De weg naar het einde

Ik heb Ushuaia bereikt, de zuidelijkste stad van de wereld en ook het zuidelijkste puntje van mijn reis. Triomf: niemand is geweldiger dan ik! God is niet ‘iemand’ en velen vinden zichzelf geweldig. De lege champagneflessen bij het toegangsmonument van Ushuaia getuigen daarvan. Hier voel ik de overwinning die ik niet kon voelen in Vladivostok. Aan Siberië ben ik ontsnapt, Siberië heeft me laten gaan maar hier heb ik gewonnen. Eindelijk kan ik het hoofdstuk ‘Siberië’ sluiten. Van Valparaiso naar Ushuaia is vijfenveertighonderd kilometer: over de Panamericana, de Carretera Austral, de Ruta 40 en de Ruta 3. Van de subtropen, door de bossen van Zuid Chili, over de steppen van Patagonië. Ik stak de Straat van Magellaan over, reed door Vuurland en nu sta ik in Ushuaia aan het Beagle Kanaal. Triomf!

Het toegangsmonument van Ushuaia.

Ik heb Ushuaia bereikt. Triomf!

Bij Perito Moreno nam ik de Ruta 40 naar het zuiden over de pampa van Patagonië. Een bruingele vlakte en daarboven een grijze lucht met donkergrijze wolken die voortjagen naar de horizon en hun regenbaarden slepen over de aarde. Who is afraid for yellow, brown and gray? De Lonely Planet beschrijft de pampa als “… a bleak expansive terrain of flat isolation occasionally dotted with quirky towns.” Op de zeshonderd kilometer van Perito Moreno naar El Calafate kom ik niet meer dan tien auto’s tegen. Op de driehonderd kilometer van El Calafate naar Rio Gallegos, waar de Ruta 40 uitkomt op de Ruta 3, nog minder. Tussen Perito Moreno en El Calafate ligt het gehucht Bajo Caracoles met een hotel en het dorp Tres Lagos waar het benzinestation overnachtingsgelegenheid heeft. Verder is er niets, helemaal niets. Ik word er niet door afgeschrikt, ik word aangetrokken door het Niets, toe gezogen naar de horizon, die een spleet is tussen hemel en aarde, als een verslaafde naar heroïne. Het is het verlangen te verdwijnen in die spleet, op te lossen in het Niets, als de verlokking van de woestijn op te lossen in het licht. Deze ruimte is voor mij, voor mij alleen; tussen mij en het Niets is niets. Ik ben niet alleen. Roofvogels speuren de Ruta af naar dode dieren. Kleine kudden schapen, paarden en guanaco’s, die lijken op een kruising tussen een ree en een kameel, begrazen de pampa. En struisvogels; ik wist niet dat die beesten hier voorkomen. De guanaco’s en de struisvogels vluchten weg, lang voordat ik in de buurt ben en mijn vingers zijn ook te verstijfd om de fotocamera vast te houden. Het is verschrikkelijk koud, er staat een fluitende wind over de boomloze vlakte en alle wolken slepen hun regenbaarden over de Ruta precies waar ik rijd.

Ruta 40.

… er staat een fluitende wind over de boomloze vlakte en alle wolken slepen hun regenbaarden over de Ruta precies waar ik rijd.

De Ruta 40: sporen van twee tot drie bandbreedten tussen hoge grindrichels en harde wind die je in die richels drukt. Er zitten venijnige stukken in de Ruta. Sporen verdwijnen plotseling in het grind en dan is het alle hens aan dek om de motor onder controle te houden. Op andere stukken bestaat het wegdek uit stofleem dat verandert in een taaie massa als het nat wordt. Het is nat, want het regent, en ik ben er in vastgelopen. Het kost een uurtje om de motor uit te graven en de kleverige massa van leem en stenen tussen het voorwiel en het spatbord te verwijderen. Het ongeluk wacht tachtig kilometer voor El Calafate. Voorbij een bocht heeft een bulldozer een hoge zandrichel opgeworpen, op de as van de weg. Ik merk het te laat op en rijd die richel in. Er is geen houden meer aan. De motor loopt vast in het zand, ik word gelanceerd en maak een paar koprollen. Tussen mijn benen door zie ik de motor schuiven, opwippen, op zijn kop terecht komen en weer terugvallen. Op zo’n moment zie je veel. Ik krabbel overeind, mijn eerste zorg is de motor. De schade lijkt aanzienlijk: de kuip is ontzet, het windscherm zwaar bekrast, een knipperlicht en een spiegel afgebroken, het draagrekje voor de jerrycans is verfrommeld en de valbeugel is naar binnen gedrukt. Bij nadere beschouwing is het vooral blikschade. De voorvork is niet verbogen, het stuur niet ontzet, het motorblok niet beschadigd en de bagagedragers niet gebroken. Zelf ben ik er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Dat wil zeggen: mijn kleren zijn niet gescheurd. Mijn voet doet wel vreselijk pijn en mijn borstkas en mijn hoofd. Kneuzingen, niets gebroken zo te voelen.

Floot de wind op de Ruta 40, als ik de Ruta 3 rijd staat er een loeiende bulderende wind. De wind komt van opzij en het is een gevecht om de motor op de weg en mezelf op de motor te houden. Ik moet de motor zeker twintig graden uit het lood laten leunen, zwaar tegensturen en zelf hang ik aan een zijde van de motor om er niet vanaf geblazen te worden. Mijn rechteroor doet pijn omdat de wind de helm er met kracht tegenaan drukt. Het snot waait uit mijn neus. Als ik afstap om te piesen moet ik tegen de motor leunen om te voorkomen dat hij omgeblazen wordt. De wervelingen rond de motor slaan de pies in mijn gezicht. Zó hard waait het. Als ik de wind in de rug heb wordt het windstil als ik zeventig tot tachtig kilometer per uur rijd. Dat geeft een indicatie van de windsnelheid. Het is nog een geluk dat de wind constant is, niet vlagerig. Het gevecht is zwaar en erg pijnlijk want ik heb veel last van de kneuzingen van het ongeval. Af en toe piep ik van de pijn. Bij Rio Gallegos moet ik een lange lage brug over. Ik wacht bij de oprit want het gaat even niet meer. Achter me stopt een grote truck. In mijn spiegeltje zie ik de chauffeur gebaren – hij wijst naar beneden, naast de truck – “kom hier rijden”. Ik steek mijn duim op. Langzaam rijdt de truck voorbij en ik kruip vlug in de luwte van de grote wielen vlak achter de cabine en zo doen we samen de rit over de brug. Bij de Argentijns-Chileense grens ontmoet ik de chauffeur en bedank voor zijn hulp. Hij: “Ik begreep waarom je daar stond.” Vrachtwagenchauffeurs. De Ruta 3 is grotendeels geasfalteerd maar ongeveer tweehonderd kilometer in Chili is piste. Piste rijden bij die wind, de motor in het spoor houden: het zijn de allerzwaarste kilometers van mijn leven. De allerzwaarste kilometers maar de beloning is groot. Wat is Vuurland mooi! Een bleekblauwe lucht boven een bleekgele vlakte. Geen krachteloos pastel maar intens licht! De wind buigt het gele gras en al die halmen weerkaatsen het licht van de zon. De blikkerende installaties van de oliewinning horen er gewoon bij. Ik rijd langs de diepdonkerblauwe Atlantische Oceaan – eindelijk de Atlantische Oceaan – met witte schuimkoppen en grote witzwarte meeuwen hangen hoog in de lucht. Veel guanaco’s, struisvogels, roofvogels en ook een paar vossen. Het noorden van Vuurland is de voortzetting van de Patagonische pampa, de zuidelijke rand de voortzetting van de Andes. Daar begint het bos en is het leed geleden.

Guanaco's langs de Ruta 3.

Guanaco’s bekijken de eenzame reiziger.

Vijfenveertighonderd kilometer is veel maar het is geen tocht door de oneindigheid als in Siberië. Integendeel: dit is de weg naar het einde. Alles wijst daar naar: het bos maakt plaats voor de steppe, het land wordt leeg, het wordt koud, de wegen houden op of komen samen tot er nog maar één weg over is, de Ruta 3. Ik heb het einde bereikt. Het is gedaan.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s