? Nee, ze is niet persoonlijk betrokken. Dan wordt ze weggeroepen, telefoon. Het duurt lang voor ze terug komt. Of ik genoeg weet? Ik weet genoeg, ik zal het meisje niet langer van haar werk houden. De Lonely Planet, die doorgaans een heel optimistische natuur heeft, schrijft “wether or not you believe in their case…” Ik deel de twijfel van de Lonely Planet: het pand, het meisje, de boeken spreken. Het wordt niks met die zaak; die dertigduizend zullen niet boven water komen. Dat ligt niet aan de regering, niet aan het parlement en ook niet aan de Moeders. Dat gaat gewoon zo. De regering moet de economische crisis het hoofd bieden en de Moeders zijn opgenomen in het systeem. Ze zijn georganiseerd en geprofessionaliseerd en de roeping is een beroep geworden. Het vuur is er uit. Het zal zijn dat het niks wordt met die zaak, het is onverteerbaar. Die dertigduizend vormen een vette vlek op de mooie vlag van Argentinië. Boven water komen ze niet maar het zal genoegdoening zijn als er een monument komt voor de dertigduizend. In de Cathedral Metropolitana tegenover het praalgraf van General José de San Martin, El Libertador. Met een erewacht.

Het praalgraf van General José de San Martin, El Libertador.

Het praalgraf van General José de San Martin, El Libertador.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s