Paso Agua Negra

Bij La Serena, via de Paso Agua Negra, vierduizendzevenhonderddrieënvijftig meter hoog, steek ik opnieuw de Andes over. Ik heb getwijfeld, want de motor heeft dringend nieuwe olie nodig en ik kan ook de gemakkelijke pas tussen Santiago en Mendoza nemen, maar de dame van het toeristenbureau zei dat het goed te doen was. Tot de Chileense grenspost asfalt, daarna piste van goede kwaliteit tot de Argentijnse grenspost. Nee, geen probleem. Of de pas veel wordt gebruikt? Nee, zegt ze, er is weinig verkeer. Ik vergeet te vragen waarom de pas weinig wordt gebruikt en hoever het is naar de Argentijnse grenspost.

De piste begint niet bij de douanepost maar vijftien kilometer ervoor. Geen probleem. Voorbij de post klimt de weg. Het gaat goed, de piste is vlak en hard zoals de dame van het toeristenbureau heeft beloofd, ik haal wel zestig kilometer per uur en kan in de verte de pas al zien. Ik was om een uur bij de douane en als het zo door gaat ben ik voor drieën boven. Het gaat zo niet door. Wat ik aanzag voor de pas is een vlakker deel en als ik dat bereik kijk ik aan tegen een enorme bergwand waarlangs de weg in haarspeldbochten steil omhoog klimt. Even slikken. De weg wordt slecht: recent gebulldozerd maar niet gewalst, het oppervlak is zacht en onregelmatig en er zijn kuilen waar de bulldozer stenen heeft geschraapt. Het is nog zeker twintig kilometer naar de pas en het zal geen drie uur zijn maar vier als ik boven ben. Halverwege de helling redt de motor het niet meer in de tweede versnelling. Het vermogen neemt nu snel af in de ijle lucht. Er liggen sneeuwvelden op de helling. Dan krijgt de motor ook in de eerste versnelling problemen. In de haarspeldbochten zakt het toerental te ver terug en slaat de motor af. Dat is niet leuk in een haarspeldbocht langs een afgrond. Ik overweeg het luchtfilter te verwijderen; dat is een dikke spons en nogal een belemmering voor een motor in ademnood. Ik zie er vanaf want dan komt er stof in het inwendige. Alleen in uiterste nood; ik kan de motor nog op toeren houden door de koppeling te laten slippen. Ik heb zelf ook zuurstof tekort, een waas voor ogen en alle aandacht nodig om de motor te besturen. De weg wordt steeds steiler, smaller en slechter. Langzaam, langzaam naar boven in de eerste versnelling. Het waarschuwingslichtje voor de koeling gaat branden. Ik durf niet te stoppen, bang dat ik de motor niet zal kunnen houden want ik ben duizelig. Ik jaag hem de laatste kilometer omhoog.

De piste naar de Paso Agua Negra.

De piste naar de Paso Agua Negra.

Boven: het is ijskoud, er ligt sneeuw en het waait hard. Ik zet de motor met de kop in de wind voor maximale koeling maar het duurt wel vijf minuten voordat het waarschuwingslichtje uitgaat en de koelventilator stopt. Zelf moet ik ook bijkomen en ook bij mij duurt het wel vijf minuten voordat de duizeligheid enigszins is gezakt. Vierduizend zevenhonderddrieënvijftig meter! Het is niet drie uur, niet vier maar vijf uur in de middag en de zon staat al laag. Lang kan ik niet op de pas blijven, geen tijd om de overwinning te vieren, want er staat een bord “Aduana Argentino 90 km”. Ik had de Paso Agua Negra voorgesteld als de Paso Sico: gewoon een punt op de vlakte en tien kilometer verderop de grenspost. De Paso Agua Negra ligt op de kam van een bergrug en de Argentijnse grenspost ergens ver weg in het dal. Nog negentig kilometer piste!

Paso Agua Negra.

De Paso Agua Negra, 4753 meter hoog!

Omlaag. De Argentijnse kant van de Andes ligt al lang in de schaduw en op de plassen smeltwater een dun laagje ijs. Twee keer moet ik stoppen om gevoel in mijn vingers te jagen. De afdaling is minstens zo steil als de klim maar hier is de weg goed. Haarspeldbocht in haarspeldbocht uit, tjak tjak, zo snel mogelijk naar beneden want het licht neemt af. Ik kom twee motorrijders tegen, Chilenen, en ze rijden alsof de duivel ze op de hielen zit. Het licht, het licht! Tegen zeven uur in de loden schemering kom ik bij de grenspost. De douane en de politie zitten in Las Flores, nog veertig kilometer verderop. “Ik zal bellen dat je er aan komt” zegt de grenswacht “anders doen ze de slagboom dicht.” Asfalt. Ik rijd door de nacht in witzijden maanlicht. Af en toe duiken langs de weg zwarte schimmen op. Koeien. Heel in de verte glinstert één lichtje. Het voltallig personeel, politie en douane, staat te wachten en ze handelen de administratie snel af. “Komt er nog iemand na u? Nee? Dan gaan we sluiten.” Het licht gaat uit en achter me de slagboom op slot. Zes kilometer verderop is Hotel Termas. Ik arriveer om acht uur ’s avonds, Chileense tijd. In Argentinië is het een uur later. Negen uur bijna non-stop gereden. Ik beloof de motor dat ik dit nooit meer zal doen. Hij reageert niet, hult zich in beschuldigend zwijgen.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s