Tierra del Fuego

Ushuaia ligt beschut in een baai van het Beagle kanaal, geschurkt tegen de bergen in bossen van Nothofagus en aan het einde van de bewoonde wereld. Bijna aan het einde: de Ruta 3 loopt nog ongeveer twintig kilometer door tot Bahia Lapataia en daar dood in meertjes en moerassen. Een mooier einde kan een weg zich niet wensen. Beschut, aan het Beagle Kanaal en aan het einde van de bewoonde wereld, dat is geluk hebben. De toeristen komen over de weg, met de cruiseboot als tussenstop naar Antarctica en vooral met het vliegtuig want de meesten willen er niet komen maar alleen zijn. Het gaat goed met Ushuaia. De Avenida San Martin is een aaneenschakeling van outdoor- en souvenirwinkels en restaurants. De toerbussen rijden af en aan naar het einde van de Ruta 3 hoewel daar niets bijzonders is te zien. Ik was er ook. In Ushuaia, aan het Beagle Kanaal en aan het einde van de Ruta. Ik heb mijn hand in het water kunnen steken waar ooit de Beagle voer, heb mezelf gefotografeerd bij het gemeentebord en een stempel in mijn paspoort laten zetten dat bewijst dat ik echt aan het einde van de bewoonde wereld was. En dan weer terug naar Rio Grande, de Andes over en de steppe op.

Het einde van de Ruta 3.

Het einde van de Ruta 3 bij Bahia Lapataia

Rio Grande heeft niet zoveel geluk: niet het einde van de bewoonde wereld, niet aan het Beagle Kanaal en al helemaal niet beschut. Het is een winderige vlek op de uiterste rand van de steppe, helemaal tegen de zee gedrongen. Rio Grande is zó bang van die winderige lege steppe, het zou van angst in zee zijn gesprongen als er geen kade was. Voor de toeristen een pleisterplaats op weg naar of komend van Ushuaia, krijgt Rio Grande nog wat kruimels van de tafel die tweehonderd kilometer verderop zo rijk gedekt is. Een paar casino’s, een industrieterrein met metaalbedrijfjes, assemblagebedrijven voor Japanse multinationals en logistic operators die ‘total solutions’ bieden en de oliewinning: daar moet Rio Grande het van hebben. Op het centrale plein speelt een band tegen de wind in hardrock uit de jaren zeventig. Jongeren met flessen bier schuilen bij elkaar; veel afgezakte broeken, kettingen en mutsjes op het hoofd, een enkel Heavy Metal meisje. De hoofdstraten zijn te breed, daardoor een speelplaats voor de wind, en voorzien van meubilair dat er op de ontwerptekening vast veelbelovend heeft uitgezien en toch zo goedkoop was. Er staan borden met opbeurende spreuken, “wij zijn een” en “samen zijn wij de stad”, die het alleen maar erger maken, alsof je tegen een doodzieke zegt “Je ziet er vandaag stukken beter uit.” Ik ben er twee dagen gebleven, omdat dit óók Vuurland is, omdat in dergelijke plaatsen het leven goedkoop is en de mensen meestal aardig en omdat het toeristenbureau mij attent maakte op de missiepost van de paters Salesianen en op het scheepswrak van de Desdemona.

Het wrak ligt bij Cabo San Pablo, ten zuiden van Rio Grande; eerst veertig kilometer over de Ruta 3 en dan nog vijftig kilometer piste. Ik rijd langs verlaten stranden met grauw zand en een grijsgroene zee, passeer een paar estancia’s waar zelfs de honden niet aanslaan. Een gaucho te paard, diep in zijn poncho gedoken, groet met een hoofdknik. Verder vluchten ibissen, kuddes guanaco’s en enkele Patagonische vossen. Als ik de kaap voorbij ben zie ik haar liggen, de Desdemona, voor me op een leeg strand. Een scheepswrak heeft iets vreselijk tragisch omdat een schip een bijna-dier is, als een motor; een bijna-walvis en een bijna-paard. Een auto mist dat. In 1986 is ze hier aan de grond gelopen. Om haar hangt de geur van dood van de zee, van dood zeewier. Ze is bruin verroest maar ziet er, van een afstand, nog gaaf uit. Ik kan er omheen lopen want het is laagwater. Van dichtbij bekeken is de schade toch enorm. Er is een groot gat geslagen in de romp, ze is midscheeps gebroken, overlangs verbogen en de huid verfrommeld. Door het gat kijk ik naar binnen. Een deel van de lading, zakken cement, ligt er nog in. De ramp laat zich, zelfs door een leek, gemakkelijk reconstrueren: er zit een dikke kabel om de schroefas gewikkeld en dat moet de oorzaak zijn. Zonder voortstuwing geen controle. De stroming heeft haar tegen de klippen voor de kust geduwd – het gat in de romp – en vervolgens is ze door de golven over de klippen getild, op een zandbank terecht gekomen en daar gebroken. Het zal vast een donkere stormachtige nacht zijn geweest. Nu ligt ze daar, dood, besprongen door zeepokken en wier, langzaam ontbindend. Er is geprobeerd van haar dood profijt te trekken. Een eindje verderop staat een hotel aan zee maar het is gesloten en leeg. Het gaat als met een mensengraf: met de beste bedoelingen wordt een mooie steen neergezet maar het draait er op uit dat eens per jaar een verantwoordelijk familielid de plastic bloemen komt afwassen. Uit een optrekje van stenen, planken en plastic komt een jochie langzaam en omzichtig met een grote boog de bezoeker en de motor bekijken: “groot!” Hij heeft een quad, een brommer op vier wielen. Ik vraag of het hier leuk leven is. Hij staart naar de grond en zegt bedremmeld “Ja, het is hier leuk.”

Het wark van de Desdemona.

Het wrak van de Desdemona, op een leeg strand voorbij Cabo San Pablo.

Stormen, gemene stromingen en klippen: de kust van Tierra del Fuego is één groot scheepskerkhof en gevreesd door zeelieden. De zeekaart in het museum van de paters Salesianen geeft de locatie van tientallen wrakken aan. Ongeveer twintig kilometer zuidelijk van de Desdemona ligt het wrak van de Duchesse of Albany op het strand. Die is aan het einde van de negentiende eeuw vergaan. Het is te ver rijden; het wordt al avond en het licht vaal en dan moet je niet op de piste zijn. Op de noordoever van de Straat van Magellaan bij San Gregorio liggen er ook twee. Vlak naast elkaar. Van de een is de houten huid zo ver weggevreten dat alleen nog een naamloos skelet over is. De ander is nog redelijk intact. Het is de Amadeo die heeft toebehoord aan de paters en waarvan in het museum een model staat. Bij Punta Arenas ligt op het strand het wrak van het Britse fregat Lonsdale. Die paar wrakken krijgen bezoek – handen raken het lijk voorzichtig aan: “Gotogot, wat heb je geleden!” – maar de meeste liggen ver in zee, verzwolgen door de golven, voor altijd verdwenen.

Tierra del Fuego is leeg. Op een paar estancia’s na en natuurlijk guanaco’s, schapen en paarden. De toeristen drommen samen in Ushuaia en Punta Arenas als pinguïns op een ijsschots in de poolzee. Verder niks dan bos en steppe, leeg. Ooit was dit land bevolkt door indianen; door de Hausz, de Selk’nam en de Yamana. Waar ze nu zijn? Ze zijn … uh … uitgestorven. De Hausz en de Selk’nam leefden van de jacht op de guanaco en de Yamana van de jacht op zeehonden en het verzamelen van schelpdieren. En ze roofden elkaars vrouwen. Dat is vreselijk primitief; zoiets doen wij allang niet meer. In 1520 kwam Magellaan voorbij. Het moet voor de indianen een schok zijn geweest. Maar Magellaan ging, Schouten en Lemaire en Joris Spilbergen en anderen kwamen en gingen en in 1830 kwam Fitzroy met de Beagle en ging. Magellaan kidnapte een indiaan om cadeau te doen aan keizer Karel V maar die ging dood aan de scheurbuik en Fitzroy kidnapte er ook een om in Engeland mee te pronken; die kwam levend aan. Dat is niet netjes – zoiets doen wij niet meer – maar veel last hadden die indianen er toch niet van. Eerder plezier want velen die kwamen vergingen en uit de wrakken spoelden flessen en scherven en dat was prachtmateriaal om pijlpunten van te maken. Die zijn nu te bewonderen in het museum van de Salesiaanse missiepost bij Rio Grande. “Kijk” zegt pater Tico die me rondleidt “ze leefden nog helemaal in het stenen tijdperk!” En toen, rond 1860, kwamen uit Europa de kolonisten en de paters. De kolonisten kwamen voor het goud, voor de pelzen van de zeehonden en voor het land om er geen guanaco’s maar schapen op te laten grazen. De paters kwamen voor de zieltjes. De indianen maakten indruk omdat ze naakt waren en dat is de verkeerde indruk. Daar houden Europese kolonisten niet van en paters al helemaal niet. Dus gaven ze de indianen katoentjes maar helaas geen wasvoorschrift. Ongewassen kleren worden een broeinest van bacteriën en daar konden die indianen niet tegen en gingen dood bij bosjes. De indianen zaten ook de kolonisten lelijk in de weg en daarom werden ze afgeschoten of vergiftigd. Zoiets doen wij sinds zeventig jaar niet meer. Onze cultuur staat nu bol van de waarden en de normen en van het schuldbesef en daarom zijn er nu monumenten voor de indianen en musea zoals dat van de paters.

Pater Tico is een oude kleine man met een buikje en een boordje en vriendelijke ogen achter brillenglazen. Een oud geworden onschuldig jongensgezicht; het gezicht dat mannen wel krijgen die nooit aan seks hebben gedaan. Hij neemt me mee langs sepia foto’s van paters, van Don Bosco en van Monseigneur Fagnano, de eerste bisschop van Patagonië en Vuurland. Langs de vitrine met de pijlpunten en hij wijst me op de punten van glas. Langs de toverlantaarn die een belangrijk hulpmiddel was bij het bekeren van de indianen: “Ze vonden het prachtig.” Langs de foto’s van de Hain, de initiatierite van de Selk’nam; foto’s van prachtig beschilderde mannen met puntvormige maskers op. Intrigerende gestalten, zeker in die sepia tinten. Pater Tico: “Dat zijn de geesten. Die maakten de jongens bang. Daarna deden de mannen hun maskers af en dan zagen de jongens dat het geen geesten waren. Geesten bestaan niet. Dat mochten de jongens niet tegen de vrouwen vertellen die daardoor bleven geloven in geesten en zo onder de duim werden gehouden.” Het foldertje van het museum: “In de mythologie van de Selk’nam waren ooit de vrouwen de baas en moesten de mannen gehoorzamen. De vrouwen verzonnen geesten waarmee de mannen bang gemaakt werden. Maar de mannen ontdekten het bedrog en vermoordden alle vrouwen behalve de allerjongsten. En toen draaiden de mannen de rollen om en gebruikten de geesten om de vrouwen bang te maken en onder de duim te houden.” Ik heb nog nooit gehoord van een initiatierite die de strijd tussen de seksen tot onderwerp heeft.

Selk'nam.

De Selk’nam, beschilderd voor de Hain, de initiatierite (foto Martin Gusinde, 1923)

“Zijn er nog indianen?” Pater Tico kijkt peinzend en zegt “Ze hebben het niet gered. De moderne tijd, weet u, de drank.” Het is wat met die indianen. Eerst blijven ze hangen in het stenen tijdperk en vervolgens nemen ze de verkeerde deur naar de moderne tijd. Aan de paters heeft het niet gelegen. Van die kleren, dat konden ze niet weten en voor de rest hebben de paters veel gedaan om te redden wat er te redden viel. Wat er aan indianen over was werd samengebracht op de missieposten onder de hoede van de paters en van de zusters van de Helpende Maria. In het museum hangen aandoenlijke en tragische foto’s van indianenjongens in de timmerwerkplaats en tijdens de muziekles. Er is nog een originele geluidsopname die pater Tico me laat luisteren op een ouderwetse horengrammofoon. Krakende klanken van Spaanse muziek. “Ze waren best muzikaal.” zegt de pater. En foto’s van indianenmeisjes tijdens de naailes. Geen indianen meer maar leeft het sjamanisme nog? “Nee” zegt pater Tico. Ik laat hem wat foto’s zien van objecten langs de weg die ik voor sjamanen heiligdommen heb gehouden. De pater, verrast: “Waar heb je dat vandaan?” “Bij Cabo Domingo, een paar kilometer verderop.” “Nee, nooit gezien. Nee hoor, dat is geen sjamanisme, dat is van de gaucho’s.” Als ik wegrijd van de missiepost zwaait pater Tico me na. Een van de laatsten van zijn soort. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan de indianen en nu mag hij op het museum passen. Dat is ook tragisch.

Gaucho heiligdom

“Nee hoor, dat is geen sjamanisme, dat is van de gaucho’s.”

Er zijn geen indianen meer. In zijn boek ‘In Patagonia’ beweert Bruce Chatwin de laatste te hebben gesproken. De moderne tijd. Met de kolonisten is het ook niet goed afgelopen, vandaar dat Tierra del Fuego zo leeg is. Er waren meer verwachtingen dan goud. De zeehonden zijn uitgeroeid, de wol- en vleesboom is voorbij en van die boom hebben alleen de investeerders geprofiteerd die geen verstand hadden van schapen maar wel van de wereldmarkt. Niet handen maar handel maakt rijk. Wie wil zien wie gekomen is en wie rijk geworden, bezoekt het kerkhof van Punta Arenas. Dat is een stad op zich en de huizen van de zielen vertellen veel. Veel Britse zielen, Italiaanse, Kroatische; ’n Molkenbuhr. Op het kerkhof staan een paar pompeuze tombes. Die zijn van de familie Jorge Menendes, van de familie Menendes-Montes en van de Kroatische familie Kusanovic. Er zijn kleine tombes en marmeren grafzerken van de gegoede middenklasse. De zielen van het gewone volk huizen in flatgebouwen met eenkamerappartementen. Het is daar gezellig, al die zielen bij elkaar, en kleurrijk: veel plastic bloemen en Mariabeeldjes en kleine stenen met “We houden voor eeuwig van je. Je kinderen.” Als ik dood ben wil ik daar begraven worden, in de volksbuurt. Niet in een van de tombes van de rijken want die zijn heel stijfjes en er komt nooit iemand.

De tombe van de familie Kusanovic.

Op het kerkhof van Puntas Arenas: de tombes van de rijken.

Ik laat Tierra del Fuego achter me. Van Rio Grande over de Ruta 3 tot San Sebastian en dan over de piste langs de zuidoever van de Straat van Magellaan naar Porvenir. Rechts de gele steppe, links de grijsblauwe zee en boven de blauwe lucht. Heerlijk leeg land. In Porvenir ben ik te laat voor de dagelijkse veerboot naar Punta Arenas en overnacht in hotel-restaurant Rosas. In het restaurant is een tafeltje bezet door drie overgeschoten Duitse dames. Ze glimlachen naar me. Het komt veel voor bij vrouwen: ze werken hard aan hun carrière, naderen de veertig en ontdekken dan dat ze een man missen en vooral kinderen; de tijd dringt en dan worden ze desperaat. Zulke vrouwen zijn het. Ik glimlach niet terug. Soms doe ik het wel, om te jennen. In stilte ben ik dankbaar – er lopen vier leuke jongens langs het raam – ben ik God dankbaar dat Hij mij geschapen heeft naar Zijn beeld en gelijkenis.

Tierra del Fuego.

Tierra del Fuego: heerlijk leeg land.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s