Buenos Aires

Elke dag neem ik de trein van Munro naar het Retiro Station bij het centrum van Buenos Aires. Om de twintig minuten passeert een vuurrode dieselboemel, van vier uur ’s morgens tot bij enen ’s nachts. De rit duurt een half uur, vijf stationnetjes, en een retourtje kost één peso twintig, ongeveer dertig eurocent. De trein zit vol, ramen en deuren staan open, kinderen spelen in de deuropening en springen van de rijdende trein op het perron – de machinist moet stalen zenuwen hebben of laconiek zijn ingesteld – en de service is beter dan op de Nederlandse intercity’s. Verkopers van frisdrank, broodjes en koekjes komen langs, anderen voeden met boekjes het verstand, “Leer de grondbeginselen van de wiskunde”, weer anderen staan voor een goed doel, “Rehabilitacion de …” en leggen dat luidkeels uit, kinderen venten plakplaatjes en pennen. De verkopers van boekjes en de kinderen leggen het product naast je neer of op je knie of geven het in de hand en dan kun je het bekijken. Na een tijdje komen ze terug; wil je het niet, dan even goede vrienden. Een trein is een ideale marktplaats want de klant blijft zitten. Ik verveel me niet, voor een peso twintig. Het is ook veilig. De conducteur komt langs en er is politie in de trein. Op het Retiro station moet je wel op je portemonnee passen. Als in andere arme landen wordt er vreselijk gesjouwd met koffers en tassen, dozen en zakken en in die menigte slaan zakkenrollers hun slag. Bij de ingangen hangen affiches met vermiste kinderen – Kevin Noël Sanchez, vijf jaar, is al sinds eind december zoek – en bejaarden – die kunnen ook zoek raken – en opmerkelijke briefjes uit de rubriek ‘gezocht/aangeboden’: “Ik heb vier liter bloed nodig, bloedgroep A, resus positief.”

Het centrum van Buenos Aires heet Microcentro maar dat ‘micro’ is valse bescheidenheid. Het is een centrum met een mooi regelmatig stratenpatroon zonder aan regelmaat te overlijden. De hoofdas is de Avenida de Mayo met aan het ene uiteinde het Plaza de Mayo met de Cathedral Metropolitana en het Casa Rosada, het presidentieel paleis, en aan het andere einde het Congreso, het parlementsgebouw, ook aan een plein. Loodrecht op de Avenida de Mayo staan de Avenida Leandro Alem en de Avenida de 9e Julio die minstens zo breed is als de Champs-Elysées maar helaas een wat shabby bebouwing heeft. De blikvanger op de 9e Julio is de enorme witte obelisk. Vanaf de Plaza de Mayo lopen twee diagonalen, de Roca en de Peña, waarbij de eerste iets korter is dan de tweede. Tussen die assen liggen nauwe straten met hoge bebouwing. Een stratenplan met grandeur, als Parijs en met dezelfde voorname architectuur. Een paar witgepleisterde kerken is wat rest van de Spaans koloniale erfenis. Straten met mooie winkels en hier en daar een McDonalds en een gokpaleis – anders wordt het te voornaam – winkelpassages met marmeren vloeren en glazen overkappingen. Veel restaurants en terrasjes. Buenos Aires kan zich meten met Londen of Parijs; een vanzelfsprekende wereldstad.

Ten noorden van het Microcentro ligt Recoleta, een wijk voor mensen die niet op hun bankrekening hoeven te letten (ten zuiden van het Microcentro ligt de wijk La Boca waar ook mensen wonen die niet op hun bankrekening hoeven te letten maar dat is omdat ze er geen hebben). In Recoleta staan luxe appartementsgebouwen met voorname travertijnen entrees, deuren met smeedijzer, blinkend gepoetste koperen bellen en hallen met kroonluchters. Binnen zit een portier annex bewaker; het moet een moordbaan zijn. De brede Avenida Libertador doorsnijdt de wijk en aan die Avenida liggen de bedrijfsvestigingen van Mercedes, BMW, Alfa Romeo, Volvo, Jaguar. Op de terrassen zit het jonge uitdagende chique en de golden girls terwijl de gerimpelde versie van chique zich ophoudt in de airconditioned lunchrooms. Jonge mannen in scherpe kostuums, oude heren met hoed en wandelstok. Weinig dik en weinig bruin want dik en bruin is héél ordinair. Recoleta heeft grote goed onderhouden parken met een fantastische collectie boomsoorten en in die parken lopen professionele hondenuitlaters met vijf of meer raszuivere dure mensenvrienden aan de lijn. In dezelfde parken laten even professionele verplegers doorschijnende dametjes in rolstoelen uit. Zo is Recoleta. Ik zou er geen woord aan vuil maken, hoewel ik kick op blauwspoelkapsels en armen vol goud, als Recoleta niet El Cementerio had.

El Cementerio is de beroemdste begraafplaats van Argentinië. Daar woont de dode elite, de rijken en de helden. Evita Peron natuurlijk, in het grafhuis van de familie Duarte. En Domingo Sarmiento, de intellectueel onder de Argentijnse presidenten (Argentinië heeft veel houwdegens, messen trekkende gaucho’s en charlatans als president gehad). Er is het grafhuis van de familie Roca en van de familie Kirchner, de familie waaruit de huidige president stamt. Almirante Brown heeft een grafmonument terwijl de helden Leandro Alem, Hipolito Irigoyen en Arturo Illia samen een monument delen. Argentinië heeft zoveel helden en historische data dat er geen enkele reden is straten naar bloemen te noemen. En al die helden liggen hier. Behalve generaal José de San Martin, ‘El Libertador’, de grondlegger van de republiek. Die heeft een praalgraf, geflankeerd door een erewacht, in de kathedraal op het Plaza de Mayo, de plaats waar de glorie van God versmelt met de glorie van de natie. Al die helden op dat kerkhof, die moeten een interessante conversatie hebben: “Als jij geen revolutie had gemaakt, was ik nu niet dood.” ‘Nu’ omdat in de dood de tijd stil staat. Het kerkhof is geweldig: pompeuze tombes en mooi beeldhouwwerk. Ook komisch: Carlos Pellegrini, ooit president, zit op zijn graf te oreren en een heer zit pedant in een stoel zoals hij waarschijnlijk zijn hele leven pedant in een stoel heeft gezeten. In een vergeten hoekje wacht de Dood met de zeis. Naast de begraafplaats ligt de kerk van La Nuestra Signora del Pilar, uit 1732. Het exterieur is eenvoudig, witgepleisterd, maar het interieur bevat buitengewoon exuberante altaarstukken. Een ervan toont Christus vlak na de geseling, heel realistisch, en dat het geen prettige ervaring is geweest valt aan Zijn gezicht af te lezen. Veel klatergoud. “Cusco-school” zegt iemand achter me “of je nu in Mexico bent of hier, overal hetzelfde.”

 

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s